Een teken
Onenigheid binnen de Nederlandse Gideons
De vereniging beoogt evenals de internationale organisatie 'in iedere hotelkamer een Bijbel'.
Op zaterdag 16 oktober hield de 'vereniging de Nederlandse Gideons' een algemene ledenvergadering, waar scherpe tegenstellingen aan de dag traden. De vereniging beoogt evenals de internationale organisatie 'in iedere hotelkamer een Bijbel'. Gedurende vele jaren heeft de vereniging respectabel werk verricht om Bijbels te plaatsen in hotels, voor de hotelbezoekers maar ook in gevangenissen en op schepen. Van tijd tot tijd hebben we in ons blad aandacht voor deze vereniging gevraagd vanwege dit goede doel om het Woord Gods onder de mensen te brengen. Nu zijn in 'De Nederlandse Gideons' - evenals vandaag in verschillende, andere organisaties - reformatorische christenen en evangelische christenen verenigd. En daar wringt bij deze vereniging nu de schoen. Verontruste leden - met name de (een) groep evangelischen, onder leiding van de tot een huisgemeente behorende heer W. Scheinhardt, is oppositie gaan voeren over het doel van de vereniging. In een oproep aan alle leden wordt onder het hoofd 'Geestelijke aspecten' ondermeer gezegd:
'zij vinden dat uit de uitingen en publicaties van de vereniging niets blijkt van enige bezieling tot evangelisatie (curs. van mij, v.d. G.) het verkondigen van onze Heere Jezus Christus als de enige Verlosser van zonde en schuld voor hen die met belijden daarvan tot Hem komen'; en het nergens in de statuten noemen van 'onze Heere Jezus Christus'.
Fundamenteel
Het blijkt om fundamentele zaken te gaan. Ik ga voorbij aan het feit dat de verontrusten van de onbegrijpelijke elitaire gedachte uitgaan dat slechts werkgevers lid van de vereniging kunnen zijn ( vanwege niveau zouden ze beter in staat en qua tijdsindeling, in de gelegenheid zijn om contacten met hotels te leggen). Een discriminerende opvatting! Tekenend is wél dat de verontrusten zich in een schrijven aan de internationale organisatie presenteerden als 'de wedergeboren leden' van de vereniging. Zulk triumfalisme moet in reformatorische oren als klinkend metaal zijn.
En verder, dominees mogen volgens de verontrusten geen lid van de vereniging zijn, omdat zulks teveel vereenzelvigd zou worden met 'een bepaalde kerk.'
Ter vergadering heb ik een aantal vragen gesteld, waarop de heer Scheinhardt slechts merkwaardig wazig inging. De vragen waren de volgende:
1. In de kerken staan predikanten in een ambt. Als zodanig representeren zij inderdaad iets van de kerken. In vrije geloofsgemeenschappen heeft men de speciale ambten niet maar gaat men uit van het 'ambt aller gelovigen'. Willen verontrusten nu dat van zulke gemeenschappen alle leden als leden der vereniging worden geweerd, omdat dat teveel een vereenzelviging van de Gideons met die gemeenschappen zou betekenen? Gelijke monniken gelijke kappen immers.
2. De Gideons hebben als toegespitste doelstelling het plaatsen van Bijbels. Is dat niet evangelisatorisch genoeg? Is hartstocht om het Woord onder de mensen te brengen niet voldoende bezieling tot evangelisatie? Het Woord van God is niet gebonden. We belijden dat het Woord in handen van mensen, die het lezen, hét instrument is, waardoor de Heilige Geest werken wil. Het zou wel eens kunnen zijn dat bepaalde methoden van evangelisatie, waarmee de genoemde verontrusten bezield zijn (het hoe wordt overigens niet duidelijk) juist wel eens een rem voor de ongebonden doorwerking van het Woord zouden kunnen vormen, in die zin nl. dat hoteleigenaars kopschuw worden van schreeuwerig evangelisatiemateriaal, waarvoor zij minder plaats willen bieden in hun hotels dan voor de Bijbel sec. ledere christen zal als het goed is evangelist zijn. Maar binnen elk verband op de daar geëigende wijze. In de Gideons dunkt me alleen in de zin van meewerken aan zo ruim mogelijke bijbelverspreiding. Laat gestructureerde evangelisatie aan de gemeenten of voor evangelisatie bedoelde van de gemeente(n) uitgaande instituten over.
De verontrusten laden de schijn op zich van de Gideons een kerkvervangende, evangelische gemeenschap te maken. De aversie tegen de kerken was telkens impliciet aanwezig.
3. De verontrusten pleiten voor het noemen van 'onze Heere Jezus Christus' als Verlosser van zonde en schuld in de statuten. Wie zou tegen die belijdenis bezwaar hebben? Maar het is één aspect van het totale belijden. De belijdenis van de Vader, die zich een gemeente ten eeuwigen leven verkiest of van de Heilige Geest, die het verdorvene vernieuwt, zijn even noodzakelijke aspecten. Zodra hier geëxpliciteerd wordt betekent dit versmalling. In het onderhavige geval versmalling tot Christomonisme. Laat vanwege het uitgangspunt van de Gideons het Woord maar in de grondslag en alle genoemde aspecten zullen wel uit het Woord zélf opkomen.
Werp het Woord er verder maar in - zei Kohlbrugge - en er zal zegen zijn.
Teken
Intussen was de hele discussie, die hier gevoerd werd, tekenend. Er is de laatste jaren her en der samenwerking gegroeid tussen reformatorischen en evangelischen. Daarover past geen generaliserend oordeel want er is in allerlei gevallen gelukkig sprake van positieve ontmoeting en wederzijdse herkenning vanuit het Woord.
Maar hier kwam aan het licht wat de radicalen onder de evangelischen beogen. Ik moet zeggen dat ik de aansluiting op dit 'wedergeboren christendom' mis. Het is gespeend van alle ootmoed, spreekt over de Verlossing alsof we die zelf op zak dragen, en schrijft in feite de kerk als instituut, de gemeente in haar reformatorische gestalte af.
Gideon - om even bij de naam te blijven - vroeg een teken over Gods welgezindheid aan Israël, ten aanzien van de strijd tegen de Midianieten. Me dunkt dat deze vergadering of de wijze waarop bepaalde evangelischen hun zaak presenteerden ook teken teken is. Daarom was het op zich wel goed dat deze tegenstelling aan het licht kwam. Opdat we ons niet al te argeloos laten meevoeren door alles wat zich als evangelisch aandient. Het reformatorisch-eigene moet vandaag ook naar die kant verdedigd worden, willen we niet - onder de schijn van 'bezieling tot evangelisatie' - vervagen tot protestantisme, waarin het merg van de religie der belijdenis ontbreekt.
De vergadering van de Gideons besloot intussen tot een commissie van wijze mannen om de tegenstellingen te overbruggen. Er zal veel wijsheid nodig zijn. In ieder geval behoorde de heer Schemhardt bij voorbaat niet tot de vóórstemmers voor deze commissie, het gelijk ligt kennelijk bij voorbaat bij hem en zijn medeverontrusten
Hopelijk mag intussen de verspreiding van het Woord ongebonden verder gaan vanuit een zo breed mogelijk draagvlak.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 november 1982
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 november 1982
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's