De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Tilt u er zwaar aan?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Tilt u er zwaar aan?

6 minuten leestijd

'Hoort naar Mij, o huis van Jakob, en het ganse overblijfsel van het huis Israels! die van Mij gedragen zijt...' Jes. 46 : 3a

Israël in ballingschap raakt onder de indruk van Babels goden. Bel en Nebo, kostbare goden in goud en zilver, oogsten bewonderende blikken van jong en oud. Zijn het deze goden niet die Israels God te sterk waren? Blijken deze goden niet springlevend in tegenstelling tot de Heere? Bel en Nebo, zegt de Heere door de mond van de profeet Jesaja, zijn schittergoden van deze tijd, die als het er op aankomt niet kunnen helpen, 't Zijn goden door mensen gemaakt, door mensen gedragen. Neen, nu moet u niet naar de wereld kijken, naar hen die zich buigen voor de goden van deze tijd. De god van sport en lot, de god van sex en geld, de god van vrije meningsuiting en baas zijn. Zulke goden worden alom gediend, worden op handen gedragen. Ik wil echter met u praten over uw god. Let u op de kleine letter? Uw god! uw godsdienst! Tilt u er zwaar aan? Gaat u onder uw dienst aan god gebukt? Bent u één van die mensen, die maar niet overal aan mee kunnen doen? Kijkt u met afkeuring naar hen die het maar licht opvatten?

Inderdaad zijn er vele christenen die een zware sjouw hebben aan hun god en godsdienst. Zij zijn niet zo luchthartig als zij die alles maar licht opnemen. Die zeggen: kom nou, niet zo zwaar aan tillen, Jezus heeft toch voldaan? Mag ik u eens wat sjouwers noemen? Daar zijn de zware jongens aan de goden van deze wereld. In processie dragen zij dagelijks hun goden op de schouders. In slaafse arbeid dienen zij. Vervolgens de zware sjouwers aan de kerkelijke goden. Een toornend God, een oordelend God, een verterend Vuur. Vreselijk is hun last. Zij bezwijken bijna. Wie hier iets van kent waagt het niet te spotten. Tenslotte de vrolijke sjouwers van het juichend christendom. Hun last is licht. Zij begrijpen al dat zware gedoe niet. Ik weet, dat hier tussen nog allerlei nuances zijn, het zij zo. Maar wie u ook bent, en hoe zwaar of licht u ook aan uw god tilt, luistert naar dit Woord: 'Hoort naar Mij... die van Mij gedragen zijt...'

De Heere laat zeggen: jullie moeten niet Mij dragen maar Ik draag jullie! Al de goden van deze wereld of ze nu Bel of Nebo heten, of ze nu van christelijke of van humanistische snit zijn, zij zullen als buit weggedragen worden. Zij zullen ons niet kunnen dragen en redden. Wij zullen met hen omkomen. Wilt u weten of u de levende God of een afgod dient, geeft dan antwoord op de volgende vraag: moet u uw god dragen of wordt u gedragen door God? Alle zuchters en tobbers, alle lichtvoetigen en wereldgodendienaars: Hoort naar Mij!

Ik draag u! Wat een liefde spreekt daaruit. Gedragen door de Heere! Misschien zegt u: dat is slechts voor Gods volk. Zullen wij eens zien?

'Huis van Jakob' staat er, dat is dat huis van de bedrieger. Bedriegers worden aangesproken, zij worden bedoeld. U bent nog niet overtuigd? Leest dan eens wat er staat in vers 8. Daar staat: 'o gij overtreders'. De Heere draagt dus overtreders. Invers 12 staat: 'Hoort naar Mij, gij stijven van harte, gij die verre van de gerechtigheid zijt!'

Bent u dat niet?

De Heere springt niet zacht om met die Hij bedoelt. Hij noemt u en mij bij naam. Overtreders! Stijve van harte! Verre van de gerechtigheid! Jakob! Zondaren! Afgoden-dienaren!

Toe luistert. U tilt er misschien zwaar of licht aan, beiden is niet goed. Beiden is zondig. Niet wij dragen, maar Hij draagt! Dat deed Hij al toen wij in moeders schoot groeiden, hij doet dat ook nu nog, na een leven vol zonden, nu we oud en grijs zijn. Hij is en blijft dezelfde! De dragende God. Onder ons eeuwige armen. Moeten we dan niet ernstig leven? Moeten wij dan niet luisteren naar Gods wet en Woord? Ja! Alleen niet uw dragen en uw klagen, niet onze ernst en nauwgezetheid, maar Gods dragende liefde maakt ons zalig. Wij kunnen niets aan onze zaligheid toe doen. Wie zich door Gods Woord laat gezeggen, wie zich laat dragen door Hem, die zal uit dankbaarheid gaan leven naar Gods geboden. Die zal tevens ontdekken met Paulus, dat het meestal verkeerd gaat, maar dat die dragende handen van de Heere er zijn, steeds weer. Wie in het stof ligt neergebogen wordt door Hem weer opgericht. Wilt u zekerheid? Wilt u zeker weten dat de Heere u draagt? Dat Hij u draagt als een moeder de vrucht van haar schoot? Leest dan het 13e vers. Daar levert de Heere het adventsbewijs. 'Ik breng Mijn gerechtigheid nabij, voor een onrechtvaardig volk.'

'Mijn heil' zegt de Heere, voor een volk in onheil en dood, 'zal niet vertoeven; maar Ik zal heil geven in Sion, aan Israël Mijn heerlijkheid' . Wie anders wordt daar bedoeld dan Gods eigen Zoon? Hij gaf Zijn Zoon tot heil der wereld. Zó lief heeft Hij ons. Zijn heer­lijkheid aan een volk verloren in schuld. Neen, de wereld, godsdienstig of niet, zal blijven sjouwen, zal er zwaar aan blijven tillen, omdat zij vijand is van vrije genade. Waar ze het al sjouwend en arbeidend zou kunnen verwerven is zij tevreden, maar nu zij zich moet laten dragen, nu hoeft het' niet. Bent u ook zo iemand? Tilt u er zwaar aan? Is al uw ijver ten diepste vijandschap van het kruis? Bekeert u! Legt af al die last, legt af al uw eigenwillige godsdienst en laat u zinken in Gods handen. Laat u dragen. Wat zou u nog dragen? Alles is immers door Gods Zoon gedragen? Willen dragen is hoogmoed, is opstand, is Zijn werk onvoldoende noemen, is Hem haten. Het wordt pas kerstfeest als u zich buigt over de kribbe en de Heere dankt, dat Hij omgezien heeft naar een wereld verloren in schuld, dragende! Het bewijs van Zijn zorg. ligt gehuld in doeken. Laten wij bidden om de Heilige Geest, Die leert en afleert, Die de ogen opent en richt op Gods milde handen in Jezus Christus tot ons uitgestoken. Dan zullen wij zijn liefde tot ons aanbidden en bezingen.

'Hoort naar Mij... die van Mij gedragen zijt...'. Mijn juk is zacht. Mijn last is licht. Vol overgave en vertrouwen zullen wij dan mogen en kunnen zeggen: In Uwe handen beveel ik mijn geest.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 december 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Tilt u er zwaar aan?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 december 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's