Globaal bekeken
Voor me ligt een fraai uitgaafje: keurig papier, rijk geïllustreerd, aantrekkelijk qua opmaak. 'Van jongelingen tot klubkinderen', is de titel. Het behandelt de geschiedenis van 'bijna een eeuw hervormd jeugdwerk' in Nieuwerkerk a.d. IJssel.
Bijna een eeuw jeugdwerk is op zich al heel respectabel. In veel gemeenten heeft het langer tot véél langer geduurd voor jeugdwerk geaccepteerd was. Uit dit boeiende boekje (voor de prijs van ƒ 8, 50 verkrijgbaar op Verzetstraat 76, 2912 Nieuwerkerk a.d. IJssel, tel.:01803-4870) geven we hetvolgende door:
’De kalender wijst 1852, als de Amsterdammer W. van Oosterwijk Bruyn een oproep in een krant plaatst, om een jongelingsvereniging op te richten. Hieraan geven zes jonge mannen gehoor, en opgericht wordt dan de "Jongelingsvereeniging ter bevordering der Evangelisatie". Uit doel en statuten bleek wel, dat dit een vrucht was van het Réveil, een Europese beweging, die probeerde een geestelijk antwoord te vinden op de ontwrichting van de maatschappij door industrie en politiek van toen.
Deze Van Oosterwijk Bruyn was op de hoogte gekomen van een initiatief van ene Georg Williams, een Londense kantoorbediende, die voor jongeren uit zijn milieu bijbelbesprekingen organiseerde. Zo begon een evangelisatiebeweging, de "Young Men's Christian Association" (YMCA). Van daaruit ontstonden overal dergelijke jongelingsverenigingen, en in 1855 werd in Parijs de Wereldbond van Christelijke Jongemannenverenigingen al gesticht. Intussen was in ons land in oktober 1853 het Nederlands Jongelingsverbond opgericht. Het volgende jaar was er de eerste "Bondsdag" in ons land. Het initiatief van dit alles ging ook van de jongelieden zelf uit. Eén van de jonge mede-organisatoren, de letterzetter Van de Puttelaar, stond erom bekend, dat hij liever een oprichting van een Christelijke Jongemannenvereniging niét zag doorgaan, dan dat zij door ouderen afgedwongen moest worden!
Ook bij de betrokken ouderen was er de tendens, om de initiatieven van de jongeren zelf te laten uitgaan. Daarom wordt ook in de algemene literatuur dit Jongelingsverbond als de eerste vorm van jeugdbeweging gezien. Vanuit dit verbond nu ontstaan de Hervormde, later ook Gereformeerde en nóg later de Hervormd-Gereformeerde Jongemannen- en Jongevrouwenverenigingen.
Nieuwerkerks overgang tot de Hervorming gebeurde uiteraard pas jaren na Luther Zo valt het ook in de 19e eeuw niet te verwachten, dat hier direkt, dus zeg maar rond 1855, een jongelingsvereniging van de grond komt. Als dat in later jaren wél zo is, vallen ook in dit agrarisch IJsseldorp de internationale lijnen goed te herkennen! We zullen zien hóé.
1887: De jongelingen als eersten
Op 21 december 1887 kregen "eenige jonge lieden" toestemming van de heren kerkvoogden, om jongelingsvereniging te houden in de consistoriekamer van de kerk. Zoals we ook landelijk zagen, hadden ook in Nieuwerkerk de jonge mannen zelf het initiatief genomen, om zo'n vereniging op te richten, en daarvoor zouden ze dus graag de consistoriekamer als verenigingsgebouw gebruiken. Iets anders was er trouwens ook niet! En zo zien we het jeugdwerk in Nieuwerkerk een aanvang nemen. Een predikant was er op dat moment met preekbeurten liet de kerkeraad daarom nogal een vervullen door Christelijk-Gereformeerde predikanten. In 1888 wordt, ook in de consistorie, de Vereeniging tot Stichting van een School met de Bijbel opgericht. In 1889 krijgt Nieuwerkerk we een predikant, en weids Jacobus C. de Mol Moncourt. Al gauw is kerkelijk Nieuwerkerk dan in hevige beroering; het resultaat is uiteindelijk, dat de kerkeraad breekt met de Synode en in z'n geheel uit de Hervormde Kerk treedt. De Doleantie gaat hier dus niet bepaald onopgemerkt voorbij! En zo is Gereformeerde Kerk van Nieuwerkerk een feit.
