Boekbesprekingen
Dr. J. Haitsma: Hervormd Mijdrecht in de loop van vier eeuwen van 1568-1973; Uitgave VéWé B.V., Postbus 50, 3640 AB Mijdreclit, 324 pag., ƒ 55, - . (Te bestellen door storting op gironr. 3644400.)
De auteur van dit boek, de hervormde emeritus dr. J. Haitsma, die laatstelijk predikant te Woerden was, beschreef eerder de kerkgeschiedenis van Woerden en van Boskoop. Het is tekenend voor zijn niet aflatende belangstelling voor de (plaatselijke) kerkgeschiedenis, dat hij na zijn emeritering de beschrijving van de geschiedenis van hervormd Mijdrecht ter hand nam. Het is opnieuw een boeiend boek geworden. Eerder gaven we iets door over dit boek (in Globaal Bekeken) o.a. over de voormalige Hongaarse rabbijn Christiaan Salomon Duytsch, die van 1777 tot 1795 predikant te Mijdrecht was. De indeling van de hoofdstukken is als volgt: 'De eerste tijd der gemeente, 1568-1648', 'Conflicten tussen de kerkeraad en het kapittel van St. Jan of de proost daarvan over het beroepingswerk in de periode van 1649-1755', dan het hoofdstuk over Duytsch, 'Kerkeraad en gemeente in de Franse tijd, 1795-ca.l815', 'Rondom de afscheiding • en de Zwijndrechtse nieuwlichters, 1816-1849', 'Na vrijzinning weer rechtzinnig, 1850-1883', 'Rondom de Doleantie, 1883-1891', 'Verhouding tot de Dolerenden en innerlijke verschuivingen, 1891-1948', 'Verdere ontwikkelingen in Kerkeraad en gemeente, 1949-1973', 'De gebouwen en hun beheerders'. Een naamlijst van predikanten, ouderlingen en diakenen sluit het boek af, met een register van namen. Dr. Haitsma heeft ons een boeiend boek geboden, dat de grenzen van hervormd Mijdrecht overstijgt. Zeer lezenswaardig is het verhaal over Duytsch (met chronologisch en geografisch overzicht van diens leven), maar evenzeer dat over de tijd van de Zwijndrechtse Nieuwlichters (in 1823 vestigde zich een afdeling), waarover ds. Cats Wor in de bibliotheek voor Moderne theologie en letterkunde in 1883 schreef, onder het opschrift 'Godsdienstige communisten vóór 40 jaren'. Het ging om 40 mensen die op een klein vervallen landgoed samenwoonden. Schrijvend over 'innerlijke verschuivingen' behandelt de auteur de vervulling van de vacature ds. Krull (die gezangen liet zingen) door ds. J. G. Woelderink. De beschrijving over diens serieuze taak-en ambtsopvatting is treffend. Voor belijdenis des geloofs stelde hij als vereiste: '2 jaar getrouw catechisatiebezoek; getrouw kerkbezoek en onberispelijke levenswandel', terwijl de belijdenis die afgelegd wordt, niet anders dan deze kan zijn: dat men den Heere wenst te zoeken en Christus Jezus aan te hangen en aan te kleven. In 1913 weigerde hij (met de kerkeraad) in te gaan op het verzoek van een feestcommissie om het honderd-jarig bestaan van onze onafhankelijkheid met een godsdienstoefening te openen, gezien ongeloof en revolutiegeest onder het volk omdat het opening zou zijn van een feest met 'aardse genietingen’.
Maar men kope dit boek en leze het zelf. De beschrijving is zorgvuldig. De uitgave is fraai verzorgd. Zeer aanbevolen.
Toon Leemans en Gerd Verschoor: Smakelijk Schikken; Uitgave Omniboek, Den Haag, 189 pag., ƒ49, 50.
Kunstenaars zijn er in soorten. Van één soort biedt dit boek prachtige voorbeelden. Het bevat foto's met beschrijving van allerlei opgemaakte stukjes, vervaardigd van bloemen, vruchten en fruit. Wat men met eenvoudige middelen al niet doen kan. Van complete gezichten (van wortels, bloemen, tomaten, prei, etc.) tot allerlei originele opmaak van desserts, etc, teveel om op te noemen. Het boek bevat tal van kleurenfoto' s en zeer gedetailleerde beschrijving van de vervaardigingsmethoden van de stukjes. Het lijkt me toe dat dit boek behalve voor persoonlijk gebruik goede diensten kan bewijzen op damesclubs voor de ontspannende uurtjes, terwijl de producten goede diensten kunnen bewijzen om er anderen mee te verrassen.
v. d. G.
Bram Krol, Gemeentegroei, Kenmerken van groeiende en kwijnende gemeenten, Telos-boek, 152 biz. ƒ 16, 50. Buijten en Schipperheijn, Amsterdam 1982.
In dit populair geschreven werkje beschrijft Bram Krol een aantal facetten van de in Amerika bekende Gemeentegroei-beweging, waarbij hij zijn onderzoek vooral toegespitst op de situatie in ons land. Theologische en sociologische beschouwingen gaan in dit boekje hand in hand.
