Levensschets prof. dr. K. Schilder (1)
Het is een diep geluk gereformeerd te zijn. Deze woorden van prof. dr. K. Schilder zijn kenmerkend en bepalend voor zijn leven, zijn theologisch oeuvre en zijn kerkelijke arbeid.
'Het is een diep geluk gereformeerd te zijn' 1)
De hierboven geciteerde woorden van prof. dr. K. Schilder zijn kenmerkend en bepalend voor zijn leven, zijn theologisch oeuvre en zijn kerkelijke arbeid. De kerk en de theologie, de gemeenschap der heiligen en de gemeenschap met de vaderen, de Christus Die Zijn kerk vergadert en de mens die in dat kerkvergaderend werk leven en participeren mag: het is alles in dit leven één geheel geweest. In 1939 heeft Schilder bij de herdenking van zijn vijfentwintigjarig ambtsjubileum bovenstaande woorden opnieuw inhoud gegeven, toen hij in zijn dankwoord in de herdenkingssamenkomst te Rotterdam o.a. zei: 'God heb ik ervoor te danken, dat Hij mij buiten het verband gebracht heeft met de Hervormde Kerk te Kampen, waarin ik gedoopt werd, en me heeft doen brengen binnen het verband der Gereformeerde Kerken, de kerken die ik nog steeds met heel mijn ziel lief heb en die nog steeds staan door Gods genade als een pilaar en vastigheid der waarheid in deze landen'. 2) Men zou zich vergissen deze woorden van Schilder kerkistisch uit te leggen. Kerkistisch was Schilder niet. Hij had de Gereformeerde Kerken lief. En hij was van mening dat de Hervormde Kerk als instituut het kerkvergaderend werk van Jezus Christus in de zin van artikel 27-29 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis in de weg stond. Maar hij heeft altijd opgeroepen tot een oecumenisch christendom, zoals dat in de Drie Formulieren van Enigheid ontvouwd is. Niet voor niets eindigde hij zijn rede bij de herdenking van honderd jaar Afscheiding met deze woorden: 'Maar wie ze (nl. de Drie Formulieren van Enigheid en met name de Dordtse Leerregels, JD) wél aanvaardt, met dien willen wij samenwonen. Met hem zullen wij weer weten te zijn dragers van het geloof der kerk, goede vaderlanders, kinderen der Reformatie, opgenomen in het oecumenisch christendom'. 3)
En wat te denken van de hartstochtelijke oproep die hij richtte tot de Hervormde Kerk, toen daar in de kring der Confessionele Vereniging de Afscheiding was herdacht, welke herdenking niet op Schilders instemming kon rekenen, daar deze uitging van het gegeven instituut der Hervormde Kerk. 'Derhalve: wat doen wij, in het jaar onzes Heeren Jezus Christus voor Hem, Die in de hemel woont, en van daar regeert? - En wat doen wij voor Hem, Die het koningschap van Christus straks zal overnemen, en Die de kerk gezegd heeft: zie, uw Maker is uw Man? Wat doen wij voor den drie-eenigen God? Geen scheidsbrief hier op aarde draagt het opschrift: definitief. - Thans hebben wij te leven uit het geopenbaarde Woord. Welnu, alzóó spreekt dat geopenbaarde Woord: bekeert u; en doet het dadelijk; en doet het in verbondsgehoorzaamheid. Anno Domini 1935 - niets is onmogelijk bij God'. 4) En de steen die het eenvoudige graf van Schilder dekt op de begraafplaats te IJsselmuiden draagt deze woorden uit Joh. 17: 'opdat zij allen één zijn'.
Stilte
Het is lange tijd stil geweest rond de figuur van prof. dr. Klaas Schilder. Na zijn overlijden op 23 maart 1952 is hij voornamelijk het bezit geworden van de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt. Binnen de synodale Gereformeerde Kerken is Schilder na zijn schorsing en afzetting doodgezwegen, omdat het gebeuren in 1944 wel tot een der zwartste bladzijden uit de geschiedenis der Gereformeerde Kerken behoort, hoewel een artikel van G. Puchinger (Trouw, zaterdag 23 aug. 1969) 25 jaar na de vrijmaking luidde: Gereformeerden mogen niet zwijgen over Schilder. Het algehele stilzwijgen rond Schilder begint nu iets te veranderen. Zo schreef prof. dr. J. Veenhof, hoogleraar dogmatiek aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, twee artikelen in het Gereformeerd Weekblad van 23 april en 14 mei jl. 'Bij de dertigste sterfdag van K. Schilder'. In 'De Waarheidsvriend' van 10 juni jl. nam drs. Noordegraaf in de rubriek 'Uit de pers' enkele fragmenten uit Veenhofs artikelen over, m.n. datgene wat betrekking had op de door Veenhof gesignaleerde verwantschap tussen Schilder en Barth. Terecht plaatste Noordegraaf enkele kritische kanttekeningen. In het 'Gereformeerd Weekblad' gebeurde hetzelfde.
