Globaal bekeken
Een niet onbelangrijk initatief willen we de lezers niet onthouden. Het betreft een eerste uitgave van de Stichting A. F. de Savornin Lohman, n.l. een brochure getiteld 'Veertien brieven aan J. R. Snoeck Henkemans'. De stichting is kennelijk opgericht krachtens besluit van de laatste algemene vergadering van de CHU, vóór de vorming van het CDA, en streeft ernaar 'de reformatorische inbreng in de christen-democratie te behartigen'. We citeren hier uit de begeleidende brief, waarmee we tevens aandacht vragen voor genoemde brochure:
'Wij streven er naar in voetspoor van mr. G. Groen van Prinsterer en jhr. mr. A. F. de Savornin Lohman de door christelijk-historische staatslieden en theologen ontwikkelde beginselen over de staatsinrichting te bewaren en naar de geest van de tijd te vertalen en uit te dragen. Voor verdere gegevens over de stichting zij verwezen naar het voorwoord van deze brochure.
De uitgave bevat 14 niet eerder gepubliceerde brieven geschreven tijdens de Vlootwetcrisis (oktober 1923-1924) aan de hoofdredacteur van het christelijk-historisch dagblad "De Nederlander", het Tweede Kamerlid J. R. Snoeck Henkemans. Naast zeven brieven van jhr. mr. A. F. de Savornin Lohman bevat deze correspondentie drie brieven van het christelijk-historisch Eerste Kamerlid mr. W. L baron de Vos van Steenwijk en twee brieven van de CHU Tweede Kamerfractie mr. dr. J. J. Schokking.
Uit deze stukken blijkt duidelijk een verschil in opvatting over de gebeurtenissen tijdens de Vlootwetcrisis en de daarmee samenhangende gevolgen voor de CHU tussen A. F. de Savornin Lohman enerzijds en - overigens met onderlinge nuances - De Vos van Steenwijk en B. C. de Savornin Lohman anderzijds. De brieven van Schokking geven een indruk van de gevoelens in de CHU Tweede Kamerfraktie.
Deze uitgave is verzorgd en van een inleiding en annotatie voorzien door drs. H. van Spanning, beleidsmedewerkervan de CDA Tweede Kamerfraktie en oud eindredakteur van het Christelijk-Historisch Tijdschrift. Deze brochure kan besteld worden bij de BDU, Postbus 67, 3770 AB Barneveld. De kosten a f 9, 50 inclusief porti kunnen worden voldaan door middel van eén acceptgiro na ontvangst van deze uitgave.'
***
Een bericht in het weekbulletin van het Hervormd Persbureau drukt ons op de grote nood, waarin (]eugd)werklozen zich bevinden. Het gaat hier om een stukje werkloosheid in Engeland maar waarom zou ervaring van werkloosheid hier anders zijn? Voorbede vóór, hulp aan en zoeken naar misschien alternatieve vormen van bezig zijn van werklozen binnen de gemeente is meer dan ooit geboden.
'Een kwart van de werkloze Britse jongeren die ten behoeve van een statistiek zijn ondervraagd door dr. Leslie Francis, functionaris van de Anglicaanse Kerk van Engeland, loopt rond met zelfmoordplannen.
Dit valt te lezen in het boek "Youth in transit" ("Jeugd onderweg") dat dr. Francis onlangs heeft uitgegeven. Hij deed zijn onderzoek o.a. in samenwerking met de YMCA in Londen. Dr. Francis stelde aan ruim duizend werkloze jongeren een aantal vragen over zaken die in het leven van de mens uitermate belangrijk zijn. Uit de antwoorden bleek dat 34 procent van de jongeren tussen de 16 en 25 jaar zeer depressief werd na een periode van werkloosheid die langer duurde dan een halfjaar, terwijl 26 procent zelfs plannen had zich van het leven te beroven.
Naar de mening van dr. Francis is er behalve een relatie tussen werkloosheid en depressiviteit ook een relatie te leggen tussen de lengte van de periode van werkloosheid en een groter moreel en politiek radicalisme. Onder de ondervraagde jongeren bestond verder een grote belangstelling voor religie. 58 Procent zei in God te geloven en bijna 40 procent zei in de afgelopen week nog gebeden te hebben. Slechts 27 procent behoorde echter op de een of andere manier tot een kerk en 6 procent hield zich actief met het kerkelijke leven bezig. 9, 5 Procent zei onlangs nog een kerkdienst bezocht te hebben.
