De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Christelijke opvoeding in deze tijd (4)

Bekijk het origineel

Christelijke opvoeding in deze tijd (4)

9 minuten leestijd

Wij zullen onze kinderen d.m.v. onderwijs, maar vooral d.m.v. vóórleven, het bijbels geloof moeten leren, om dat toe te passen in de samenleving waar het woont.

Enkele conclusies voor ons pedagogisch handelen

De Bijbel leert ons dus, dat wij te leven hebben naar Gods eer, door Hem lief te hebben boven alles en onze naaste als onszelf en tevens dat wij met de gegeven gaven deze wereld moeten bebouwen en bewaren. Zó hebben wij te leven, en zó moeten onze kinderen (leren te) leven. Daar hebben wij als opvoeders de opdracht in, om mee te mogen en moeten helpen om dit doel te bereiken. Naast de reeds genoemde Hoogveld hebben vele christelijke en niet-christelijke pedagogen geprobeerd het opvoedingsdoel te formuleren. Hiervan wil ik er graag 2 doorgeven.

Prof. dr. H. Bavinck omschrijft in zijn 'Pedagogische beginselen' het opvoedingsdoel als volgt: 'Mens Gods, tot alle goed werk volmaakt toegerust'. Bavinck ontleent deze omschrijving aan 2 Tim. 3 : 17.

Ook Bavinck weet de betrekkelijkheid van zijn eigen stelling. Als opvoeders kunnen we slechts planten en nat maken. God zelf moet de wasdom geven. God wil de opvoeder echter als instrument gebruiken om het kind te leren leven naar Gods gebod. We moeten onze kinderen volmaakt toerusten, opdat zij goed werk zullen doen. Volmaakt kan slechts een ideaal zijn, omdat ook de opvoeder een mens is, die steeds weer fouten maakt. Toch zullen we dit ideaal wel steeds na moeten streven.

Prof. dr. J. Waterink geeft in zijn 'Theorie der opvoeding' de volgende formulering: de vorming van de mens tot zelfstandige. God naar Zijn Woord dienende persoonlijkheid, geschikt en bereid al de gaven, die hij van God ontving, te besteden tot Gods eer en tot heil van het schepsel in alle levensverbanden'. Ook Waterink zal hef ongetwijfeld eens zijn met onze opmerking, dat wij zelf niet in staat zijn dit te volbrengen, hiaar dat dit in wezen het werk van Gods Geest is. Hij zegt hier zelf van: 'De opvoeding kan het Woord van God, kan de rijkdom van de genade in Christus brengen tot dan het hart, maar er niet in'. Ook hier geldt weer dat wij slechts instrument zijn en dat wij opvoeders dit werk mogen verrichten door Gods gunst. Ik denk dat u met de bovenstaande opvoedingsdoelen wel zult kunnen instemmen, maar dan direct de vraag erbij stelt, hoe we dit dan in de praktijk zouden moeten verwerkelijken.

Twee spitsen

Ik denk dat de christelijke opvoeding altijd 2 spitsen kent, die wel te onderscheiden, maar niet te scheiden zijn. Wij zullen onze kinderen d.m.v. onderwijs, maar vooral d.m.v. vóórleven, het bijbels geloof moeten leren, om dat toe te passen in de samenleving waar het woont. Dat betekent heel concreet dat de kinderen de inhoud van de Bijbel leren kennen. Onze kinderen hebben er toch recht op te weten, wat zij moeten geloven? De opvoeder zal zélf het goede voorbeeld moeten geven, door trouw aan Bijbelstudie te doen, daar te zijn waar God Zijn heil verkondigt. Zijn de kerkdiensten niet de werkplaats van de Heilige Geest? We zullen onze kinderen moeten leren bidden. Als ze jong zijn kan het d.m.v. kindergebedjes. Zodra zij er aan toe zijn is het goed onze kinderen ervan te overtuigen, dat je 'alles' tegen God mag zeggen. Dat hoeft niet in zulke mooie woorden. Ik heb het al eerder gezegd, hoe jonger de kinderen zijn, des te makkelijker is het vaak een christelijke opvoeding te geven. Maar wat kan het moeilijk worden als ze steeds groter worden. Hoe zou het toch komen dat het christelijke opvoeden in onze tijd steeds moeilijker schijnt te worden? Mag ik eens een poging wagen enkele oorzaken te noemen?