In enkele artikelen zal ik proberen een korte schets te geven van het leven van Schilder, van zijn tijd en van de voornaamste punten in zijn theologie. Daarna volgen een paar artikelen waarin de reactie van Schilder op de theologie van Barth wordt nagegaan, waaruit zal blijken, dat bij de conclusies van Veenhof wel grote vraagtekens gezet moeten worden. Van verwantschap tussen Schilder en Barth is m.i. geen sprake. Het is, zoals ds. De Vries schreef in De Reformatie: 'Naarmate iemands sterfdag verder achter ons ligt, neemt de legende-vorming toe.' 5)
Klaas Schilder zag het levenslicht in Kampen op 19 december 1890. Zijn vader overleed in 1896 en zijn moeder, die met haar man naar de Hervormde Kerk was overgegaan, besloot na het sterven van haar man weer terug te keren tot de Gereformeerde Kerk te Kampen. Zo kon Schilder later Hem danken 'Die mij een plaats heeft willen geven in die Gereformeerde Kerken, waarin ik wel niet gedoopt, maar dan toch gedurende al de jaren van bewust meeleven opgenomen ben geweest. Haar te dienen werd meer en meer mijn bewuste streven.' 6)
Dat streven is begonnen op het gymnasium te Kampen en voortgezet aan de Theologische Hogeschool aldaar. In de Kamper studentenwereld heeft Schilder zich op een enorme wijze ontplooid, is zijn geest ontwaakt en kwam het geniale in hem tot uiting. Maar in, of, beter gezegd, achter dat rumoerige gemeenschappelijke, "openbare" studentenleven werkte en dacht, leed en streed de jonge, eenzame Schilder. Zijn enorme kennis van de klassieke en moderne talen ontsloot voor hem gemakkelijk de betoverende wereld van de oude en nieuwe cultuur. Als in permanente extase wandelde hij in een wonderland, waarvan hij het bestaan nimmer had vermoed en waarvan de grenzen nu geheel voor hem waren opengegaan. Het was alles zo totaal anders dan het wereldje waarin hij was opgegroeid. Angstig, maar ook boeiend. Hij zag zoveel dieper en scherper en vooral zoveel gevoeliger en fijner dan alle anderen. Met een naar schoonheid hunkerend hart, met een geest, die onverzadigbaar hongerde naar wijsheid en wetenschap, met een ziel waarvoor de donkere raadsels van het leven opdoemden, dompelde hij zich in al het schone, nieuwe, vreemde, dat zich voor hem ontsloot. Zonder enige leiding, ook zonder enig gezelschap, exploreerde hij als een eenzame pionier de voor hem geheel nieuwe en daarom zo hevig fascinerende gebieden van het menselijk geestesleven.' 7)
Dwars door de hoogten en diepten van zijn leven en ondanks alle persoonlijke schokmomenten is Schilder geleid tot het ambt van predikant. 'Schilder heeft zich gebogen onder de wil van de God van zijn leven. Toen heeft hij het gezien en ervaren, wat in een lange reeks van jaren al helderder voor hem ging leven en zijn hart, zijn denken, zijn handelen al meer ging beheersen, dit namelijk, dat God de mensen direct en duidelijk aanspreekt met zijn almachtig en genadig, zijn richtend en verlossend, zijn heel de existentie van de mens aangrijpend, in de historie ingaand en met de historie meegaand woord.' 8) De worsteling van zijn jeugd, waarin hij de majesteit van God en de kleinheid van de mens heeft leren verstaan, is door Schilder bevindelijk verwerkt en gebracht tot de hoogte van het Woord, te vinden in zijn schets 'Geloof en Religie' uit 1912 naar aanleiding van de woorden uit Hebr. 11:6. Schilder begint dit opstel met de woorden: God beveelt. - Geloof is gehoorzaamheid. - God eischt geloof; en daarom is het gehoorzamheid.' 9) En wanneer hij dan de noodzakelijkheid van het geloof heeft aangetoond om God te kunnen dienen en gehoorzamen, eindigt hij zo: Rustige kracht: at is ons parool, onze praktijk. God beveelt! Wij mogen niet anders! Ons eigen hart dringt ons! Wij willen niet anders! Of, wat hetzelfde is: ustige kracht... tot in den dood!' 10)
Noten:
1. In Schilders boek 'Wat is de hemel? '
2. De Reformatie, I9e jaargang '38-'39 nr. 40 7-7-'39p. 319
3. Rede van Schilder: De dogmatische beteekenis der Afscheiding ook voor onzen tijd, p. 41
4. Brochure van Schilder, getiteld: Óns aller Moeder Anno Domini 1935, opgenomen in Verzameld Werk, De Kerk II p. 235
5. De Reformatie, 57e jaargang nr. 37 I9-6-'82 p. 589
6. De Reformatie, 19e jaargang '38-'39 nr. 39 30-6-'39 p. 305
7. C. Veenhof, in zijn artikel Ten Geleide in het Gedenkboek K. Schilder 1952 p. 10
8. Idem p. 10/11
9. Opstel van K. Schilder: Geloof en Religie, opgenomen in de bundel Om Woord en Kerk III, p. 6
10. Idem p. 22
~~Ds. J. J. C. Dee, Hervormd predikant te 's-Gravenzande, heeft uitvoerig studie gemaakt van de theologie van prof. dr. K. Schilder. In het Hervormd Weekbladpubliceerde hij over hem één en ander. Toen in onze Penschouw een stukje van prof. dr. J. Veenhof over Schilder was overgenomen, reageerde ds. Dee daarop met het verzoek of hij in ons blad iets over deze theoloog, geestelijke vader van de Vrijmaking in de Gereformeerde Kerken, mocht schrijven. In enkele artikelen gaat ds. Dee nu op deze boeiende theoloog in. Hoewel principieel buiten de Hervormde Kerk is hij ook in Hervormd Gereformeerde Kring gekend en bestudeerd. Het is nuttig van zijn visie kennis te nemen, opdat we diepste motieven bij gereformeerden buiten de Hervormde Kerk beter verstaan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 november 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 november 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's