De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Levensschets prof. dr. K. Schilder (3)

Bekijk het origineel

Levensschets prof. dr. K. Schilder (3)

10 minuten leestijd

Schilder hééft zich altijd primair dienaar des Woords geweten

'Wie met tranen zaait, zal met gejuich maaien, ooli in de polemieli.'1)

Het is niet mogelijk een overzicht te geven van de totale breedte en diepte van Schilders leven en werk. Hier worden enkele lijnen getrokken in zijn werk om zo zijn levenstaak in beeld te krijgen. Schilder hééft zich altijd primair dienaar des Woords geweten en door zijn prediking heeft hij talloos velen aan zich gebonden, heeft hij diepe sporen in de gemeenten getrokken en een school van predikers in zijn lijn gevormd. 'Direct had zijn prediking iets eigens. Zeker, achter zijn preken lag steeds een met grote en steeds toenemende kennis van zaken verzorgde uitlegging der Schrift. Ook zijn voortdurend groeiende kennis van de literatuur, van het moderne mensenleven met zijn ingewikkelde problematiek, van de resultaten van het theologisch en wijsgerig denken en worstelen en niet minder zijn fantastische associatie-en combinatiegave resulteerden in zijn preekarbeid! Maar dat alles was toch niet het typerende van zijn prediking. Neen, dat bestond hierin, dat Schilder al dieper, scherper en vooral steeds meer existentieel de ontzaglijke werkelijkheden van zonde, schuld en ellende, van Gods majesteit, toorn en genade; van 's Heeren verbond en kerk; van Christus' ambt, verzoenings-en verlossingsarbeid; van de door Hem tot stand gebrachte vernieuwing van het mensenleven en, niet het minst, van de heel het leven der mensen absorberende en opvorderende ambtsdienst ging zien en verstaan. Wanneer Schilder preekte zag hij dat alles als in een machtig, aangrijpend diorama in het Schriftwoord dat hij bediende; het leefde en beefde voor hem in zijn tekst. Want het ging Schilder op de preekstoel altijd hierom, dat Gods volk zijn zonden zou zien, zo, dat het neerviel en kreunde: o God wees mij zondaar genadig; dat het als met grote verbaasde ogen en met jubelend hart de Heere zou loven om zijn wonderbaarlijke grootheid en genade en dat het in de almachtige en volkomen vrijmakende greep van Gods sterke en tere Vaderhand, zijn taak, zijn levensstrijd steeds en zo nodig ten bloede toe en tot het einde zou volbrengen tot eer van God en tot opbouw van Diens kerk!' 2) In het blad De Reformatie heeft Schilder door talloze meditaties en artikelen zijn exegetisch en homiletisch vermogen ontplooid. De Schrift legde hij uit in het verband der openbaringshistorie en hij heeft geleefd uit het Schrift met Schrift vergelijken, waardoor hij de samenhangen in de Schrift liet zien. Zijn grootste en diepste werk op het terrein der Schriftontvouwing is geweest zijn driedelig werk 'Christus in Zijn lijden'. 'Alles wat Schilder wist en kon heeft hij aangewend om uit de Schriften de Middelaar te tekenen, zoals Deze tussen hemel en hel, op onze aarde de oertak der mensheid volbracht, alle zonde en schuld boette met de eeuwige verdoemenis en zo de verzoening, de vrede en gemeenschap met God voor ons verwierf.' 3) 'Dit boek zal altijd een opgericht teken blijven van wat de gereformeerde exegese en de gereformeerde dogmatiek tezamen vermogen, indien ze, zoals bij Schilder het geval was, samenvloeien in één geest en gericht worden op het borgtochtelijke Middelaarswerk van onze Heere Jezus Christus, zoals ons dat in de Evangeliën beschreven wordt. Dogmatiek en exegese samen hebben hem in staat gesteld de Schriften over het lijden van de Borg te openen zo schoon en aangrijpend en zo zuiver, dat ieder die dit boek leest er diep van onder de indruk komt. In ieder hoofdstuk is de lijdende Christus centraal gesteld in Zijn lijdelijke en dadelijke gehoorzaamheid.' 4)

