Uit de pers
Vrede
Bij de opheffing van het Gereformeerde Weekblad is tegelijkertijd de verschijning van een nieuwe periodiek in het vooruitzicht gesteld. Dat blad is nu verschenen onder de titel Evangelisch Commentaar. De kernredactie wordt gevormd door prof. dr. J. T. Bakker, prof. drs. K. A. Schippers en dr. A. A. Spijkerboer. Een brede redactie is samengesteld uit leden van verschillende kerken. Het nieuwe blad draagt dus een interkerkelijk karakter en is bedoeld als oriëntatie op het terrein van kerk en theologie. In de aankondiging spreken de redacteuren, van een hoge mate van pluraliteit die het blad kenmerkt, samengehouden binnen de grenzen van het begrip 'evangelisch' . Of dit een gezien de pluriforme invulling van het begrip 'evangelisch' (men denke aan b.v.: E.O. en E.V.P.!) veel verheldert, is voor mij de vraag. In ieder geval biedt het eerste nummer een aantal boeiende bijdragen. Onder meer schrijft prof. ds. A. S. v. d. Woude een artikel ower Sjaloom, inhakend op de vredesweek. Gezien het belang laten we dit artfkel in zijn geheel volgen:
‘Als u op reis door Israël deze groet niet gehoord hebt, dan kwam u wellicht eens de hal van een woning binnen, waarin u met dit woord stilzwijgend welkom werd geheten. Als ook dat u niet is overkomen, dan hebt u het zeker van de preekstoel gehoord. Sjaloom lijkt in ieder geval passend als welkomstgroet aan de lezers van een rubriek die aan de Bijbel gewijd zal zijn. De redactie stelt zich voor op deze, bladzijde informatie te geven over actuele bijbelse onderwerpen, van opgravingen tot bijbelonderwijs, van bijbelvertalen tot bijbel vertellen. Daarbij zal het er in de eerste plaats om gaan ons af te vragen hoe wij een beroep op de bijbel kunnen en mogen doen, - en hoe het niet gaat. Hoe kan in onze tijd en omstandigheden de Bijbel dat kritische, vermanende en vertroostende oude boek zijn, dat het voor talloze generaties vóór ons geweest is? Hoe kan het ons tot andere gedachten brengen, die sjaloom bewerken? Meer dan politieke vrede Sjaloom is vrede, is ons geleerd. Met de vredesweek achter de rug, maar met de problematiek van oorlogen vrede steeds vóór ons, slaan wij de Bijbel op. Wij vragen: Wat betekent Sajoom in het Oude Testament, wat irene in het Nieuwe?
Sjaloom bergt een wereld in zich. Als in oudtestamentische tijden mensen elkaar sjaloom wensen en als daarbij beseft wordt wat zij elkaar wensen, dan gaat het om leven dat leven mag heten, een heel en ongeschonden bestaan, zonder materiële en geestelijke druk of gevaren. Daarom deelt sjaloom in het Oude Testament in het bijzonder op de maatschappij: vrede is sociale gerechtigheid, een samenleving waarin mensen tot hun recht kunnen komen, onderdrukking en uitbuiting zijn uitgebannen, leven en goed beschermd is. Vrede kan alleen daar zijn, waar recht gehandhaafd wordt.
Daarom leert de wijze in Israël zijn leerlingen sjaloom te kennen en te doen, daarom vraagt de God van Israël zijn volk niet anders dan praktizeren van de door Hem gestelde levensorde, een gezindheid van een rechten en plichten te boven gaande liefdevolle toewending tot medemensen en een actief openstaan voor God door in te gaan op wat van Zijn kant op mensen afkomt (Micha 6 : 8). Sjaloom heeft echter ook met de natuur te maken: vrede is vruchtbaarheid, een goed leven in materiële welstand. Sjaloom wordt niet alleen van binnen, maar ook van buitenuit bedreigd. Daarom is 'vrede' ook dat men zich gevrijwaard weet van buitenlandse vijanden. Tenslotte is sjaloom een zaak van eredienst. Wanneer de verhouding tussen de God van Israël en zijn volk verstoord is en wanneer mensen weliswaar God aan Zijn woord houden, maar zichzelf niet aan Zijn Woord houden, kan vrede niet verwerkelijkt worden.
