De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Hervormde Kerk en Gereformeerde Kerken na 1986 in staat van hereniging?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Hervormde Kerk en Gereformeerde Kerken na 1986 in staat van hereniging?

Ondanks rem Hervormd Moderamen

19 minuten leestijd

Aansluitend op een vergadering van de Generale Synode van de Gereformeerde Kerken en voorafgaand aan de vergadering van de Generale Synode van de Nederlandse Hervormde Kerk

Aansluitend op een vergadering van de Generale Synode van de Gereformeerde Kerken en voorafgaand aan de vergadering van de Generale Synode van de Nederlandse Hervormde Kerk, werd op woensdag 17 november en donderdag 18 november een tweedaagse combi-synode gehouden, dat wil zeggen een vergadering van de gemeenschappelijke synoden in het kader van Samen-Op-Weg. De Raad van Deputaten Samen-Op-Weg had in enkele lijvige rapporten de weg uitgestippeld voor de komende jaren. We hebben aan één en ander in ons blad eerder aandacht gegeven. Het belangrijkste voor de besluitvorming op deze synode was het voorstel, dat na 1986 de Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken in staat van hereniging zouden zijn. Alle andere besluiten, die genomen zouden worden, waren aan dit besluit ondergeschikt.

INLEIDING

Dr. C. P. van Andel (Raad van Deputaten S.O.W.) zei, ter inleiding van de synodale discussie, namens de raad voor deputaten, dat men niet te zwaar moest tillen aan het bezwaar om 1986 als streefdatum te noemen. 'Als het ons niet lukt om dan klaar te komen, is er niets verloren', aldus dr. Van Andel, 'als het wél lukt, is het de mooiste bijdrage die we aan de herdenking van 100 jaar Doleantie in 1986 zouden kunnen geven.' De suggestie, die gedaan was om 1992 als streefdatum te noemen, werd door dr. Van Andel ook van de hand gewezen. 1892 is het jaar geweest van hereniging van Dolerenden en een deel van de Afgescheidenen van, 1834. Dr. Van Andel merkte op, dat hij achter deze vraag proefde de gedachte om elke vorm van uitstel te beproeven, met daarachter liggend de gedachte dat uitstel wel afstel zou kunnen worden. 'De dynamiek van het groeiproces is overigens niet met jaartallen gediend', aldus dr. Van Andel. 'We moeten normaal doorwerken. Zouden we 1986 echter als streefdatum laten vervallen, dan zou dit loutere feit eerder negatieve klank krijgen dan dat het opnemen van 1986 een positieve klank zou krijgen.'

Vervolgens gaf ds. D. N. Wouters(gereformeerd predikant te Amsterdam) een overzicht van de fasen, waarin Samen-Op-Weg zich heeft bevonden sinds het eerste initiatief. Hij spitste dit toe op de jaartallen 1952, 1962 en 1972.

In 1952 werden door zowel de Gereformeerde als door de Hervormde Synode zeven deputaten aangewezen voor samensprekingen in het kader van Samen-Op-Weg. Ds. Wouters kenschetste dit jaar als 'het jaar van de verspieders'.

In 1962 deden negen hervormde en negen gereformeerde predikanten, voornamelijk werkzaam in evangelisatie en apostolaat, een oproep om de gescheidenheid van hervormden en gereformeerden niet langer te dulden. Ds. Wouters noemde dit 'het jaar van de apostolaire impuls'.

In 1972 werd voor het eerst besloten een gezamenlijke vergadering van beide synoden bijeen te roepen. Niet slechts een wederzijdse afvaardiging naar eikaars synoden, zoals door 'de verspieders' van 1952 werd voorgesteld, maar een gemeenschappelijke bijeenkomst als teken van bereidheid om als twee kerken gezamenlijk om de tafel te gaan zitten, met elkaar te spreken over de verschilpunten en over de weg tot eenheid. 1972 typeerde ds. Wouters als 'het jaar van de synodale opening'. Het jaar 1982, waarin opnieuw een gecombineerde synodevergadering wordt gehouden, werd door ds. Wouters geschetst als 'het jaar van de beslissende voortgang'.

