De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

5 minuten leestijd

C. Rijnsdorp e.a. Christelijke organisaties in discussie, een bijdrage, onder red. van de (V)ereniging van (C) hristelijke (S)tudenten te (A)msterdam, uitg. Boekeneen trum, Den Haag, 1979, 143 pag. ƒ 21, - .

Al veel te lang wacht dit boek op een aankondiging en bespreking. Doel van dit door de VCSA uitgegeven boek is de vraag opnieuw aan de orde helpen stellen: moeten Christenen zich in de maatschappij afzonderlijk opstellen in eigen christelijke organisaties of niet? Of om het met dr., J. Klapwijk (één van scribenten) te zeggen: Melk moet. Moeten christelijke organisaties ook? Na een uitvoerige toelichting op het ontstaan van allerlei christelijke organisaties in het verleden (zéér instructief!), is Klapwijks conclusie: laten we zuinig zijn op deze organisaties. De keuze voor een algemene organisatie kan ook een christelijke keuze pag. ƒ 21, - . dan wel een voor de sterke broeders. Het zijn sterke benen die de weelde van de gevulde algemeenheid kunnen dragen. Anderen in deze bundel denken daar weer anders over. Prof. dr. P. J. Roscam Abbing komt na een zeer uitgebalanceerd artikel tot een aantal conclusies die hem persoonlijk betreffen: hij ziet zijn idealen omtrent sociale rechtvaardigheid het meest nagestreefd door de PvdA. Het CDA is hem te veel het grijze midden. Als vakbond kiest hij weer eerder voor het CNV, dus toch een christelijke organisade. Dat geldt ook op andere terreinen: omroep, dagblad, maatschappelijk werk. Dr. R. Zuurmond wijst elke vorm van christelijke organisatie radicaal van de hand op basis van zijn marxistisch gekleurde visie op de maatschappij. Overigens zegt hij rake dingen in zijn vlijmscherpe analyse van de^hristelijke organisatie. Het CDA moet het nogal ontgelden. De ideeën waar men zich in deze kring thans zo voor inzet, zijn vruchten van de Franse Revolutie waartegen eens Groen zich zo fel verzette. Men brengt het niet verder dan tot nietszeggende opmerkingen over de dienst aan God en de medemens, het naar voren brengen van een aantal christelijke waarden waar in feite weinig christelijks aan is. Men heeft de souvereiniteit Gods verruild voor de volkssouvereiniteit en dat kan ook niet anders waar men kiest voor de democratie, aldus Zuurmond, naar mijn mening terecht. De onlangs overleden dr. Rijnsdorp opent deze bundel met een boeiend exposé in vogelvlucht over het ontstaan van de christelijke organisaties en het verval van al het christelijke in onze samenleving onder de vloedgolf van de ontkerstening. Wat kon hij dat toch meesterlijk, wat een overzicht had deze man! Hij constateert een cultuurhistorische aardverschuiving na 1950. Er is in feite een eind gekomen aan de christelijk geheten, westerse .beschaving en hegemonie. De invloed van de kerken is weinig meer dan nominaal en de godsdienst is geprivatiseerd. Kortom, een boeiend geschrift.

Karel Deurloo, Waar gebeurd, uitg. Ten Have Baarn, 109 pag. ƒ 14, 90.

Het is prof. Deurloo in dit boek begonnen om de vraag naar de historiciteit van de bijbelse verhalen. Zijn antwoord is: de bijbelse verhalen hebben een onhistorisch karakter. Hij bedoelt daarmee niet: aan de historie ontheven. Er wordt in de onhistorische verhalen soms veel, soms weinig historie verwerkt. Het gaat in de bijbel om geschiedenis. Van die geschiedenis is de kern dat het.Woord Gods geschiedt, dat het Woord 'vlees', menselijke realiteit is geworden. Om die 'zaak', om dat 'gebeuren' te vertolken, maken de bijbelschrijvers gebruik van wereldwijd verbreide literatuurvormen als het sprookje, de legende, de mythe. Deze vorrnen nemen ze in dienst om de grote werkelijkheid aan ons te vertellen. Prof. Deurloo geeft daarvan allerlei voorbeelden uit Oude en Nieuwe Testament. Wij westerse christenen leven teveel uit het vooroordeel dat alleen wat historisch is, ook waar is. Hij noemt dat naar bijbelse maatstaven een ketterij. Dan wel niet zo'n erge, maar wel een'die velen het contact met de kerk heeft doen verliezen. Hij verwijt ons, die opkomen voor de historiciteit van de bijbelse verhalen dat we ten diepste tekort doen aan het ware gebeuren van Gods toewending tot zijn mensen. Wie vecht voor de bijbel als Gods Woord van kaft tot kaft, kleineert de werkelijkheid die hier in het geding is. Je ziet de bijbel als een bak water waar je altijd uit putten kunt. Maar het water verwordt zo tot oud water, wat de mensen daarom niet meer lusten. De Schrift echter verwijst naar levend, steeds nieuw water. En naar dat w'ater moet je steeds weer zoeken. Dat is niet zomaar direct voorhanden. Samengevat: we vinden in de bijbel geen gestolde historie. Maar ons wordt in onhistorische vorm de geschiedenis van de Naam verteld. Het gebeuren tussen God en mens. De ontmoeting van de levende God met zijn volk. Het gaat om geschiedenis die geen 'verleden' wordt. De grote vraag die hier opkomt is deze: hoe weet u zo zeker dat wat u als de 'zaak' in de bijbel ziet, ook werkelijk Gods zaak is? Haalt u dat uit de Schrift zelf of wist u dat al van tevoren? Ik bedoel: is vooringenomenheid, vooronderstelling niet een gevaar dat u in deze bijbelbenadering bedreigt? Is de visie van Von Rad (Duits oudtestamenticus) dat het in de Schrift om een steeds zich herhalend en voortzettend gebeuren gaat waardoor de gemeente alle tijden door gevormd en gesticht wordt, als dié verhalen maar steeds weer opnieuw verteld worden, een uit de Schrift zelf herleidbare visie? Het gaat in de bijbel toch ook om een historische eenmaligheid. Er is toch het een en ander waar gebeurd, in de historische zin van het woord dan bedoeld? En de teksten van de Schrift getuigen er zo gezien, toch ook historisch betrouwbaar van?

J. Maasland

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 december 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 december 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's