Uit de pers
Hoe kun je als christen present zijn in Israël? Wat betekent de context van de staat Israël en na Auschwitz, voor de christelijke theologie en de bezinning op de relatie tot Israël.
Het gevaar van individualisering
Het woord mag u misschien wat vreemd en hoogdravend in de oren klinken, maar ik heb het vermoeden dat de zaak velen onzer maar al te bekend is. Niet voor niets spreken we over het ik-tijdperk waarin we ons volgens allerlei denkers bevinden. Individualisering betekent dat alles gezet wordt op de kaart van de vrijheid van het individu die naar eigen normen en gevoelens belieft te leven. Het eigen zelf wordt losgemaakt uit de verbanden waarin de Schepper ons stelt. In het blad De Wekker schrijft dhr. D. Koole dat dit proces al enkele eeuwen op gang gebracht is.
'Hoewel er in de denkbeelden van de vaders van de Verlichting een zekere schakering aanwijsbaar is, stond in hun denken de bevrijding van de mens centraal. De idee van die bevrijding leidde tot verwerping van gezag en tot een krachtig zich sterk maken voor de rechten van de mens. Bekend in dit verband is de uitspraak van Rousseau dat de mens vrij wordt geboren maar geketend door het leven gaat. Bij die bevrijding van de mens stond niet alleen de politiek-maatschappelijke bevrijding voor ogen maar ook - en misschien wel allereerst - de bevrijding van de menselijke geest. De mens diende zich te ontworstelen aan de greep van het dogmatische denken en aan de beperkingen die de daaruit voortvloeiende menselijke handelingen hem oplegden. Opmerkelijk was dat de denkbeelden van de Verlichtingsfilosofen niet alleen in de lagere regionen van de westerse volken maar ook bij gekroonde hoofden ruime ingang vonden. Aan de Verlichtingsideeën ontleenden zij de motieven tot het voeren van een centralistische politiek, die bij de kerken, gilden, plaatseljke besturen en vooral bij de aristocraten op grote weerstand stuitte.
Geestelijke en sociale malaise
In de voorbije 200 jaar heeft de invloed van de Verlichtingsdenkbeelden zich in onze westerse samenleving - en ook wel daarbuiten - sterk laten gelden. In de periode na de tweede wereldoorlog zijn we er zelfs mee in een zodanige stroomversnelling gekomen dat er reden is voor de vraag of de ontwikkelingen van die periode bij de herdenking in 1989 een optimistische dan wel een negatieve taxatie zullen krijgen. Die vraag dringt te meer omdat onze westerse samenleving - en ons land een volk vormen daarop geen uitzondering - een diepe geestelijke en sociale malaise doormaakt.
Waarom, zo vragen velen zich af, heeft 200 jaar doorwerking van de Verlichtingsideeën ons geen gelukkiger samenleving bezorgd? Zou het kunnen zijn dat straks moet worden geconcludeerd dat de Verlichtingsfilosofieën ook elementen bevatten die onze westerse samenleving in een totaal verkeerde richting hebben ontwikkeld? Wie de geestelijke, sociale en culturele situatie die onze tijd kenmerkt, evalueert zal deze vraag niet anders dan bevestigend kunnen beantwoorden. Verderop wil duidelijk worden dat deze vraag in hoge mate ook belangrijk is voor de kerk van Christus. Haar betekenis in de samenleving lijkt af te nemen maar zij dient zich bewust te zijn dat haar rol in de ontwikkelingen van die samenleving geen geringe hoeft te zijn en dat zij onder zekere voorwaarden vanuit het Evangelie invloed ten goede kan aanwenden.
Ontmanteling van samenlevingsverbanden
Zowel het marxisme als het liberalisme maakten zich sterk voorde bevrijding van het individu uit de onaanvaardbare maatschappelijke posities waarin het leefde, maar terecht is aan het adres van beide bewegingen het verwijt gemaakt dat een duidelijk concept voor het samenlevingsbeeld van de toekomst, waarin het bevrijde individu sociaal goed zou kunnen funcdoneren, ontbrak. Het streven richtte zich op de bevrijding van de enkele mens en niet op de vraag hoe de nieuwe verbanden, waarin die bevrijde mens met anderen zou moeten samenleven, er uit moesten zien. En dat is nu niet zonder gevolgen gebleven. In de voorbije twee eeuwen heeft de bevrijding van het individu uit de oude-sociale verbanden naast de zozeer begeerde vrijheid tegelijk een sterke vereenzaming meegebracht. Enerzijds kan niet worden ontkend dat de ontmanteling van de oude samenlevingsverbanden en de bevrijding van het individu daaruit, rechtvaardiger maatschappelijke verhoudingen tot gevolg heeft gehad. Anderzijds heeft zij onmiskenbaar een gevaarlijke individualisering meegebracht die ons wel eens heel erg zou kunnen opbreken.