Kort samengevat zien de deputaten de weg voor de komende vier jaren als volgt:

1983: aan de hervormde en gereformeerde classicale vergaderingen wordt dan gevraagd samen een vergadering te houden, waarin de kerkeraden de plaatselijke ervaringen met de gereformeerde-hervormde samenwerking kunnen uitwisselen.

1984: Aan de gezamenlijke vergaderingen van de beide synoden wordt een ecclesiologische consensus (een overeenstemming inzake de leer van de Kerk, v. d. G.) voorgelegd in concept. Reeds in 1972 werd aan de werkgroep Samen-Op-Weg de opdracht gegeven een dergelijke overeenstemming voor te bereiden. Naast deze ontwerp-consensus wordt in 1984 ook een ontwerp intentie-verklaring aan de gemeenschappelijke vergadering aangeboden.

1985: In dat jaar worden bredere of mindere kerkelijke vergaderingen geraadpleegd, ten aanzien van het op gang gekomen proces van hereniging. 1986: In dat jaar wordt ernaar gestreefd in de vergadering van beide synoden de intentie-verklaring en de ecclesiologische consensus vast te stellen als een acte, waarin beide kerkgemeenschappen verklaren zich te bevinden in een staat van hereniging.

'Tot 1986', aldus ds. Wouters, 'willen we de route wijzen, die ons begaanbaar schijnt en de synoden voorstellen zover te gaan als in de huidige fase van het proces van Samen-Op-Weg verstandig lijkt.' Verder wees hij erop dat in de voorgelegde stukken het voorstel aanwezig was om tot een soort delegatie te komen vanuit de synoden naar een kleiner gemeenschappelijk lichaam, dat de beraadslagingen ter zake van Samen-Op-Weg in de komende jaren zal voeren. Een soort kleine synode dus.

CLIMAX

Dr. R. J. Mooi, (secretaris-generaal van de Nederlandse Hervormde Kerk), zorgde bij het begin van de synodale discussie direct voor een climax van de vergadering. Hij stelde, dat hij namens het hervormd moderamen sprak en dat hij een zekere aarzeling had om als eerste spreker op te treden. Hij wilde niets afdoen van de bezieling en het geloof, dat uit de voorgelegde stukken bleek, maar toch: 'er moet nu beleid gemaakt worden'. En in de beslissing, die de gecombineerde synode zou nemen, diende de werkelijkheid ook verdisconteerd te worden. Ds. Mooi begon met de raad van deputaten lof toe te zwaaien. 'Er is grondig en met voortvarendheid gewerkt. Er zat kennelijk bezieling achter de werkzaamheden. Het termijnplan wijst op een behoefte om één en ander tot resultaat te brengen. Het heeft iets aantrekkelijks, 150 jaar na de Afscheiding, 100 jaar na de Doleantie. Maar hecht aan die getallen niet te grote waarde. Al kan vertraging frustraties oproepen, het is goed voorzichtigheid te betrachten. Overhaasting zal niet begrepen worden door de gemeenten. Als beweging naar elkaar toe niet goed verloopt krijgen we bedrijfsongevallen. In allerlei gemeenten is er nog veel reserve. Dr. Mooi wees in dit verband op wat hij noemde Kerkgevoel bij hervormden en gereforrneerden. Dit te zeggen schijnt hatelijk of ergerniswekkend te zijn. Maar de belangrijkste dingen kunnen wel eens niet op een bepaalde noemer, op een bepaalde formule worden gebracht. Wat bedoelen we eigenlijk met kerkgevoel? Het is het gevoel, dat bij ouderen en jongeren leeft. Het hangt samen met de identiteit van het hervormde en gereformeerde kerkelijk leven. Dat gaat ook terug op ecclesiologische verschillen, die niet kunnen worden samengebracht in een soort doorsnee-ecclesiologie binnen een nieuwe kerk. De vraag is of het wijs is om, gegeven de opdracht tot vernieuwing, in een nieuwe kerk de identiteit uit het verleden in te leveren. Zal dat nieuwe dan ook werkelijk breed aanspreken in de gemeenten?

