Levensschets prof. dr. K. Schilder (4)
'We moeten de dwaasheid der prediking evenzeer aanvaarden voor de kerk als voor Christus' kruis.' 1)
Hoewel het eigenlijk niet mogelijk is, wil ik proberen kort samen te vatten wat in Schilders leven en werk het meest in het oog springt. Daar is allereerst zijn liefde voor de Schrift en voor de Gereformeerde Belijdenis. Zijn houding tegenover de Belijdenis heeft Schilder zelf eens geformuleerd als kritisch en sympathetisch. 'Schilder is voor alle dingen een critisch dogmaticus geweest. Critisch ook tegenover wat hij stelde als het voorwerp der dogmatiek: de belijdenis der kerk. 2) Maar tevens heeft Schilder zich gebonden aan de inhoud der belijdenis, omdat deze zich gebonden heeft aan de inhoud van het Woord van God. 'Zo heeft deze dogmaticus-bij-de-gratie-Gods den Heere God sprekende zien komen in deze wereld en hij heeft gehoord hoe de kerk dat spreken heeft beantwoord en beaamd en in het koor van de amen-zeggers is hij gaan staan, overwonnen door het Woord. Want de belijdenis, de confessie, het dogma bond hem met dat kerkvolk samen, omdat hij met en in dat volk was overwonnen door het Woord. Dus heeft hij die confessie liefgehad, zoals die neergelegd is in de geschriften van de kerk vanaf de twaalf artikelen van ons algemeen ongetwijfeld christelijk geloof tot aan de Canones van Dordrecht'. 3)
Oecumenische bewogendheid
Daar is vervolgens Schilders oecumenische bewogenheid. Hij heeft binnen de Gereformeerde Kerken gestreden voor de eenheid van de zichtbare kerk. Hij heeft gepolemiseerd met christelijk gereformeerden, ethischen, barthianen en hersteld-verbanders. In alles kwam het bij hem aan op de concrete, dagelijkse gehoorzaamheidsverrichting van het institueren der kerk als antwoord op de belijdenis. Reformatie door verbondsgehoorzaamheid: dat was Schilders bouwen aan de kerk. 'Elke kerk heeft de zuiverheid der belijdenis te handhaven; en daarin de eenheid te zoeken, daarin zich universeel te weten. Wie de oorspronkelijke belijdenis met haar vooronderstellingen vasthoudt, die is universeel, oecumenisch.4) Daarbij hanteerde Schilder een wat ik zou willen noemen dynamisch kerkbegrip: Het is de Christus die Zich een kerk vergadert en wij dienen mee te willen gaan in dat kerkinstituerende werk van Christus nu. Tegenover het gegeven instituut der kerk stelde Schilder altijd het institueren.
Kuyper en Bavinck
In de derde plaats mag worden genoemd-dat Schilder het als zijn opdracht heeft gezien het theologische, kerkelijke en culturele werk van Kuyper en Bavinck in stand te houden. Tegelijk is hij zeer zelfstandig met de theologie van Kuyper omgesprongen en heeft hij de gereformeerde andere, meer reformatorische wegen gewezen, b.v. op het terrein der algemene genade, verbond en doop, de prediking, de kerk als geloofsartikel, het kerkrecht. Door zijn omgang met het verleden en zijn polemiek in het heden zijn er om hem heen conflicten gerezen. Hij heeft gestreden voor morele, theologische, confessionele en kerkelijke zui verheid. Maar tevens heeft bij van binnen uit de toenmalige Gereformeerde Kerken opgeblzen, zoals Karl Barth uiteindelijk de Gereformeerde Kerken van na de tweede Wereldoorlog van buiten af heeft opgeblazen. J. Veenhof gaf de positie van Schilder in de Gereformeerde Kerken als volgt aan. 'De tragiek was, dat mét de lastige polemicus óók de spirituele denker en de onverschrokken getuige voor de kerken verloren ging samen met de duizenden, die door zijn woord getroffen waren. En het is uiteraard een illusie te menen, dat een confessionele gemeenschap na het vertrek van zovele beginselvaste en belijnde christenen op dezelfde voet kan doorgaan als voorheen. De grote paradox is inderdaad, dat Schilder door zijn leven en door zijn lot enorm bijdroeg tot de ontmanteling van de kuyperiaanse veste, wier versterking lange jaren ook zijn doel was geweest. 5)
Karl Barth
Ten vierde moet worden genoemd zijn confrontatie met de theologie van Karl Barth. Als geen binnen de Gereformeerde Kerken heeft Schilder op zijn wijze aandacht geschonken aan Karl Barth en het gedachtencomplex der dialectische theologie. Dank zij zijn niet aflatende strijd is de Gereformeerde Kerken gewezen op het formaat, de invloed en het gevaar van de theologie van Barth. Tegenover Barth stelde Schilder de Schrift als Gods Woord en het volkomen betrouwbaar spreken Gods in Zijn Woord. Tegenover Barths gedachte van de belijdenis als historische grootheid waarvoor respect opgebracht dient te worden stelde Schilder het gezag van de belijdenis: wat geschreven is moet worden vastgehouden. Barths denken zeker tot de tweede wereldoorlog was sterk beheerst door het transcendentalisme: God is God; God is in de hemel, de mens is op de aarde; een volkomen tegenstelling; geen komen van God tot ons in blijvende zin. Schilder vroeg aandacht voor de immanentie Gods: God werkt in de geschiedenis, gaat met ons mee. Er is heilsopenbaring, voortgang in die heilsopenbaring. Die gedachte had verstrekkende gevolgen ten aanzien van de kerk, het verbond, het christelijk leven en de ethiek.
