Uit de pers
Nes Ammim - het Gastenhuis
Over Nes Ammim, de christelijke nederzetting in het Noorden van Israël is al veel geschreven. De vele toeristen die jaarlijks Israël bezoeken gaan ook aan dit centum niet voorbij. Nes Ammim is wel genoemd een teken van christelijke presentie in Israël. Men beschikt o.a. over een gastenhuis. Daarover schrijft Helga Dudman in het oktober nummer van het maandblad Israël:
'Het nieuwe (drie-sterren) gastenhuis, dat sinds enkele maanden in werking is, heeft achtenveertig kamers met elk twee bedden, vloerbedekking, bad of douche, radio en airconditioning. Alles is helder en comfortabel. Er is een prettige lounge, een bar, een eetzaal, een souvenirswinkel, en een zwembad. Tijdens mijn bezoek vertrok een groep van tachtig Duitsers en een grote groep Amerikanen werd verwacht. Aangezien de meeste bezoekers buitenlandse toeristen zijn, ontvangt Nes Ammim meer buitenlandse deviezen dan het doorsnee Israëlische gastenhuis. De hotelmanager heet toevallig ook Mosje Dayan en natuurlijk maakt die naam indruk op de gasten. Hij was vroeger manager van het gastenhuis in de kibboets Hagoshrim en hij is enthousiast over de mogelijkheden van zijn nieuwe onderneming.
Dayan woont zelf in Kiryat Bialik. Er is nl. overeengekomen, dat er geen Joden in Nes Ammim zullen wonen. Een bijzondere zorg wordt aan gehandicapten besteed. De lounge bijv. is zo ingericht, dat rolstoelen er gemakkelijk kunnen manoeuvreren. Verschillende kamers hebben speciale inrichtingen voor gehandicapten in de badkamers, een huistelefoon en verbindingen met de aangrenzende kamers. De warme landelijke charme van het interieur is het gevolg van het veelvuldige gebruik van hout bij het huisraad en bij de betimmering. Hout wordt bij openbare interieurs in Israël niet veel gebruikt, maar het gebruik is normaal voor leden van een nederzetting, die verworteld zijn met Noord-Europese culturen. Bovendien heeft Nes Ammim een kleine timmermanswerkplaats, die het gehele werk voor het gastenhuis verricht. De gelijkmatigheid van het traliewerk en de trapleuning maken de bezoeker duidelijk, dat hier vakmensen aan het werk zijn. De plannen voor het gasthuis werden door een lid van Nes Ammim gemaakt, die architekt is: Jacob Bouterson, afkomstig uit Nederland. Na de voltooiing van het gebouw werkt hij aan het buffet van de bar en de lounge. Van het materiaal dat ter plaatse aanwezig is, wordt veel meer gebruik gemaakt dan elders in Israël. 'Ik was bijv. blij om geen spoor van buitenlandse tegels te zien. De bouw werd geheel door leden van de nederzetting verricht. Bezoekers, die de gebouwen willen zien, worden vriendelijk te woord gestaan en aan hen worden de landbouwkundige, sociale en theologische achtergronden van de kibboets uiteengezet. De grote rozenbroeikas en het verpakkingshuis zijn ingericht volgens de laatste vondsten in de tuintechnologie. Ik was bijzonder getroffen door de afdeling geraniums. Ik heb een groot zwak voor deze bloemen en hier zien wij hoe de geraniums naar Europa geëxporteerd worden. Uitgekozen planten worden naar Holland gevlogen. Zij groeien onder plasdc in de warme Israëlische winter en worden naar Holland gezonden, waar zoals in de rest van Europa geraniums overvloedig zijn. De timmermanswerkplaats doet het bijzonder goed. In Nes Ammim is men gespecialiseerd in traphuizen. De wekplaats is vol met opdrachten van particulieren en aannemers. Jonge Nederlanders en Duitsers zijn daar aan het werk. "Wij hebben zes vakkundige timmerlieden, die hier twee tot acht jaar zijn en het is belachelijk, om deze mensen rozen te laten snijden" zegt De Gier. Hij was vroeger leraar en zijn twee kinderen zijn in Israël geboren.