De auteur wijst op de betekenis van het gegeven van de kwantitatieve groei voor zending en evangelisatie. Hij gaat na wat de kenmerken zijn van een groeiende gemeente, welke factoren er zijn die de groei beperken. Verschillende typen 'gemeenten' worden onderscheiden: de sponsgemeente, de steen-gemeenten en de magneet-gemeenten. Beelden die voor zich spreken. Hij wijst op de betekenis van planning en organisatie voor gemeentegroei. In een bijlage worden gegevens verstrekt over in ledental toenemende en afnemende kerken in ons land.
Ik heb het boekje met gemengde gevoelens gelezen. De auteur maakt behartigenswaardige opmerkingen over de betekenis van de evangelieverkondiging en de prioriteit daarvan. Het element van de groei is een bijbels gegeven. Ook allerlei praktische opmerkingen zijn van betekenis voor gemeenteopbouw en evangelisatiearbeid.
Daarnaast doet het geheel me toch meer amerikaans dan bijbels aan. Mikt de schrijver niet teveel op efficiency? Is het spreken van de Schrift over groei niet gebrokener? Naast het getuigenis van Handelingen over de groei in kwantitatief opzicht is er toch ook het spreken van de Schrift over loutering en zuivering in een tijd van afval. Hier en daar is de auteur wat onzorgvuldig in zijn weergaven van meningen, b.v. ten aanzien van Verkuyl. Wordt alles niet teveel beheerst door het streven naar groei? Ik heb op dit punt nogal bezwaren tegen wat de schrijver opmerkt over homogeniteit.
Het sociale en culturele patroon is bepalend voor liturgische vormgeving. Bereiken we met sappig dialect de gemeenteleden in een bepaalde streek dan moeten we dat niet schuwen. Het deed me even denken aan: 'de klant is koning!' Bij alle goede opmerkingen die de schrijver maakt blijf ik toch zitten met de vraag: Worden Woord en Geest hier niet achtergesteld bij efficiency en resultaat? Ook een verschijnsel als 'numerieke groei' is aan normen onderworpen. Groei als zodanig zegt nog niets over het wezen van de gemeente. Ook antibewegingen kunnen tengevolge van efficiency en planning een stormachtige groei doormaken. In het spreken over 'methoden die werken' zoals b.v. 'richt je op ontvankelijke groepen', zit voor mij toch teveel methodisme. Bovendien: Is het waar dat allerlei crisis-situaties mensen meer ontvankelijk maken? Ook hier zou nog wel wat meer en wat anders te zeggen zijn. Niettemin is het thema dat Krol in dit boek behandelt de moeite van het overwegen waard. Men verzuime niet naast het werk van Krol ook het artikel van W. C. Moerdijk te lezen in de bundel 'Uw knecht hoort', getiteld: 'Zending in het computertijdperk' dat de 'gemeente-groei-beweging' positief-kritisch beschrijft.
A. N.
H. van der Ent, Literatuur en christelijk perspectief. 144blz., ing.fl. 19, 90. Uitg. Boekencentrum 's-Gravenhage 1982.
Dit is een bundel opstellen en lezingen van een auteur die zich grondig heeft verdiept in de moderne literatuur en de plaats daarvan in het christelijk onderwijs. Hij stelt vragen aan de orde als: Wat is een goed boek? Wat is christelijke literatuur? e.d. Het boekje besluit met opstellen over Anna Blaman en Jacqueline van der Waals, waarmee hij zijn
visie min of meer wil illustreren. Geboeid las ik het opstel De glimlach van Jaqueline van der Waals. Een van de belangrijkste opstellen lijkt me: De moderne literatuur in het christelijk onderwijs. De auteur zegt daarin een aantal behartenswaardige dingen. Hij stelt daarin o.a. dat het de taak van de opvoeder is kinderen binnen te leiden in de wereld waarin ze terechtkomen, begaanbare wegen te zoeken in het verwarrende bestaan. De literatuur heeft daarin een belangrijke functie: 'de literatuur (is) het gelaat van de cultuur'. De auteur wijst erop dat literatuur niet waardevrij is en dat die ^vaarden dan ook in de klas aan de orde moeten komen, na een goede analyse van het werk. Hij signaleert dat het chr. onderwijs te vaak waardevrij, 'objectief' literatuuronderwijs geeft en dat christelijke literatuur daar te gauw als minderwaardig wordt gezien. Terecht stelt hij ook dat in het werk van een nietchristelijke auteur belangrijke waarden en gedachten naar voren kunnen komen, zoals betrouwbaarheid, eerlijkheid en liefde tot de ander. Het zijn gedachten die me zeer aanspreken.
Toch zet ik op diverse plaatsen in het boek vraagtekens. Zo bijv. bij de opmerkingen op pagina 18 over vorm en inhoud, waar ik hier niet verder op in kan gaan. Ook bij de kwestie van het 'moralisme' van de christelijke school. Ik wil, evenals Van der Ent, de leerlingen niet met oogkleppen het leven insturen, maar ik meen datje als leraar Nederlands op een bepaald moment een grens moet trekken, in de zin van: Dit boek behandel ik niet, omdat het té stuitend is.
De bundel getuigt van grote betrokkenheid van de schrijver bij de moderne literatuur, ook de christelijke literatuur. Het boek bevat menige verrassende uitspraak. Het is bestemd voor kritische lezers die zich bezighouden met de genoemde problematiek.
J. de Gier
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 november 1982
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 november 1982
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's