De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

9 minuten leestijd

Er is een werkgroep 'Nederlandse Patiëntenvereniging i.o.' gevormd. 'Met zekere verwachting' wendde de groep zich tot een aantal persorten en instanties. Omdat het om een belangrijke, om niette zeggen broodnodige zaak gaat, laten we hier de informatiebrief terzake volgen, met een dikke streep onder het verzoek om steun, door de werkgroep gedaan.

'Het is u ongetwijfeld bekend dat in de hedendaagse samenleving steeds minder rekening wordt gehouden met wat God in Zijn Woord en Wet aan de mensen opdraagt. Deze loslating van wat Hij zegt, heeft tot gevolg dat vele facetten van de maatschappij aan het verworden zijn. Niet alleen komt de economische zekerheid op losse schroeven te staan, maar al vaker blijkt dat het bestaan van de mens zélf in het geding komt. Als voorbeeld van dit laatste noemen wij de abortuswetgeving en het instellen van een staatscommissie - euthanasie.

Veel van het eigenmachtig denken van de mens van-vandaag-de-dag blijkt in het medisch handelen. Weliswaar is dit nog gericht op het in stand houden van menselijk leven, alleen blijkt steeds vaker dat de normen hiervoor door de mens zelf worden vastgesteld. Menselijk leven vóór de geboorte is niet meer in tel en wordt, indien "nodig" vernietigd. In 1981 waren dat al 60.000 weerloze levens. Ook euthanasie wordt al op grote schaal toegepast en - niet eens meer oogluikend - toegelaten. De positie van de mens zélf, de waarde van het menselijk leven en de bedoeling die de Schepper met de mens heeft, worden in de Nederlandse wetgeving nergens meer wezenlijk gewaarborgd.

Er is een werkgroep "Nederlandse Patiëntenvereniging i.o." gevormd, welke bestaat uit verontruste mensen. Zij geloven dat het goed en zinvol is de Nederlandse Patiëntenvereniging in het leven te roepen, die de Bijbel als uitgangspunt hanteert. Niet om reeds bestaande patiëntenverenigingen gering te achten of te negeren, maar om voorzieningen te treffen vooralle mensen die grote waarde hechten aan bijbelse normen en maatstaven.

Daarbij is de hulp en het meeleven van vele Nederlanders échter onontbeerlijk. De werkgroep heeft onder het motto "Elk mens mag er zijn" de volgende doelstelling geformuleerd: De vereniging stelt zich ten doel het bevorderen van de onvoorwaardelijke bescherming van het leven van de mens - zulks binnen het kader van de gezondheidszorg - in de ruimste zin.

Zij tracht dit doel te bereiken - uitgaande van de erkenning van de beschermwaardigheid van het leven van de mens op grond van de door Gods Woord geboden en in het Verdrag van Rome vastgelegde zorg voor dat leven. Zij verwacht deze doelstelling te kunnen gaan verwezenlijken door de volgende funkties te vervullen:

1. PREVENTIEVE FUNKTIE

Het zich inzetten voor een inspraakfunktie, gericht iegen de aanvragen van abortusvergunning door ziekenhuizen.

2. INSPRAAKFUNKTIE

Het verlangen van directe inspraak inzake het vestigingsbeleid van artsen en de procedure hieromtrent.

3. CORRIGERENDE FUNKTIE

De vereniging kan in overleg treden in verband met door medici gemaakte fouten en bespreken hoe deze in de toekomst voorkomen kunnen worden.

4. VERZEKERINGSFUNKTIE

De vereniging zet zich er voor in ethisch onverantwoorde zaken, zoals abortus, bij ziekenfondsen en ziektekostenverzekeringen niet in aanmerking te laten komen voor vergoeding.

5. VOORLICHTENDE FUNKTIE

Met name t.a.v. euthanasie en het stilzwijgende "gewenningsproces" hieromheen, dient de vereniging een voorlichtende en waarschuwende funktie te gaan vervullen.