Van al deze aspecten van sjaloom is de realiteit van het oude Israël doorgaans ver verwijderd geweest. De oudtestamentische profeten hebben daarom uiteindelijk hun hoop gevestigd op hun God, die zich van Zijn vredesbedoelingen niet laat afbrengen door menselijke ongehoorzaamheid. Jezus Christus wordt ons in het Nieuwe Testament voorgesteld als de vervulling van de oudtestamentische vredesprofetie. Door Zijn verzoening wordt de vrede tussen God en Zijn volk en tussen mensen onderling hersteld en gerealiseerd. De kwade en het kwade, die de sjaloom bedreigen, hebben de toekomst verloren.
Wij doen wij ermee?
Kunnen wij met de ons benauwende problematiek van oorlog en vrede iets wezenlijks uit de Bijbel leren? Wij moeten niet te overijld met ja antwoorden. Ons scheiden talloze eeuwen van de wereld van Oud en Nieuw Testament. Onze problematiek is in vele opzichten verschillend van de vragen die mensen twee of drie millennia geleden bezig hielden. Israël kon zich bovendien de uiteindelijke sjaloom niet anders voorstellen dan dat de volkeren naar de Sion zouden komen om zich door de God van Israël te laten gezeggen en zo het krijgsbedrijf de rug toe te keren (Jesaja 2 : 2-4). Het Nieuwe Testament leert ons dat Christus onze vrede is en dat wij alleen, door Hem zalig kunnen worden. Voor ons is de wereld universeel geworden. Buitenlandse politiek is binnenlandse wereldpolitiek. Althans in het Westen is de christelijke geloofsgemeenschap een randverschijnsel geworden. Als wij dat alles tot ons laten doordringen, kan men zich in gemoede afvragen welke bijdrage de Bijbel nog zou kunnen geven aan de doordenking van onze vredesproblematiek.
Toch terechtgewezen
Niettemin komt het mij voor dat het oude boek ons terechtwijst. De overdenking van de vraagstukken van oorlog en vrede heeft reeds vroeg tot het besel geleid dat politieke en militaire conflicten slechts zelden los te denken zijn van maatschappelijke, sociale en economische problemen. Deze onlosmakende samenhang wordt ons ook door de Bijbel op het hart gedrukt. Vrede is een vraagstuk van gerechtigheid. Zolang mensen en volken uit angst voor het verlies van eigen privileges deze gerechtigheid op alle terreinen van het leven niet najagen, moet men zich over de vredeskansen geen illusie maken. De Bijbel wil ons vooral leren dat er geen vrede komt zonder bekering tot de God van Jezus Christus. Kerkelijk vredesberaad zou daarop de nadruk moeten leggen.
Wie zich bewust is van de brede context van wat in de Bijbel sjaloom heet, zal verdrietig constateren dat een christelijke kerk, die in eigen kring een toonbeeld van vrede zou moéten zijn, niet bestaat. Christenen kunnen onderling niet eens de vrede bewaren. Wanneer kerkelijk vredesberaad zich in de praktijk concentreert op militair-politieke vraagstukken, dreigt het sectarische trekken te vertonen. Mijn bezwaar tegen IKV en Pax Christi is niet dat zij té radicaal zijn, maar dat zij niet radicaal genoeg zijn, omdat zij de brede context van wat naar bijbels getuigenis vrede is, te weinig te respecteren door hun concentratie op één aspect.'
Het artikel spreekt m.i. voor zichzelf. De bezwaren tegen IKV en Fax Christi deel ik volledig. Anderzijds zullen we, als we denken in de lijn die door Van der Woude wordt aangegeven, wel voor de vraag staan: Hoe concretiseren we dit nu in de praktijk van elke dag.
Dan is het waar dat juist de kerk in het spreken over vrede en gerechtigheid een eigen dimensie aanbrengt. Daarnaast is er de politieke verantwoordelijkheid van elk christen in de samenleving. Het artikel maakt duidelijk dat we zomaar geen rechte lijnen kunnen trekken vanuit de situatie van Israël en de eerste gemeente naar de ingewikkelde verhoudingen van vandaag. Maar we gullen de politiek ook niet prijs mogen geven aan de beginselloosheid en het pragmatisme. Hier ligt een breed veld van vragen. Het is te hopen dat kritici van IKV niet blijven steken in het negatieve, maar positief de handschoen oppakken. De bijbelse instructie in dit eerste nummer van EC kan daarbij goede diensten bewijzen.
