De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De vrijheid der kinderen Gods

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vrijheid der kinderen Gods

7 minuten leestijd

Staat dan in de vrijheid met welke ons Christus vrijgemaakt heeft.' Gal. 5 : la

Het woord vrijheid komt vandaag in alle toonaarden voor. Overal wordt er geroepen om vrijheid. Men wil vrij zijn. Vrij van onderdrukking, vrij van overheersing, vrij van elke beperkende maatregel.

Echter, wat is vrijheid, ware bevrijding? Wanneer zijn we werkelijk vrij? Gaat het met name om vrijheid in meer horizontale zin, waarin we bevrijd zijn van bindende structuren, zoals het zgn. bevrijdingstheologie ons wil doen geloven? Zonder te ontkennen dat vrijheid ook horizontale dimensies heeft, moeten we toch met alle kracht stellen dat de ware vrijheid allereerst persoonlijk en geestelijk is geaard. Het is zoals de tekst zegt, een vrijheid waarmee Christus ons heeft vrijgemaakt. En die bevrijding is niet allereerst horizontaal, doch vertikaal. De bevrijding die Hij heeft bewerkt is er geen geweest van wapengeweld en revolutie-vertoon. Integendeel, het was een bevrijding waarin Hij als een schaap, stemmeloos, ter slachting werd geleid. De Leeuw uit de stam van Juda was teruggetreden voor het Lam dat ter slachtbank werd gevoerd. Daarom typeert heel de wijze waarop Hij alles volbracht heeft, tegelijk de bevrijding die Hij heeft teweeggebracht. Het is een bevrijding van overgave, van los laten, van uit-handen-geven. Het is een bevrijding waarin Hij onze gebondenheid op Zich heeft genomen. Hij liet Zich binden, opdat Hij ons zou ontbinden.

Wat is dan de gebondeheid waarvan wij moeten worden ontbonden? Vanuit het tekstverband gaat het allereerst om gebondenheid aan de wet. Het zit ons nl. diep in het bloed dat wij door werken der wet zalig willen worden. Van nature denken we allen dat we het wel redden, als we netjes leven. Of - en dat komt op hetzelfde neer - als we nogal godsdienstig zijn dan menen we het met onze godsdienstige deugden wel te kunnen klaren. Maar ondertussen zijn we gebonden mensen, die door zwoegen en slaven er willen komen. En vanuit deze gebondenheid aan de goede werken slavernij, zijn er tevens een heleboel andere banden die ons binden. Daar is de gebondenheid aan onszelf, ons trotse ik, onze zelfhandhaving. Daar is de gebondenheid aan de zonde en aan deze wereld. Daar is ook de gebondenheid aan satan. We zijn allerminst mensen met een vrije wil. Integendeel, we hebben een ge­ bonden wil.

Nu, van die gebondenheid heeft Christus vrijgemaakt. Op Golgotha. Daar heeft Hij alles wat de wet vraagt en waarmee de wet dreigt, vervuld en op Zich genomen. Daar heeft Hij ons trotse ik ontbonden d.w.z. losgemaakt van zonde, van wereld en van satan.

U zegt: akkoord, dat Christus dat gedaan heeft, maar daarmee ben ik nog niet automatisch ook ontbonden. Inderdaad, dat is zo. Daarom spreekt de bijbel ook over het geloof. Slechts door het geloof ontvangen wij de bevrijding van Christus en worden wij ontbonden mensen. Dat bedoelt Paulus dan ook in de tekst. Hij heeft het daar over mensen die reeds in het geloof door Christus tot volle ruimte van bevrijding zijn gekomen. Alleen, deze mensen dreigden die vrijheid weer te verliezen, ze dreigden weer terug te vallen naar gebondenheid aan werken der wet. Er waren nl. dwaalleraren gekomen die Paulus diep en grondig in zijn ambt hadden aangetast door te zeggen dat hij geen echte apostel was en dat hij fout gepreekt had. Wat Paulus gepreekt had nl. alleen het geloof in Christus, dat was niet voldoende. Daar moest het één en ander bij. Daar moesten de werken der wet bij. In ieder geval hoorde de besnijdenis erbij. Je moest eerst besneden worden d.w.z. je moest eerst Jood worden alvorens je christen kon zijn.