6. BIJSTANDSFUNKTIE

Sociale en juridische bijstand voor hen die daarvoor in aanmerking komen, dient eveneens tot de taak van de vereniging te behoren. Het is verheugend te vermelden dat de VBOK(Ver. tot Bescherming van het Ongeboren Kind), Stichting Schuilplaats, het Ned. Comité "Red het Ongeboren Kind" en het Ned. Artsen Verbond van harte instemmen met de initiatieven. Bij dit schrijven treft u een reaktieformulier aan, waarop u uw gedachten en mening over het hierboven vermelde initiatief kunt doorgeven. Wij verzoeken u vriendelijk de vragen in te vullen en het formulier in de bijgaande antwoordenveloppe aan ons terug te zenden. Het is ons verlangen en onze verwachting datu mét ons dit werk zult willen steunen. In aktiviteit, gebed en financiële bijdrage. Vooralsnog zullen wij graag de meningen peilen en delen u wel mee, dat eraan gewerkt wordt de oprichtingsvergadering te houden op DV zaterdag 11 december 1982. Graag ontvangen wij uw reaktie. F. W. de Groot, voorzitter. A. P. Wisse, secretaris.

Tot de initiatiefgroep behoren: de heer H. Baggerman. Bodegraven; mevr. J. Beekens, Breda; de heer G. A. v. d. Berg, Breda; mevr. C. A. v. d. Berg-Overtoom, Breda; mevr. D. G. Sügel-Kleinenberg, Amersfoort; mr. A. J. Coliojn, Lisse; de heer M. Dankers, Den Helder; de heer A. van der Does, Bilthoven; de heer A. van Doleweerd, Utrecht; S. Drijfhout, Woudenberg; mevr. I. M. Faure-Brenninkmeyer, Brasschaet (B); de heer F. W. de Groot, Goudriaan; dr. K. F. Gunning, Rotterdam; dr. H. Harms, Hilversum; de heerW. van Hengel, Ugchelen; de heer W. Kooman, Spijkenisse; de heer H. van de Herik, Leerdam; mr. W. van Leussen, Ottoland; de heer J. L.-Marge, Teleringen; mevr. E. Padding-Dijkema, Amersfoort; Bestuur Stichting 'De Schuilplaats', Veenendaal; ver. van Geref. Aartsen; de heer H. Spijker, Hoek van Holland; H. G. van de Weijden, Ouderkerk aan de IJssel; de heer A. P. Wisse, Voorthuizen; de heer G. Zelzerha, Putten; drs. K. Zuidema, Wezep.

In het pas opgerichte blad Evangelisch Commentaar (EC), de opvolger van het pas opgeheven Gereformeerd Weekblad, geredigeerd door hervormde en gereformeerde theologen, stond het volgende stukje 'Sportsponsoring' dat wel heel schrijnend vermenging van kerk en wereld demonstreert.

'De Lutherse Kerk van Zweden sponsort voor een bedrag van f 11.000, - een ijshockeyteam, dat in ruil daarvoor shirts draagt met een groot rood hart en een vlam, waarin de woorden: "Ik ben met u". De shirts zijn ontworpen door de lutherse bisschop Martin Lönnebo.

Een Zweeds dagblad heeft al gevraagd om meer kerkelijke inmenging, omdat het ijshockeyteam de laatste tijd een behoorlijk aantal wedstrijden heeft verloren...'

Puntsgewijs volgen hier nog enkele synodalia:

Op de hervormde synode wees ds. J. A. H. Brok van de Hervormde Jeugdraad op een nummer van Mediatief, orgaan van de Raad, dat gewijd was aan mediazaken. Tevergeefs zochten we in dit nummer de Naam des Heeren of ook maar enige verwijzing naar het Evangelie. Van alle omroepen werden programma's uitgelicht waarop de jongeren geattendeerd moesten worden, tot en met VPRO en Humanitas. De EO was de grote ontbrekende. In ieder geval werd duidelijk dat de Hervormde Jeugdraad meent jongeren te kunnen benaderen op een wijze zoals elke neutrale organisatie dat doen kan. De vraag is welke jeugd men dan bereikt en welke kerkelijke jeugd men representeert.

o Een speciale commissie uit de Hervormde synode gaat op korte termijn besprekingen beginnen met het Hervormd Beraad Vredesvraagstukken (HBV) en het Interkerkelijk Comité Tweezijdige Ontwapening (ICTO). Basis voor de gesprekken'is de pastorale synodale brief van 1980. Op (zo mogelijk) de volgende synode zal verslag worden uitgebracht.

