De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Rondom het ‘ambtsgewaad’ (2)

Bekijk het origineel

Rondom het ‘ambtsgewaad’ (2)

7 minuten leestijd

De willekeur die tot in het midden van de 19e eeuw in de kerk heerste, wat betreft de kleding van de predikanten, riep eigenlijk om maatregelen.

De toga aanbevolen

De willekeur die tot in het midden van de 19e eeuw in de kerk heerste, wat betreft de kleding van de predikanten, riep eigenlijk om maatregelen. Die roep werd nog klemmender toen steeds meer jonge predikanten weigerden zich te kleden naar een verouderde mode, en erbij te lopen, zoals ze zelf zeiden, 'in antiek'. Sommigen verschenen zelfs op de kansel met verwarde beffen en verkeerd dichtgeknoopte mantels om te laten zien hoe bespottelijk hun kleding eigenlijk wel was... Bovendien waren andere kerkgenootschappen inmiddels overgegaan op de toga. De Luthersen deden dit in 1840, de Remonstranten in 1844.

De Hervormde Synode was voorzichtig. Ze had al genoeg te stellen met de leer (de Afscheiding was immers nog maar net begonnen !), nu kwam het probleem van 'de kleer' er nogeens bij. En ook daarin wilde ze liever geen brokken maken. Ze gunde iedereen z'n vrijheid. Een aantal predikanten maakten van die vrijheid gebruik, schafte een toga aan en stak zich door de week in een gewoon, overigens zwart costuum. Dat werd hun natuurlijk lang niet door iedereen in dank afgenomen! Een bekend voorbeeld van die afkeuring is dat van Nicolaas Beets, die in 1854 van Heemstede naar Utrecht ging en dat een goede gelegenheid vond om ook van kleren te veranderen. Toen hij zonder steek door zijn gemeente liep en een gemeentelid vriendelijk groette kreeg hij als antwoord terug: 'Goede morgen, burger!'

In datzelfde jaar hakte echter de Synode de knoop door. Het vorige jaar, in 1853, was bij de wet op de kerkgenootschappen verboden dat het ambtsgewaad gedragen zou worden buiten de kerkgebouwen. De Synode vreesde nu dat de predikanten zich én op zondag, én door de week, naar de nieuwste mode zouden gaan kleden! Om dat tegen te gaan deed zij een schrijven uitgaan naar alle predikanten en kerkeraden met het advies dat de dienaren van het Woord in de kerkdiensten de toga zouden gaan dragen, niet als amtsgewaad, maar als het kleed der geleerden. Zo'n toga, met de daarbij passende bef en baret, aldus schoolmeesterde de Synode, zou 'deftig, gepast en gemakkelijk' zijn!

In vele pastorieën werd deze Synodale brief met vreugde ontvangen. Eindelijk had de Synode dan het verlossende woord gesproken. Weliswaar was de toga nog niet officieel voorgeschreven, maar toch in ieder geval aanbevolen, en de weleerwaarde heren twijfelden er niet aan of ze zou binnen afzienbare tijd alle kansels veroveren...

Een anti-toga-kerk

In vele gemeenten verliep de zaak geruisloos. De predikanten trokken de toga aan en de kerkgangers vonden het eigenlijk wel netjes. Hier en daar werd wat gemopperd op 'al die nieuwigheden', maar over het algemeen viel de ontvangst van de toga nog wel mee.

Behalve... in Zeeland, en met name in de hoofdstad Middelburg. Daar werd het synodale schrijven bestempeld als 'eene toomeloze losbandigheid'. Scherpe protesten waren al bij voorbaat te horen en de predikanten werden bedreigd dat ze het niet moesten wagen de toga aan te trekken. Eerlijkheidshalve moet worden vermeld dat dit verzet niet alleen maar voortkwam uit conservatisme. Men was in Middelburg toch al erg ontevreden over de slapheid en de halfslachtigheid van de Synode, die geen hand uitstak voor de handhaving van de belijdenis en de dwaalleer maar liet voortwoekeren. Adressen die naar de Synode waren gezonden om aan te dringen op het bewaren van de rechte leer hadden geen enkel resultaat gehad. En daar dreigde de toga nu nog bij te komen! De predikanten zouden het wel laten, dacht men in Middelburg. Inderdaad was en bleef het een hele tijd stil rondom de toga... Totdat op een zondagavond in augustus, zonder dat de gemeente van tevoren was ingelicht, alle Middelburgse predikanten in toga op de kansel verschenen!