Allereerst de genoemde secularisatie. In de middeleeuwen was het minder moeilijk kinderen christelijk op te voeden, dan heden ten dagen. De kerk die het voor het zeggen had, was uniform in haar opvoedingsdoel. De kerk heeft het in onze samenleving beslist niet meer voor het zeggen. Onze maatschappij is niet theocratisch meer. Andere levensbeschouwingen, andere ideologieën zijn voor de christelijke mens-en wereldbeschouwing in de plaats gekomen. Dat betekent, dat er naast het christelijke opvoedingsdoel, vele andere opvoedingsdoelen geformuleerd zijn, die géén rekening houden met God èn Zijn gebod.

Onze buurman kan zijn kind naar totaal iets anders leiden, dat wij onze kinderen doen. Zelfs in de beste families kun je het over het uitgangspunt van de opvoeding volstrekt oneens zijn. Als opvoeders, uitgaande van het Bijbels mensbeeld en staande in déze samenleving, bevinden we ons in een spanningsveld. Er zijn eenvoudige manieren om dit spanningsveld op te lossen. Je kunt b.v. je christelijke uitgangspunt wat makkelijker nemen. Politieke en ethische vraagstukken komen dan centraal te staan. Het gevolg is een horizontalisering van het geloof. Een andere mogelijkheid is, te ontkennen dat de wereld geseculariseerd is.

Terugtrekken?

De laatste mogelijkheid, die ik zou willen noemen, is het je terugtrekken. In onze kringen is dit nog wel enigszins herkenbaar. Je gaat je wat isoleren om zo de problemen te ontlopen. In allerlei organisaties wordt dit dan zichtbaar. Het kan goed zijn om een bepaalde problematiek in gezamenlijkheid onder ogen te zien, maar laten we vooral wat de opvoeding betreft er voor oppassen deze samenleving te ontlopen. Dit is ten enenmale onmogelijk. We kunnen onze kinderen wel op bepaalde tijden en op bepaalde plaatsen een poosje uit die geseculariseerde samenleving halen, maar als ze volwassen zijn, zullen ze toch ook geleerd moeten hebben in deze samenleving Gods opdracht te vervullen. Wij en ook onze kinderen zullen moeten leren in deze wereld te zijn, zonder van die wereld te zijn.

Dat is onze spanning als opvoeder. Wij moeten die spanning niet ontvluchten, maar in die spanning onze kinderen opvoeden, omdat onze kinderen straks ook weer in diezelfde spanning komen te staan. Daarvoor moeten wij zelf weerbaar zijn en zullen wij onze kinderen weerbaar moeten maken. Ze moeten weerbaar zijn om in deze spanning staande te blijven. Daartoe is nodig, dat onze kinderen leren wat ze geloven, wat ze belijden. Onze kinderen zien, dat zij anders opgevoed worden dan vele andere kinderen. Dat anders van hun opvoeding is lang niet altijd prettig. Is het voor een jongen van 12 jaar niet leuker om naar een voetbalwedstrijd te gaan kijken dan naar de kerk te gaan? Is een disco-avond niet véél aantrekkelijker dan een avond catechisatie, waar verteld wordt, wat allemaal niet magl De secularisatie gaat onze jeugd ook niet voorbij! Het allerbelangrijkste is, dat wij als opvoeders onze kinderen laten zien, wat het waard is te proberen Gods wegen te bewandelen. Vooral door voorleven en niet alleen door voorleren. Hier prikken onze kinderen heel gauw doorheen! Voor de christelijke opvoeder is dit een moeilijke taak. Je kunt je zelfs afvragen: Wie is tot deze dingen bekwaam? Essentieel wordt het dan, dat we ook geloven, dat we mogen vertrouwen op God, Die in Zijn Woord zegt: 'Ik ben met u tot aan het einde der wereld'. Staande te blijven in dit spanningsveld is een geloofsdaad. Dit betekent geenszins dat we maar gelaten moeten toezien. In de christelijke opvoeding gaat het om begeleiding naar de volwassenheid, naar maatschappelijke verantwoordelijkheid op de wijze zoals God van ons vraagt.

