Uit de pers
Samen op weg
In hetHervormd Weekblad bespreekt prof. dr. G. P. v. Itterzon de stukken, bestemd voor de gemeenschappelijke vergadering van de generale synode der Ned. Herv. Kerk en de generale synode van de Geref. Kerken in Nederland op 17 en 18 november a.s. In deze rapporten wordt o.m. gesteld dat er naar gestreefd wordt om na de dubbele breuk van Afscheiding en Doleantie in 1834 en 1886 op korte termijn te komen tot een 'staat van hereniging' . Van Itterzon acht het wat gevaarlijk te suggereren dat in 1 a 2 jaar die hereniging zijn beslag zal kunnen vinden. Hij schrijft in het nummer van 7 oktober:
'Zouden we toch, als het om jaartallen gaat, niet verstandig doen, als we enigermate voorzichtig manoevreerden? We herinneren ons, dat in het prille begin van de zestiger jaren de bekende "achttien" stelden, dat de hereniging binnen 10 jaren een feit zou moeten zijn. We weten ook, dat de geestdrift der achttien verdoft werd, toen in het begin van de zeventiger jaren we zo bitter weinig waren gevorderd. En sindsdien zijn we nu opnieuw alweer tien jaren verder. In de jaartallen ligt duidelijk een betoverende kracht, maar we moeten de reikwijdte van onze wensen niet overschatten. De korte spanne tijds, die ons van de bewuste jaren scheidt, is zo klein, dat we nauwelijks ruimte hebben om, op zijn allerbest, klaar te komen. Tenzij we al tevreden zijn met een intentieverklaring, die nog geen enkel van de vele problemen oplost, waarvoor een werkelijke hereniging ons praktisch zal moeten stellen. Wie van kerkrecht afweet, zal dit zeker moeten beamen.'
Kan men in 1986 een consensus tussen beiden Kerken gaan vaststellen als een acte waarin beide Kerken verklaren zich te bevinden in staat van hereniging? Wie zou, gelet op de pijnlijke breuken in het verleden, zulks niet wensen? Maar de problemen zijn velen. Niet alleen zijn beide Kerken na 1886 ieder huns weegs gegaan, en hebben hun eigen ontwikkeling gekend inzake liturgie, kerkorde, visie op het ambt, relatie tot de samenleving enz. enz. Maar met name binnen de Gereformeerde Kerken hebben zich ook theologisch allerlei ontwikkelingen voorgedaan die toch wel ver verwijderd zijn van wat Kuyper en de zijnen ooit beoogd en gewild hebben? Van Itterzon wijst erop dat de Geref. Kerken de Hervormde Kerk dicht genaderd zijn, ook op die punten waartegen zij zich vroeger zo fel verzet hebben. Dat maakt het vraagstuk zo ingewikkeld en ondoorzichtig. Kan men, gelet op de situatie, inderdaad spreken van hereniging op grond van de gemeenschappelijk gereformeerde belijdenis, of is meer sprake van een fusie met alle bezwaren van dien? Beide kerkformaties kampen met het vraagstuk van de eenheid en de pluraliteit. Wat is een wettige verscheidenheid? De rapporten willen deze vragen niet beantwoorden op voorhand. Het vraagstuk van de pluraliteit kan volgens de synodale stukken niet afgehandeld worden voor de eenwording. Maar schuift men zo de problemen niet voor zich uit, of anders gezegd: Zal de verwarring niet veel groter worden? In het nummer van 14 oktober stelt Van Itterzon een aantal vragen:
1. Als men vroeger de dienst in een gereformeerde kerk bijwoonde, had de kerkganger een gevoel van veilige geborgenheid. Daar werden het Woord en de sacramenten bediend "naar de eis van Gods Woord". Is dat nu nog het geval? Men zou eens enige daalders moeten gireren om preken van gereformeerde predikanten voor de radio te kunnen nalezen. Natuurlijk niet en nooit als ketterjagers, maar als gewone gemeenteleden, die opgaan naar Gods Huis om er gebouwd te worden in het geloof.
2. Het rapport heeft gelijk, als het niet alleen over de "randleden" schrijft, maar ook aandacht schenkt aan het feit, dat veel gereformeerde lidmaten lang niet elke zondag in de kerk komen, ook niet één keer. Wat dat betreft zijn onze kerken hier en daar dicht naar elkaar toegegroeid. Maar dan in een helaas negatieve zijn.
3. Kunnen gereformeerden begrijpen, dat hervormden tegen de Vrije Universiteit heel anders aanzien dan voorheen? De V.U. heeft het merkteken van de grote voorman dr. A. Kuyper niet meer. Er is niet alleen veel aan de grondslagen getornd, maar ook de professoren en de toekomstige predikanten zijn voor een groot deel verschoven.