Ds. Mooi pleitte voor voortgang van het gebeuren van Samen-Op-Weg, maar met 'de vinger aan de pols van het kerkelijk leven. Synoden moeten weliswaar beleid bepalen, maar dan zo dat het de kerk in de gemeenten ten goede komt. Wij willen de hele kerk meebrengen", aldus dr. Mooi. 'Wij willen verder met Samen-Op-Weg, maar dan wel met de hele kerk. Bezieling en zorgvuldigheid dienen daarom hand in hand te gaan.' Aldus besloot dr. Mooi zijn niet mis te verstane inleiding.

VERDERE DISCUSSIE

Ds. K. Smit (gereformeerd). Ds. Smit merkte op dat in 1972 door jongeren de emoties ten aanzien van Samen-Op-Weg speels waren verwoord door opschriften op kartonnen dozen. Hij noemde als opschriften: schuld en bezieling. Hij bepleitte nu als nieuw opschrift: het knetteren van vonken. Hij miste dit in de huidige stukken. 'Dit kan echter belangrijk worden in het gesprek voor de classes. Nog te veel mensen zijn door traagheid aangegrepen.' In dat geval noemde hij ook de Gereformeerde Bond. 'Maar', aldus ds. Smit, 'ik haak haar contact met hen.' Hij pleitte voor een pre-ambule bij de stukken, waarin deze noodzaak van het knetteren van de vonken van de Geest zou worden verwoord.

Dr. S. Meijers, (N.H.) Leiden. Dr. S. Meijers hield een uitvoerige inleiding, nadat hij gezegd had dat hij lidmaatschap van de Gereformeerde Bond en gereformeerde koppigheid wilde combineren. Dit in aansluiting op wat ds. Smit had gezegd. Het betoog van dr. Meijers is grotendeels separaat in nummer opgenomen.

Ds. J. van Drie, (gereformeerd, 's-Hertogenbosch). Ds. Van Drie stelde de vraag: 'Willen we werkelijk tot eenheid komen? Of we het willen zal blijken. Een mens is wat hij doet'. Hij was dankbaar voor de concrete voorstellen. 'Maar', zei hij, 'hereniging van beide kerken is geen einddoel maar een gebeurtenis van wijdere, oecumenische strekking. Het gaat namelijk achter dit gebeuren om de verhouding Rome-Reformatie. Het gaat ook om onze roomskatholieke broeders en zusters, met wie we ons samen moeten verenigen. Dat zou reden zijn voor nog grotere dankbaarheid. Maar achter dit alles', aldus ds. Van Drie, 'gaat het om nog ruimere contouren. Namelijk om de wereld, opdat de wereld gelove. Het gaat om de vragen, die in deze wereld leven. Oecumene is altijd nog bewoonde wereld. Mijn kinderen', aldus ds. Van Drie, 'hebben andere dan oecumenische vragen. Het gaat hen om de vragen van kernbewapening en dergelijke.'

Ouderling J. van Bruggen, (N.H., Kampen). Ouderling Van Bruggen miste in de werkverslagen ten aanzien van 1984 en 1986 het Deo Volente: zo de Heere wil en wij leven. Hij signaleerde, dat bereidheid tot samengaan geen algemeen gegeven is. 'In veel gemeenten, onder andere van Gereformeerde Bondssignatuur, is geen samenwerking en geen samengaan. Grote delen van de Hervormde Kerk hebben moeite met het nieuwe belijden, zoals dat in de Gereformeerde Kerken opgeld doet. Bijvoorbeeld ten aanzien van het verstaan van de Schrift, het functioneren van de tucht.' Hij signaleerde , dat de eigen tijd bepalend gaat worden voor het verstaan van de Schrift. Uitspraken van de Schrift worden dan tijdgebonden verklaard. Ouderling Van Bruggen wenste dat er levenskrachtiger babies uit het te vormen huwelijk van beide kerken geboren zouden worden, dan nu te verwachten zijn.