***
Israël en het Vaticaan
Het bezoek van Arafat aan Paus Johannes Paulus II heeft met name in Israël en Joodse kringen felle verontwaardiging gewekt. In het Nieuw Israëlisch Weekblad van 17 sept. is onder meer gezegd:
’Paus Johannes Paulus de Tweede mag dan wel woorden van erbarmen hebben gesproken en woorden van afschuw hebben geuit, toen hij een bezoek aan Auschwitz bracht, zijn deelnemen vervaagt door de ontvangst van Jasser Arafat. Paus Johannes Paulus de Tweede mag dan wel Joodse bezoekers verwelkomen met sjalom, vrede, op de lippen, deze wens is uit zijn mond niet meer geloofwaardig na de ontvangst van de PLO-leider. Want als het aan de ontvangen leider van de PLO en zijn maten ligt, dan valt dat Auschwitz niet te betreuren en komt er nooit een sjalom voor Israël. Wel op zijn minst een gedwongen uittocht van Joden elders dan in Palestina geboren. Zo en niet anders laat het handvest zich lezen.
De verwelkoming van Arafat door de Heilige Stoel is meer dan een klap in het gezicht van de staat Israël. Het is een belediging van het gehele Joodse volk. Want het Vaticaan is niet uitsluitend een staat. Het is het bolwerkvan een groot deel van het christendom. Wat de paus doet is voor miljoenen en miljoenen welgedaan. Ondanks alles wat de Plaatsbekleder in de loop der eeuwen heeft misdaan. Zeker aan het Joodse volk.’
In Hervormd Nederland wijst dr. J. B. G. Jansen erop dat het Vaticaan nogal geërgerd tegen Israël is uitgevallen. Israel's regering zou vergeten hebben hoeveel de katholieke kerk in de tweede wereldoorlog gedaan heeft voor de bescherming van de Joden. Jansen maakt hierbij een aantal kanttekeningen. Onder meer wijst hij op de situatie in Duitsland waar maar weinig bisschoppen opkwamen voor de Joden, gevangen als zij waren van hun eigen anti-Joodse leerstellingen. Verder schrijft hij:
’Hans Kuhg heeft in een brief aan paus en Vatikaan (Le Monde 17-10-1979) geschreven, dat deze paus Johannes Paulus II tijdens zijn Poolse reis wel Auschwitz veroordeelde, maar met geen woord repte over de voorafgaande eeuwen van weerzinwekkende jodenvervolgingen (tijdens de tweede wereldoorlog werden in Polen meer dan drie miljoen Joden vermoord). Hij heeft het verleden opnieuw verzwegen. Waarom smeekt hij niet op zijn knieën voor de opperrabbijn van Polen om vergeving voor het "kruis van het antisemitisme", dat met name de r.k. kerk in Polen het Joodse volk de eeuwen door heeft opgelegd? Dit zwijgen van paus Woytyla is na alles wat we nu weten nóg verbijsterender dan het zwijgen van Pius XII in de tweede wereldoorlog.
De wijze waarop het Vatikaan reageerde op Israels protest tegen de privé-audiëntie van Yasser Arafat, is een "belediging van de waarheid". Het Vatikaan gelooft kennelijk niet meer in wat paus Gregorius de Grote eens schreef: "Als het opkomen voor de waarheid ergenis wekt, is het beter dat er ergenis wordt gegeven dan dat de waarheid wordt prijsgegeven”.’
We zullen goed onderscheid dienen te maken tussen de politiek van de huidige staat Israël en het Joodse volk. Zeker na het bloedbad in Libanon worden de kritische stemmen ook in Israël zelf luider. Israël-romantiek die geneigd is alles wat Israël doet te verheerlijken, is dwaas en gevaarlijk. Daarmee is Israël ook allerminst gediend. Maar het zou een trieste zaak zijn als de Midden-Oosten politiek en de gebeurtenisseri in Libanon - nog afgezien van de vraag in hoeverre Israël daarmede debet aan is; dat moet onderzoek uitwijzen - het latent smeulende ant-semitisme zou aanwakkeren. Bezien we in dat licht de ontvangst door het Vaticaan van Arafat dan kan men zich inderdaad afvragen: Waar staat het Vaticaan als het gaat om de relatie tussen Kerk en Isaël? Wij zullen er goed aan doen de les van de geschiedenis ter harte te nemen. En we verstaan ten volle, juist gezien het verleden de ergenis van het N.I.W.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 oktober 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 oktober 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's