Er is vandaag, tot in de kerk toe, een neiging om verrukt te doen over een samenleving die zich heeft weten los te maken van het knellende juk van de christelijke traditie. En nu zal niemand kunnen ontkennen dat ook daarin veel onvolmaakts aanwijsbaar was, maar het element van de onderlinge verbondenheid van mensen dat daaraan eigen was, vormde toch een min of meer stabiliserende factor in de samenleving. Het is zelfs voor mensen die zich aan het Verlichtingsdenken verwant voelen de vraag of dat wat in 2000 jaar emancipatie van het individu aan vrijheid werd gewonnen opweegt tegen wat aan gebondenheid verloren is gegaan.'
Ik meen dat de schrijver hier terecht de aandacht vestigt op de relatie tussen de vereenzaming van het individu en de ontbinding van allerlei christelijke normen en waarden. Natuurlijk, wij zijn niet gebaat bij een wettisch, traditionalistisch levenspatroon waarin de verantwoordelijkheid van de enkele mens nauwelijks in tel is. Maar de moderne vrijheids-idee betekent ten diepste een eenzaam avontuur. De vrijheid van het Evangelie maakt vrij van valse bindingen, maar verbindt ons tot de dienst der liefde. Dan komt het 'ik' te staan in de ruimte van de liefde van God, en wordt ik in die ruimte ook verwezen naar de ander.
Dat individualisering vereenzaming betekent laat de schrijver zien aan de hand van enkele voorbeelden. Ik neem over wat hij zegt over de bejaarden in de samenleving.
'Individualisering betekent vereenzaming. Als er in onze westerse samenleving één groep is die dat op gevoelige wijze ondervindt dan wel onze bejaarden, die niet meer in staat zijn hun leven zelfstandig te leiden. In de verzorgingsstaat die wij kennen hebben wij voor hen riant ingerichte bejaardencentra en verpleeginrichtingen gebouwd, waarin zij onder meer of minder liefdevolle verzorging en verpleging hun laatste jaren doorbrengen. De inrichting van onze samenleving en het leefpatroon van onze gezinnen lijkt geen andere oplossing voor onze ouderen toe te staan. En daar is iets van waar. Daarom mag het als een zegen worden gezien dat onze welvaartsmaatschappij deze sociale zorg voor de mens in de laatste fase van zijn leven mogelijk heeft gemaakt, maar tegelijk kleeft er de vloek van de individualisering aan.
Integratie van bejaarden in het gezinsverband is in ons westerse cultuurpatroon onmogelijk geworden, niet alleen vanwege de ontoereikendheid van onze huizen, maar vooral omdat het op het leefpatroon van het individu een te zware wissel trekt. Mensen uit oosterse culturen begrijpen van onze zorg voor de bejaarden niets. Zij achten het niet alleen een dure plicht maar ook een eer om vader en moeder en eventueel ook verder verwijderde familie tot aan de dood in eigen kring te verzorgen en hen tot het laatst toe deel te geven aan het familier gebeuren. Niet zoals bij ons. "U bergt", zo merkte een Indonesische relatie eens tegen mij op, ' 'uw bejaarden op, met af en toe een bezoekje om bij te praten". Het klonk als een aanklacht. Het was dat ook. Is het niet de ervaring van veel bejaarden dat de bezoekfrequentie van hun kinderen gering is en komen met name onze demente bejaarden er op dit punt niet al te zeer bekaaid af? Overigens lijkt onze samenleving bij een sterk teruglopen van de zegeningen van de sociale verzorgingsstaat - en het is goed ons daarop nu al in te stellen - gedwongen te zullen worden na te denken over nieuwe samenlevingsvormen waarbinnen de vereenzaamde westerse mensen zich meer geborgen voelt dan nu, niettegenstaande alle materiële voorzieningen, het geval is.'
De Bijbel in het ik-tijdperk
Wat er plaats vindt in allerlei culturele ontwikkelingen gaat niet buiten de kerk en het kerkelijk leven om. Wij leven en ademen immers in deze cultuur. Daarom is het goed de vinger aan de pols te houden, te registreren wat zich aan ons voordoet. Niet alleen om weerbaar te zijn, maar ook om tastend vaak onze weg te vinden in het ingewikkelde wegennet van de tijd. In Credo vansept. '82 wijst dr. B. V. Oeveren erop dat dit ik-tijdperk ook een bepaalde benadering van de Bijbel met zich meebrengt.
