Lijden aan de Kerk (2)
Gemeenteleden kunnen lijden aan de kerk vanwege de prediking.
Lijden door de dienaren van het Woord
Intussen is er ook de keerzijde. Gemeenteleden kunnen lijden aan de kerk vanwege de prediking. Maar wie in de kerk van dag tot dag dient heeft daarin zijn eigen lijden. Ik wil dat graag onder een aantal trefwoorden vangen.
1. Kerkelijke strijd. Allereerst is er de kerkelijke strijd, die, wanneer althans de roeping wordt verstaan, telkens voor de noodzaak stelt om in kerkelijke, ambtelijke of niet-ambtelijke vergaderingen in het geheel van onze verdeelde kerk, wachter op Sions muren te zijn. Vaak betekent dit miskenning, soms notoire vijandschap. En de gevaarlijke verzoeking van de gewenning aan niet-bijbelse toestanden in kerk en theologie ligt steeds op de loer. Ook dat kan lijden betekenen, zodat er de telkens weerkerende zelfbeschuldiging is niet trouw te zijn aan het belijden, gesteld wél dat trouw in participatie aanwezig is. Sommigen, soms met aparte gaven bedeeld, worden tot heel speciale taken geroepen. Dat brengt vaak ook speciale spanning, speciaal lijden met zich mee. Spanning, die nog verzwaard kan worden door onbegrip in eigen kring, door weinig zicht bij geestverwanten op de werkelijke worsteling die erachter zit.
2. Vruchteloosheid. Wie trouw in de kerk dienen mag krijgt niet zelden de vraag naar zich toe: waar is de vrucht? De preken lijken vaak ledig weer te keren. De gemeente schijnt er nauwelijks door geroerd te worden. Waar blijft nu een woord echt haken? Waar komt een zondaar tot bekering, waar wordt een benauwde ziel in de ruimte gezet? Waar wordt de zonde de rug toegekeerd in een leven van bijbelse heiliging? Jonge predikanten beginnen met élan aan hun arbeid in de gemeente.
Maar het élan wordt niet altijd beantwoord.
Alles springt af op vastgeroeste tradities, op onbekeerlijkheid, op onverschilligheid. Men hoopt op groei en men ziet soms achteruitgang. Soms lijken velden wit om te oogsten maar de oogst valt toch tegen. Dat kan lijden betekenen. Wat te denken van de Engelse dominee, die, na dertig jaar trouwe arbeid in de gemeente, voor zeer weinig mensen afscheid preekte? Zijn afscheidslied dat hij toen, in vertwijfeling, dichtte was: Abide with me... Blijf bij mij Heer. Een lied dat toch de wereld mocht veroveren.
Maar laten we intussen niet vergeten, hoe klein ook soms, de gemeenten bleven bestaan. De generatie van nu was er 100 jaar geleden niet. Die is er toch bijgebracht of bijgehouden door de bewarende trouw des Heeren.
En wat de geestelijke vrucht betreft: we kunnen ook overvragen. Denk niet dat de overdosis, die er in veel preken aan geestelijk goed is, door allen in het geheel wordt verwerkt. Een student zei, volgens Thielicke, eens: 'Waarom verblinden jullie ons altijd met je vele waarheden als met een lamp van duizend watt? Wij zijn mollen die net uit de grond gekropen zijn en we kunnen alleen het licht van een kleine kaars, een heel kleine waarheid verdragen. Maar jullie overvalt ons met een schijnwerper van waarheden, die in eeuwen gegroeid zijn. Jullie plaatst ons zomaar ineens voor alles. Alstublieft, maar één enkele kaars, één enkele kaars'.
Overdosering is niet goed. En waar die er toch is, en vanwege de verscheidenheid der hoorders ook móét zijn, draagt één enkel zaadje soms rijke vrucht, al ontkiemt het ene sneller dan het andere. Soms komt dat ene regeltje van de zondagsschool in de ouderdom terug. Daarom: uw vrucht wordt uit Mij gevonden! Laat de vrucht maar gerust aan de Heere God over.
3. Onverschilligheid. Intussen kan geducht geleden worden aan onverschilligheid. Het is met zeggen niet te doen, zeggen de Friezen.
Men kan honderd keer zeggen, dat mensen twee keer naar de kerk moeten komen, maar ze komen één keer en de rest is voor de actieve of passieve recreatie, als het die naam nog hebben mag. Met een beroep op tradities, plaatselijke of streekgewoonten wordt de werkelijke onverschilligheid soms gecamoufleerd. Er is geen beweging in te krijgen. Gemeentelijk leven komt openbaar, dat zich ver van het geestelijk leven afspeelt en zich openbaart in de potpourrie op de bruiloft en in de doop - want dat staat netjes - en de nette begrafenis.
Ligt daar dan ook nog het belijdenis doen tussen dan is dat het derde nette verfkwastje over een onverschillig leven. En de dominee is de schilder, die met de kwast gereed moet staan. Intussen beleeft hij zo zijn eenzame geestelijke avonturen temidden van een leven dat elders huist. Lijden aan de concrete kerk, in alle wangestalten van dien!