Ds. H. Gilhuis, (Geref. Kerken, Heerlen). Ds. Gilhuis struikelde over de vreemde woorden als: ecclesiologische consensus. 'Daaruit concluderen mensen, dat het weer gaat om theologen die de macht hebben.'

Ouderling J. Kuiken (N.H., Maassluis). Hij noemde de huidige Samen-Op-Weg-gemeenten 'Wegwijzers naar de snelweg'. 'We moeten snel verder met Samen-Op-Weg. Op de vluchtstrook staan weliswaar ook wagens geparkeerd, daar moet de wegenwacht bij gehaald worden.' Hij besefte, dat we momenteel de hele Kerk niet mee kunnen krijgen, 'maar hopelijk krijgen we het vandaag voor elkaar om een wegenkaart te ontwerpen voor de toekomst'.

Prof. dr. A. v. d. Beek.(N.H., Leiden). Hij achtte deze synode van beslissende betekenis. 'Het proces is onomkeerbaar, hoewel dat ten dele waar is. Op veel plaatsen is namelijk de geschiedenis niet terug te draaien.' Prof. v. d. Beek stelde de vraag: willen we Samen-Op-Weg? Hij stemde van harte in met de beweging Samen-Op-Weg. 'Allereerst vanwege het feit dat de ene Heer ons roept. In de tweede plaats, omdat we veel gemeenschappelijke traditie hebben. Vervolgens vanwege de gemeenten, die al Samen-Op-Weg zijn. Dan: omdat er gekozen is voor een groeiproces, maar', aldus prof. V. d. Beek, 'in het groeiproces moet er een omslag zijn van twee kerken naar één kerk.' Hij pleitte ervoor om op zo kort mogelijke termijn te streven naar volledige eenheid der kerken. 'Binnen elk van beide kerken zijn de verschillen groter, dan tussen de kerken. Zoekend naar het rijk van God hebben we echter de eenheid der gelovigen te betrachten.' Daarom pleitte hij voor een uiterst sobere consensus. Het gaat om een teken stellen in de Heer en niet om het verkrijgen van garanties vooraf.'

Ds. M. Ravenhorst, (N.H., Muiden). Ds. Ravenhorst merkte op in Samen-Op-Weg de stem te horen van de Heere God. Hij stelde zélf aan deze stem gehoor te hebben willen geven. Hij vond het niet eenvoudig. Er moeten weerstanden overwonnen worden. Je stuit inderdaad op het genoemde kerkgevoel. Daarnaast liggen diepergaande verschillen, namelijk verschillen in belijden. In Gereformeerde Bondskring, waartoe ds. Ravenhorst zelf stelde te behoren, is er veel moeite met de Gereformeerde Kerken. 'Maar', aldus ds. Ravenhorst, 'omdat ik hervormd ben ga ik Samen-Op-Weg niet uit de weg. We kunnen de ander ook te gemakkelijk afschrijven.' Daarom riep hij de Gereformeerde Bond op: 'blijf bezig. Steek het hoofd uit. Je leert elkaar kennen. Dan stuit je weliswaar op het afhouden van de boot bij de Gereformeerden als het gaat om het samen leven uit de gereformeerde belijdenis'. In dit verband gaf hij als illustratie de situatie in Muiden, waar Samen-Op-Weg momenteel stagneert, juist inzake het punt van de belijdenis der kerken. 'En de eenheid is er toch alleen als we ons één weten in hetzelfde belijden van de ene Christus. Dan is de kerkorde van de tweede orde. Hoever staan we nog op de bodem van de belijdenisgeschriften? Anders kunnen we wel veel gelijk trekken, maar als we niet samen belijden dan wordt het geen wezenlijke eenheid.'

Ds. S. Kooistra, (N.H., Menaldum). Ds. Kooistra stelde, dat er geen scheidende faktoren meer zijn, waarom de Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken blijvend gescheiden zouden kunnen optrekken. 'Er dient pijn te zijn, dat we gescheiden zijn, terwijl we ook niet meer kunnen zeggen waaróm we gescheiden zijn. Er is echter het gevaar van de modaliteiten-kerk. In de Hervormde Kerk leeft de spanning van het modaliteiten-vraagstuk.' Daarom is het moderamen van de hervormde synode, waar ds. Kooistra deel van uitmaakt, ook beducht voor een te grote haast. 'Graag in 1986 in staat van hereniging', aldus ds. Kooistra, 'maar denk aan het grondvlak. Laten we niet te veel van bovenaf opleggen. Laten we niets afdwingen.'

