Over de liefde (2)
Pastorale overwegingen
De agapè - goddelijke liefde - heeft de ander op het oog.
Het dubbele gebod
In een van de laatste zinnen van het eerste artikel in deze reeks schreef ik, dat de agapè - goddelijke liefde - de ander op het oog heeft. Zowel op de Heere als op de naaste is deze gericht. De Heiland heeft dat duidelijke liefdesgebod gegeven als samenvatting van geheel de wet der Tien Geboden. Daarmede wordt de wet in haar geestelijke eenheid getekend opdat deze niet, zoals de Farizeeërs deden, in zelfstandige regeltjes en voorschriften werd uiteengerafeld. Ook reeds in Deuteronomium zes is sprake van 'de liefde tot de Heere Uw God met geheel het verstand, de ziel en al de kracht'. Deze tekst is onderdeel van het beroemde Joodse Sjema-gebed. De vraag is wel eens gesteld of deze beide geboden van liefde tot God en tot de naaste twee zelfstandige grootheden zijn dan wel een geheel. Staat naast de liefde tot God die tot de naaste of vloeit de liefde tot God uit in die tot de naaste? De Heiland onderscheidt nog tussen 'het eerste, nl. het grote gebod en het tweede datzelve gelijk'. Onlosmakelijk behoren ze dus bijeen.
En Paulus dan?
Het schijnt, alsof de grote heidenapostel het woord van de Heiland heeft omgebogen. Nogal eens wordt een tegenstelling geconstrueerd tussen de Heiland en het oorspronkelijk christendom en Paulus met zijn dogmatische theologie. Dan is de bedoeling, dat we met Paulus niet zoveel rekening behoeven te houden. Hij heeft het evangelie op eigen wijze verwerkt en uitgelegd, zegt men dan. Wie de Schrift als van God ingegeven belijdt, wijst deze gedachtengang resoluut van de hand.
Toch valt wel op, dat Paulus heel sterk het liefdesgebod samenvat in dat tot de naaste. In sommige ochtenddiensten wordt in plaats van de wet der Tien Geboden nogal eens aan de gemeente voorgehouden Romeinen 13 : 8vv: Zijt niemand iets schuldig dan elkander lief te hebben, want die de ander liefheeft, die heeft de wet vervuld...'. Men doet de apostel groot onrecht, als men beweert, dat hieruit blijkt, hoezeer men in de naaste God ontmoet. Ook zeer duidelijk spreekt de apostel van de liefde tot God en/of tot de Heere Jezus Christus.
Denk maar eens aan dat zo bekende en heerlijke woord: 'en we weten, dat degenen die God liefhebben alle dingen medewerken ten goede...'. Paulus schrijft aan de gemeente van Korinthe: 'Indien iemand de Heere Jezus niet liefheeft - en dan gebruikt hij het werkwoord fileo (houden van) - die zij een vervloeking'.
We mogen trouwens de woorden uit Romeinen 13 niet zo maar losrukken uit het verband. Merkwaardig dat dit hoofdstuk aanvangt met de vermaning om de overheid, die boven ons staat - met de afgeleide macht van God - gehoorzaam te zijn. En als de apostel dan spreekt over wat men schuldig is te geven aan die over ons gesteld zijn, gaat hij in één adem als het ware over tot het schuldig zijn aan elkander niets minder dan de wederzijdse liefde. En dan bezigt Paulus weer het woord agapè. Ook in dat opzicht kan de briefschrijver gerust zijn, want dat tere woord agapè heeft dus ook wel degelijk betrekking op de liefde tot de naaste. En zijn man en vrouw ook niet elkaars naasten?
Beschouwende en arbeidende liefde
Vele lezers zullen weten, dat met name in de Rooms-Katholieke kerk de liefde tot God vaak opgevat is als een beschouwend leven. Men moest de wereld liever vaarwel zeggen, niet trouwen en zich overgeven aan het 'vita contemplativa', het beschouwende, bespiegelende leven. De ziel wordt omvat door de volheid Gods; vooral in het kloosterleven heeft dat gebloeid. Men trok zich terug achter de dikke muren en leefde daar dichtbij God. We weten van Luther wel beter, dat de wereld niet wegging maar juist mee naar binnen ging. Neen, we moeten de wereld niet uitgaan.
Lees ik het klassieke doopformulier, dan heb ik de grootst mogelijke moeite om de doopouders en de gemeente voor te houden, dat we de wereld moeten verlaten. Dat riekt mij al te zeer naar het kloosterleven. Ik gebruik het oud-Hollandse woord, wat ook meer bedoeld is, dat we de wereld moeten verzaken, opgeven, laten varen. Niet wij de wereld uit, maar de wereld uit ons hart en leven al meer weg! Ongetwijfeld is schouwende liefde in Roomse zin sterk egocentrisch - ik geniet - die wel onderscheiden moet worden van de verborgen omgang met God. Werd deze in onze tijd meer beoefend! Maar ware liefde weet ook van wanten! Denk maar eens aan de Jacobusbrief.
Het ware geloof is door de liefde werkende. U zult al begrijpen, dat we de agapè niet kunnen opsplitsen in twee kringen van geboden of plichten, één rondom God en één met als middelpunt de naaste. Anderzijds kan men de liefde tot de naaste ten opzichte van die tot God zien als de verhouding waarin een beek of rivier tot de bron staat. Daarover de volgende keer meer.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 november 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 november 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's