4. Kunnen gereformeerden ook begrijpen, dat hervormden zich over de stand van zaken in Kampen hebben verbaasd, waar een student, die toch de kansel in het oog had, voor een ultralinks-politieke organisatie candidaat stond op de verkiezingslijst?
5. Kunnen ze er ook in komen, dat we het vreemd vinden, als ook zij (evenals sommige hervormden) kinderen aan het Avondmaal toelaten en dat toch kennelijk tegen hun eigen Kerkorde in?
6. Kan men er in komen, dat het vreemd aandoet, als men over diverse sexuele belevingen zegt, dat ze in het Nieuwe Testament wel veroordeeld en verboden worden, maar dat we zulke Schriftteksten tijdgebonden moeten opvatten en ze dus in de praktijk en voor de ethiek ongehinderd naast ons neer mogen leggen? Op grond van het gebod der liefde alleen?
7. Over het geschrift: "God met ons" heb ik, kort na de verschijning ervan 5 artikelen in ons blad geschreven (de no's 4588-4592, 5 maart-2 april 1981). Heeft men de vragen, daarin gesteld, met de wind laten verwaaien? Of is er ter bestemder plaatse nog enige aandacht aan besteed? We zijn toch "samen op weg" en moeten dan toch op zijn minst naar elkander luisteren, als er problemen zijn?
8. Vroeger waren alle gereformeerden lid van de Anti-revolutionaire partij. Althans men stemde er op. Daarop kon worden gerekend. Nu kiezen velen van hen (al is er een stembusgeheim, het is bekend) voor een partij van linkse signatuur. Ik misgun ze die vrijheid van stemmen in geen enkel opzicht, maar hier en daar heeft dit tussen hervormden en gereformeerden wel "vervreemdend" gewerkt. De lijn van dr. A. Kuyper wordt op dit en ook op ander gebied niet trouw meer gevolgd.'
Van Itterzon wijst erop dat hij niet vanuit een negatieve, opstelling die vragen stelt. Uitgangspunt dient te zijn de bede van Christus in Johannes 17. Dat is m.i. terecht. Maar wel is in het geding het bijbels-reformatorisch karakter van de eventueel herenigde Kerk. Het beslissende punt blijft toch de relatie tot de belijdenis der Kerk. Gaan we de weg op van een evangelische kerk in Nederland met verschillende vleugels? Of gaat het werkelijk om een gereformeerde Kerk, waarbij 'samen op weg' betekent 'samen terug' tot de Schrift, zoals die in de Reformatie zo diep en breed verstaan is? Met 'samen terug' is niet bedoeld de heiligverklaring van een stuk verleden. Maar wel de verbondenheid in het ene geloof dat 'de heiligen is overgeleverd'. Met een gelegenheidsoplossing is niemand gediend, noch met een geforceerde hereniging. En evenmin met een samengaan, waarbij met name het gereformeerde deel in beide Kerken zich niet herkent. Het zal duidelijk zijn dat de komende Synodevergadering van beide Kerken voor belangrijke uitdagingen staat.
***
Israël na de actie in Libanon
In het oktober-nummer van Ter Herkenning zet A. Kuyper een aantal zaken met betrekking tot Israël op een rijtje. Hij wijst erop dat de operatie om de PLO uit Libanon te verdrijven verdedigd kan worden gezien de dreiging van Syrië en de PLO vanuit Libanon voor het voortbestaan van de staat Israël. Een 'staat in de staat' zoals de PLO zich in Libanon ontwikkelde kan niemand dulden. Maar anders staat het met het politieke probleem, nl. de oplossing van het Palestijnse vraagstuk. Begin en Sharon hadden de illusie dat wanneer eenmaal de PLO militair zou zijn uitgeschakeld uit Libanon de bevolking van de westelijke Jordaanoever grif geneigd zou zijn met Israël tot overeenstemming te komen.
‘Deze tweede doelstelling van de Libanese operatie was vanaf het begin een schoolvoorbeeld van utopistisch denken. Nu de stofwolken zijn opgetrokken en het politieke probleem zich in volle omvang presenteert, moet in alle duidelijkheid worden vastgesteld dat de tweede doelstelling zo niet volledig, dan toch grotendeels is mislukt. Daarvoor zijn twee redenen. De eerste is dat de Palestijnse bevolking op de westelijke Jordaanoever in het geheel niet van plan is de Israëlische plannen te accepteren. Zeker, Israël probeert met Israël samenwerkende dorpsraden tot stand te brengen, en hier en daar lukt dat ook wel, maar de mensen die daarin zitting nemen worden door hun medeburgers als Quislings beschouwd en zo ook genoemd.
