Boekbespreking
Jay E. Adams, Bijbels pastoraat, basis van christelijl^e hulpverlening, 236 blz., ƒ 28, 50. Voorhoeve Den Haag 1982.
Christelijke counseling volgens J. E. Adams, een literatuuroverzicht, samengesteld door R. Schoonhoven e.a.-, 134 blz., ƒ 17, 50. Voorhoeve, Den Haag.
Het werk van de Amerikaanse pastoraal-theoloog krijgt vooral in evangelische kringen veel aandacht. In Nederland was Adams gastspreker op het congres voor Evangelische Hulpverlening. Thans ligt een van zijn hoofdwerken in vertaling voor ons. In de inleiding van zijn boek vertelt de auteur hoe hij vastliep met de methoden van de onder invloed van Freud en Rogers staande psychotherapie. Alles wordt daarbij verklaard volgens een medisch model. Schuld en verantwoordelijkheid worden onbekende begrippen, en het gevolg is dat patiënten niet echt genezen word. Adams bepleit een bijbels model, uitgaande van de volstrekte erkenning van de onfeilbaarheid van de Schrift. Vele pschyische problemen zijn z.i. te herleiden tot schuld en zonde. Bijbels pastoraat vermaant en wijst terecht, en roept concreet tot bekering. Adams spreekt van nouthetische counseling, d. w.z. een pastoraat dat ernst maakt met de bijbelse geboden en beloften. Zulk pastoraat schuwt de confrontatie niet, legt nadruk op het woord en de verkondiging en geschiedt met gezag. We mogen niet lichtvaardig oordelen, maar dienen wel de zonde aan te wijzen. Richtinggevend is het beeld van de herder. Pastorale zorg is ten diepste christenen helpen te groeien in heiligmaking. In de hoofdstukken 7 t/m 18 worden de principes van dit pastoraat uitgewerkt. Ook Adams maakt gebruik van technieken, disciplinaire regels. Het gaat om een benadering in liefde die toch ook streng durft te zijn. In het slothoofdstuk gaat Adams in op de rol van het nouthetische counselen in onderwijs en vorming. Wie het literatuur overzicht raadpleegt, ontdekt dat Adams omstreden isv Felle bewonderaars en even felle critici laten zich in met zijn werk. Ook zij die zich in belijdend opzicht verwant aan Adams voelen gaan toch niet in alles met hem mee.
Als we enkele pluspunten willen noemen, kunnen we zeggen dat de hoge ernst van waaruit Adams spreekt, en het zich willen buigen voor het gezag van de Schrift ons met hem verbindt. Veel van zijn kritiek op het medische model wordt door velen gedeeld. We moeten Adams zien als iemand die in reaktie tegen een verhumaniseerd pastoraat, bijbels pastoraat wil bedrijven. En dat met name de wijsheidsliteratuur zoals Spreuken vol staan met nuchtere raadgevingen die mensen concreet helpen, zal waar zijn. Ook de nadruk op het onderling pastoraat doef weldadig aan. Zijn waarschuwing aan het adres van hen die onkritisch meegaan met humanistische psychologie en freudiaanse methoden, zullen we niet zomaar kunnen negeren. Toch roept Adams benadering ook vragen op. Wordt de Bijbel bij hem niet te zeer tot een handboek voor counseling gemaakt? Onderschat Adams niet de betekenis van psychologie en psychotherapie? In dit opzicht is iemand als Narramore veel voorzichtiger. Rebel heeft erop gewezen hoe er bj Adams weinig besef is van de werking van Gods Geest in de geschapen werkelijkheid. De breedte van Calvijn gaat bij hem verloren.
Een tweede vragencomplex richt zich op de methode. Nouthetein is vermanen, is in de Schrift een woord dat steeds gebruikt wordt waar het gaat om gemeente opbouw. Kan men dit woord zomaar bezigen voor allerlei vormen van hulpverlening? Opvallend is dat Adams toch eigenlijk geen advies heeft voor hen die in de sociale dienstverlening te maken hebben met ongelovigen of anders-gelovenden, of het moet zijn het advies tot evangelisatie. Maar versmallen we zo het dienstbetoon niet tot evangelisatie? Heeft b. v. maatschappelijk werk in de zin van verhoging van de leefbaarheid toch ook niet een eigen waarde. Wat moetje met Adams beginnen in een geseculariseerde samenleving, waar de hulpverlener wellicht voor 80 procent cliënten heeft die niet of niet meer geloven.
Het is me voorts opgevallen hoe psychologen toch bezwaar aantekenen tegen de wijze waarop Adams Freud, Rogers en anderen interpreteert. Frappant is dat zijn kritiek vaak parallel loopt met - waarlijk niet christelijke - anti-psychiatrie. Ook hier meen ik dat zij die meer plaats willen inruimen voor psychologie in pastoraat en hulpverlening het gelijk aan hun kant hebben. Hoe voorzichtig gaat b.v. op dit punt Brillenburg Wurth te werk in zijn nog altijd lezenswaardige boek over zielszorg. Zijn genuanceerde benadering lijkt me gereformeerder dan de eenzijdige aanpak van Adams. Tenslotte heb ik nog wel wat moeite met de visie op de heiliging. Ik mis er de Kohlbruggiaanse noties in van de blijvende tweespalt. Het is me te optimistisch, te Amerikaans-moralistisch.