Het idee van Nes Ammim werd dertig jaar geleden in Tiberias geboren. Er was bij de opzet grote hulp van de kibboets Ayelet Hashachar. Een Nederlandse dokter, dr. Johan Pilon, werkte in het Schotse ziekenhuis in Tiberias als zendingsdokter. In Tiberias kwam hij in contact met Shlomo Bezek (die ook uit Nederland afkomstig was) en die toen in Ayelet Hashachar leefde. In de volgende jaren kreeg dr. Pilon andere opvatdngen over Israël. Hij werd bevrucht door het nieuwe denken van de Nederlandse-Hervormde kerk en door de nieuwe relatie tussen de Kerk en de Joden. Na vele gesprekken met zijn Joodse vrienden herzag hij zijn positie en stelde de dialoog in plaats van de zending. Dat was iets totaal revolutionairs, een heel nieuwe theologische oriëntatie van het Christendom tegenover de joods-christelijke betrekkingen. In 1960 werd in Nederland een internationale conferentie gehouden. Een constitutie werd opgesteld en aan de Israëlische regering aangeboden, land werd gekocht van een Drusen-sjeik in de vlakte tussen Akko en Naharia. Het ging niet gemakkelijk. Toen Levi Eshkol Minister President werd in 1962 werd hij onmiddelijk door de orthodoxe partijen aangevallen, aangezien hij medewerkte aan de totstandkoming van "een heel dorp van zendelingen". Een publieke storm was het gevolg en protesten in de pers volgden. Een comité uit de Knesset onderzocht de hele zaak. De initiatiefnemers van Nes Ammim ondervonden grote moeilijkheden ook van christelijke groepen, die tegen het experiment waren, juist omdat het géén zendingsbeweging was. Eindelijk in 1964 werd het groene licht gegeven. Er kwam een Zwitsers echtpaar, dat zich vestigde in een oude autobus op woest land en Shlomo Bezek kwam als technisch adviseur, aangewezen door Ayelet Hashachar.
Er zullen nog wel steeds problemen zijn, maar heden ten dage is dit een bloeiende nederzetting. De betrekkingen met de naburige kibboets Lohamei Hageta'ot en met de Drusen-sjeik zijn uitstekend. Een rabbijn in Naharia, die de hevige plaatselijke oppositie geleid had, bezocht voor het eerst in 1970 Nes Ammim en na lange' discussies ontwikkelden zich vriendschappelijke relaties.
Toen ik De Gier vroeg waarom Nes Ammim jonge mensen uit het buitenland aantrekt, die daar hard moeten werken en zich goed aanpassen, antwoordde hij: "Wij leven in een tijd waar mensen terug komen naar zichzelf en naar waarden zoeken. De christelijke kerken ontdekken de wortels van het Christendom in het Jodendom en dit land is nog steeds in een periode van uitdaging om zichzelf te vinden".'
Het is boeiend om aan de hand van dit christelijke project in Israël na te denken over de vragen rondom de kerk en Israël, christelijk geloof en zionisme, dialoog en getuigenis. Dr. Schoon heeft in zijn dissertatie en in andere publicaties daar veel materiaal voor aangedragen. Wie hier van kennis neemt, ontdekt dat niet ieder de vragen op gelijke wijze beantwoordt. Kan men met presentie volstaan? Hoe zit het met die Joodse wortels? Hoe loopt de lijn van het Oude Testament, Tenach voor de Joden, naar het Nieuwe Testament? Hoe zit het met de Messiasbelijdende Joden? In ieder geval is het uiterst belangrijk dat zovelen uit de kerken via Nes Ammim in contact gekomen zijn met Israël en ook iets van de verbondenheid met Israël beleefd hebben. Mocht u ooit naar Israël gaan, verzuim dan niet een bezoek te brengen aan Nes Ammim, en u te laten informeren.
***
Een conferentie over gemeente-vernieuwing
In Rome-kwamen van 5 tot 7 oktober 1982 vertegenwoordigers van de nationale Europese Evangelische Allianties bijeen om van gedachten te wisselen over het thema 'Gemeentevernieuwing'. De E.A. in ons land wil daar in 1983 veel aandacht voor vragen. In Idea vond ik een verslag van de conferentie in Rome. Daaruit het volgende:
'"Vernieuwing van de Gemeente"
Deze kop kunnen we gebruiken voor het referaat, dat prof. Runia voor de vertegenwoordigers van de Europese Evangelische Allianties hield. In het kader van een historisch overzicht vanaf de Reformatie hield hij de afgevaardigden voor, dat de rol van de evangelistischen binnen de reformatorische kerken een protest is tegen de houding, die deze kerken aannemen tegenover de geloofsbeleving. Via diverse wegen proberen de kerken veranderingen aan te brengen in de gemeenten, die in een krisissituatie verkeren. Veelal zijn dit oplossingen, die opgeworpen worden binnen de kringen van de oecumenicalen. Oplossingen die variëren van organisatorische eenheid en sociale oplossingen tot een sociologische oplossing, welke laatste weer tot een pluralistische kerkgemeenschap leidt. Het wordt hoog tijd dat de evangelischen met elkaar na gaan denken over de ecclesiologie-d.w.z. "de leer der kerk". Vanaf puritanisme tot aan de huidige evangelische beweging is er geen aandacht aan de ecclesiologie geschonken. De Evangelische beweging door de eeuwen heen heeft in het algemeen de volgende kenmerken:
a) bij alle bewegingen vinden we een sterke nadruk op de persoonlijke geloofsbeleving.
