Boekbespreking
J. J. Thierry, Korte geschiedenis van de telcst van het Nieuwe Testament, 132 blz., ƒ 18, 90. Kok, Kampen 1982.
Ook de Bijbelboeken hebben hun ontstaansgeschiedenis. En een van de taken van de Bijbelwetenschap is na te gaan langs welke wegen de geschriften van de Bijbel tot ons gekomen zijn, via de manuscripten. We bezitten niet meer de oorspronkelijke handschriften van de Bijbelschijvers, maar zijn aangewezen op afschriften. De studie van de tekstgeschiedenis, ook wel tekstkritiek genoemd, probeert vast te stellen welke ons overgeleverde handschriften en lezingen de beste zijn. Dat is een boeiende speurtocht. En allerlei nieuwe vondsten houden de spanning van dit onderzoek er in. De Amsterdamse klassicus, prof. Thierry probeert in dit helder geschreven en keurig uitgegeven boekje voor belangstellende Bijbellezers uiteen te zetten voor welke vragen dit onderzoek ons plaatst. Hij behandelt de belangrijkste handschriften, de oude vertalingen van het Nieuwe Testament, de geschiedenis van de verschillende uitgaven van het Griekse Nieuwe Testament, - en memoreert de nieuwste ontwikkelingen. Op deze wijze is een boekje ontstaan dat in kort bestek veel biedt. Ook studenten in de theologie kunnen hun kennis van het onderdeel 'Inleiding Nieuwe Testament' voor wat betreft de tekstgeschiedenis opfrissen. Een uitvoerige literatuurlijst sluit dit keurig uitgegeven boekje af. Hartelijk aanbevolen.
Jan C. M. Engelen, Johannes 7-10, Verltlaring van een Bijbelgedeelte, 160 blz., ƒ 19, 50. Kampen 1982.
Weer een deeltje in de bekende serie over de Bijbel. De r.k. auteur van dit boekje legt in dit gedeelte Johannes 7-10 uit. De schrijver volgt daarbij bepaalde vertaalprincipes, met grote aandacht voor motiefwoorden en de tekststructuur. Dat leidt soms tot verrassende vondsten, maar in vele gevallen maakt het een zeer gekunstelde indruk. Zo wordt in Joh. 7 : 53 vertaald: En zij trokken op' en via deze vertaling verbindingen gelegd met het optrekken van Abraham. De 'vrouw betrapt op ontucht' wordt verbonden met het overspel van Israël, waarvan de profeten spreken. De uitdrukking 'De Samaritaan' van 8, 48 wordt verbonden met het verhaal van Joh. 4. De schaapskooi van Joh. 10 wordt in verbinding gebracht met het in de Griekse vertaling van het Oude Testament gebruikte woord aula is tempel (Ez. 27 en Ez. 40). Maar wordt op deze wijze niet teveel opgehangen aan de woorden, zonder daar de betekenis-wijzigingen binnen de context gehonoreerd worden? Bij de lezing van Joh. 10 Ik ben de deur, dient volgens de auteur Psalm 74 meegehoord te worden. Merkwaardig is in Joh. 10 : 14, 15 de vertaling'ziel' in plaats van ‘leven’.
Meermalen trof ik verrassende formuleringen aan die aanzetten tot meditatie. Zo aan het slot van Joh. 7: Men kan ook zien hoe de duisternis die heel het zevende hoofdstuk doortrekt, nu opnieuw geconfronteerd wordt met het licht'. De vertaling is erg letterlijk, wellicht te letterlijk om goed Nederlands te zijn in een aantal gevallen. Wat te denken van 9 : 38: en hij bood Hem eredienst...? ' Kritische lezers kunnen in dit boekje toch een en ander vinden wat ons inzicht in de rijke hoofdstukken van het vierde Evangelie verdiept.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 november 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 november 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's