Resumerend: We zullen het werk van Adams kritisch hebben te waarderen, zowel naar de positieve als negatieve kant. Christelijke hulpverlening is niet gediend met verheerlijking noch met verguizing van Adams. Laten christen-psychologen en theologen rondom Adams met elkaar in gesprek gaan. Het zou voor het christelijk organisatiepatroon een ramp zijn als Adams polariserend zou werken. Bestudering van zijn boek en de in het overzicht genoemde literatuur kan helpen om een evenwichtig eigen standpunt te vinden. Daarom achten we dit toch belangrijke uitgaven, die ieder die te maken heeft met pastoraat, diakonaat of hulpverlening van harte aanbevolen zijn.
Huub Oosterhuis, Niets is onmogelijk, 96 blz., ƒ 12, 50. Ambo Boeken, Baarn 1982.
In dit boekje geeft Oosterhuis een uitleg van een aantal pericopen uit Exodus, Numeri en J.ozua en uit de Evangeliën: Het bevrijdingsverhaal van Israël en de verhalen over Jezus van Nazareth die de weg van Israël gaat, zo zou men de thematiek van dit boekje kunnen samenvatten. De schrijver is een begaafd sdlist. En wie wil weten hoe de bevrijdingstheologie verwerkt wordt in Schriftyitleg voor de gemeente, kan in dit boekje terecht. Dat betekent: een zeer bepaalde wijze van Bijbellezen, waarbij de Exodus gedachte zoals die door Ernst Bloch verwoord is, maatschappelijk-politiek toegespitst, de leeswijzer is. Daaraan beantwoordt en zeer bepaalde visie op Jezus Christus als partijganger van de ontrechten en de armen. Verdrukking en bevrijding worden uitsluitend politiek uitgelegd. God is de revolutionair die het opneemt tegen de bestaande onrechtverhoudingen. Letterlijk zegt de schrijver: God is Hij in wiens Naam wij solidair proberen te zijn met alle neergedrukten. De klassieke belijdenis van de Kerk over de verlossing uit de schuld, wordt een formule genoemd die niets bevrijdends heeft als ze ons kleineert. Jezus is alleen nog inspirator. Wat Hij volbracht, zegt Oosterhuis, kun jij volbrengen. En God bestaat in hen die zich laten sturen naar de verdrukten. Deze enkele aanduidingen mogen voldoende zijn om u te laten zien hoe ver we hier verwijderd zijn van wat de Kerk de eeuwen door beleden heeft. Zeker, wij mogen niet doof zijn voor de schreeuw van de ontrechten en de klachten der verdrukten. Maar dit religieus humanisme waarin geen plaats meer is voor het eens volbrachte werk van Golgotha zal onze gemartelde wereld geen perspectief bieden.
Het boekje illustreert nog eens hoe groot de kloof is tussen dit type theologie en prediking en de theologie van de Oude Kerk en de Reformatie. Tegelijk is wat Oosterhuis biedt, ook door anderen al zovele keren gezegd de laatste jaren, dat het toch ook weer 'bekende klanken' worden.
A.N.
R. J. v. Pagée, Op weg naar de nieuwe aarde, 103 blz., ƒ 13, 50. J. H. Kok, Kampen 1982.
In deze pastorale overwegingen bij de christelijke toekomstverwachting komen de volgende onderwerpen aan de orde: sterven, de tussentoestand, de opstanding uit de dood, de nieuwe hemel en aarde, tussen 'nu' en ontslapen, terwijl het laatste hoofdstuk, getiteld 'Droom' concreet aan wil geven waarin de grote toekomst van het eeuwig leven nu bestaat.
In vele opzichten is dit een geslaagd boekje. De schrijver probeert op een pastorale toon allerlei Schriftgegevens te verklaren en wil iets van zijn gegrepen-zijn door de bijbelse hoop op zijn lezers over dragen. Het laatste hoofdstuk 'De Droom' heeft een wat merkwaardige vorm. Het is een combinatie van meditatie, persoonlijke ervaring en betoog. Ondanks verrassende opmerkingen vind ik het niet het meest geslaagde onderdeel van dit boekje. Hier en daar plaatste ik zelfs een vraagteken. Dat in 2 Tim. 2 : 16 door Hymenaeus en Philetus alleen gedoeld zou worden op de opstanding van Christus acht ik niet juist. Moeten we niet veel meer denken aan een vergeestelijking van de opstanding zoals we die in de latere gnostiek aantreffen? Wat betreft het 'komen op de wolken' had vanuit de Oud-Testamentische achtergrond nog wel iets meer gezegd kunnen worden. Merkwaardig en wat buiten het onderwerp vallend is de passage waarin de schrijver, uitgaande van Hand. 2 : 16, 17 een pleidooi voert voor de vrouw in het ambt. De uitleg van 1 Cor. 14 acht ik niet overtuigend. Moeten we niet onderscheiden tussen ambt en charisma? M.i had de auteur in een hoofdstuk over het leven in de gerichtheid op de toekomst toch ook iets moeten zeggen over de vreemdelingschap.
Het boekje zal mede door de gesprekstoon zijn weg wel vinden, en het is dat ook waard.
A.N.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 oktober 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 oktober 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's