Dr. H. B. Weijland, (gereformeerd). Hij uitte een gelukwens aan de deputaten, 'Bij elke sprong vooruit zie je des te beter hoe we in het verleden ten opzichte van elkaar stonden. De vraag is: wordt het straks een kerk of worden het kerken? Daar hangt alles mee samen. Het hervormd moderamen wil nu kennelijk de pas inhouden', aldus dr. Weijland, 'jammer, dat het niet eerst met ons besproken is.'

Dr. Weijland herinnerde aan ds. Landsman, de vroegere secretaris-generaal van de Nederlands Hervormde Kerk, die stelde: 'We hebben de gereformeerden nodig om ons bij de belijdenis te houden.' 'Het merkwaardige doet zich voor, dat thans de situatie veranderd is. Twintig jaar geleden was een gereformeerde bovenstroom kritisch op Samen-Op-Weg. Die bovenstroom is nu een onderstroom geworden. De hervormde onderstroom, die toen kritisch was op Samen-Op-Weg, is thans echter bovenstroom aan het worden', aldus dr. Weijland. 'Gereformeerden moesten twintig jaar geleden wennen aan vrijzinnigheid in de Nederlandse Hervormde Kerk, nu moeten de Gereformeerde Bonders in de Hervormde Kerk wennen aan de nieuwe denkmodellen in de Gereformeerde Kerken.'

Dr. Weijland refereerde er intussen aan, dat er twintig jaar geleden, toen hij nog predikant van de Gereformeerde Kerk in Hasselt was, er ook geen samenwerking was. 'We waren in Hasselt zo gereformeerd als we maar denken konden, maar ook toen was er vervreemding. Werkt dat ondergronds nog steeds door? ', aldus dr. Weijland.

Mevr. M. W. van Beinum (N.H., Almelo). 'Willen we of willen we niet? ', aldus ds. Van Beinum. 'Het gaat om de eenheid van Pinksteren en niet de verwarring van Babel.'

Ouderling C. Vonk (N.H., Olst): hij herinnerde aan Ezechiël 17 : 22 en 23 in het vignet van de Hervormde Kerk. Hij zag daarin de verbondenheid van de verschillende richtingen in de Hervormde Kerk. 'Samen-Op-Weg-gemeenten', aldus ouderling Vonk, 'wachten op een kader.'

Diaken W. Jansen, (N.H., Heemstede). Diaken Jansen achtte de openingswoorden namens het hervormd moderamen geen fraai staaltje van interne communicatie. Dit moest een verrassing zijn voor het gereformeerde moderamen en voor de Raad van deputaten Samen-Op-Weg. Diaken Jansen stelde de vraag: 'Wat te doen met de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk? ' Hij stelde echter, dat als hiervoor geen constructie te vinden zou zijn, we het tijdschema niet moeten gaan vertragen.

Ds. W. L. Dekker (N.H., Roosendaal). Ds. Dekker stelde, datkerkgevoel er weliswaar is, maar hij achtte het 'een uiting van godgeklaagde geestelijke luxe, waarmee wij verder denken te kunnen leven. We zijn nérgens tegenover een geseculariseerde wereld. Wanneer het hervormd moderamen zich beperkt met het zeggen: wij hebben onze kerkgevoelens, verschuilt het zich voor de werkelijke situatie, waarin we in deze wereld staan. Het lijkt erop dat de belijdenis dan een bolwerk is, dat wij moeten verdedigen in plaats van dat we er met onze armoede, machteloosheid en schuld bij schuilen. Wij behoeven die belijdenis niet te verdedigen, die belijdenis verdedigt zichzelf.