Het is niet te achterhalen, hoe het met de enkele jaren oude Jongelingsvereniging - de naam ervan is niet bekend - gegaan is; het meest waarschijnlijke is, dat deze vereniging ook met de Doleantie is meegegaan en dus de Gereformeerde JV geworden is. Hoe dan ook: op 6 november 1892 werd wéér een JV opgericht in de Hervormde Kerk. Dit was de Chr. Jongelingsvereniging "Samuel".
Deze oprichting blijkt trouwens slechts uit latere jubilea en drukwerkjes: uit die tijd zelf is er jammer genoeg niets origineels meer aanwezig. We kunnen in elk geval wél zeggen, dat met de oprichting van de JV "Samuel" het Hervormde jeugdwerk echt een aanvang neemt! Dat dit zo uit zou groeien, als het nu, 90 jaar later, is, hadden de jongelingen van tóén waarschijnlijk niet kunnen vermoeden!
Uit de notulen 1914-1916 van “Samuel”
Wat er van de vroegste jaren van het Nieuwerkerkse jeugdwerk bekend is, is over 't algemeen slechts te halen uit publicaties in kranten en uit terloopse vermeldingen in kerkeraads-en kerkvoogdijnotulen. Het is dan ook niet veel! Notulenboeken van de verenigingen zelf zijn zelden bewaard gebleven. Het was daarom wat je noemt een verrassing, dat een jaar of zeven terug in de oude kerkehuisjes - die inmiddels afgebroken zijn voor de nieuwe Vluchtheuvel - door de toenmalige bewoners een oud notulenboek van "Samuel" aangetroffen werd, en ook afgestaan voor het archief! Het betreft de notulen van 1914 tot 1916, en het geeft meteen een aardig kompleet beeld van het reilen en zeilen van deze vereniging in die tijd, de tijd overigens, waarin de eerste wereldoorlog woedde.
Voorzitter en secretaris der JV waren L. van Erk en C. L Baas. Er waren zo'n 11 leden, waarvan er gemiddeld meestal maar 7 present waren. Al met al niet veel dus! Tóch liet men, ondanks dit kleine aantal, niet zómaar nieuwe leden toe: bij de aanmelding van een nieuw lid krijgt men nota bene nog veertien dagen de tijd, om bij de secretaris bezwaren tegen hem in te dienen! In 1915 stemmen de leden over vergaderen in de week of op zondag; het wordt om en om. Het meest opvallend in het programma is de systematische bijbelstudie. Na de pauze leverde men om beurten een opstel over uiteenlopende onderwerpen, zoals: "18e-eeuwse Nederlanders", "Prins Maurits in kerkelijke twisten", "Mohammedanisme" en "Een bezoek aan een steenfabriek" (waarvan er toen verschillende stonden langs de IJssel!).
Aanhef van de notulen van "Samuel" van 11 oktober 1914. Ook voordrachten stonden nogal eens op het programma. Zo leverde ds. Kalkman, die ere-voorzitter was - zoals waarschijnlijk elke predikant tijdens zijn ambtsperiode hier - bijvoorbeeld op 19 nov. 1915 de voordracht "Droeve tijden", een gedicht en van ene G. T. Antheunis over een vader, die sneuvelt aan het front. Verdere titels van op de vereniging gehouden voordrachten zijn onder andere: "Genoeglijke ouderdom", "Twee treurende vrienden" en "De gierigaard". Het meest opmerkelijke is waarschijnlijk toch wel de voordracht, die op 2 januari 1916 gehouden werd door D. Snoek en waarvan de titel luidde: "Wat er de meisjes toch raadsels zijn!”
