Globaal bekeken
In het blad 'Kom over en Help' troffen we de volgende fragmenten aan uit een leesboek voor de 2e klas in Oost-Duitsland:
Ich sah schon oft den roten Stern und weiss auch, dass ihn Lenin trug. Er leuchtet heil auf unserem Werk und schmückt sogar mein Lesebuch.
Ich sing das lied vom roten Stern und mal' ihn auf ein grosses Blatt. Ich weiss dass uhser roter Stern millionen Sterrenkinder hat.
Wenn die Grossen Lenin ehren sind wir Kinder mit dabei, denn er kampfte, dass die Zukunft für uns alle glücklich sei.
Und genau so wie die Grossen wollen wir nach seinem Rat lemen, lernen, nochmals lemen. Das war schon die erste Tat.
’Ik zag al dikwijls de rode ster en weet ook dat Lenin hem droeg. Hij schittert helder op ons werk en fleurt mijn leesboek op.
Ik zing het lied van de rode ster en teken hem op een groot blad. Ik weet dat onze rode ster miljoenen sterrenkinderen heeft.
Als de ouderen Lenin eren zijn wij als kinderen ook erbij want hij streed, dat onze toekomst voor ons allen gelukkig is.
En precies zoals de ouderen willen wij naar zijn raad leren, leren nog eens leren. Dat is reeds de eerste daad.
***
De Vereniging de Nederlandse Gideons beijvert zich voor het plaatsen van Bijbels in hotelkamers, in ziekenhuizen, gevangenissen en op schepen. Per 31 december 1981 waren 93.835 Bijbels geplaatst. Hier volgt een overzicht van de bijdragen gemiddeld per gemeente (met de aantallen van bijdragende gemeenten) van elk kerkgenootschap. Een aantal van 302 gemeenten in de Hervormde Kerk is, hoewel niet slecht, ook niet hoog te noemen. Misschien zien kerkeraden hier een roeping?
De heer P. Tieleman te Baarn, verbonden aan de universiteit te Amsterdam is - ik citeer een boekbespreking - 'pionier, op het gebied van computeriseerde documentaire informatie binnen de wetenschappen der geografie'. Eenvoudig gezegd: hoe krijg je door middel van de computer zo snel en volledig mogelijk informatie over een bepaald thema binnen de wetenschap, in dit geval de geografie! Men heeft dan nodig een zogenaamde 'terminal' (eindstation), 'een typemachine die verbonden kan worden met de huistelefoon'. Het inspreken van een trefwoord levert binnen de kortste keren alle literatuur op, die over het betreffende onderwerp in de wereld verscheen, voor zover ondergebracht in de computer van een 'gegevensbank' ergens in de wereld. De heer Tieleman geeft ook een Teleaccursus over deze techniek. Daarover een stukje in een plaatselijk blad:
’De interviewster wilde weten wat er bekend is over Nederlandse immigranten in de Verenigde Staten in de 19e eeuw... Binnen een minuut werd kontakt gemaakt met de grootste leverancier van informatie: Dialog in Californië.
Geraadpleegd werd een gegevensbank genaamd "America: History and Life". Met deze technieken kan men ook medische, economische, technische en chemische bestanden raadplegen. Niet alleen literatuurverwijzingen kunnen verkregen worden, maar ook feitelijke gegevens, zoals statistisch, juridische (Nederlandse jurisprudentie) enz.'
Tieleman, die bibliothecaris is aan de universiteit van Amsterdam, wil graag ook bevorderen dat één en ander binnen het blikveld van theologen komt. Ook op dit terrein is documentatie gewenst. Desgevraagd wil de heer Tieleman, die lid is van de Gereformeerde Bond, over één en ander informatie en demonstratie geven. Blijkens onze ervaring een hoogst interessante belevenis.
Op dit moment is er aansluiting met ongeveer 150 'gegevensbestanden', met toaal 40 miljoen bibliografische beschrijvingen. Met name in de Verenigde Staten is een bestand voor theologie raadpleegbaar.
