Een ark in de stormen
De gemeente
Welke stormen ook over de wereld gaan, hoe de wereld ook woeden mag, het scheepje van de kerk blijft varen.
In artikel 27 van de Nederlandse Geloofs Belijdenis staat het moedgevende woord, dat de (heilige) Kerk door God wordt bewaard en staande gehouden tegen het woeden van de hele wereld in. Ze kan een tijd lang 'zeer klein en als tot niet gekomen' schijnen te zijn in de ogen der mensen, maar God bewaart Zijn gemeente. Christus is een eeuwig Koning, die zonder onderdanen niet zijn kan.
Het is geen wonder dat de kerk nogal eens getekend is onder het beeld van een ark en dat kerkgebouwen soms ook die naam dragen. Welke stormen ook over de wereld gaan, hoe de wereld ook woeden mag, het scheepje van de kerk blijft varen. Wat van de kerk geldt, geldt speciaal de gemeente. Want daar klopt het hart van de kerk. Het hart van de kerk klopt niet daar, waar een synode bijeenkomt, niet om zo te zeggen - wat de Hervormde Kerk betreft - aan de Carnegielaan in Den Haag, maar daar waar mensen bijeenkomen rondom Woord en sacrament. Die (plaatselijke) gemeente kan soms óók klein worden in de ogen der mensen. Dat kan van land tot land en van tijd tot tijd verschillen, en toch is er de belofte van Gods bewarende trouw, als namelijk ook het Woord maar in die gemeente bewaard wordt. Van de gemeente van Filadelfia wordt gezegd, dat haar een geopende deur door de Heere is gegeven, want ze heeft kleine kracht en heeft het Woord bewaard. 'Omdat gij het woord Mijner lijdzaamheid bewaard hebt', zegt de Schrift van die gemeente, 'zo zal ik ook u bewaren uit de ure der verzoeking, die over de gehele wereld komen zal'. (Openb. '3 : 10).
Er is het geheim van de gemeente, vanwege Gods bewarende trouw. Er zal voor de gemeente die het Woord bewaart een open deur zijn. Die gemeente zal er, waar dan ook en hóé dan ook, zijn tot aan het eind der tijden. In het Getuigenis van 1971 werd gezegd: 'De kerk zal weer moeten worden een ark van Noach, die veiligheid en redding biedt als de golven van het oordeel Gods over de wereld gaan'. Misschien valt nog beter te zeggen: de kerk is uiteindelijk een ark. Gemeenteleven in landen waar verdrukking is, maalct het duidelijk. De gemeenten in Oost Europa, soms óók klein en als tot niet gekomen naar het schijnt in de ogen der mensen, zijn niet klein te krijgen. De gemeente houdt die wonderlijke aantrekkingskracht, juist ook in tijden van nood en gevaar, van verleiding en van stormen die de wereld teisteren, vanwege de Geest die trekken zal uit de duisternis tot het wonderbare licht. Verspreid en verstrooid door de gehele wereld en (nochtans) met hart en wil in éénzelfde Geest door de kracht van het geloof verenigd, zegt de belijdenis.
Op de Algemene Vergadering van de Generale Diakonale Raad op 8 november 1.1. voerde de nieuwe secretaris algemene zaken, drs. J. Kroeze, een nieuw begrip in voor de gemeen te. Hij sprak van groeikernen. In kleine groepen van levende mensen leer je aan elkaar wat geloven is, zo werd gezegd in een referaat, waar ik binnenkort uitgebreider op terug kom. 'De instelling van deze groepen sluit aan bij de toenemende behoefte aan retraite, commune, liturgische warmte en echte vrome spiritualiteit', aldus Kroeze.
Elk beeld gaat mank en verwoordt ook slechts ten dele de werkelijkheid. Zo ook elk beeld van de kerk, van de gemeente. Maar ik houd het vooralsnog op het beeld van de ark. Omdat die ark door God bewaard wordt en we er van Godswege beschutting vinden. De gemeente is schutse Gods.
Gemeenschap
De gemeente is een gemeenschap. Ten diepste fungeert daar de gemeenschap der heiligen. Al zit er een kern v an waarheid in wat drs. Kroeze zegt, namelijk dat levende mensen in die gemeenschap aan elkaar leren wat geloven is, we leren daar vooral door de Heilige Geest, en dan ook samen, wat het waarachtige geloof is. Onze Heidelbergse Catechismus zegt ten aanzien van die gemeenschap der heiligen overduidelijk, dat de leden niet alleen aan de schatten en gaven van Christus gemeenschap hebben, maar ook 'hun gaven ten nutte en ter zaligheid der andere lidmaten gewillig en met vreugde aanwenden'. Dus inderdaad is er ook het element van leren aan en van de ander. In de gemeente mogen we ook elkaar dienen, elkaar leren. Als ik het menselijk zeggen mag: in de gemeente voel je je thuis. Daar lééf je samen.