Dr. Francis heeft verklaard de interpretatie van de resultaten van zijn onderzoek over te laten aan de kerken en de christelijke jongerenorganisaties. Het is nu hun taak de resultaten op te nemen in hun strategie en beleidsplannen, aldus dr. Francis.'
***
Er zijn gelukkig altijd (nog) weer predikanten, die plezier hebben in het bestuderen van oude 'actaboeken' van hun kerkelijke gemeente, en daarvan van tijd tot tijd iets aardigs of onaardigs, ernstigs of alleen maar gedenkwaardigs doorgeven in hun kerkblad. In het Hervormd kerkblad Voetius (land van Altena en Heusden) schrijft ds. M. A. van den Berg (Aalburg) over 'Met kwaadwillige diakenen is het kwaad dienen' naar aanleiding van een stuk in de acta van zijn gemeente van 1769/1770. Het stuk is te lang om het geheel op te nemen. Hier de belangrijkste fragmenten, met daartussen samenvattende overgangen:
'Het begon allemaal in maart 1769, ruim een jaar voordat ds. Franciscus Sterck ( die van 1761 tot 1771 predikant van Aalburg was) naar Heusden vertrok. Diaken Cornelis de Waal is aftredend en in zijn plaats wordt gekozen Arien Verhagen. En daarmee beginnen de problemen. Want nog geen drie weken later is de kerkeraad weer bijeen, op verzoek van Verhagen, de verkozen diaken, "begeerende ontslagen te weezen van de bedieninge, waartoe hij geroepen was". Gewoon bedanken voor een benoeming was erin die tijd dus kennelijk niet bij, als iemand zijn benoeming niet aanvaarden wilde moest hij er heel wat moeite voor doen. Als aan Verhagen gevraagd wordt wat de reden is, antwoordt hij dat hij "zig bezwaart vond, om met de teegenwoordige kerkeraad te dienen, omdat hij meende dat onder de leeden daarvan al te groote betrekking van maagschap en verzwagering plaats had".
De kerkeraad neemt zijn verzoek in overweging en vindt dat het niet goed is om iemand tegen zijn zin "tot de bedieninge te nopen" en besluit met meerderheid dat Verhagen van zijn bediening ontslagen is. Een van de broeders heeft echter bezwaar tegen dit besluit. Het is de aftredende diaken Cornelis de Waal, die aan ziet komen dat hij nu langer dienen moet. Hij kondigt aan bij de classis in beroep te zullen gaan. Zo'n vaart loopt echter niet, want op de volgende vergadering komt men een schikking overeen. De kerkeraad benoemt een nieuwe candidaat en De Waal mag ook een naam noemen. Er wordt geloot wie van deze twee het worden zal. De candidaat van Cornelis de Waal, een zekere Andries van Wijk wordt op deze manier benoemd.
Hiermee zouden de problemen uit de weg geruimd kunnen zijn, ware het niet dat Andries van Wijk op zijn beurt weigert de bediening te aanvaarden om die reden dat Arien Verhagen, die wettig beroepen en geproclameerd was ook had behoren bevestigd te worden. De kerkeraad, die het waarschijnlijk goed zat wordt, is van oordeel dat de beroepene Andries van Wijk dan maar met gestrenge middelen tot de bediening moet worden genoodzaakt
Het volgende jaar, in april staan er weer vier namen op de nominatie voor diaken. Uit deze vier namen, en je begrijpt niet hoe het mogelijk is, wordt gekozen: Arien Verhagen. De moeilijkheden beginnen dus opnieuw. Verhagen lijkt echter aanvankelijk zijn verzet te hebben opgegeven. Hij verklaart tegenover de predikant "dat hij liever had, dat daartoe een ander was beroepen geworden, maar dat het iemand zijn moest, en dat hij daarom aannam".
