Christelijke opvoeding in deze tijd (1)
Mijn wens is dat deze bezinning een bijdrage mag leveren aan een (eventuele) bewustwording van de zaak waar we als christelijke opvoeders voor hebben te staan, getuige de doopbelofte.
Inleiding
Verschillende keren heb ik over dit onderwerp gesproken op gemeenteavonden, diverse bijeenkomsten op christelijke scholen, enz. Men heeft mij verzocht het referaat om te werken, zodat het ook voor publicatie geschikt zou zijn. Middels deze artikelenserie in 'De Waarheidsvriend' hoop ik aan de verwachtingen te voldoen.
Wat kunt u in mijn artikelen over de christelijke opvoeding verwachten? Beter is maar te zeggen waar u zeker niet op moet rekenen. Ik zal geen wetenschappelijk betoog opzetten, evenmin zal ik allerlei praktische problemen in het kader van deze artikelen kunnen bespreken, laat staan ze oplossen. Ik probeer slechts met u ons te bezinnen op vragen als: Waar zijn we als opvoeders anno 1982 nu eigenlijk mee bezig en weten we wel als christelijke opvoeders waar we in deze tijd mee te maken hebben?
Mijn wens is dat deze bezinning een bijdrage mag leveren aan een (eventuele) bewustwording van de zaak waar we als christelijke opvoeders voor hebben te staan, getuige de doopbelofte: ' .. en u voorneemt, dit kind, als het tot zijn verstand zal gekomen zijn, waarvan gij vader of moeder zijt, in de voorzeide leer naar uw vermogen te onderwijzen, of te doen en te helpen onderwijzen'.
Wat is opvoeden?
Op deze vraag zijn al jarenlang verschillende antwoorden gegeven. Tot op de dag van vandaag houden pedagogiekboeken zich bezig met dit 'probleem'. De één vindt dat alle invloeden die de jeugdige ondergaat onder het opvoeden gerekend moeten worden, de ander is van mening dat alleen de bewuste beïnvloeding bij het opvoeden hoort. De meeste geleerden vinden, dat opvoeden iets is tussen een volwassene en een niet-volwassene, alhoewel moderne pedagogen ook de wederzijdse beïnvloeding van volwassenen tot het opvoeden willen rekenen.
Een goede omschrijving vind ik nog altijd die van Hoogveld (hoogleraar in de wijsbegeerte en de pedagogiek aan de Universiteit van Nijmegen, leefde van 1878-1942); 'Opvoeden is de onvolwassen mens helpen om hem bekwaam te maken zelfstandig zijn levenstaak te volbrengen.' Hierbij wil ik graag de aantekening maken, dat ik dan onder levenstaak zowel de taak als volwassene, als die van het kind/de jongere, wil verstaan. We moeten het kind n.l. niet alleen opvoeden voor het verre 'later' (de volwassenheid), maar ook voor het 'nu', de tijd waarin het leeft.
Alle handelingen die gericht zijn op dit doel, moeten we m.i. tot het opvoeden rekenen. Meestal gebeurt het onbewust, soms bewust.
De opvoedingssituatie kent dus altijd twee partijen, de opvoeder en de opvoedeling, die met elkaar in een gezagsrelatie staan. D.w.z. dat de opvoeder iets 'te zeggen heeft over de opvoedeling. In verschillende situaties handelt hij voor het kind, daar waar het kind niet i n staat is zelf te handelen, hij kiest dus voor de opvoedeling, dat betekent, dat hij de verantwoordelijkheid op zich neemt.
Wie zijn de opvoeders?
Allereerst de ouders, deze blijven de eerst verantwoordelijken voor de opvoeding van het kind. Soms dragen zij de verantwoordelijkheid bewust over aan anderen, omdat zij moeten. Denk b.v. aan het onderwijs. Soms omdat zij het op prijs stellen, b.v. de kerk, in de vorm van catechetisch onderwijs of clubwerk. Verder alle volwassenen die bewust of onbewust meewerken aan de verwerkelijking van het opvoedingsdoel: de zelfstandigheid. Dat kunnen de buren zijn, maar ook de ouders van een vriendje van school, of tante waar het kind zo graag logeert.
Fijn, zouden we zeggen, dat zoveel mensen meehelpen om ons kind zelfstandig te laten worden. Inderdaad, alleen moeten we er dan wel van overtuigd zijn, dat al die opvoeders inderdaad hetzelfde doel nastreven als de ouders doen.
Het doel van de opvoeding
Als ik een onderzoek zou houden onder een groot aantal Nederlanders zonder en met (verschillende) geloofsovertuiging met de vraag of men in kon stemmen met het opvoedingsdoel van Hoogveld 'Onvolwassen mensen helpen bekwaam te maken zelfstandig zijn levenstaak te volbrengen', dan denk ik dat practisch iedereen hiermee wel in zou kunnen stemmen.