***
Over het ambacht van predikant - om het maar eens menselijk uit te drukken - is door de tijden heen heel wat te doen geweest. Predikanten leven in een glazen huisje en genieten een reputatie. Een predikant onder ons, die tot hoge leeftijd in het wondere ambt actief bezig mocht zijn, zond ons een boekje van prof. dr. Is. van Dijk uit 1919, getiteld 'De reputatie van onze predikanten'. Uit deze brochure de volgende sprekende passage:
’Ik weet natuurlijk ook wel dat er predikanten zijn, die het nooit hadden moeten worden. In mijn bescheiden mate mag ik hier met den profeet Elisa zeggen: "ik weet het óók wel, zwijg gij stil". Of mij dit verschijnsel verontrust? Eerlijk gezegd, neen.
Het zal wel altijd zoo geweest zijn, en het zal wel altijd zoo blijven; in iedere grootte corporatie komt het immers voor dat mensen op een verkeerde plaats terecht komen, dus eigenlijk niet terecht komen. Wellicht kan ik hier, in 't voorbijgaan, met een paar volzinnen den witten glimlach verdrijven, die er in ons goede land nog altijd komt op het gelaat van half-beschaafden, als zij maar even het woord "dominee" hoeren uitspreken. Ach, dat er ook onder letterkundigen nog altijd zijn, die zich in dat gezelschap schijnen thuis te gevoelen. Ik zou de verdrijving van dien witten lach aldus willen bewerkstelligen: het is mij bekend dat 2000 predikanten niet vertegenwoordigen de lichtsterkte van 2000 genieën, maar het is ook nooit tot mijn kennis gekomen dat 2000 doctoren of advocaten, docenten, burgemeesters, notarissen, etc. respectievelijk dezelfde lichtsterkte van genialiteit uitstralen. Van dat uitstralen heb ik, om de waarheid te zeggen, nooit iets gemerkt Met die dwaze, letterlijk door niets gerechtvaardigde aanmatiging moet het toch eindelijk eens uit zijn.
Er zijn predikanten, die het nooit hadden moeten worden. Er zijn er, die er zich op laten voorstaan dat zij "dogmatisch" preken. Zij hebben het altijd over "vaste lijnen". Dogmatisch preken, zou ik zeggen, is zeker voortreffelijk, als het voortreffelijk is, d. w.z. als er is psychologische doorgronding van het dogma. Anders wordt het rammelen met oude woorden en termen. Zulke predikers worden dan dogmatische grammofonen, men kent die nare instrumenten met hun schel en schor geluid. - Er zijn anderen, die op den kansel zoo ernstig kunnen zijn, dat het amusement wordt, zegt Kierkegaard. Men moet, zegt hij kortaf, ernstig zijn 's maandagsmorgens om tien uur. De vulgariteit van de hele week contrasteert schrijnend, soms tragi-comisch met den geweldigen ernst van den zondag. - Er zijn er ook, aan wier woord men nooit merken, voelen kan dat zij spreken over "dingen, waarin de engelen begerig zijn in te zien". 't Zijn boodschappers, die buiten het geheim van de boodschap schijnen gebleven te zijn. Er is nooit "de reuk, de geur van de kennis Gods" (2 Cor. 2:14), er is nooit de welige weide van het Woord Gods, "no bit of grass for starving sheep". - Dan zijn er ook, die men eerder winkeliers zou kunnen noemen: op den kansel zien zij rond of de vaste klanten er wel zijn, ook voor nieuwe klanten zijn zij niet ongevoelig. Door de heele week zijn zij jaloersch van het kerkbezoek, het catechisatiebezoek, de trouw-en begrafenisobservanties van de andere collega's. Het gebeurt dat zulke menschen tot intreetekst kiezen het ontzaglijk woord van Paulus: ik heb niet voorgenomen iets te weten onder u dan Jezus Christus, en dien gekruisigd!" - Al verder zijn er, die aldoor "gemeenplaatsen zweeten", en weer anderen die voortdurend een eierdans uitvoeren om toch maar niet in conflict te komen met de vooroordelen der gemeente. Tenslotte zijn er, die voor alles te vinden zijn behalve voor hun gewone werk. Zij hebben, zeggen zij soms, een andere "aanleg". Ik wil dat gelooven, ik begrijp alleen maar niet hoe deze menschen vóór God staan met hun beloften-leven. In den beroepsbrief wordt duidelijk aangegeven de viervoudige taak van den dienaar des Evangelies. Voor den viervoudige taak verbindt meh zich én door "een stellige schriftelijke verklaring", én nog weer bij de bevestiging door een "ja ik, van ganscher harte". En nu gaat men van ganscher harte iets anders doen! Dat is toch wel heel vreemd.’
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 oktober 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 oktober 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's