Oudejaarsavond
'Alzo houde ons een ieder mens als dienaars van Christus, en uitdelers der verborgenheden Gods. En voorts wordt in de uitdelers vereist, dat elk getrouw bevonden worde.' 1 Kor. 4 : 1-2
Over de christelijke kerk luidt deze week de oudejaarsklok. Een jaar lang heeft de prediking geklonken en werd in menig Godshuis het evangelie van vrije genade verkondigd. Onder de bediening van het Woord kwamen zondaren tot geloof, tot nieuw leven. Was u daar bij? Heeft het zaad der wedergeboorte u nut gedaan? Dan is het een bijzondere week voor u en lokt het nieuwe kerkelijk jaar u aan om te gaan naar Bethlehem. Terugziend is daar vreugde; Hij heeft Zijn genade ook aan mij betoond. Vooruitziend is er verwachting; Gods Zoon op de aarde voor mij! Wie kan dat volledig doorgronden? U roepen wij toe: welkom in de strijd. U mag dienaar, dienares van Christus zijn. Zo is dat ook gegaan in Korinthe. Door de prediking van Paulus en Apollos en de zegen die de Heere daaraan verbond, kwamen mensen tot leven. Welkom in de strijd. Weest getrouw! Dienaars van Christus. Ja, Hij was hun enig fundament. Maar...
In Korinthe hebben zij het staan op dit Fundament ingewisseld voor het hangen aan mensen. Niet de Heere, maar de Paulus-Apollos-Cefas-en Christuspartij werd fundament. Welkom in de partijstrijd is het geworden. Heb ik het veel mis als ik zeg dat vele kinderen van God, vele dienaren van Christus vechtersbazen zijn geworden in de plaats van Christenstrijders? Tegenstrijders in de plaats van medearbeiders? Laten wij de blik over de kerk gaan op deze oudejaarsavond dan moeten we belijden: het viel in Korinthe nog mee. Weet wel dat een gewaarschuwde kerk voor twee telt.
Paulus heeft voor ons een les. 'Niemand dan roeme op mensen', 'gij zijt van Christus, en Christus is Gods'. In onze teksten, en leest vooral door tot vers 6, onderwijst Paulus de gemeente hoe zij de dienaars heeft te zien en de dienaars hoe zij hebben te zijn. Laten we vooraf zeggen, dat wij allen dienaars van Christus zijn. Wie Zijn teken en zegel aan het voorhoofd draagt is Zijn dienaar. Dat wist niets en niemand uit. Wel worden sommigen dienaars tot speciale taken geroepen. Maar de moeder heeft in het opvoeden dienares van Christus te zijn en de man in het huwelijk Zijn dienaar. De meester op school, de zondagschool-juf, de burgemeester en de politieman, ja groot en klein zijn dienaars.
'Alzo houde ons een ieder mens als...' Dat betrekt Paulus op zich en op Apollos, op de dienaren van het Woord. Waar hou jij Paulus voor? Waar houdt u uw predikant voor? Als dienaars van Christus. Geen dienaars van mensen. Geen dienaars van de gemeente, geen dienaars van de kerkvoogdij of kerkeraad, maar van Christus. In hetgrieks staat er: adjudant van Christus. Wie in dienst geweest is weet dat de meeste officieren adjudanten hadden. Wat de ritmeester uitgevoerd wilde hebben werd opgedragen aan de adjudant, die op zijn beurt weer zorgde dat de opdracht uitgevoerd werd, door de soldaten. Stel dat de ritmeester zegt: ik wil om twaalf uur appèl houden en de adjudant, bij de jongens gekomen, stuit op verzet en beveelt: nu dan maar een uurtje later. Wanneer de ritmeester komt en vindt de appèlplaats leeg, wat zal hij zeggen? Wie zal hij ter verantwoording roepen? Ja, de adjudant. Desgevraagd zal deze zeggen: het kwam de jongens niet zo uit en daarom heb ik maar wat anders bevolen. Wat zal die ritmeester zeggen? Zou die niet zeggen: ben je nu in hun dienst of in de mijne? 'Alzo houde ons een ieder mens als dienaars van Christus en uitdelers der verborgenheden Gods.' Dus in Christus' dienst bent u en ik. Aan Hem zijn wij verantwoording schuldig en niet aan mensen. Voor uitdelers staat in het grieks een woord dat op rentmeesters duidt. In Lukas 12 staat de gelijkenis van de getrouwe en ontrouwe dienstknecht (vers 41-48).
De ontrouwe dienstknecht, de ontrouwe uitdeler, geeft hen, over wie hij gesteld is, die hem door de heer toebetrouwd zijn, slagen in de plaats van voedsel. Hij verheft zich boven de opdracht van zijn heer. Drinkt en eet, doet of hij zelf de baas is. Een dienaar van Christus moet ook uitdeler zijn van de verborgenheden Gods. Geen slagen uitdelen maar het mysterie Gods uitdelen. Wat is dat? Het mysterie, dat slechts hoogmoedigen menen volledig te doorgronden, van Jezus Christus en die gekruisigd ook voor heidenen. Een dienaar van Christus heeft niet Anders uit te delen. De adjudanten hebben opdracht dat te verkondigen... niet meer en ook niet minder. Die hen horen moeten gevoed worden met dat hemelse Brood en met die geestelijke drank. Hoe ziet u de dienaars? Als dienaars van Christus, als uitdelers van het heil Gods. Hoe moet de dienaar zichzelf zien?
