De belijdenis van de Drieëenheid (2)
Wij moeten om de wille van onze zaligheid vasthouden aan het bestaan van één goddelijk wezen en drie personen.
Wanneer men de Zoon een plaats geeft dicht bij de mens dan komt men natuurlijk in het vrijzinnige terecht. De klassieke leer van de kerk is altijd geweest, dat de Zoon gelijk is aan de Vader. De dwaalleer is dat de Zoon niet gelijk is aan deVader, maar gelijkend op de Vader. Het is duidelijk dat de een in deze richting wel een stap verder kan gaan dan de ander, maar niemand die op dit standpunt staat, mag een ander halt toeroepen. Tussen deze opvatting is dan hoogstens een graad verschil, maar geen wezens verschil. Het Arianisme zocht de eenheid Gods te handhaven door Zoon en Geest buiten het goddelijk wezen te plaatsen. In de eerste richting komt meer de Joodse deïstische rationalistische denkwijze aan het woord.
Geheel daar tegenover staat de richting van Sabellius. Een man, die in het begin der derde eeuw in Rome leefde. Deze hield Vader, Zoon en Geest voor drie benamingen van een en dezelfde God, die achtereenvolgens bij het voortschrijden van zijn openbaring zich onder verschillende vormen en gedaanten had bekend gemaakt. In de gedaante van de Vader werkte God eerst als Schepper en Wetgever, daarna werkte Hij in de gedaante van de Zoon als Verlosser en thans werkt Hij in de gedaante van de Heilige Geest als herschepper van de gemeente. Deze partij wil de eenheid van het goddelijk wezen handhaven ten koste van de drie personen. Zij tracht de drie Personen van hun zelfstandigheid te beroven en ze veranderen in drie opeenvolgende openbaringsvormen van hetzelfde goddelijke wezen. Daar vertoont in de gedachte van het heidense pantheïsme en mysticisme.
Actualiteit
Zodra de gemeente zich met enige helderheid rekenschap ging geven van de waarheid kwamen links en rechts naast haar deze richting op en zij vergezellen haar tot op de huidige dag. Kleden zich in telkens nieuwe vormen en gedaanten en betekenen voor de kerk steeds waakzaam te zijn ten aanzien van allerlei gevaren. Altijd door moet de kerk en al haar leden op haar hoede zijn om niet aan het ene wezen Gods tekort te doen en anderzijds niet aan de drie Personen in dat Goddelijke wezen. De eenheid mag niet aan de verscheidenheid noch de verscheidenheid aan de eenheid worden opgeofferd.
Wij moeten om de wille van onze zaligheid vasthouden aan het bestaan van één goddelijk wezen en drie personen. Deze éénheid sluit de verscheidenheid niet buiten, maar komt tot volle openbaring in de drie Personen. In God is de volheid van leven, zodat bij Hem niet is de éénpersoonlijkheid, maar de driepersoonlijkheid. Het ene goddelijke wezen ontplooit Zijn volheid in de drie Personen, die één zijn. Wel zijn deze drie personen onderscheiden: Vader, Zoon en Heilige Geest. De Vader is in orde van bestaan de eerste. De Zoon is van eeuwigheid gegenereerd door de Vader en gaat uit van de Vader. De Heilige Geest gaat van eeuwigheid uit van de Vader en de Zoon. De schepping is het werk van de Drieënige God; maar de Vader is de hoofdpersoon; de verlossing is ook het werk van de drieënige God, maar de Zoon is de hoofdpersoon. De heiligmaking is het werk van de drieënige God, maar de Heilige Geest is de hoofdpersoon. Dat is de zuivere leer van de kerk aangaande de Drieëenheid Gods. Wij doen er goed aan deze vast te houden. Het is onze zaligheid en ons eeuwig leven!
De vrucht van deze belijdenis
De zaak waarom het in de belijdenis der Heilige Drieëenheid gaat, is van het hoogste gewicht, voor verstand en hart beide. Door deze belijdenis handhaaft de gemeente in de eerste plaats zowel de eenheid als de verscheidenheid in het wezen Gods. Het goddelijk wezen is één, er is maar één wezen, dat God is en God heten mag. In schepping en heerschappij, in natuur en genade, in kerk en wereld, in staat en maatschappij, overal en altijd hebben wij met de ene, zelfde, levende en waarachtige God te doen. Aan die eenheid Gods hangt de eenheid van de wereld, de eenheid van de mensheid, de eenheid van de waarheid en deugd. Zodra die eenheid Gods ontkend of verzwakt wordt, staat de deur tot het veelgodendom geopend.
Verscheidenheid
Maar die eenheid Gods is naar de openbaring van de Schrift en de belijdenis van de gemeente geen afgetrokken, inhoudloze eenheid, geen monotone eenzaamheid, maar een volheid van leven en krachten. Zij sluit verscheidenheid in. En die verscheidenheid komt uit in de drie Personen of bestaanswijzen van het goddelijk wezen. Aan de orde van bestaan in het goddelijk wezen beantwoordt de orde der drie Personen in alle goddelijk werken. De Vader danken wij vooral voor Zijn verkiezende liefde; de Zoon voor Zijn verlossende genade; de Heilige Geest voor Zijn wederbarende genade. Op deze manier houden wij de eenheid in het goddelijk wezen vast, maar belijden wij de veelheid der goddelijke werken.