De vereniging lijkt voor die tijd rijk met een batig saldo van 85 gulden. Driemaal gaf men een gulden weg: eenmaal voor een afgebrand evangelisatiegebouw in Drente, eenmaal voor "...arbeid onder Ned. werklieden in Duitschland" en eenmaal voor tijdelijke militaire tehuizen. Ging er overigens een lid in militaire dienst, dan kreeg hij het devies mee: "Ik schaam mij het Evangelie van Christus niet". In 1916 lezen we in de notulen dat A. Oosterom afgevaardigd werd naar de jaarvergadering van "de zusterver. op Geref. Grondslag alhier". Hiermee moet wel de JV binnen de Gereformeerde Kerk, waarschijnlijk genaamd "Obadja", bedoeld zijn. Op 10 november 1921 sprak ds. M. M. den Hertog uit Den Haag, die van 1903 tot 1907 predikant was te Nieuwerkerk, voor de JV “Samuel”.’
***
In Spurgeons Pastorale Adviezen - altijd weer de moeite van het lezen, herlezen en nóg eens lezen waard - trof ik de volgende sprekende passage:
Wat ge ook anders al of niet predikt, breng in elk geval onophoudelijk de zaligmakende waarheid van Christus en die gekruisigd. Ik ken een dominee, wiens schoenriem ik niet waardig ben te ontbinden, maar wiens prediking dikwijls weinig beter is dan gewijde miniatuur-schildering, ik zou haast zeggen: heilige beuzelarij. Hij spreekt voortreffelijk over de tien tenen van het beest, de vier aangezichten van de cherubijnen, de verborgen betekenis van dassenvellen, de typische beduiding van de draagstokken van de ark en de vensters van Salome's tempel, maar de zonden van zakenmensen, de verzoekingen van onze tijd en de noden van dit geslacht raakt hij nauwelijks aan. Zulk een prediking doet me denken aan een leeuw, die op de muizenjacht gaat en aan een kruiser op zoek naar een regenton. Onderwerpen, nauwelijk van evenveel belang als wat Paulus oude-vrouwenpraat noemt, worden door deze met een microscoop werkende godgeleerden, voor wie een mooi onderwerp aantrekkelijker is dan de redding van zielen, tot zaken van grote betekenis gemaakt. Ge zult in Todd's, "Student's Manual" wel gelezen hebben, dat Harcatius, koning van Perzië, een uitstekend mollenvanger was en dat Briantes, koning van Lydië, uitnemend op de hoogte was met het vijlen van naalden, maar deze onbeduidende dingen bewijzen volstrekt niet, dat zij grote koningen zijn geweest. Ditzelfde geldt in nog hoger mate ten aanzien van het predikambt: er is zoiets als een onbeduidende geestelijke bezigheid, die de positie van een gezant van de hemel onwaardig is.
In deze tijd schijnt onder een bepaalde klasse van mensen het Atheense verlangen om iets nieuws te zeggen of te horen op de voorgrond te staan. Ze beroemen zich op nieuw licht en beroepen zich op een soort inspiratie, die hun de bevoegdheid verleent allen te veroordelen, die buiten hun broederschap staan. Toch heeft hun grootste openbaring slechts betrekking op een uiterlijke godsdienst of op een onduidelijke verklaring van de profetie, zodat we - ziende, dat hun groot kabaal en hard schreeuwen zo weinig inhoudt-herinnerd worden aan "de oceaan, door de storm opgezweept om een veer weg te voeren of een vlieg te verdrinken". Nog erger zijn zij, die de tijd verspillen met twijfel te wekken aan de echtheid van de tekst of aan de juistheid van Bijbelse verhalen over natuurverschijnselen, ik herinner me nog met smart, dat ik op een zondagavond eens een voordracht hoorde - zo werd een preek genoemd - , waarin een knap onderzoek werd ingesteld naar de vraag: daalde er werkelijk een engel af, die het badwater te Bethesda beroerde of was dit een nu en dan stromende bron, waarover Joods bijgeloof een legende had verzonnen? Mannen en vrouwen, op weg naar de dood, waren vergaderd om de weg der zaligheid te horen verkondigen en zij werden afgescheept met zulke onbenulligheden! Ze kwamen om brood en ontvingen een steen. De schapen zagen op naar de herder, maar werden niet gevoed. Ik hoor maar zelden een preek en als dat eens het geval is, tref ik het meestal bedroevend slecht. In een van de laatste, die ik beluisterde, werd geprobeerd Jozua te rechtvaardigen, omdat hij de Kanaänieten had uitgeroeid en een andere ging bewijzen: het is niet goed, dat de mens alleen zij. Ik heb me er nooit van kunnen vergewissen, hoeveel zielen bekeerd werden als verhoring van de gebeden voor deze preken, maar ik veronderstel, dat geen buitengewoon vreugdebetoon de reine rust van de gouden straten heeft verstoord.
