Globaal bekeken
Onlangs gaven we in deze rubriek een stelling door bij het proefschrift van dr. P. van Vliet te Veenendaal over mr. W. Aantjes, waarin werd gezegd dat deze niet vanwege zijn verleden maar vanwege zijn ambities voor de toekomst het veld moest ruimen. In Hervormd Nederland troffen we intussen het volgende interview met mr. Aantjes aan, i.v.m. het aftreden van de heer Van Agt als premier, waaruit we de volgende passage terzake lichten:
Aantjes: "Wie aan de top terecht komt en twijfelt of hij die verantwoordelijkheid wel aan kan, zou de geschiedenissen van de koningen van Israël eens moeten, lezen. Saul, David, anderen ook, in het begin waren ze schuchter, moet ik dat doen? Ze werden van achter de schapen en de vaat weggehaald. Maar aan het eind van hun leven hanteerden ze de macht zonder aanziens des persoons. Ik denk, dat deze verhalen niet voor niets in de bijbel staan.
Er zijn maar heel weinig mensen, die erin slagen niet toe te geven aan de verleiding van de macht. Juist mensen die met grote aarzeling naar de macht worden geleid zijn er naderhand niet meer vanaf te brengen. Ik spreek er niet hardvochtig over. Ik waarschuw slechts. Je moet je steeds afvragen of je niet bezig ben uit te glijden. En je hebt goede vrienden nodig, die dat tegen je durven te zeggen’.’
In tussen valt de ‘bijbelvastheid’ van de interviewer Jan Goossenen op. Hij laat Saul achter de ‘vaat’ en plaats van achter de ‘vaten’ vandaan halen. Het deed me denken aan de tijd van het Getuigenis toen een Ikon-medewerker een interview afsloot met de opmerking dat zo enige aandacht aan het getuigschrift was gegeven.
***
In het Nieuwsblad voor Noord-Oost Friesland werd overgenomen een stukje van ds. R. ten Klooster, hervormd predikant te Rottevalle: ‘Waarom draagt u geen toga?’ Hier volgt een passage uit dit artikeltje, alsmede een ingezonden stuk van ds. L. H. Oosten, Wouterswoude, in hetzelfde Nieuwsblad over deze materie.
‘Ik weet dat wij in onze kerk geneigd zijn om hoog tegen de zgn. ambten aan te kijken, alsof daar iets bijzonders, iets heiligs mee aan de hand is. T.a.v. het ambt van diaken hebben wij het minst die neiging; tot het ambt van ouderling wat meer; maar t.a.v. het ambt van predikant het meest. Bepaalde handelingen mogen alleen worden verricht door degenen die in het ambt staan. Echter, zo vraag ik mij af, wat is ‘ambt’? Het woord ‘ambt’ zoeken we in de Bijbel tevergeefs! (De instelling van het ambt stamt waarschijnlijk uit de Romeinse staatinrichting stamt waarschijnlijk uit de Romeinse staatinrichting. Hoe hoger ambt men bekleedt, moe meer macht en zeggenschap men heeft.) Het bijbelse woord is ‘dienst’.
Ieder volgeling van de Heer staat in zijn dienst, d.w.z. in de dienst aan zijn naast. Met nadruk zou ik dan willen stellen (en ik meen dat het geheel en al in de lijn van het evangelie is) dat het in de gemeente van Christus het allerbelangrijkste is, dat ieder als een levend lid van die gemeente zijn dienst trouw vervult. Het ‘ambt’ (om dit woord te gebruiken) van gelovige is het eerste en belangrijkste in de kerk.
Zo is de predikant een gemeentelid die op grond van zijn theologische opleiding geschikt mag worden geacht aan de overige gemeenteleden de bijbel uit te leggen. Maar primair is hij gewoon gemeentelid, zich in niets van andere gemeenteleden onderscheidend. Om deze principiële gelijkheid van alle gemeenteleden te benadrukken meen ik dat het te bepleiten zou zijn dat de onnodige afstand scheppende ambtsgewaden uit de kerk zouden verdwijnen. Voor mij althans, op grond van bovenstaande overwegingen, vooralsnog geen toga!
Tot slot zou ik willen opmerken: Hebt u ook niet het gevoel dat bijv. de arts wel zo vertrouwelijk en minder afstandelijk en bedreigend overkomt zonder de witte jas dan gehuld in hiëratisch (priesterlijk) witte kleding?’
‘Van het begin van de Reformatie af hebben de predikanten een toga gedragen. Reeds Calvijn was er een voorstander van en ook Luther is altijd zijn ambtsgewaad blijven dragen. Toen er in 1546 Genève een stem opging tegen het dragen van de toga, noemde de grote Hervormer Calvijn dit ‘een vermakelijke geschiedenis’ en de tegenredenen noemde hij ‘uitvluchten’ ( in een brief aan Farel). Genoegzaam bekend is ook, dat de predikanten uit vroeger eeuwen in ons land een toga droegen in de vorm van een tabberd of mantel met bef. Deze hadden niet een ceremoniële functie (als bij priesters onder het Oude Testament), ook niet een symbolische functie (als in de R.K. Kerk), maar als karakteriserend ambtsgewaad (prof. Dr. A. J. Bronkhorst). De toga of tabberd, als kleed der geleerden, functioneerde dus van huis uit in de praktijk zodoende tevens fungeert als ambtsgewaad is m.i. ook verklaarbaar uit het feit, dat de kerk haar theologen betrekt van de openbare Universiteiten of door de staat erkende hogescholen.
Het huidige model toga is in de 19e eeuw in ons land ingevoerd vanuit de Lutherse Kerk in Duitsland. Men achtte het als speciaal gewaad, onafhankelijk van de mode, passend bij de bediening van het Woord en de Sacramenten. Het is hier de plaats niet om een visie op het ambt ten beste te geven. Slechts wil ik nog opmerken, dat, als ds. Klooster het kerkelijke ambt nivelleert tot een noodzakelijke ‘functie’ in de gemeente, dit in strijd is met de reformatorische ambtsopvatting, waarbij het ambt van Christus’ wege inderdaad het aspect van een ‘tegenover’ de gemeente vertoont.
Samenvattend wil ik stellen, dat de huidige devaluatie (afnemende waardering) van het ambt is te zien als een nivelleringstendens (vervlakkingsverschijnsel) en het grijze pak inplaats van de toga als een secularisatieverschijnsel (uiting van verwereldlijking). Op grond van de Heilige Schrift en het reformatorische belijden is dat te betreuren.’
Terecht signaleert ds. Oosten hier een nivelleringstendens. Dat het bij de toga om een ambtsgewaad gaat is duidelijk. In zijn gemeente moet – evenals op sommige andere plaatsen – de burgerlijke overheid aan de predikant toestemming verlenen om in dit ambtsgewaad vanuit de pastorie de weg over te steken naar de kerk toe. Klaarblijkelijk ziet de overheid de toga niet als zomaar een mantel. Binnenkort hopen we overigens in ons blad dieper op deze kwestie in te gaan in artikelen van ds. W. van Gorsel.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 november 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 november 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's