Het wondere geheim van de gemeente kan ook over ons komen wanneer we in den vreemde de samenkomsten van de gemeente daar bezoeken. In de Psalmen staat: 'ik heb geloofd en daarom heb ik gesproken'. Paulus haalt dit woord eeuwen later aan: 'omdat we nu dezelfde Geest des geloofs hebben, gelijk er geschreven is: ik heb geloofd daarom heb ik gesproken; zo geloven wij ook daarom spreken wij ook'. En de gemeente van tijden later, van alle tijden en alle plaatsen mag het mee zeggen. Een gemeente, van het begin der wereld tot het eind vergaderd, beschermd en onderhouden door Woord en Geest in de eenheid van het ware geloof, zegt de Catechismus. Maar is het zo dat men de gemeente in den vreemde hérkenl, de eigen gemeente kent men. Daar kent men de mensen in de bonte verscheidenheid. Allen hoorders van het Woord, die er elke zondag weer op af komen, uit hun eigen situatie, hun eigen problemen, met hun eigen aardigheden en eigenaardigheden. En toch kan de hand niet zeggen tegen de voet: ik heb je niet nodig. In de gemeente moet een mens zich thuis mogen en kunnen voelen. Het is ermee als met een gezin. Alle leden van een gezin zijn anders, hebben hun eigen hebbelijkheden en onhebbelijkheden. Maar je leert van en aan elkaar, je vindt geborgenheid bij elkaar. Je kunt er elkaar ook eerlijk de waarheid zeggen. Is het zo niet in de gemeente? Weliswaar een bonte gemeenschap van verschillende mensen, maar allen getrokken naar de verkondiging van het Woord. Toegegeven, de één uit sleur of gewoonte, de ander met meer brandend hart. Maar allen moeten samen van genade leven. En de gemeente mag zo, in haar concrete gestalte, ondanks haar zonden en gebreken, waar we allen deel aan hebben, onze liefde hebben. De gemeente bestaat niet uit hoogheilige mensen, ook niet uit louter wedergeborenen. De gemeente bestaat uit mensen, die onder de beademing van het Woord komen en daar, hoe dan ook, wensen te komen.
Wie terugziet in zijn leven en beseft wat hem door de bediening van Woord en Geest geschonken werd, zal niet mee kunnen gaan met diegenen, die al maar de kerk en de gemeente omlaag praten. In de gemeente ontvingen we het eerste teken van Gods trouw, mochten we de eerste woorden Gods horen, mochten we het gehoorde Woord met een hopelijk hartelijk ja-woord beamen, mochten we Gods trouw bevestigd zien aan eigen kinderen, de gemeenschap der heiligen beleven, óók in de viering van het sacrament, eventueel een ambt ontvangen. Soms komen uit de gemeente dienaren des Woords voort. Ze kregen hun eerste onderricht in de gemeente. Daaraan hebben ze middelijkerwijs hun ambt van dienaar des Woords te danken. Reden genoeg om voor de gemeente te danken. Het is een vreugde voor een jonge dienaar des Woords - én voor de gemeente - als hij voor het eerst in eigen gemeente mag voorgaan. Teken van Gods voortgaande bemoeienis met Zijn gemeente ook ter plaatse.
Wie blijvend verstoken is van de samenkomsten der gemeente kan daaraan lijden. Wie tijdelijk van de dienst des Woords werd uitgesloten door ziekte - het geldt voor dienaren des Woords, het geldt voor gemeenteleden - ervaart het als een vreugde, als men weer in het grote gezin van de gemeente mag zijn, 'waar de bronnen, de eeuwige bronnen van het Woord open gaan! Waar geschept mag worden en gedronken uit de fonteinen des heils. Waar troost en bemoediging wordt gevonden. Waar een mens ook eerlijk behandeld wordt, op z'n nummer wordt gezet, ontdekt wordt aan zijn verdorven aard, zijn liefdeloosheid en onbekeerlijkheid, zijn verlating van God en de' naaste, aan zijn zonde, waardoor hij het doel mist. Maar waar ook uitzicht wordt geboden, troost vanuit het Evangelie.
De gemeente is werkplaats van de Geest, waar de gloed van het gericht Gods, maar ook de gloed van Gods liefde ervaren wordt. Waar geleerd en beleefd wordt dat de troon van God troon van gericht én van genade is.