1944
Ten vijfde dit. Het past ons niet een oordeel uit te spreken rond de gebeurtenissen van 1944. Daarvoor is meer nodig dan een kort artikel. Ik moet echter denken aan de door G. Puchinger opgeworpen vraag : 'Wie heeft men in 1944 geschorst en afgezet? De dogmaticus die zich niet kon verenigen met de dogmatische uitspraken van de synode? De kerkrechtsman die andere opvattingen over de gereformeerde kerkrechtsregels bleek te bezitten dan de hem veroordelende synode? Of de felle polemist, die reeds jarenlang zijn tegenstanders binnen de kerken verontrust had met zijn niet-aflatende polemieken? Of was men bevreesd voor de spiritualiteit van Schilders sterke geest, die een andere bleek te zijn dan die van de leidende kringen in de Gereformeerde Kerken? 6) Een antwoord op deze vraag zal wel nooit gegeven worden. Wij die buiten deze conflicten gaan, willen Schildei lezen en bestuderen. Als een momument van onvermengde belijdenishandhaving. Als een groots en meeslepend prediker. Als man van wetenschap en kunst. Als de polemicus met het tere hartV), dus ook als kind van God. Van Schilder wordt verteld dat hij op zijn onderduikadres enige weken na zijn schorsing werd aangetroffen achter het harmonium en uit Psalm 25 zong: Zie op mij in gunst van boven, wees mij toch genadig Heer; eenzaam ben ik en verschoven; Ja, d'ellende drukt mij neer. Zo zong hij zijn smart uit voor zijn God. Maar hij geloofde de kerk, de gemeenschap der heiligen. En daarom was de slotszang van zijn eerste kerkdienst na de Vrijmaking Psalm 56 : 5: ik roem in God; ik prijs 't onfeilbaar Woord.8)
Zijn gang door dit aardse bestaan is niet beter samen te vatten dan met zijn eigen woorden-, uit een rede over het sterven. 'Als we de doodsvallei betreden, zo zingen we wel eens, laat ons elke aardse vriend alleen. Maar ik weiger dat te zingen, want dat is elke dag gebeurd, dat elke aardse vriend mij alleen liet. Als ik de doodsvallei betreed is het zo. Maar ook als ik de hoogte bestijg, laat elke aardse vriend mij alleen. Tenslotte is het leven sterk persoonlijk en geboorte en wedergeboorte zijn sterk persoonlijk. Daarom, dat ik in mijn ster ven alleen gelaten word, is normaal. Ik moet persoonlijk de weg betreden. En wie het zo ziet, staat zonder aardse vriend, zeer persoonlijk, voor God.'9)
1. K. Schilder, in: Collegedictaat over het Credo 1935, p.29.
2. J. Kamphuis 'Critische Sympathie, over de dogmatische arbeid van dr. K. Schilder' in de Almanak FQI 1953 p. 74.
3. idem p. 100/1.
4. K. Schilder 'Ons aller Moeder' opgenomen in Verzameld Werk, de kerk 2 p. 224..
5. J. Veenhof 'Bij de dertigste sterfdag van K. Schilder', ardkel in het Gereformeerde Weekblad, 37e jaargang 1982 nr. 36.
6. G. Puchinger: Een theologie in discussie, p.23
7. Zoals Schilder is genoemd door J. H. Gunning JHzn.
8. Meegedeeld door K. Jasperse uit Leiden bij wie Schilder ondergedoken zat, in het artikel 'Herinneringen aan de onderduiktijd', Gedenkboek K. Schilder 1952, p.63.
9. Fragment uit een rede van K. Schilder óver het sterven, opgenomen in het Gedenkboek K. Schilder 1952, p.8.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 december 1982
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 december 1982
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's