***
Gezegd door dr. W. J. Ouweneel in het radioprogramma 'Deze Week' op zaterdagavond:
'Nu de natuur weer stervende is troost de Heere God ons met fraaie herfstkleuren.'
***
Opgetekend uit nieuwsbrief nr 18 van de 'Stichting Appèl Bestrijding Criminaliteit' (ABC) (uit Elzeviers Magazine van 21 augustus 1982):
'Burgemeester Wim Polak: Nederland heeft het politieprobleem tien jaar lang onderschat en daarvoor krijgen we vandaag in Amsterdam de rekening gepresenteerd. Hoofdcommissaris J. Valken: Buitenlandse criminelen willen best bekennen, waarom ze hier komen: een kleine pakkans en een zeer mild strafklimaat. Commissaris Toorenaar:
Deze jongens zijn niet meer van het oude slag. Dit zijn TBR-klanten, psychopaten. De criminelen hier in Amsterdam zijn onberekenbaar geworden. Alleen in mijn district registreerden we 20.000 misdrijven, ik heb in mijn district 20 rechercheurs, maar met 30 kan ik het ook niet aan. Al zou ik er 80 bijkrijgen. Ik voorzien dan ook, dat de kleine misdaad over 10 a 20 jaar niet meer langer strafbaar is, zoals zakkenrollerij, winkeldiefstallen, kleine oplichterij, enz.
Je kunt er niet omheen dat driekwart van de harde criminaliteit door buitenlanders wordt gepleegd. Vaak zijn ze sneller terug dan de mensen, die je als begeleider hebt meegestuurd.
Hier zit echt het uitschot van de hele wereld. Columbiaanse zakkenrollers, Israëlische deserteurs, de onderwereld uit Joego-Slavië, de Italiaanse maffia.
Als de politie geen kans meer ziet de burger te beschermen gaan we onvermijdelijk naar Amerikaanse toestanden toe: de particuliere bewakers met shotguns bij de juwelier, elke verdachte onmiddellijk op de grond met vier wapens op hem gericht, grootscheepse aanhoudingen, razzia's, enz.
Hoofdcommissaris Valken:
De georganiseerde internationale misdaad, waarmede we nu worden geconfronteerd lijkt niet meer op de onderwereld van 10 a 20 jaar geleden. Ze beschikken bijvoorbeeld over de modernste apparatuur.
Als een groep gehelmde, met loden pijpen, stokken en kattenpulten bewapende jongens op weg is naar een rel, mag ik ze niet laten aanhouden. We kunnen in dit land niemand voor onderzoek mee naar het bureau nemen, en tot slot
Burgemeester Polak: 'Veel mensen zien het allemaal te zwart.’
***
Meegedeeld in de brochure 'Hulpverlening in Gezinnen' van een gelijknamige stichting, uitgaande van de Geroformeerde Gemeenten in Nederland:
'Verlenen wij hulp bij iedereen? Nee, onze meisjes willen en mogen niet overal werken.
Heeft u bijvoorbeeld T. V. in huis, dan hoeft u beslis geen hulp bij ons aan te vragen.
Onze bemiddeling heeft 2 zijden, n.l.: Wij stellen eisen aan onze meisjes practisch, maar bij sollicitatie in de eerste plaats principieel; anderzijds werken wij alleen in die gezinnen waar we dit principiële ook terugvinden. Wij werken interkerkelijk maar om dit eens zo te noemen onder 'de rechterzijde van de Geref. Gezindte’.
Waarom zou het anders nodig zijn om dit werk te doen, daar het aan Gezins-en Kraamverzorging in ons land niet ontbreekt.’
Geen hulpverlening zonder aanzien des persoons intussen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 november 1982
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 november 1982
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's