Ds. C. Blenk, (N.H., Oudewater). Ds. Blenkstelde dat dr. Abraham Kuyper zich zou omdraaien in zijn graf, als hij hoorde van de gereformeerde uitspraken inzake homofilie. Zo begon een hoofdartikel in Woord en Dienst. Gereformeerden, die rechts de hoofdweg verlieten, halen thans de hervormden links in. Dit zijn de erfgenamen van 1834 en 1886 niet meer. De nu in de Gereformeerde Kerken gehuldigde Schriftvisie, de belijdenis-ontrouw, de hele koersverandering verbijstert ons bonders en anderen in de Nederlandse Hervormde Kerk. Als Samen-Op-Weg in 1984 en 1986 zou lukken, moeten wij niet denken dat wij daarmee de Afscheiding en de Doleantie ongedaan hebben gemaakt. Aan de gewetensnood van 1834 en 1886 hebben wij dan nog geen recht gedaan. De hervormde schuldbelijdenis zou hervormde wederkeer moeten zijn. De echte 1834-ers zitten hier niet. Zelfs niet als gasten. Hier ontbreken de Christelijke Gereformeerde Kerken, de Vrijgemaakten, de Gereformeerde Gemeenten. Daar vindt u nog wel de bevinding van een De Kok en de belijndheid van een Kuyper, de leerstelligheid van Herman Bavinck, maar niemand die aan ze denkt. Hun kritiek op de Nederlandse Hervormde Kerk is nog dezelfde als toen. Wij gereformeerden in de Nederlandse Hervormde Kerk delen die. Als wij 1834 en 1886 recht willen doen, moeten wij met hen Samen-Op-Weg willen en weg doen wat in de weg staat. Samen-Op-Weg heeft een wijdere oecumenische strekking, zegt u? En wie komt dan in het vizier? De Gereformeerde Gezindte? Nee, Rome. Daarom ben ik tegen 1984, 1986. Het is onwaarachtig tegenover de intentie van de echte erfgenamen van Afscheiding en Doleantie. Dan hebben wij nog niets verstaan van de spiritualiteit van Hendrik de Kok, die in de Groninger gevangenis zijn psalmen zong. Rijnsdorp zei: de Koningskinderen sterven uit. Op de huidige weg wordt de wereld met zijn nood eerst recht prijs gegeven. Als er te weinig rechtvaardigen zijn, gaat Sodom en Gomorra pas goed verloren', aldus ds. Blenk.

Mevr. A. Mulder (N.H., Middenmeer). Mevrouw Mulder stelde, dat het de taak van de kerk is om ook de zwakken te beschermen tegen allerlei wind van leer. Daarom heeft ze geen behoefte aan afzwakking van artikel 10 van de Nederlandse Hervormde Kerkorde, waarin staat: dat geweerd. wordt alles wat het belijden weerspreekt. In de stukken wordt gesproken: afstand nemen van alles wat het belijden der kerk weerspreekt. Er zijn in de kerk vreemde leringen genoeg.

Ds. G. Biesbroek (N.H., Ede). Ds. Biesbroek vroeg zich af: 'Willen we het of willen we het niet? Het móét als we letten op het christelijk gebod'. Maar als lid van de Gereformeerde Bond heeft hij, vanuit het geloof der vaderen, tegelijk zorg voor het geheel van de Kerk met zijn grote diversiteit en de vele spanningen. Met zorg zal een weg moeten worden gekozen, zodat de hele kerk mee kan gaan. Daarbij moet de belijdenis een grote rol spelen. Ds. B iesbroek hoopt op openheid, ook naar de kant van de gereformeerde gezindte. Hij vond het jammer, dat deze kerken zelfs bij de gasten ontbraken. Ds. P. V. d. Heuvel (N.H., Harmelen). Ds. v. d. Heuvel stelde blij te zijn met het 'groeimodel'. Hij stelde, dat niet van bovenaf moet worden opgelegd. Hij gelooft er niets van, dat een brede middenlaag van de kerk op synodale uitspraken zit te wachten, op signalen van de synode. Eerder is een terughoudendheid te constateren. Men trekt zich juist op de eigen gemeenten terug. Hij achtte het een goede zaak, dat de gemeenten en de classes geraadpleegd gaan worden, maar dan moet wel duidelijk zijn waarom het gaat. Hij pleite voor minder emotioneel geladen tijdsplanning. 'De data kunnen we missen. Het opjagen van Samen-Op-Weg zal de zaak meer schaden dan dienen.'