Vervolgens staat de gemeente met deze belijdenis sterk tegenover de dwalingen van het deïsme - geloof aan een God zonder openbaring - en het pantheïsme - algodendom, van het Jodendom en het heidendom. Altijd bestaat er een tweevoudige neiging in het menselijk hart; een neiging namelijk van God ver weg te denken en zichzelf met heel de wereld van God los te maken en daarnaast ook een neiging om God in de wereld neer te trekken, met de wereld te vereenzelvigen en dan zichzelf met de wereld te vergoddelijken. Wanneer de eerste neiging in ons overheerst, denken wij God in de natuur en in ons leven wel te kunnen missen. Wij-kunnen onszelf heel goed redden.
Zelfs in de geestelijke zaken hebben wij God niet nodig. Wanneer de tweede neiging in ons overheerst, veranderen wij de heerlijkheid Gods in het beeld van een of ander schepsel. Wij verafgoden de wereld, de zon, de maan of de sterren, de kunst, de wetenschap of de staat. Daar is God alleen van verre. Hier alleen van nabij. Daar is Hij boven, buiten, los van de wereld. Hier is Hij alleen binnen en eenzelvig met de wereld. Maar de kerk belijdt beide: God is boven de wereld. En toch met Zijn ganse wezen in haar tegenwoordig. Hij is hoog verheven boven ons en toch diep tot al Zijn schepselen neerdalende? Hij is onze Schepper, die ons voortbracht door Zijn wil. Hij is onze verlosser, die ons zalig maakt, niet door onze werken, maar door de rijkdom van Zijn genade. Hij is onze Heiligmaker, die in ons als Zijn tempel wordt. Drie enig God, boven, met of voor ons en in ons.
Tenslotte is deze belijdenis van de gemeente ook voor het geestelijke leven van het hoogste belang. Men zegt wel eens dat de leer der Drieëenheid voor godsdienst en leven geen waarde bezit. Alsof deze leer alleen een wijsgerig abstrakt leerstuk is. Maar de Nederlandse geloofbelijdenis zag het geheel anders in. In artikel 9 sprak deze al uit dat de Drieëenheid bekend is uit de getuigenissen van de Schrift, maar ook uit zijn werkingen en voornamelijk uit degene die wij in ons voelen.
Bevinding
Weliswaar gronden wij het geloof aan de Drieëenheid niet op het gevoel en de bevinding; maar wanneer wij ze geloven, bespeuren wij toch, dat zij met de geestelijke ervaring der kinderen Gods in nauw verband staat. Want de gelovigen leren in zichzelf de werkingen kennen van de Vader, de Schepper van alle dingen, die ook hun leven en de adem en alle, dingen schonk. Zij leren Hem kennen als de Wetgever, Die Zijn heilige geboden gaf, opdat zij daarin wandelen zouden. Zij leren Hem kennen als de Rechter, die zich verschrikkelijk vertoornt over alle ongerechtigheid der mensen en de schuldige geenzins onschuldig houdt. En zij leren Hem tenslotte kennen als de Vader, die om Christus' wil hun God en hun Vader is, op wie zij volkomen vertrouwen voor het heden en de toekomst.
Vervolgens leren zij ook de werkingen van de Zoon in zichzelf kennen. Zij leren Hem kennen als hun hoogste profeet en leraar, die hun de verborgen raad en wil Gods van hun verlossing Volkomen geopenbaard heeft. Zij leren Hem kennen als de enige Hogepriester, die hen met de enige offerande van Zijn lichaam verlost heeft en voor hen met Zijn voorbidding steeds tussentreedt bij de Vader. Zij leren Hem kennen als hun eeuwige Koning, die hen met Woord en Geest regeert. Hen leidt en bewaart. Wie met die Koning leeft, gaat in de sporen van Zijn Woord, leeft met goddelijk gezag en strijdt tegen wereld, duivel, vlees en hel.
Tenslotte, de gelovigen leren in zichzelf ook kennen de werkingen van de Heilige Geest, die hen wederbaart en in alle waarheid leidt. Zij leren Hem kennen als de werkmeester van hun geloof, die door dat geloof hen Christus - èn al Zijn weldaden, deelachtig maakt. Zij leren Hem kennen als de Trooster, die in hen met onuitsprekelijke verzuchtingen bidt en met hun geest getuigt, dat zij kinderen Gods zijn. Zij leren Hem kennen als het onderpand van hun eeuwige erfenis, die hen bewaart tot de dag der verlossing. Zo is de belijdenis van de Drieëenheid de kern en de hoofdsom der ganse christelijke religie. Zonder haar is noch de schepping; noch de verlossing; noch de heiligmaking zuiver te handhaven. In de liefde des Vaders, de genade des Zoons en de gemeenschap des Heiligen Geestes is alle heil besloten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 oktober 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 oktober 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's