Predikantenvergadering in het Noorden
In de laatstverschenen twee nemmers van de Waarheidsvriend hebt u kennis kunnen nemen van de inleiding van ir. J. v. d. Graaf, getiteld 'Lijden aan de Kerk'. Ir. v. d. Graaf hield deze lezing op een predikantenvergadering te Sebaldeburen (Gron.) op 26 oktober jl. In het nu volgende artikel willen wij u enigszins een indruk geven, hoe er naar aanleiding van deze lezing van gedachten werd gewisseld op deze vergadering tussen de aanwezige predikanten en enkele leden van het hoofdbestuur.
Veel werd er gezegd aangaande de persoonlijke nood ten aanzien van de prediking. De vragen waren toegespitst op het aan de orde stellen van concrete zaken in de prediking.
Een predikant, die zoiets doet en er iets over zegt vanuit de Bijbel, loopt enorme risico's: de kans is groot, dat hij voor 'ongeestelijk' wordt versleten. Onder de aanwezige predikanten was de overtuiging algemeen, dat concrete zaken wél in de prediking aan de orde moesten komen. Er is de verleiding, te gaan preken naar het hart van de gemeente, en over zulke zaken te zwijgen. Ten aanzien van bijvoorbeeld de werkloosheid mag je niet zwijgen! Dat is een zaak, die velen in de gemeente raakt. Vanuit het Woord Gods is er, juist in deze tijd, waarin iedereen erover spreekt en erover nadenkt, veel te zeggen over de thematiek 'arbeid en vrije tijd' en 'het staan in de samenlevingsverbanden'. Ook is er lang gesproken over de geestelijke eenzaamheid, die in veel pastorieën ervaren wordt. De aanwezigen meenden, dat dit een eenzaamheid is, die voor een deel voortkomt uit het werk - wat toch een tegenóverposïtïe inhoudt - terwijl de vergadering tevens constateerde dat er veel onbegrip is bij collega's binnen de Gereformeerde Bond ten aanzien van hen, die menen, dat de grenzen van de roeping kennelijk verder lopen dan wat vaak gekenmerkt wordt als 'bondsgemeenten'. Als tekenend voor dit onbegrip werden de volgende gebeurtenissen genoemd: op de predikantencontio werd tot een van de collega's gezegd: 'Hoe kun jij het nu naar je zin hebben in het hoge Noorden; je bent toch één van de onzen? ' Eén andere predikant deed de ervaring op dat de ouderling van dienst in het gebed vóór de dienst niet bad ^ om de Heilige Geest. Bemoedigend noemde deze predikant het, dat er na de dienst sprake was van grote geestelijke verbondenheid rondom het gepredikte Woord, en de ouderling het genoemde manco zelf opmerkte.'Er werd nog uitgebreid gesproken over de vraag of-kerkeraden en gemeenten, waaruit deze kring van predikanten voortkomt, de geestelijke spankracht hebben, om door allerlei zaken heen nochtans de geestelijke eenheid te blijven opmerken.
Toch geeft dit alles nog geen volledige beeld van de vergadering. Het is niet juist, op grond van het vorenstaande te concluderen, dat de predikantenkring, die hier samen was, zou twijfelen aan de weg, die de Heere God in onze dagen kennelijk met het geheel van de Nederlandse Hervormde Kerk. gaat. Het was goed, elkaar te mogen bemoedigen in het volgen van de roeping, ook naar die gemeenten, waar eertijds geen predikanten uit'onze kring werden beroepen. Ook hier bleek dat de roeping kracht geeft om 'met vreugde' het werk te doen in andersoortige situaties. Die roeping heeft immers geen andere inhoud dan de verkondiging van het Woord Gods, zónder óm te zien, zonder te vragen naar vrucht. 'Op dat punt is er geen verschil over de inhoud van het werk voor predikanten in deze kring of elders' , zo merkten de hoofdbestuursleden op. Eén van de leden van het hoofdbestuur merkte op dat hij leed in de wat hij noemde 'geijkte bondsgemeenten' aan het bezoeken van de vereniging 'tut' en de vereniging 'frutti', of de 'verplichte' aanwezigheid van één of meer predikanten bij recepties, jubilea, etc, waardoor veel van de schaarse tijd verloren gaat.
Als predikanten mogen wij staan in een deel van de kerk, waar de nood en het verval groot zijn, maar waar tegelijkertijd vele openingen zijn voor Bijbelgetrouwe prediking; wij mogen staan in een deel van de kerk, waarvan wij zeggen: de Geest des Heeren hééft hier gewerkt, én werkt hier nóg door de verkondiging van het Woord. Voor de aanwezigen - zo bleek - is het een vreugde om in de weg van dat Woord en die Geest te worden meegenomen op ongekende wegen. Zo mag ook ieder uit deze kring van predikanten, op de plaats
waar hij gesteld is, zijn werk verrichten in dienst aan God, die hem gezonden heeft (waarheen dan ook), in het vertrouwen én met de bede dat het Woord niet ledig tot God zal wederkeren.
G. de Fijter
J. Maasland
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 november 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 november 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's