Vormend inwerken

Verder heeft Schilder getracht vormend in te werken op het gereformeerde leven en op allerlei cultuurvragen die zich voordeden. Het is zijn bedoeling geweest om, in de lijn van Kuyper, een hecht gereformeerd cultuurleven op te bouwen, dat echter niet alleen zich isoleerde, maar dat tevens vormend op de wereld moest inwerken. Bekend zijn zijn opstellen: Aesthetische Christusbeschouwing, Kerktaal en leven. Van kerk tot kring... een afval, Kop en staart, Onze verhouding tot het toneel, Eros of Christus, Kerk en Kunst, Christus en cultuur. Niet alleen voor het gereformeerde leven, ook voor de gereformeerde leer heeft Schilder op de bres gestaan. Zo heeft hij gepolemiseerd om de erfenis van A. Kuyper met de Christelijke Gereformeerde Kerken in zijn geschrift: dr. A. Kuyper en het neo-calvinisme te Apeldoorn veroordeeld? Hij stond geheel achter de dogmatische beslissingen van de synode van Assen 1926 tegen dr. Geelkerken en heeft zijn visie uitgewerkt o.a. in: Gereformeerd Farizeïsme; en: Een hoornstoot tegen Assen. Belangrijk is ook te zien hoezeer hij gereformeerd confessor is gebleven in zijn liefde ten opzichte van de gereformeerde belijdenisgeschriften. Daarvan getuigt b.v. een rede uit 1936: Band aan de Belijdenis, waarin hij de belijdenis verdedigrtegenover de theologie van Barth en tegenover een z.i. inhoudsloos oecumenisch christendom. In zijn theologie heeft Schilder geen stap gewaagd buiten de Schrift en de Belijdenis om. En als men hem vroeg naar zijn dogmatiek, 'haalde hij de Drie Formulieren van Enigheid voor de dag, zeggende: dat is mijn dogmatiek'.5)

Karl Barth

Vanaf het begin van Barths invloed in Nederland heeft Schilder zich tegen hem gekeerd en tegen die theologen in Nederland die Barth volgden, m.n. prof. Haitjema uit Groningen. In Schilders verzamelbundels 'Bij Dichters en Schriftgeleerden' en 'Tusschen Ja en Neen' treft men verschillende artikelen aan over de dialectische theologie van Karl Barth. Te denken valt aan: De paradox in de religie; In de Crisis; Calvijn over de geloofsparadox. In zijn strijd tegen Barth was het Schilder m.n. te doen om het zuiver en betrouwbaar spreken Gods in de Schriften en om de continuïteit van het heilswerk Gods in de geschiedenis en het persoonlijk leven. In 1933 promoveerde Schilder in Duitsland op het proefschrift 'Zur Begriffsgeschichte des Paradoxon', waarin hij m.n. de dialectische theologie bestreed in het hanteren van het begrip paradox en hij vanuit Calvijn licht liet schijnen op het gereformeerde spreken over het altijd zuivere en ware spreken Gods, dat aangepast is aan het bevattingsvermogen van de mens. Op de verhouding Schilder-Barth hoop ik nader uitvoeriger terug te komen.

In zijn periode als hoogleraar te Kampen zijn er vele collegedictaten van Schilder verschenen over dogmatiek, ethiek, encyclopaedic en wijsbegeerte. Het eerste jaar van zijn professoraat werd gestempeld door de herdenking van honderd jaar Afscheiding 1834. Uit 1934 dateren twee belangrijke redevoeringen van Schilder. De eerste was getiteld 'De dogmatische beteekenis.van de Afscheiding ook voor onze tijd' waarin Schilder de Dordtse Leerregels plaatste tegenover de theologie van Karl Barth. Hij liet daarin zien hoezeer de dialectische theologie van Barth afweek van de grondgedachte der Reformatie - en dus van Dordt! - doordat het gereformeerde denken vastgehouden heeft aan de in de geschiedenis presente genade. God heeft - zo stelde Schilder - in de geschiedenis plaats voor het werkelijke drama van gericht en genade. Zo heeft Schilder de praesentia salutis vastgehouden en verdedigd. 'Maar wie weer ernst maakt met het geloof in de efficacia, de souvereine kracht van die openbarende en verlossende genade, welke daar werkt in de geschiedenis, gelijk van ouds ze heeft gedaan, die spreekt met ons, ook nu, de woorden van Dordt'.6) Schilders tweede referaat was getiteld 'Beginsel, recht en beteekenis der Afscheiding', waarin hij de kerk plaatste voor de Verbondsgod Die verbondsgehoorzaamheid eist. Micha 6 : 8 'Hij heeft u bekend gemaakt o mens wat goed is; en wat eist de Heere van u, dan recht te doen, en weldadigheid lief te hebben, en ootmoediglijk te wandelen met uw God? ' beheerste geheel zijn betoog: et verbond als rechtsverband, als rechtsrelatie en gemeenschapsvorm dat ook door ons gehandhaafd moet worden. De verbondseisen en de Afscheiding: at lag voor Schilder op één lijn en die lijn begeerde hij vast te houden. 'Zo klinke dan als laatste woord op dezen herdenkingsdag tot wie bin-nen en buiten zijn de stem van Micha, met den vocativus van de reformatie.'? ) In dit verband noem ik ook een van Schilders meest indringende geschriften 'Ons aller Moeder Anno Domini 1935' waarin hij de Hervormde Kerk - toen er van hervormde zijde een oproep had geklonken naar de Afgescheidenen terug te keren tot de Hervormde Kerk - oproept zélf terug te keren vanuit haar hotel-en organisatiekerk tot onvoorwaardelijke verbondsgehoorzaamheid.

