De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Volharding

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Volharding

6 minuten leestijd

'Jaagt de vrede na met allen, en de heiligmaking, zonder welke niemand de Heere zien zal.' Hebreeën 12 : 14

Vanuit de uitverkiezing ligt alles in het geloof muurvast. Dan is er in eeuwigheid geen omkomen mogelijk. Immers: 'Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods?' Rom 8 : 33a. Doch in de dagelijkse strijd van het geloof ligt dat anders. Dan ligt het veel minder vast. Zeker, er kunnen tijden in het geloofsleven zijn dat we over alles heen mogen zien, dat we mogen zien op de vastheid van Gods beloften, op de trouw van Zijn verbond, ja, dat we zelfs mogen inblikken in Gods verkiezende liefde, en dan ligt ook voor onze beleving alles volkomen vast. Alleen we staan lang niet altijd op de toppen van het geloof. Er zijn ook de dalen van beproeving, van strijd, van kruisdragen, van aanvallen van de vorst der duisternis. En hoe dan? Zullen we volhouden en vasthouden, dan? Geldt dan niet met name wat even voorbij de tekst van deze meditatie staat nl. in vers 15: 'toeziende dat niet iemand verachtere van de genade Gods; dat niet enige wortel der bitterheid, opwaarts spruitende, beroerte make en door dezelve velen ontreinigd worden?' Hoe snel toch verslappen we in de strijd, vertragen we in het lopen van de loopbaan van het geloof, verflauwen we in de liefde. En dan gaan we voor we het weten 'voor de bijl'. Ons geloofsleven schrompelt in, het leeft niet meer in tintelende gloed, we dreigen onvruchtbaar te worden voor God en onze medemens.

Om dat nu te voorkomen zegt onze tekst: 'jaagt de vrede na met allen, en de heiligmaking, zonder welke niemand de Heere zien zal'. De tekst wil ons er voor behoeden dat we in de fuik van satan zwemmen. De tekst wil bewerken dat we volharden zullen in het strijden van de goede strijd, dat we wakker zullen blijven en waakzaam. Het gaat erom dat we in voortdurende vreze des Heren zullen leven om zo de ware Godsvrucht te betrachten. Opdat we niet af zullen vallen, doch in volharding tot het einde, de kroon des levens zullen mogen ontvangen. Daartoe is nodig, zegt de tekst, dat we de vrede najagen met allen.

Vrede... dat wil hier bepaald niet zeggen dat we als slappelingen alles gladstrijken en goedkeuren. Integendeel. Het gaat nl. om de vrede die Christus Zelf verworven heeft in Zijn volbrachte werk. Het is een vrede waarin satan en zijn werk te gronde is gericht en waarin het ware heil, het werkelijke leven aan de dag is getreden. Vrede, dat is het nieuwe leven dat eenmaal geleefd zal worden in Gods Koninkrijk, doch dat als voorproef op aarde door het geloof wordt ontvangen, met de bedoeling het ook uit te dragen. En dit uitdragen van die vrede kan juist grote onvrede oproepen bij hen die niets willen weten van deze vrede.

Daarom kan in psalm 120 : 6 en 7 ook geschreven worden: 'Mijn ziel heeft lang gewoond bij degenen, die de vrede haten. Ik ben vreedzaam, maar als ik spreek zijn zij aan de oorlog'... De ware vreedzamen kunnen juist ook scherp zijn nl. in het afwijzen van alles wat Gods Woord weerspreekt. Alleen, het is geen scherpheid van de oude mens der zonde, het is geen vleselijke scherpheid van ons eigengerechtigde (godsdienstige) bestaan, het is geen scherpheid van kraak en breek mentaliteit óf van revolutie-geest. Het is daarentegen een geestelijke scherpheid, zoals de profeten scherp konden zijn. Het is een scherpheid gedreven door de Heilige Geest. Het is een scherpheid waarin - hoe tegenstrijdig het ook moge klinken - de vrede wordt uitgedragen.

Daarom wordt het ook gekleurd door zelfverloochening, de minste willen zijn, over ons eigen-hoge-ik heenstappen. We trachten tot het uiterste te voorkomen dat we aanstoot verwekken voor anderen om tot Christus te komen. Het is de liefde van Christus die ons dringt om de vrede na te jagen. Het is onze lust en ons leven om dat te doen. Het functioneert niet aan de rand van ons leven, het hangt er maar niet bij. Neen, we jagen er naar. We jagen naar vrede, niet slechts met mensen die ons liggen, maar met allen. We denken aan het woord uit Romeinen 12 : 18 nl: 'Indien het mogelijk is, zoveel in U is, houdt vrede met alle mensen'.

Dan is er ook nog een tweede waartoe we worden opgeroepen nl. het najagen van de heiligmaking. Onze heiligmaking die in Christus af is. Door het geloof in Hem is de heiligmaking compleet en ziet God ons aan als hadden we nooit zonde gehad of gedaan.

Echter, in de dagelijkse praktijk van het geloofsleven liggen de zaken toch nog weer anders. Daarvan geldt dat ook onze beste werken onvolkomen en met zonde bevlekt zijn. Alleen, dat ontslaat ons niet van het najagen van de heiligmaking, neen dat legt des te groter klem op ons om het tot het uiterste wel na te jagen. Vandaar ook het bevel des Heeren in onze tekst. Ons wordt bevolen in de naam des Heeren om niet alleen de vrede met allen, maar ook de heiligmaking na te jagen. We dienen ten bloede toe te strijden tegen de zonde en uit alle kracht de realisering van Gods wil voor te staan. Opdat de wet van God, zowel in ons persoonlijk leven, als in dat van politiek en samenleving, geëerbiedigd zal worden. Dat heeft niets te maken met de zweep van de wet, die over ons gelegd wordt.

Het heeft alles te maken met de rijkdom aan heiligmaking die er is in Christus en die de Geest des Heeren ons wil verlenen. In Christus is er een onuitputtelijke bron waaruit we de kracht mogen ontvangen om zowel de vrede met allen, als de heiligmaking na te jagen. En dat is nodig want anders zullen we de Heere niet zien. De zaligheid zal dan niet ons deel zijn. Verlichting met de Heilige Geest, enkel verstandelijke 'geloofs'kennis, is niet voldoende. Nodig is ook de vernieuwing en herschepping door de Heilige Geest. Nodig is ook dat we deelhebben aan het nieuwe leven dat in Christus met Pasen aan de dag is getreden.

Zeker, dat zal hier op aarde gebrekkig zijn, en hoe kunnen de ware vromen daar onder zuchten, doch waar het er is - hoe klein ook en verscholen - daar staat de Heere er garant voor dat Hij niet laat varen de werken van Zijn handen. Daar zullen we eenmaal de Heere mogen zien, daar zal de vrede en de heiligmaking volkomen ons deel zijn. Is dat ook ons uitzicht? Laten we daartoe volhardend jagen en blijven jagen, in de kracht en mogendheden des Heeren, naar de vrede met allen en de heiligmaking zonder welke niemand de Heere zien zal.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Volharding

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's