b) zij geloven in de geestelijke eenheid van alle ware gelovigen, d.w.z. de onzichtbare kerk.
c) bij allen is een oecumenische geest te zien, d.w.z. uit zeer verschillende denominaties werken gelovigen met elkaar samen in zending, sociaal werk en filantropie.
d) vaak zijn ze niet geïnteresseerd in een reformatie van de gïnstitutioneerde kerken - het ware geloof werd en wordt vaak beleefd in kleine groepen (denk hierbij aan de zgn. conventikels).
Luther, de grote reformator, was in zijn tijd reeds een voorstander van de kleine kring binnen het grote geheel van de plaatselijke kerk. Vooral omdat hij het moeilijk vond om Avondmaal te vieren binnen de grote gemeenschap. Lid zijn van de kerk was voor Luther niet hetzelfde als geloven. Toch is dit ook in Luthers ecclesiologie nooit van de grond gekomen.
Wat de kerken in onze tijd nodig hebben is een reformatie. Prof. Runia zei tijdens deze ontmoeting: "Wat we in de kerk van vandaag nodig hebben is een 'opwekking' door de Heer. We moeten bidden dat mannen en vrouwen, geleid door de Heilige Geest, een Reformatie beginnen". Volgens prof. Runia is een Reformatie alleen mogelijk, wanneer de Gemeente van Christus weer aktief gaat worden.'
Ter sprake kwam ook de relatie tussen Evangelische Alliantie en de kerken. Het bleek duidelijk dat men hier niet in alle opzichten gelijk over dacht. Enerzijds waren die er van mening waren dat de Evangelische Allianties op moeten pakken wat de kerken laten liggen. Daarnaast werd toch ook gewezen op de noodzaak van samenhang. Runia zelf gebruikte de bekende onderscheiding van de kerk als instituut en de kerk als organisme (de chr. organisatie). Organismen dienen z.i. de kerk te steunen, terwijl de kerken de organismen toerusten. Zo bouwen we samen de gemeente. Ik meen dat hier veel waars in zit. Toch zijn daarmee niet alle vragen opgelost. Er wordt nu eenmaal binnen de EA's over de kerk, haar wezen en functie, niet in elk opzicht gelijk gedacht. Daarom is bezinning op de kerkvraag nodig. Dat neemt niet weg dat ook de kerken impulsen kunnen ontvangen uit de kringen van de Evangelicals. Als platform voor gesprek en toerusting kan de EA ook in ons land een belangrijke dienst bewijzen in een verscheurde christenheid. Temeer daar velen zich vreemd voelen staan tegenover de denkwereld van de Raad van Kerken. En in ieder geval is het thema dat de EA in '83 aan de orde wil stellen, de moeite waard om te doordenken. En dat niet alleen. Vernieuwig van de gemeente is 'n geestelijke zaak. Het raakt ook direct prediking en gebed, eredienst en gemeenschap. Het heeft voorts te maken met de heiliging van het leven. Dan zijn we een thema dat bijzonder de gereformeerde reformatie altijd hoog heeft gezeten. Men denke aan calvijn's levenswerk. Daarom wil ik graag met Runia de door hem voorgestane aanhang onderstrepen.
Verder dan de Westgrens
Naar aanleiding van het besluit van de gemeente Zaandstad zich uit te roepen tot kernwapenvrije gemeente schrijft drs. H'. Bax die Slavische talen studeerde in Amsterdam en Moskou in het Centraal Weekblad van 10 november dat we met de ontwapening verder moeten gaan dan de Westgrens.
