De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Samen op weg

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Samen op weg

8 minuten leestijd

En hij verzwagerde zich met Achab. En Achab porde hem aan om op te trekken naar Ramoth in Gilead. Maar Josafat riep, en de Heere hielp hem. (2 Kronieken 18 : la, 2b en 31b)

Een dwaalweg

David belijdt aan het slot van Psalm 119: 'Ik heb gedwaald als een verloren schaap'. Josafat kan het hem nazeggen. Toch waren het beiden gevonden schapen. Opgezocht door de grote Herder der schapen. Beiden waren door het ware geloof en de vreze des Heeren aan de Herder Israels verbonden. Overladen met Zijn weldaden. Josafat nu, had rijkdom en eer, lezen we. In een vroegere fase van zijn leven, hadden de weldaden hem dichter aan zijn Weldoener verbonden. (Hoofdstuk 17 : 5 en 6). Maar nu brengen diezelfde weldaden verwijdering. Geldzucht en eerzucht overwoekeren Josafats liefde tot de Heere en zijn Wet.

Het is een sluipend proces. De afhankelijkheid gaat geleidelijk over in een zekere zelfstandigheid. Misschien herkent u het uit uw eigen leven. De eerste liefde is verlaten. We leven minder dicht bij de Heere dan voorheen. Eerst hadden we Hem nodig bij iedere stap die we verzetten. Nu gaan we voorzichtig op eigen wieken drijven. Gaat dat dan, vraagt iemand? O ja, maar al te goed! Alleen we kunnen geen hoogte houden. Voor we het weten zitten we aan de grond.

Josafat is een man van betekenis geworden.

En Juda is onder zijn regering een militaire macht geworden, waar men rekening mee moet houden. Niemand die dat scherper ziet dan koning Achab. Het lijkt hem verstandig een andere koers te gaan varen t.o.v. Juda. Beide koningen leggen contacten en het klikt. Ze sluiten een politiek bondgenootschap en naar oud-oosterse gewoonte wordt dat met een huwelijk besloten. Joram, de zoon van Josafat trouwt met Athalia, de dochter van Achab. Zij heeft wel een totaal andere opvoeding genoten aan het hof van Izebel. Maar beiden zijn nog jong. Ze dragen allebei vrome namen. En ze weten van aanpassen. Voorlopig laten ze de kerk in het midden. Zo gaat dat.

Politiek en economisch bezien ongetwijfeld een verstandige zet van Achab en Josafat. In het licht van Gods wet uiterst bedenkelijk en onverantwoordelijk van Josafat.

Achab bleef gewoon de kalverdienst vasthouden en liet bovendien de baäldienst van zijn vrouw Izebel toe in zijn land. Maar over deze zonde werd niet gepraat bij het staatsiebezoek dat Josafat aan Achab bracht. Ach nee, wie samenwerking wenst moet niet te zeer letten op wat scheidt, maar op wat bindt. Trouwens de sfeer tijdens het bezoek leende zich daar ook niet toe.

Achab spaart kosten noch moeite om het gezellig te houden. De wijn vloeit rijkelijk. Maar een feestmaal is niet de meest geschikte plaats om zich over de oorzaak van de breuk te bezinnen en nog minder om daarover schuld te belijden voor de Heere.

Maar over één ding zijn ze het roerend eens: 'Verdeeldheid is zonde en eenheid is de wil van Jahweh'.

Dan wordt de verbroedering beklonken. Oude herinneringen worden opgehaald over hun gemeenschappelijke stamvaders. Natuurlijk, de scheiding bracht voor ieder zijn eigen ontwikkeling mee.

We moeten beginnen met elkaar te respecteren in het eigene. We moeten weer naar elkaar toegroeien. We zijn samen ziek en moeten weer samen gezond worden. En een zekere pluraliteit is toch geoorloofd.

Vandaag horen we weer dezelfde klanken. Geen wonder, men is allerwege bezig om de eerste stappen te zetten naar een wereldregering, een wereldeconomie, wereldvrede en een wereldreligie.

Een doodlopende weg

Achab ziet een prachtige gelegenheid om zaken te doen. 'Laten we samen een vuist maken tegen de Assyrische wereldmacht en Ramoth in Gilead heroveren.' Josafat gaat er grif op in.

Maar tegelijkertijd begint toch zijn geweten te spreken. Een veldtocht begin je zomaar niet. Vandaar zijn voorstel: 'Laten we, zoals te doen gebruikelijk is, vragen naar het Woord des Heeren'. Een goede gedachte. Maar het is wel mosterd na de maaltijd. Eerst beslissen en dan de Heere raadplegen! Gaat het ook onder ons niet vaak zo?

Achab maakt geen enkel bezwaar. Integendeel, het is voor hem een prachtige gelegenheid om te laten zien hoe geolied het godsdienstig apparaat in zijn rijk loopt. Hij beveelt en er komen maar liefst 400 profeten opdraven. Eenstemmig is hun advies: 'Trek op. God staat achter de veldtocht'. Achab had niet anders verwacht. Hij kende zijn profeten en wist dat ze een waarheidsopvatting huldigden, die rekening hield met de wensen van hun broodheer.