Dr. C. P. van Andel (N.H.) en ds. B. J. Aalbers (Gereformeerde Kerken). Tenslotte ging dr. C. P. van Andel en ds. B. J. Aalbers op enkele facetten van de betogen van de sprekers in. Dr. Van Andel merkte op, dat alle stukken besproken waren met de beide moderamina van de kerken. Voor het merendeel was er sprake van eenstemmigheid. Waar die eenstemmigheid niet was, was het voorstel door de deputaten teruggetrokken. Over een intentie-verklaring was namelijk verschil van mening en die intentie-verklaring was dan ook niet bij de stukken gevoegd. Ten aanzien van de Gereformeerde Bond stelde dr. Van Andel, dat de Gereformeerde Bond binnen de gemeenschap, binnen de nieuwe kerkgemeenschap moet worden gehouden, vooral als geestelijke stroming. 'Die kunnen we niet missen', aldus dr. Van Andel. Ten aanzien van ds. Blenk stelde dr. Van Andel: 'U kijkt naar rechts. U weet natuurlijk wel, dat veel van die kerken beïnvloed zijn door de Nadere Reformatie. We moeten echter terugroepen naar Calvijn, die door dr. W. Nijenhuis getypeerd is als Calvinus Oecumenicus.'

Ds. B. J. Aalbers maakte een ietwat ironische opmerking in de richting van datgene wat door het hervormd moderamen was verwoord. Als hij, vrijgesteld secretaris voor Samen-Op-Weg, aan een nieuwe functie zal denken, zal hij in dienst treden bij fam. Rem en Co. Ten aanzien van dr. Meijers stelde hij aan motie 1 en 3 door hem ingediend geen behoefte te hebben (zie bijgaand stuk van dr. S. Meijers). Wat een eventuele schuldbelijdenis betreft: deze zat in de door dr. Van Andel reeds genoemde intentie-verklaring. Ook ds. Aalbers pleitte voor het erbij houden van de Gereformeerde Bond. Hij zou wel ruimte willen hebben in 'De Waarheidsvriend' om daar zijn visie te verwoorden en in hervormd-gereformeerde gemeenten ook één en ander willen vertellen ten aanzien van Samen-Op-Weg. Wat betreft de-Christelijke Gereformeerde Kerken, zei ds. Aalbers in antwoord op ds. Blenk dat deze zelf om kerkpolitieke redenen de boot afhielden, omdat zoals ds. J. H. Velema had gezegd samenwerking met de Gereformeerde scheuring op het plaatselijke vlak zou betekenen. Met betrekking tot het door dr. Mooi genoemde 'kerkgevoel', stelde hij: 'Waarom moet de Heere God wijken voor het hervormde en gereformeerde kerkgevoel? '.

BESLUITVORMING

Na deze langdurige discussie van beide synoden werd door de afgevaardigden van beide synoden besloten de voorstellen, welke geformuleerd worden door de Raad van deputaten Samen Op Weg, te aanvaarden. Dat betekende, dat de maning tot voorzichtigheid door het hervormd moderamen geen effect had gehad. Met veertien hervormde stemmen en één gereformeerde stem tégen werden de voorstellen aanvaard. Dat betekent, dat na 1986 de Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken in een staat van hereniging zullen moeten zijn, als tenminste beide synoden afzonderlijk de besluiten overnemen. In 1984 zal de ecclesiologische consensus ter bespreking liggen op gecombineerde classicale vergaderingen.

De trein staat, om zo te zeggen, op de rails. De vraag is slechts, waar de struikelblokken zich zullen bevinden, waarop de voortgang van de trein zal worden gestuit. Dat zal de toekomst leren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 november 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Hervormde Kerk en Gereformeerde Kerken na 1986 in staat van hereniging?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 november 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's