Paulus heeft natuurlijk geleden onder de kritiek op zijn persoon en prediking. Zelfs zijn ambt werd door boosaardigen ter discussie gesteld. Ook onder ons lijden vele dienstknechten aan de kritiek over hen maar ook onder zelfkritiek. Van de weeromstuit gaan vreemde dingen gebeuren. Aanpassen aan de wens van de gemeente, aanpassen aan wat gevraagd wordt. Zo worden zij geëerd en erkend. Niet lang daarna is het oordeel over zich geheel gewijzigd. Doen ze het behoorlijk. En velen beamen dat. Anderen raken totaal in de knoop. Zij kunnen niet rekenen op sympathie en raken totaal ontredderd. Voelen zich mislukt. Eigenlijk hadden zij naar hun mening nooit aan die dienst moeten beginnen. Hoort broeders, hoort wat Paulus zegt. Hoort allen in de dienst van Christus'. Hoort man en vrouw, jongen en meisje: 'En voorts wordt in de uitdelers vereist, dat elk getrouw bevonden worde'. Door wie? Door Christus! Van Zijn dienaars eist Hij getrouwheid. Adjudanten waarop Hij aankan. Ontrouwe, ongelovige dienaars zullen gestraft worden. De eerste eis is: trouw. Trouw aan Hem, Die u in dienst nam. Trouw aan de opdracht uit te delen van die grote schat die Christus verworven heeft. Hij heeft ons daarover gezet als uitdelers van de menigerlei genade Gods. Dat grote geld dat Jezus Christus voor zondaren verwierf in pasmunt uit te delen. Daarom trouw in het onderzoeken van Zijn bevelen. Trouw in het vragen van orders (het gebed). Slechts één begeerte: Zijn wil te doen. Want, vervolgt Paulus, wat de mensen van mij zeggen, ik acht het niet. Wat de wereld van mij zegt ik tel het niet. Ja, wat ik van mezelf vind dat is nog dubieus.
Denkt u daar eens over na. Paulus zegt: ' Ik ben me van geen ding bewust'. Ik weet niét welk oordeel van mijzelf of van anderen goed of kwaad is. Als mensen van mij zeggen dat ik trouw ben, zegt de Heere dat ook? En als mensen zeggen: ontrouw is hij, zegt God dat ook? Heere onze dienaar die is goed! Met dat getuigenis kan hij niet voor God bestaan. Wat zegt Christus.?
Veroordeelden, door anderen en door jezelf, vrijgesprokenen, door anderen of jezelf, daardoor bent u niet gerechtvaardigd. Het gaat om Zijn oordeel en vrijspraak.
Was u trots op uw dienst? Bekeert u.
Was u ontmoedigd in uw dienst? Bekeert u.
Sloeg u er hard op los? Vernedert u.
Vreesde u de mensen? Verman u.
Weet opnieuw: ik ben dienaar van Christus.
Mag ik dat dan nog zijn, zucht een moeder?
Kan ik dat nog blijven, vraagt een dienaar van het Goddelijke Woord?
Ik mag u en mezelf wijzen op die grote Dienaar Jezus Christus. Zijn boodschap was: Mijn Vader heeft u lief; Mijn Vader is vol ontferming over u bewogen en Ik ben gekomen, door Hem gezonden om u dat te berichten. Neen, Hij verhief Zich niet. Hij bleef getrouw dienaar. Niets anders zei Hij dan: bekeert u. Komt tot Mij. Ik heb opdracht en Ik voer die van harte uit, dorstigen te laven en hongerigen te voeden. Komt tot Mij!
Neen, Hij sloeg niet, maar werd geslagen. Men wilde die boodschap van vrije genade uit Hem slaan. Toe past die boodschap aan en wij zullen U eren. Kom van het kruis! Hij bleef getrouw de eer van Zijn Vader bedoelen. Zijn Woord verkondigen. Toen Hij de laatste adem uitblies klonk het: Het is volbracht!
Hij werd getrouw bevonden. Daarmee heeft Zijn Vader Hem over veel gezet. En dat vele, dat mag en dat wil Hij uitdelen. Daar is Hij ook nu nog, o zo getrouw in. Zondag aan zondag, dag aan dag. Hij deelt uit aan ontrouwen, genade, barmhartigheid en vrede. Hij neemt deserteurs opnieuw in dienst. Trouw moet blijken.
Oudejaar, Nieuwjaar voor dienaars van Christus. Maakt Zijn naam groot, roept Zijn weldaden uit, zegt voor het eerst of opnieuw: 'Ik zal, o Heer, dien ik mijn Koning noem, den luister (niet van eigen naam, maar van U) van Uw majesteit en roem (niet de mijne) verbreiden, en Uw wonderlijke daan met diep ontzag aandachtig gadeslaan'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 november 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 november 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's