Aan het einde van mijn reis heb ik in Oost-Jeruzalem en op de westoever met tientallen Palestijnen gesproken en de conclusie was duidelijk: de PLO is populairder dan ooit. Arafat is de grote held en vrijwel alle mensen daar willen een eigen Palestijnse staat, niet in plaats van, maar naast Israël.
Dat dient dus ook de heer Arafat zich aan te trekken: volgens zijn eigen mensen moet hij zijn Handvest veranderen, de voorgenomen liquidatie van de joodse staat er uit schrappen en vervolgens met de Israëlische regering gaan onderhandelen. Niet dat Israëlische met hem wil praten, zeker deze Israëlische regering heeft gezworen dat zij dat nooit zal doen, maar de politieke situatie zou toch drastisch veranderen als de PLO eindelijk en definitief het bestaansrecht van de joodse staat zou erkennen. De tweede reden waarom Begin en Sharon, wat hun tweede doelstelling betreft, van een koude kermis zijn thuisgekomen, is de houding van de Amerikanen. Nauwelijks waren de laatste PLO-ers uit West-Beiroet vertrokken of president Reagan sloeg hard en genadeloos toe.
Daarmee beroofde hij de Israëli's niet alleen van het zoet van hun overwinning, hij belette de regering in Jeruzalem óók een begin te maken met de uitvoering van haar politieke plannen. En daar was het de Amerikanen om begonnen.
Reagans voorstellen, die al uitlekten voordat de Israëlische regering er kennis van had kunnen hemen - en dat lekken was ongetwijfeld opzet - behelzen de volgende punten:
1. Zelfbestuur voor de Palestijnen op de westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook. Een samenwerkingsverband van deze gebieden met Jordanië.
2. De Verenigde Staten gaan niet akkoord met annexatie van de westelijke Jordaanoever door Israël. Zij gaan evenmin akkoord met de vestiging van een zelfstandige Palestijnse staat op de westoever en in Gaza.
3. De vestiging van nieuwe Israëlische nederzettingen in Judea en Samaria dient te worden stopgezet. Bestaande vestigingen mogen niet worden uitgebreid.
4. Het Palestijnse volk en de Arabische landen dienen de realiteit van het bestaan van de staat Israël onder ogen te zien en te begrijpen dat alleen onderhandelingen tot een oplossing kunnen leiden. Het behoeft geen betoog dat Reagans voorstellen bij de regering in Jeruzalem insloegen als een bom. Een officiële woordvoerder liet snel weten dat Israël absoluut niet van plan was deze voorstellen te aanvaarden, omdat realisering ervan onherroepelijk zou leiden tot de vestiging van een Palestijnse staat. Om het voor Israël allemaal nog erger te maken liet Reagan tevens weten dat Jeruzalem weliswaar ongedeeld moest blijven, maar dat over de politieke status van de stad later moet worden beslist. Anders gezegd (maar dat wisten we al): zelfs de annexatie van Oost-Jeruzalem door Israël wordt door de Verenigde Staten niet erkend.
In het algemeen kan men vaststellen dat de Amerikaanse voorstellen in het geheel geen verrassing waren voor iedereen die een beetje van de situatie op de hoogte is. Al jaren is het duidelijk dat de Verenigde Staten weliswaar garant staan voor de veiligheid van Israël en niets zullen doen wat die veiligheid aantast, maar dat zij nooit akkoord zijn gegaan met Begins visie op de oplossing van het Palestijnse probleem. Dat kan geen Amerikaanse regering, Democratisch of Republikeins, zich veroorloven, gezien de enorme belangen van de VS in de Arabische wereld, niet alleen economische belangen, maar wel degelijk ook veiligheidsbelangen.'
Inmiddels is de situatie door het bloedbad in Beiroet alleen nog maar verergerd en is de kritiek op Begin en Sharon alleen nog maar feller geworden, niet alleen in de wereldopinie, maar ook in Israël zelf. Wat zal er uiteindelijk gebeuren? Niemand kan dat op dit moment zeggen. Dat de eigen Joodse staat moet blijven, zal door ieder die het verleden van 1933-1945 kent, niet betwist worden. Wat doet men Israël aan als men op dit punt instemt met de aspiraties van de PLO? Maar dat betekent geen rechtvaardiging van de harde lijn van Begin en Sharon.
Het Palestijnse vraagstuk blijft om een oplossing roepen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 oktober 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 oktober 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's