Ondertussen was met deze dwaalleer het evangelie van vrije genade de nek omgedraaid. Want het is van tweeën één nl. of Christus is volkomen Zaligmaker en onze werken leggen geen gewicht in de schaal, of Christus is geen volkomen Zaligmaker en onze werken kunnen wel verdienen. Daarom is elk oprapen van de goede werken leer, daarom is elk hanteren van voorwaarden in wezen niets anders dan pure vijandschap tegen vrije genade. En wee ons wanneer we kleinen en zwakken in het geloof door onze voorschriften beroven van de vrijheid in Christus. Wee ons wanneer we aldus het tere werk van de Heilige Geest in twijfel trekken en daarmee de Heilige Geest bedroeven. Wee ons, als we de kleinen ergeren. Het ware ons beter, zegt Christus, dat een molensteen om onze hals gebonden was en we in de diepte der zee verzonken waren. En hoeveel pijn, hoeveel verdriet en hoeveel spanning kan het niet geven, wanneer de Heere ons door Zijn Geest en Woord stelt in de vrijheid der kinderen Gods en het wordt weggebombardeerd door wettische schema's en voorschriften.

Aan de andere kant, wij houden ten volle onze eigen verantwoordelijkheid en het is zaak dat we ons niet laten inkapselen, dat we niet opnieuw weer terugvallen in wettische gebondheid. Wanneer de Heere ons zelf in de vrijheid gesteld heeft, hetzij vanuit een zwak schuchter geloof, hetzij vanuit een voluit doorgebroken geloof, dan hebben wij de dure roeping en de heilige plicht ons niet en nooit van die vrijheid te laten beroven. Doen we het wel dan beroven we de Heere van Zijn eer en brengen we donkerheid over ons geloofsleven. Daarom ook is Paulus in de Galatenbrief zo diep bewogen vanuit zijn ambtelijke volmacht. Het gaat erom dat het werk van Christus Zelf niet verdonkerd zal worden. Achter de bewogenheid van Paulus staat de bewogenheid van Christus. Het is de bewogenheid gedreven door de Heilige Geest, waarin er geen millimeter geweken mag worden. Het is een bewogenheid ook die leeuwenmoed geeft. We zijn nergens meer bang voor. Daarvan getuigen de martelaren die hun leven hebben gegeven. Ze wilden zich niet laten knechten. Integendeel, ze verkozen de dood, om toch maar te volharden in de vrijheid der kinderen Gods. Ze wisten dat zelfs de banden van de dood die vrijheid niet konden ontnemen.

Nu, dat bedoelt Paulus nl. dat zij die in de vrijheid der kinderen Gods gesteld zijn, in die vrijheid zullen blijven. Vandaar die aansporing, ja zelfs het bevel: 'Staat dan in de vrijheid, met welke ons Christus heeft vrijgemaakt. ..' Paulus wil ons bezielen met de geest der martelaren, die van geen wijken weet. En dan gaat het niet om kleine dingen, om bijzaken, maar om het diepste van het geloof nl. dat genade genade is en niet anders. In die zin zijn wij tot vrijheid geroepen.

O neen, dat is geen vrijheid in ongebondenheid, waarin we het zelf, autonoom, uitmaken. Het is een vrijheid in gebondenheid nl.

aan het woord van God en daarin aan de genade van Christus. Het is ook geen vrijheid van bittere zelfhandhaving, waarin we keihard op ons stuk blijven staan. Het is daarentegen een vrijheid doorgloeid van liefde en vrede. We zoeken het goede voor de ander. We willen de ander geen pijn en verdriet doen. We beoefenen de vrijheid in zachtmoedigheid. Ondertussen wel in vastberadenheid. Tenslotte, het is geen vrijheid naar het vlees, maar naar de Geest. We spelen onze oude mens der zonde niet in de kaart, doch leven als nieuwe mensen, als mensen van wie geldt dat we waarlijk vrij zijn, omdat Christus ons heeft vrij gemaakt. Die vrijheid nu kan wel belaagd worden en bestreden, maar niet ontnomen, want het is verankerd in datgene wat onwankelbaar vast ligt buiten ons wankelmoedige hart nl. in Christus. Daarom worden we telkens over al­ les heen getild in de stalen veerkracht van het geloof. We zijn niet klein te krijgen, want we zijn meer dan overwinnaars door Jezus Christus. Dan gaat er kracht van ons uit, een levend getuigenis. Dan komt er glans te liggen over de gemeente. We worden een wervende gemeente, een gemeente die warmte uitstraalt en liefde, een gemeente die aantrekkingskracht uitoefent op hen die er niet (meer) aan doen. Kortom, er onstaat een geestelijke opwekking, een revival. En wat is dat rijk. Moge de Heere het geven en laten daartoe allen die niet vreemd zijn aan de vrijheid der kinderen Gods, ter harte nemen wat de Heere Zelf ons toeroept door middel van zijn dienstknecht Paulus nl. 'Staat dan in de vrijheid, met welke ons Christus vrijgemaakt heeft...’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 oktober 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De vrijheid der kinderen Gods

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 oktober 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's