4. Liefdeloosheid. Het gemeentelijk leven, mits op bijbelse hoogte, heeft als kenmerk de liefde. Nu ga ik voorbij aan het feit, dat er voorgangers zijn die in prediking en pastoraat niet aflatend de kerk en soms hun eigen gemeente liefdeloos naar beneden praten. Maar gemeenten kunnen verscheurd worden door liefdeloosheid, heerszucht van sommigen, partijschappen: Liefdeloos kan ook het oordeel zijn over de prediking. Van hem, die één talent heeft worden er vijf gevraagd, hoe spaarzaam die in de kerk ook zijn. Liefdeloosheid doet het mééste lijden. Soms oogsten dienaren van het woord wat ze zelf hebben gezaaid. Maar er is ook rechtzinnigheid die zich het principieelst vertoont - zo héét het althans - in hardheid. De mantel van de liefde is in de garderobe afwezig. En van de roeping om bij zakelijke scherpte, die vanwege het beginsel nodig kan zijn, persoonlijke mildheid te betrachten blijkt weinig. Het is niet best als gelden zou, dat naarmate men rechtser is in de leer men linkser is in de liefde. Dat betekent lijden aan de kerk. Wanneer de pastor, vanwege de mens achter het pastoraat, het oordeel nog even uitstelt, laat staan de véroordeling, is de gemeente hem soms vóór, niet in het oordeel der liefde maar in de vér-oordeling-opmaat.
5. Afkopen van dienstbetoon. De dominee moet alles. Hij moet goed preken, goed catechiseren, een trouwe pastor zijn, verstand hebben van alle problemen, en overal als de kippen bij zijn. Velen in de gemeente hebben echter in de pastor hun alibi voor eigen onmeelevendheid. Een levende gemeente is gekenmerkt door onderling dienstbetoon. Wanneer de gemeente dit echter afkoopt aan de dominee dan staat hij ervoor - desnoods met zijn kerkeraad - en hij doet het toch nooit goed genoeg of intensief genoeg. Het oordeel van niet-present zijn van de kerk, dat vanuit probleemsituaties zo vaak over de kerk geveld wordt, ontlaadt zich niet zelden op het hoofd van de voorgangers, terwijl het juist de gemeenteleden zijn, die hun roeping vanuit de 'gemeenschap der heiligen' verzaken. Een gevoel van machteloosheid kan dan over de dienaren van het Woord komen, omdat ze beseffen dat hun handen altijd tekort en hun voeten te traag zijn. Maar zou een gemeente een levende gemeenschap zijn dan zouden klachten ten deze sterk gereduceerd worden.
Juist in een tijd als de onze, waarin de problemen van de daken geschreeuwd worden, dient het lijden aan de tijd voor de dienaren verlicht te worden door Aarons en Hurs, die de handen schragen.
6. Onbegrip voor bepaalde themata. Ik heb in het voorgaande gesproken over de noodzaak om met de predikmg werkelijk te landen in het leven van de mensen. Anderzijds is er echter ook sprake van onbegrip in de gemeente wanneer, bij alle aandacht die in de prediking gegeven wordt en ook moet worden aan de vragen van het geestelijk leven, aan de vraag dus hoe een genadig God te krijgen, in de prediking of in de praktijk van het gemeenteleven ook aandacht gevraagd wordt voor het concrete leven vandaag, in de gemeenteeninde wereld. Het wil soms niet in de gemeente om iets op gang te krijgen van evangelisatiewerk, of van jeugdwerk. Aandacht vragen voor diakonale vragen, voor b.v. het werelddiakonaat, stuit af op weinig belangstelling of onbegrip. Een praktisch thema voor de prediking levert als oordeel op: niet geestelijk. Maar wie zijn roeping verstaat, om het totale leven onder de beademing van het woord te brengen, zal niet kunnen en mogen halt houden bij de vragen die de gemeente interesseren. Om maar te zwijgen over het feit dat hij geen gehoor mag geven aan de verzoeking om te zeggen wat de gemeente graag horen wil. Het 'zo spreekt de Heere' heeft consequenties voor het hele leven. En ook al brengt miskenning daarvan door de gemeente een stukje lijden mee, dat ontslaat niet van de roeping om ook dan getrouw te zijn. Het hele Woord wil gepreekt en geleefd zijn.
Tenslotte
Ik ga afronden. Ik wil eindigen met te zeggen dat wie in de kerk werkt en in de gemeente leeft het diepst doordrongen zal zijn van het feit dat het hier allemaal stukwerk is, onvolkomen door de zonde. De kerk is dan ook niet meer dan steigerwerk voor het bouwwerk, dat God tóch door de tijden heen optrekt naar de komst van Zijn Rijk toe. Dan is het maar het beste om tevreden te zijn met dat wat we doen mogen en niet vol onbehagen te zijn over dat wat er allemaal zou moeten gebeuren en hoe het er allemaal idealiter uit zou moeten zien: Voor zondaars, falenden, tekortkomers, halfslachtigen, in-de-steek-laters is Christus gekomen. Hij heiligt toch het meest onvolkomene van al ons werken. Nog een drietal opmerkingen.
1. Wie denkt: ik haal het niet, ik zie het niet, ik reik niet tot de diepe grond van wat de Schrift hier of daar aanreikt: hij erkenne met Luther zijn hulpeloosheid tegenover duistere plaatsen - voor hém duister - in de Heilige Schrift, die desalniettemin in de canon staan en waarvoor men de hoed mag afnemen, maar die aan anderen met dieper inzicht moeten worden overgelaten.
2. Wie denkt: ik red het niet, namelijk alles wat er in een Schriftplaats ligt volledig uit te stallen: hij bedenke dat wie een hert wil schieten de hazen moet laten lopen om het hert niet te verdrijven.
3. Wie denkt: ik kan het niet, namelijk harten omzetten tot de dienst aan de levende God in alle gestalten van het leven: hij wete dat hij niet voor het eerst dominee is en dat ondanks alle niet-weters en niet-kunners de Geest toch telkens opnieuw gemeenten vormde en mensen omvormde.
4. Wie klaagt: ik zie het niet: hij bedenke dat de weg van de kerk altijd was en is 'door lijden tot heerlijkheid'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 november 1982
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 november 1982
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's