Josafat is er echter niet gerust op. Wellicht dringt het nu pas goed tot hem door in welk een wespennest hij zich gestoken heeft.

'Is hier nog een profeet des Heeren.' Met deze volzin zet hij heel de santenkraam van Achabs profeten aan kant.

Er is er inderdaad nog één beschikbaar. De Heere heeft zijn Woord nog niet helemaal weggenomen uit Noord Israël. Overigens staat Micha aan het koninklijke Hof wel als een zwartkijker te boek.

Even valt de diplomatie weg. Achab spreekt zijn hart recht uit als hij zegt: 'Ik haat hem'.

Het is dezelfde formule warmee een man zijn overspelige vrouw verstoot. Zo wordt hier het Godswoordder profeten buiten de deur gezet. Nu wordt het toch werkelijk tijd voor Josafat om op te stappen. Achab heeft zijn ware gedaante laten zien. Een hater van God en zijn Woord, is hij.

Maar Josafat is al te ver gegaan. Hij kan niet meer terug. En met een verlegen glimlach lispelt hij: 'De koning zegge niet alzo'.

Dan slaat voor Achab en Josafat het uur der waarheid, in de poort van Samaria. Eerst is er bij Micha nog een moment van zwakte of een vlaag van ironie. Wie zal precies zeggen wat het geweest is. Maar dan staat hij daar in de volle profetische kracht van God. Hij heeft een visioen en een Woord van de Heere ontvangen en beide zijn duidelijk genoeg. Israël is straks herderloos en weerloos. En Achabs plan is ingegeven door de duivel in plaats van door God. Daar is geen woord frans bij.

Dat Achab niet luistert is te verstaan. Dat hij de waarheid de nek omdraait, was te verwachten. Wie niet voor God en Zijn woord wil bukken, doet niet anders dan zijn eigen mening er door drukken.

Maar dat Josafat zwijgt en... doorzet, is verbijsterend. Hoewel niet onbegrijpelijk voor wie zijn eigen hart kent.

Wat kan Gods kerk verblind zijn. Er zijn in de kerkgeschiedenis voorbeelden aan te geven van een dergelijke handelswijze als van Josafat.

Maar telkens bleek. Een volk of een kerk die willens en wetens zich afwendde van de Heere en Zijn woord, werd overgegeven aan de leugengeest.

Een geopende weg

Josafat heeft het geweten dat hij tegen Gods duidelijke waarschuwingen is ingegaan. Wie heeft zich tegen de Heere verzet en vrede gehad? Immers niemand.

Nauwelijks is de strijd begonnen of hij verkeert al in doodsgevaar. Hij wordt omsingeld. Zijn laatste uur lijkt geslagen.

Dan komt de genade van God in zijn leven openbaar. In doodsnood roept hij tot de Heere en de Heere hoort en helpt! Wat een wonder. Maar zo is de Heere door de eeuwen heen. Wie Hem aanroept in de nood vindt Zijn gunst oneindig groot. Hebt u het ook ervaren in eigen leven? Evenals Josafat de wegen des Heeren verlaten. U moest belijden, 'zo slecht als ik heeft nog nooit iemand het eraf gebracht.' Nu zal de Heere zijn handen van me aftrekken. Maar deze ellendige riep en de Heere verhoorde Hem. Waarom toch?

Het is niet uit Josafat te verklaren. Die is van zichzelf niet beter dan Achab. En Achab valt niet voor de Heere. Hij is dodelijk gewond. Maar hij houdt zich staande tot de avond. Tot hij er dood bij neervalt. Moedig? Wie zal het ontkennen. Maar de psalmdichter zegt naar waarheid: 'Zij storten van de top van eer, in eeuwige verwoesting neer'. Ontzettend!

Nee, het is niet de verdienste van Josafat, dat hij nog gered werd. Het is enkel de verdienste van de Heere Jezus Christus, de Zoon van God. Hij werd Mens, en Middelaar. En hij heeft geroepen tot een gesloten hemel en een zwijgende God. Voor Hem was er geen hulp. Hij is in de helse benauwdheid en angst geweest opdat Zijn kerk in haar hoogste aanvechting troost en uitredding zou ontvangen. Ook uit die benauwdheden waarin ze zich door eigen schuld gebracht hebben.

Josafat mag in vrede naar Jeruzalem terugkeren. Maar onderweg wordt zijn zonde nog eenmaal in het helle licht van Gods Woord geplaatst. Daar komt Jehu, de zoon van Hanani, Gods profeet hem tegemoet. 'Zoudt gij de goddeloze helpen en die de Heere haten liefhebben?' Zo oordeelt de Heere over Achab, de afvallige bondeling, die Gods Woord verliet. Josafat buigt onder het Woord des Heeren. En dat is de veilige weg tot een nieuw leven van gehoorzaamheid en dankbaarheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 november 1982

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Samen op weg

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 november 1982

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's