Dat is in verschillende kerken een onvergetelijke avond geworden... Een aantal kerkgangers ging meteen heen. Anderen gingen op de banken staan en lieten luide protesten horen. Eén man ging op een stoel staan en bad met luider stem voor de blinde leidsman der blinden, die zich had gehuld in 'de dekmantel der ongerechtigheid'. De verwarring in Middelburg was groot. De Hervormde Kerk verloor een aantal leden aan de Kruisgemeente. Anderen liepen 's zondags naar de omliggende dorpen waar de predikant nog optrad in steek en korte broek. Maar een gedeelte wilde de kerk der vaderen niet verlaten. Ze kochten een herenhuis op de Rouaanse Kade, dat als kerk werd ingericht en daar vergaderden de 'kaaimannen' , zoals ze opeens werden genoemd. Maar wat is een gemeente zonder predikant? Niemand minder dan dr. H. F. Kohlbrugge te Elberfeld werd aangezocht de vakante gemeente te komen dienen, maar deze bedankte. Door tussenkomst van ds. H. W. Witteveen kreeg men in 1859 een eigen predikant in de persoon van een vroegere zendeling, ds. A. Mooy. Tien jaar heeft deze predikant er gearbeid. Over de toga, die de aanleiding was geweest tot het stichten van deze gemeente, werd niet meer gesproken. Het werd een soort Vrij Evangelische Gemeente, die zich toelegde op binnen-en buitenlandse zending, en waar het Avondmaal voor iedereen openstond. Maar na het vertrek van ds. Mooy verliep de gemeente en verreweg de meeste leden keerden naar de Herv. Kerk terug. Wat een toga al niet teweeg kan brengen!

De moraal van 't verhaal

Als het waar is dat in het verleden het heden ligt, dan heeft de geschiedenis van de kleding der predikanten ook óns nog wel iets te zeggen. Wat we reeds een- en andermaal opmerkten is, dat de Reformatie het eigenlijke ambtsgewaad niet kent. Ook toen in de vorige eeuw de toga werd ingevoerd verklaarde de Synode uitdrukkelijk dat het niet de bedoeling was een soort 'geestelijke stand' in het leven te roepen. Wij voor ons vinden nog altijd de toga het meest passende gewaad voor de bediening van Woord en Sacrament. En dat de predikanten ook in hun dagelijks leven, en zeker in hun ander ambtelijk werk hun kleding enigszins aanpassen aan hun ambt, is te waarderen. Maar een zekere mate van vrijheid is hen daarbij steeds gelaten en de geschiedenis leert ons dat we elkaar om bijkomstigheden, ook in de kleding, zeker niet mogen verketteren.

Het rumoer rondom het 'ambtsgewaad' maakt ons ook duidelijk dat de tijd vele wonden heelt. Telkens wanneer de predikanten werden betrapt op wéér een 'nieuwigheidje', schreeuwde men moord en brand. Maar na korter of langer tijd was men er alweer aan gewend en al spoedig was er weer iets anders om zich over op te winden... Meestal is pas het nageslacht in staat een evenwichtig oordeel uit te spreken.

Tenslotte: ook wat de kleding van predikanten betreft blijken we in een stroomversnelling te leven. In de Christelijke Encyclopedie (Kok, Kampen, 1956) schreef prof. dr. A. J. Bronkhorst over het ambtsgewaad dat de toga 'in de afgelopen eeuw praktisch alle Hervormde kansels heeft veroverd'. Na 25 jaar zijn deze woorden blijkbaar alweer verouderd, want niet weinige dienaren des Woords hebben weer afstand gedaan van de toga en preken in allerlei soorten costuums. In hetzelfde artikel komen van wijlen prof. dr. K. Dijk de woorden voor: 'De Gereformeerde Kerken kennen geen kerkelijk ambtsgewaad: er zijn wel predikanten die in toga's preken, maar deze toga is evenmin een amtsgewaad als een zwart costuum; de Gereformeerde liturgie begeert zulk een "ambtelijk gewaad" niet'. Die woorden zijn zo mogelijk nóg sneller verouderd. Want Dijk heeft niet meer beleefd dat vrijwel alle Gereformeerde predikanten de toga droegen, en zeker niet dat velen van hen hem ook weer afschaften...

Zodat we maar eindigen met het woord van de Prediker: 'Zeg niet: wat is het dat de vorige dagen beter geweest zijn dan deze? Want ge zoudt naar zulks niet uit wijsheid vragen".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 december 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Rondom het ‘ambtsgewaad’ (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 december 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's