De eerstvolgende zondag volgt dan ook de eerste proclamatie. De maandag direct daarop echter staat de vrouw van Verhagen bij de dominee op de stoep met de boodschap dat haar man toch niet dienen zou. Op haar vraag of de predikant deze bekendmaking aannam, antwoordt hij: "volstrekt niet", en raadt haar voorzichtig te zijn en te doen wat geraden is. In de verwachting dat zijn goede raad geholpen heeft, kondigt hij ook de tweede en derde zondag de naam van Verhagen als diaken af, en op 28 april stuurt hij de koster naar het huis van Verhagen met het verzoek om de andere dag in het gestoelte van de diakenen plaats te nemen om bevestigd te worden. Maar Arien Verhagen antwoordt tot diens "uiterste verwondering" dat hij niet komen zou en zich nooit zou laten bevestigen. Ten einde raad komt de kerkeraad tot een "vriendelijke raadpleging" met Arien Verhagen, een gesprek dat woordelijk staat opgetekend en echter meer weg heeft van een verhoor. Verhagen heeft nu drie redenen om te weigeren zich te laten bevestigen "1. Omdat hij heer naar Heusden beroepen is, 2. Omdat de kerkeraad die mij beroepen heeft, niet voltallig is. 3. Omdat er twee zwagers in de kerkeraad zijn". De predikant weerlegt deze argumenten, maar zonder resultaat. Dan wordt aan Verhagen gevraagd of zijn vrouw hem de raad van de predikant niet heeft doorgegeven. Verhagen kan zich echter niet meer herinneren wat zij gezegd heeft. Ds. Sterck wil zijn geheugen wel even opfrissen. "Heeft zij u ook gezegd dat de Pred. die boodschap niet aannam, en gezegd dat dat 's mans zaken waren, en daarom die boodschap niet meer telde als wijvenpraat?" Verhagen antwoordt bevestigend. Niets helpt echter om de onwillige Verhagen tot andere gedachten te brengen en ook een voorstel tot bemiddeling is zonder succes. Dan ziet de predikant nog maar één mogelijkheid om van deze lastige zaak verlost te worden, én dat is "dat men zig bij request zoude kunnen vervoegen bij de hooge Overheid met verzoek, dat dezelve door hunne souvereine magt den voorn. Arien Verhagen wilde constringeren om eene bediening te aanvaarden, waartoe hij wettig geroepen en geproclameert was, terwijl hij geene genoegzame reedenen daartegen wist in te brengen, en ondertusschen de openbare rust en vreede verstoorde." Hij wil dus duidelijk verdergaan dan een jaar terug, toen hij terugschrok voor strenge middelen.
Hoe is dit alles afgelopen? Wij lezen het in het actaboek niet met zoveel woorden. De kwestie wordt niet meer genoemd. Arien Verhagen is echter toch uiteindelijk voor alle druk bezweken wantin de acta van 20 september 1770, drie maanden na het vertrek van ds. Sterck, vinden wij zijn naam genoemd als diaken, ondanks zijn woorden dat hij zich nooit zou laten bevestigen.'
We laten hier tenslotte volgen de 'moraal' die ds. v. d. Berg aan dit actaverhaal verbindt:
'Wat is de moraal van deze wonderlijke geschiedenis? In een kleine gemeenschap spelen er vaak heel wat dingen die de ambtsdragersbenoeming tot geen eenvoudige zaak maken. Persoonlijke en familieaangelegenheden spelen vaak een te grote rol. Het meest opvallende is echter dat uit dit alles duidelijk wordt, dat men toch wel hele sterke redenen moest hebben om als eerbaar lid van de gemeente na de verkiezing en beroeping te bedanken voor een ambt. Men ging er kennelijk vanuit dat een verkozene zonder geldige reden niet het recht had te bedanken. Desnoods zou zelfs de overheid hier nog dwangmaatregelen moeten nemen. Dat gaat natuurlijk veel te ver. Wij moeten het wel eens zijn met de kerkeraad die vaststelde dat het met onwillige diakenen slecht dienen is. En toch is erin deze geschiedenis ook genoeg wat aan het denken zet. Een ieder die als belijdend en verantwoordelijk lid van de gemeente geroepen wordt tot een ambt heeft de roeping zeer ernstig te nemen. En al was het toen misschien zo dat het aannemen van een benoeming als al te vanzelfsprekend werd beschouwd, nu komen we het tegendeel wel tegen in vele gemeentes, dat er eerst wel heel sterke bijzondere redenen moeten zijn naast de wettelijke verkiezing en benoeming om wel in het ambt te dienen: Beide uitersten zijn m.i. te vermijden. Maar het kan wel eens nodig zijn om tegen het al te snel vrijblijvend achten van een beroeping tot het ambt het zwaar te laten wegen dat het bij zo'n beroeping niet om een louter menselijke zaak gaat, maar dat geldt: "van de gemeente en mitsdien van God geroepen". En natuurlijk, dan zal het dienen nooit gaan als de Heere niet in Zijn middelijke weg tot Zijn dienst van harte gewillig en bereid maakt.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 september 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 september 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's