'De nadruk die gelegd wordt op het "ik", komt ook tot uitdrukking in de benadering van de Bijbel als het gezaghebbend Woord van God. De weerstand van de moderne mens tegenover de Heilige Schrift kan beslist niet alleen verklaard worden en komt niet alleen voort uit het feit, dat de Bijbel in een andere cultuurwereld dan de onze is ontstaan.
De diepste grond voor de afwijzing van het Evangelie schuilt m.i. in het verzet tegen de pretentie van het Woord met gezag. Daarom zal de kerk zich bewust moeten zijn van deze weerstand, die niet de overmacht wil aanvaarden van het heilshandelen van God in Jezus Christus. Het zou fataal zijn, wanneer de theologie in onze tijd bij haar wezenlijke roeping om de verstaanbaarheid van het Evangelie te bevorderen, op wegen zou raken, waarop échte aanstoot (skandalon) van dit Evangelie onzichtbaar zou worden.
Deze aanstoot tegen de Heilige Schrift en haar prediking verraadt zich in allerlei reacties ondeend aan het "ik-tijdperk". Voor de vuist weggeef ik u een aantal opmerkingen door:
"het heeft me niets gedaan" "het heeft me niet aangesproken" ''het raakte me niet'' ' 'ik dacht, ik vind, ik voel'' "ik kan me er niets bij voorstellen" "het sluit niet aan bij mijn situatie" ' 'wat begin ik ermee? '' ''wat koop ik ervoor? '' en de nieuwste gemeenplaats van dit type luidt: "ik zie het niet meer ziften".
U hoort het wel: in al deze uitingen gaat het om het "ik" en staat een mens en zijn ervaring (stheologie) centraal. Maar de echte aanstoot van het Evangelie is juist hierin gelegen, dat het de boodschap is van Hem, Die door Zijn kruis en opstanding alle menselijke overleggingen te schande maakt!
De theoloog dr. Forster schrijft iri het boekje "Religie zonder kerk", dat uit enquêtes is gebleken, dat buitenkerkelijken als zin van het leven zien: "je moet jezelf waar maken". En op de vraag, wat ze als geestelijke waarden bezitten komen als antwoorden: "ieder mens dient een eigen persoonlijke vrijheid te hebben; je moet zelf kunnen beslissen en ouders moeten hun kinderen zo opvoeden, als zijzelf goedvinden". Dr. Forster komt dan o. a. tot de conclusie: "Hoe vager het geloof wordt, des te zwakker wordt de overtuiging, dat een persoonlijke ervaring van God mogelijk is en des te algemener en onbestemder wordt ook de voorstelling van God".
Dit denken van zichzelf uh, de eigen visie op God en de eigen beleving van de godsdienst met alle vaagheden, die ermee gepaard gaan, projecteert men nu ook op de bijbelschrijvers. Het gaat - zo redeneert men - in de Bijbel om ervaringen van mensen. Het is niet meer God, Die zich openbaart in Zijn Woord, maar de Bijbel is een "optelsom van allerlei menselijke ervaringen óver God''. Dat Jezus is opgestaan is in deze visie niet zo belangrijk, maar wel, hoe mensen het nieuwe leven ervaren!
Het is niet moeilijk aan te tonen, dat dit denken van zichzelf uit óók met zich meebrengt: gemis aan warmte in de kerk, privatisering van de godsdienst, onkerkelijkheid, humanisme en materialisme.'
Ook hier zien we de gevolgen van een valse vrijheidsidee. Nu ten aanzien van de erkenning van het gezag van de Schriften. Zeker, men staat dan vlug klaar om te wijzen op allerlei uitwassen waarbij een kille, autoritaire sfeer de mensen beklemt en frustreert. Maar de bijbelse gezagsuitoefening is altijd het gezag van de liefde. Waar ik me buig onder de aanspraken van het Woord kom ik juist in de ruimte te staan. En het is het werk van Gods Geest die mensen, van zichzelf uit weerspannig, zo doet buigen voor dit Woord dat ze met vreugde gaan horen naar wat de Heere zegt.
Tegenover een heilloze ik-cultuur zullen we in prediking, pastoraat en missionaire arbeid aandacht mogen vragen voor deze gelovige luisterhouding, waarin vensters open gaan naar het leven met God en de naaste, in die gemeenschap waarin niet meer zelfzucht en zelfverwerkelijking de toon aangeven, maar waarin de liefde van Christus regeert. Dat blijft in de gebroken werkelijkheid van ons leven een voortdurende spanning; we staan immers in de strijd tussen vlees en Geest. Het blijkt leven door het geloof in Hem Die ons draagt in Zijn trouw en die zichzelf voor ons heeft overgegeven (Gal. 2 : 20).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's