De uniformiteit zou al gauw verloren gaan, als ik nader in zou gaan op het begrip 'zelfstandigheid', om maar niet te spreken over het begrip 'levenstaak'. Welke taak moet de mens zelfstandig kunnen vervullen? Het antwoord op die vraag heeft te maken met onze mens- en wereldbeschouwing. En aangezien er diverse mens- en wereldbeschouwingen zijn, worden er diverse antwoorden op deze vraag gegeven, m.a.w. zijn er verschillende pedagogieken, zoals een joodse, een rooms-katholieke, een humanistische, een communistische, een christelijke en gaat u maar door!
Voordat wij verder kunnen gaan met ons opvoedingsdoel zullen we eerst nader in moeten gaan op de vulling van onze mens- en wereldbeschouwing. We zullen eerst de vraag moeten beantwoorden, wie de mens eigenlijk is.
We zullen ons dan uiteraard moeten laten leiden door hetgeen God daarvan geopenbaard heeft in Zijn Woord. Ook wil ik enkele dingen doorgeven uit de psychologie die in het raam van deze vraagstelling ons verder kunnen helpen. Daarna zullen we ons moeten richten op de samenleving. Hoe heeft God de relatie mens-samenleving bedoeld en wat zien we in onze tijd? Pas dan kunnen we de conclusie trekken voor ons pedagogisch handelen.
De Bijbel over de mens
God heeft de mens oorspronkelijk naar Zijn Beeld geschapen. De zonde heeft dit Beeld Gods verstoord. Adam heeft de relatie met God verbroken. God wilde, dat de mens in vrijheid Hem zou gehoorzamen. Door toch te eten van die éne boom, waarvan God nu juist gezegd had, dat hij daarvan niet mocht eten, maakte Adam zichzelf autonoom. Hij wilde als God zijn. De zondeval wordt niet beschreven als een ongeluk of dwang, maar als een 'vrijwillige moedwilligheid'.
Het bijbelse begrip 'zonde' draagt een door en door religieus-ethisch karakter. De zonde grijpt de mens aan. Het leven voor de zondeval was gekenmerkt door een leven in ongebroken relatie met God. God maakte uit wat goed en kwaad was. God was God en Schepper, de mens was mens en schepsel. De mens had keuzemogelijkheden en koos het goede. Met de zondeval is dit veranderd: de mens heeft het onderscheid tussen goed en kwaad leren kennen, maar weet tegelijkertijd niet meer wat het goede is. Deze antropologie, deze visie op de mens, sluit mogelijkheid en noodzakelijkheid van opvoeding in.
De zonde is dus radicaal, ze heeft de mens geheel aangetast. Dit is echter niet het enige wat gezegd mag worden. Er is ook sprake van een hersteld beeld door Jezus Christus.
Christus is het Beeld Gods in heel zijn menselijk bestaan en hieraan worden de gelovigen gelijkvormig gemaakt. Dit nieuwe beeld is gave van Christus, maar tevens opgave, roeping. Dit betekent voor de gelovigen op aarde te moeten leven in de spanning, een 'nieuwe schepping' te zijn, maar aan de andere kant het gebonden zijn aan de 'oude natuur'. In het geloof hebben we met het herstelde Beeld Gods te maken, in het ongeloof niet. Bij de gelovige blijft wel steeds sprake van een overblijfsel van de zonde, de 'oude natuur', zoals men ook bij de ongelovige zal moeten spreken van een overblijfstel van het Oorspronkelijke Beeld. Bij ieder mens, hoe ver ook afgedwaald, hoe diep ook weggezonken in de zonde, is nog een overblijfsel te vinden van het oorspronkelijke Beeld, dat wij moeten eren als het werk van God.
Zo moet het in het sociale leven gelden, dat wij onze naaste moeten zien als Beelddrager Gods, die wij moeten accepteren om Gods wil. De mens blijft ook na de zondeval voorzien van zekere gaven. Dit is de eenheidsband tussen alle mensen. Ze worden allen geboren onder het oordeel maar er is ook Gods belofte. Er blijft ondanks de zonde een mogelijkheid tot algemeen menselijk handelen. De mens is mens gebleven en houdt zijn verantwoordelijkheid. De opdracht die hij meekrijgt in dit leven is God te eren, door hem lief te hebben boven alles en zijn naaste als zichzelf en met de gaven die God hem schenkt deze aarde te bebouwen en te bewaren. Dan komen we bij de vraag hoe de mens in relatie staat tot de samenleving.
In één van de volgende artikelen ga ik daar nader op in.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 september 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 september 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's