We hebben al gezien, dat het christelijk geloof niet alleen opwekt tot bezinning op wezenlijke zaken, maar tevens tot een werkzaam bezig zijn in onze maatschappij en we zeiden al, juist de geseculariseerde samenleving roept bij onze jeugd zoveel vragen op, waarvan ze onze antwoorden vaak niet begrijpen. Dan ben ik aangeland bij de 2e oorzaak, waardoor de opvoeding steeds moeilijker schijnt te worden. Onze kinderen, zei ik, begrijpen onze antwoorden vaak niet. Het grote probleem is echter, dat wij dat nu juist vaak niet begrijpen. De opvoeder kan maar niet begrijpen, dat de jeugd onze antwoorden niet kan begrijpen. Een voorbeeld: Het moet voor ons begrijpelijk zijn, dat een jongen van een jaar of 16 maar niet kan begrijpen dat vader zijn gal weer eens spuwt op het I.K.V. Onze zoon probeert ons zelfs met de Bijbel in de hand te overtuigen van het feit dat wij de vrede moeten nastreven. Hij vindt zijn vader wel erg kinderachtig als deze zelfs kwaad wordt als hij zijn zoon niet snel weet te overtuigen.

Het is een goede gewoonte om 2 keer naar de kerk te gaan. Voor een meisje van een jaar of, 12 hoeft dit helemaal niet zo'n goede gewoonte te zijn. 'Waar staat dat in de Bijbel?', is een vaak gestelde vraag. Krampachtig zoeken vader en moeder dan naar een antwoord en als zij er helemaal niet uitkomen is het laatste verweer vaak: 'Het is zo, omdat ik het zeg'. Beter is het, als we door onze houding onze kinderen laten zien, hoeveel het waard is, om 2 keer naar de kerk te mogen gaan, omdat je daar God mag ontmoeten.

Inleven

Ouders, laten wij ons toch vooral inleven in de leeftijd van onze kinderen. Houdt u hierbij ook vooral in gedachten wat ik geschreven heb over de leeftijd van onze tieners. Van een maatschappelijk werker wordt gezegd dat hij vooral moet kunnen luisteren. Ik denk dat we dat ook van een opvoeder moeten zeggen. We moeten maar veel luisteren naar onze kinderen. Wat is het heerlijk als ze hun verhalen kwijt kunnen. Waar zouden ze beter hun verhalen kunnen vertellen dan thuis? Al luisterend horen we tussen de regels door ook hun vragen. Of moet ik als 3e oorzaak constateren dat we in onze tijd steeds minder aandacht voor onze kinderen hebben? Helaas is dit in vele gevallen zo. In deze jachtige tijd, waar van ons ouders veel gevraagd wordt, is het de vraag of we nog wel opvoedingstijd over hebben. Onze maatschappelijke carrière of onze welstand mogen nooit de oorzaak ervan zijn dat onze kinderen geen tijd meer krijgen. Komen in de gereformeerde gezindte ook niet steeds meer 'sleutelkinderen' voor? Funest voor de ontwikkeling van onze kinderen. Het smoesje dat deze kinderen al zo vroeg zelfstandig zijn, doet groot onrecht aan het recht van onze kinderen: zich geborgen weten, zich veilig voelen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 oktober 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Christelijke opvoeding in deze tijd (4)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 oktober 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's