Duidelijk is dat de vredesbewegingen, die zich naast het IKV hebben breed gemaakt, door de kerken niet meer te negeren zijn. Het ICTO kreeg van de Gereformeerde Synode ƒ 10.000, - (een eenmalige bijdrage). In hervormde kring is het HBV een beweging geworden, die de sympathie kreeg van vele hervormde leden. Het HBV drong zelf op een gesprek ter synode aan. De synode ging niet in op de suggestie om een gesprek ter synode zelf te voeren met het HBV.

Als een kerkeraad een doopverklaring afgeeft mag dat alleen voor doeleinden - zo legde de synode vast - 'waarvan hem aangetoond is dat zij niet strijdig zijn met het belijden der kerk'. De toelichting op het synodevoorstel luidt als volgt:

'In de afgelopen jaren zijn kerkeraden, predikanten en kerkelijke bureaus herhaaldelijk geconfronteerd met verzoeken tot afgifte van een doopbewijs. Bij de aanvragers zat dan veelal de bedoeling voor om met zulk een doopbewijs aan te tonen dat zij niet behoren tot een Israëlitisch kerkgenootschap of tot het Joodse volk in het algemeen. Dergelijke verzoeken werden meestal ingediend in verband met tewerkstelling in of reizen naar het Midden-Oosten. Teneinde dit discriminatoire en dus verwerpelijke gebruik van doopbewijzen tegen te gaan, heeft het moderamen der generale synode zich reeds op 21 december 1974 via "Woord en Dienst" tot de kerkeraden gericht met de volgende oproep:

"Naar zijn mening moet aan kerkeraden ten stelligste worden ontraden doopbewijzen te verstrekken voor andere doeleinden dan strikt kerkelijke. Wanneer uit deze doopbewijzen zou moeten blijken, dat de betrokkene niet-Jood is, zou de afgifte hiervan niet in overeenstemming zijn met de taak, het wezen en de doelstelling van de kerk van Christus. "

Ook toen is meer dan eens de vraag gesteld of het niet mogelijk zou zijn een bepaling van deze inhoud in de kerkorde op te nemen. Het moderamen meende aanvankelijk echter dat een kerkordeaanvulling niet nodig was. Het sprak toch immers vanzelf, zo meende het, dat dit soort misbruik van kerkelijke verklaringen niet door de beugel kon en dat kerkeraden hieraan niet zouden mogen meewerken.

Het moderamen zond in verband hiermede ten overvloede op 21 december 1978 een brief aan alle kerkeraden en predikanten. Het meende daarin een beroep te mogen doen op de pastorale verantwoordelijkheid van de kerkeraden bij de afgiften van doopbewijzen.

Toch bleef de aandrang voortduren een en ander in de kerkorde op te nemen. Zo hebben in de loop van 1981 enkele classicale vergaderingen en de provinciale kerkvergadering van Utrecht zich tot de synode gewend met een voorstel tot wijziging van ordinantie 8-3, waardoor de afgifte van doopbewijzen beperkt wordt. De provinciale kerkvergadering van Utrecht had advies gevraagd aan de Raad voor de verhouding van Kerk en Israël. Deze Raad achtte het eveneens een groot bezwaar dat een doopbewijs op oneigenlijke wijze als niet-Joodverklaring zou worden gebruikt. De Raad vond het voorstel van de provinciale kerkvergadering sterk, juist door het formeel karakter daarvan. De voorkeur van de Raad ging het meest uit naar de formulering:

"... echter uitsluitend voor doeleinden van strikt kerkelijke aard."

Deze laatste formulering werd eerst door de provinciale kerkvergadering van Utrecht en vervolgens door de generale synode bij de behandeling van het voorstel in de eerste lezing overgenomen.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 november 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 november 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's