'Maar wat gebeurt er voorbij die Westgrens? Is er, wat we vurig hopen en wat CPN-wethouder Nieuwenhuijse, die de borden plaatste, natuurlijk ook op het oog had, een adquate reactie in het Oosten? Wat gebeurt er nu bijvoorbeeld in de Sovjet Unie? Helaas wordt bij de informatievoorziening in het Sovjetblok iedere geste van ontwapening, ieder gebaar van het Westen ofwel niet genoemd, ofwel uitgelegd in sovjetzin. Zo worden uit vredesdemonstraties in het Westen de spandoeken tegen . Russische raketten in Rusland niet getoond en een vredesmars, als onlangs uit Stockholm ook door de Sovjet Unie mocht, voorzien van spandoeken als 'Marsj Mira', wat niet betekent Mars voor de Vrede, maar Mars voor MIR, dat Russische woord dat inhoudt: Pax Sovjetica. Geen kwaad woord in de Sovjet Unie over eigen bewapening en raketten. Integendeel, getuige, bijvoorbeeld, onderstaand lesje uit het Russisch voor de lagere school:
Geen macht is sterker! (Door S. Baroezdin)
Er liep een soldaat op straat. Een soldaat, zoals er zoveel zijn, maar toch ook een bijzondere soldaat. Gewoon was hij, omdat hij was zoals al zijn kameraden-soldaten. Een jack in groene camouflagekleur, een muts met een rode ster erop. Glimmend gepoetste laarzen. En ook had hij een medaille voor bijzonder goede prestaties als militair. Maar wat niet gewoon was, was dat hij soldaat was in het heldhalftige Sovjedeger. Soldaten zijn heel sterk.
In de bossen staan raketafvuurinstallaties. Er zijn verschillende raketten: kleine, gewone en grote. Zulke raketten hebben ook de satellieten van onze kosmonauten in de ruimte gebracht. Maar, als het moet, kunnen ze de vijand treffen, want de raketten treffen hun doel op vele duizenden kilometers afstand.
Ook zijn er vliegvelden. Er staan helikopters op, zware helikopters, die met mensen de lucht in kunnen, maar ook met kanonnen en zelfs met tanks. En dan zijn er vliegtuigen. Grote en snelle vliegtuigen met zware wapens aan boord. En ook staan er onkwetsbare tanks en rijdende kanonnen en pantserwagens en mortierinstallaties. Je hoeft maar een bevel te geven of ze gaan aan de gang! En op zeeën en oceanen liggen in de havens snelle schepen en ontrefbare onderzeeërs die, als het nodig is, overal ter wereld ongezien kunnen komen, overal waar de vijand is.
Soldaten zijn heel sterk.
En wat ook heel sterk is, misschien wel het sterkst van al, dat is ons volk, ons Sovjetland. "Geen macht is sterker!" zegt de soldaat over ons leger. "Geen macht is sterker, dan die van ons!" zegt het volk over de soldaat.
Vragen: (te beantwoorden door de leerlingen). Waarom noemt de schrijver de Sovjetsoldaat gewoon en waarom ongewoon?
Soldaten zijn heel sterk. Wat wordt hiermee bedoeld? Toon dit aan met feiten uit het verhaal. Wat vind je van de titel van het verhaal? Begrijp je die?
Onkwetsbare tanks, snelle vliegtuigen, ontrefbare onderzeeërs, zware wapens. Zoek bij deze woorden nog andere die er in betekenis mee overeenkomen.
(Uit: RodnajaRjetsj, doorM. S. Vasiljevae.a., P. 155, Leerboek voor de 2e klasse (basisschool), deel II, met goedkeuring door het Ministerie van Voorlichting van de RSFSR Prosvestsjenije, Moskou 1979.)
Massale benadering
Dit is maar één enkel voorbeeld. Wie kennis der Russische taal bezit (want dit soort dingen zijn uitsluitend te vinden in de eigen sovjetrussische en slechts voor het binnenland bestemde informatie) en zich de moeite zou getroosten, merkt dat deze benadering nationaal en massaal is.
Wie het oprecht met (kern-)ontwapening meent, zal dan ook verder moeten gaan dan de westgrens en tegelijk deze verschrikkelijke en levensgevaarlijke informatie en voorlichting (het begint al bij de opvoeding van de kleuters vanaf drie jaar) in de sovjetlanden moeten aanpakken. Onze vaderlandse pacifisten van voor 1940 hadden het ook niet bij het gebroken geweertje moeten laten. Ze hadden hun aandacht moeten richten tot over de grens om ook daar de verderfelijke tendens tegen te gaan. Wie dat niet doet is blind of naïef of heeft een ander doel voor ogen.'
Het is nodig dat de kernwapenproblematiek en in het algemeen het vraagstuk van oorlog en vrede ons blijft bezighouden. Alles wat tweezijdige ontwapening kan bevorderen, verdient steun. Maar laten we de nuchtere stem van deze deskundige die beschikt over de mogelijkheden Russische bronnen te lezen, niet negeren.
Een eenzijdige stap lijkt érg sympathiek, maar miskent de ideologische wijze waarop aan de andere zijde over dit soort zaken gesproken wordt. Met naïviteit is inderdaad niemand gebaat.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 december 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 december 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's