Licht en geborgenheid
In de donkerste maand van het jaar wordt het diepst de waarde van het gezin beseft. Als mensen tenminste een gezin hebben, want er zijn ook mensen die zeggen moeten: ik heb geen mens. In die maand valt ook het feest van het Licht, dat in de duisternis opging. Dat is niet zo 'toevallig'. Er is rondom Kerst een heleboel misplaatste drukte. En predikanten gaan gebogen onder de vele wijdingen en kerstbijeenkomsten. Maar anderzijds mag toch ook wel een goed woord gesproken worden voor het feit, dat de gemeente op allerlei wijzen samenkomt. Als er maar samengekomen wordt rondom het geopende Woord. Hoeveel mensen vinden juist ook in deze maand, waarin alles troosteloos en grauw is om ons heen en waar eenzaamheid - als die er is - het pijnlijkst wordt ervaren, juist binnen de gemeente niet een tehuis. Samen met de gemeente Gods daden vieren en de lof Gods uitzeggen en uitzingen, dit alles maakt toch ook het geheim van de gemeente uit!
Het behoort tot de bon ton, tot de vereiste toon om elk jaar weer af te dingen op het kunstlicht, dat we aanbrengen in deze donkere maand. En toegegeven, er is ook veel vertoon. Maar we kunnen wat binnen de gemeente in deze dagen wordt opgezet ook teveel omlaag praten. Waar zou het Licht van kerst anders moeten stralen dan in de gemeente? Daar wordt door de Geest het licht ontstoken, daar wordt in de gemeenschap der heiligen de warmte beleefd van het samen behoren tot de gemeente. En al is de gemeente nooit heilbrengend in zichzelf, ze mag van Godswege wel draagster van het heil zijn. Daar komen mensen tot hun bestemming. Nee, van de gemeente als 't u belieft geen kwaad woord. Alles wat we op de gemeente afdingen, zeggen we ten nadele van onszelf. Want samen maken we die gemeente. Maar bovendien is liefdeloos spreken over de gemeente bedroeven van de Geest.
Waarschuwing
Hoe de Schrift het zelf opneemt voor de gemeente, voor het verzamelde volk des Heeren, leert ons de profetie van Ezechiël.
'Mensenkind, profeteer tegen de herders van Israël; profeteer en zeg tot hen, tot de herders: lzo zegt de Heere, Heere: ee de herders van Israël, die zichzelf weiden! Zullen niet de herders de schapen weiden? (...) De zwakke sterkt gij niet, en het kranke heelt gij niet, en het gebrokene verbindt gij niet en het weggedrevene brengt gij niet terug, en het verlorene zoekt gij niet; maar gij heerst over hen met strengheid en met hardheid. Alzo zijn zij verstrooid, omdat er geen herder is...' (Ez. 34 : 2, 4).
Concreter kan het niet gezegd worden - en het gaat over Gods volk - : géén aandacht voor het zwakke, het kranke, het gebrokene, het weggedrevene, het verlorene. Wat voor de herders als vermaning geldt, geldt ook voor de leden der gemeente zelf. Het is niet best als een gemeente wordt verstrooid, als ervan geldt: 'de gemeente, die ik zie ken ik niet en de gemeente die ik ken, zie ik niet'. Als de schapen verstrooid worden omdat ze geen weide vinden, omdat er met strengheid en hardheid over hen wordt geheerst, zonder dat de liefde bloeit, of als de gemeente in groepen tegenover elkaar staat.
Ook vandaag bestaat de gemeente niet uit eikenbomen der gerechtigheid. Ook vandaag heeft de gemeente in zich de zwakken, de weggedrevenen, de verlorenen. Anders gezegd: de mensen die het nog niets zegt, de mensen die het nog niet of niet meer begrijpen, de mensen die dreigen af te dwalen door onverschilligheid of slordigheid, de mensen die het niet meer zien zitten. En toch, in de gemeente zijn we samen voor elkaar verantwoordelijk en weten we ons ook samen verantwoordelijk voor degenen die buiten zijn. Liefde voor de gemeente kan veel verdragen, al neemt dat de ernst van Gods roeping om als gemeente onbesmet van de wereld te zijn niet weg. Het is nog steeds zó dat waar liefde woont de Heere zegen gebiedt en dat waar liefde, bij de herders of onderling, afwezig is, de 'schapen dolen op alle bergen'. Het laatste is helaas vandaag ook bittere realiteit.
Maar door alles heen blijft staan dat de kerk in de gemeenten ook vandaag ark des Heeren is. Een ark door Hem bewaard als de stormen woeden. Een schutse om te schuilen. Een ark om in te wonen. Een gemeente, die recht heeft op onze liefde en trouw. Vreemd eigenlijk dat zovelen haar verlaten hebben. Hebben ze het geheim ervan nooit ervaren?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 december 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 december 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's