In twee belangrijke werken over de eschatologie 'Wat is de hel' en 'Wat is de hemel' heeft Schilder uiteengezet hoe de transcendente God immanent (d.w.z.: in de historie) werkt en de voleinding der eeuwen de laatste hand is die de Heere in de geschiedenis aan Zijn schepping legt.

Strijd tegen deformatie

Zijn jaren als hoogleraar te Kampen waren bepaald door zijn strijd tegen de deformatie in de Gereformeerde Kerken, met name op theologisch gebied. Hij heeft in boeken, brochures en talloze artikelen in De Reformatie geschreven en gestreden tegen Kuypers ideeën over de algemene genade en de pluriformiteit der kerk; tegen toen in de Gereformeerde Kerken vigerende menigen over doop, verbond en verkiezing. En zo gingen de fronten zich aftekenen. Aan de ene kant Schilder, aan de andere kant H.H. Kuyper en V. Hepp van de Vrije Universiteit. Tegen hen was Schilders polemiek voornamelijk gericht. Toen brak de oorlog uit. Al ruim vóór 1940 had Schilder gewaarschuwd voor het nationaal-socialisme en de NSB. En wie heeft zich in die eerste periode van de oorlog in geschriften zó verzet als Schilder? Eerst zijn brochure 'Geen duimbreed', gericht tegen Nazi-Duitsland en de NSB. Vervolgens de vele artikelen in zijn weekblad De Reformatie, later gebundeld in Bezet Bezit. 'De schuilkelder uit-uniform aan': Schilder bleef oproepen tot voortzetting van de geestelijke strijd, tot zijn blad De Reformatie verboden werd, hijzelf enkele maanden gevangen werd gehouden en hij een schrijfverbod kreeg opgelegd en moest onderduiken. Inmiddels waren de wolken die er hadden gehangen sinds de synode van 1936 samengepakt. De nazomer van 1943 en het voorjaar en de zomer van 1944 kwamen. De kwestie waarom het ging zal hier niet wederom uit de doeken worden gedaan. De Gereformeerde Kerken hebben toen een van hun grootste zonen geschorst en afgezet, uitgestoten. Om alles helder voor de ogen te stellen is minitieuze studie en veel ruimte nodig. De synode van 1942 bracht ten aanzien van dogmatische geschilpunten compromis uitspraken op tafel die aanvaard moesten worden. Er heerste groot wantrouwen ten aanzien van de in gesloten vergadering voorbereide synode-uitspraken. Schilder was niet als praeadviseur op de synode verschenen, daar hij deze onrechtmatig vond en zelf ondergedoken zat. Het tragische conflict tussen Schilder en de synode mondde na Schilders afzetting uit in de bekende vergadering waarin de vrijmaking van alle synodebesluiten werd bekend gemaakt. Daarop preekte Schilder weer voor het eerst op 20 augustus 1944 te Bergschenhoek over 1 Cor. 4 : 6-7 'de apostolische afwijzing van bovenschriftuurlijke bindingen en vonnissen'. De Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt waren ontstaan. Voor deze kerken heeft Schilder zich tot het einde van zijn leven ingezet. Het waren misschien wel de moeilijkste jaren van zijn leven: olemiek naar buiten, leiding geven en de eenheid bewaren naar binnen. Zijn theologische arbeid heeft hij voort kunnen zetten aan de Theologische Hogeschool der Vrijgemaakte Gereformeerde Kerken te Kampen, Broederweg. De jaren tussen '45-'52 waren m.n. de jaren van zijn Catechismusverklaring, een monumentaal werk over, de Heidelbergse Catechismus, dat Schildei; heeft becommentarieerd tot en met zondag tien en dat dus een torso is gebleven. Zijn einde kwam op 23 maart 1952 na een kort ziekbed. Er was een uitvaart nodig met verschillende rouwdiensten om de vele duizenden te kunnen bergen die hun voorganger en broeder wilden eren. Aan zijn graf werd gelezen Johannes 17. Want hij, die in 1944 als scheurmaker was uitgestoten, was de échte oecumenicus die in zijn leven en in al zijn werken op wacht had gestaan bij de zuiverheid en heiligheid van de Kerk.


1. De Reformatie, 14e jaargang nr. 11, 15 dec. 1933.

2. C. Veenhof: Ten Geleide, in het Gedenkboek K. Schilder 1952, p. 11/12.

3. Idem p. 14.

4. R. H. Bremmer, artikel 'Prof. Schilder als publicist' in het Gedenkboek K. Schilder 1952, p. 95. '

5. P. Deddens, artikel Gedachteniswoord, inGe-• denkboek K. Schilder 1952, p. 73.

6. K. Schilder 'De dogmatische beteekenis der Afscheiding' p. 40.

7. K. Schilder 'Beginsel, recht en beteekenis der Afscheiding' opgenomen in Verzameld Werk, De Kerk II p. 123.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 december 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Levensschets prof. dr. K. Schilder (3)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 december 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's