Globaal bekeken
Een lezer van ons blad attendeerde ons op de volgende passage uit 'Brieven van Calvijn aan vrouwen'. De passage is overgenomen uit een brief van Calvijn aan de Hertogin Renata en handelt over de kwestie van trouw blijven aan een afgelegde eed, in verband met het feit dat haar echtgenoot haar op zijn sterfbed (3 okt. 1559 overleed hij) onder ede liet beloven, dat zij niet meer met Calvijn zou corresponderen. Calvijn schrijft daarover:
Wat den eed betreft, dien men U gedwongen heeft te zweren, daarin hebt ge gefaald en God beleedigd; gij zijt dan ook niet verplicht dien, evenmin als een bijgeloovige gelofte, te houden. Gij weet, Mevrouw, dat Herodus niet alleen niet geprezen werd, omdat hij den eed, dien hij zonder nadenken gezworen had, al te goed hield, maar dat hem dat tot een dubbel oordeel geworden is (Markus 6:21 v.v.). Ik zeg dit niet, om U lastig te vallen om mij te schrijven, maar opdat gij geen gewetensbezwaar zoudt hebben in een zaak, waarin God U vrijheid laat en U van alle schuld vrijstelt. Ik heb mij van mijn plicht gekweten, Mevrouw, U hierop opmerkzaam te maken.'
***
Velen lieten ons de afgelopen dagen hun zorgen weten, per brief of in gesprek of door het sturen van krantenknipsels, over 'Samen op Weg', naar aanleiding van datgene wat op de Combi-Synode besloten werd. Uit een brief van een lezer uit Wilhelminadorp-Goes, die uitvoerig schrijft over de verachting van Gods geboden in de Gereformeerde Kerken door officiƫle uitspraken, nemen we het volgende over:
'De toonaangevende organen hebben geen goed woord over, voor verontruste stemmen in kleinere bladen, om maar niet te spreken van feitenverdraaiing. (...) leder die nog Schriftuurlijk denkt, of schrijft wordt monddood gemaakt. Er moet een samenbundeling komen ten koste van de Waarheid. Na jaren van moeite en strijd hebben we dit kerkgenootschap verlaten. We gevoelden ons te zondig voor een samenleving, waarin de zonde niet meer als zonde wordt gezien. Met weemoed denken we aan diegenen, die oprecht naar Gods geboden wensen te leven, maar verkommeren omdat ze geen geestelijk voedsel meer krijgen. Nochtans komen ze niet tot de stap om te breken. Wij zien het als een gewetenszaak ons te stellen onder een Woordbediening waar ik de zondaar op het diepst vernederd word. Dit mogen we door genade zondag op zondag doen. Dan zijn Gods geboden niet zwaar maar om die te doen uit dankbaarheid!'
***
In een archief in Dresden wordt een huishoudboekje van Maarten Luther bewaard. Uit het Kerkblaadje, orgaan van de vrienden van Kohlbrugge, knippen we het volgende hierover van de hand van wijlen prof. dr. W. J. Kooiman.
'In Luthers eigen handschrift treft men daar een lange rij van uitgaven aan, die gedaan moeten worden. In de optelling is een fout, typisch voor deze man. Onder de kolom staat: '"Wie kan me zeggen, waar ik dat geld vandaan moet halen? Dat loopt mis, ik moet schulden maken". En dan volgt nog een lange lijst van benodigdheden, ingeleid met de woorden: "Geld nodig voor...". Men ziet, hoe Luther heeft zitten piekeren om de eindjes aan elkaar te knopen. Geen wonder! Wat was er al niet nodig om een huishouding als hij had, te laten marcheren! De levensmiddelen beslaan een grote plaats: "rogge, gerst, tarwe, wijn, bier, erwten, bonen, rijst, gierst, suiker, fruit, groente, kool, papaverzaad, wortels, peterselie, komijn, eieren, boter, zout", enz. enz. En dan allerlei gebruiksvoorwerpen: "spijkers, haken, ijzerwaren, talk, garen, was".
In de volgende lijst vinden we alle handwerkslieden die het hunne moeten hebben. Daartussenin worden posten uitgetrokken voor bedelaars, dieven, huwelijkscadeautjes, doopgeschenken en Sinterklaassurprises. Midden tussen de cijfers staat een versje - dichten deed Luther liever dan rekenen. Er is een beetje galgenhumor in dit rijmpje:
Nu heb ik alles opgeteld,
't Mankeert 'm alleen maar aan het geld.
Voordat het uitgegeven wordt
Heb ik al zevenmaal tekort.
En dat is geen wonder als men bedenkt, dat hij en zijn vrouw beiden uit het klooster kwamen en dus geen cent bezaten. Had het gezin nu alleen uit eigen kinderen bestaan, dan had moeder Kathe die van huishouden wist, het nog wel gered. Maar er waren heel wat studenten bij Luther in de kost. Ze moesten wel een klein kostgeld betalen, maar daar kwam gewoonlijk niet veel van. Bovendien nam Luther telkens weer familieleden die zichzelf niet konden redden, op in zijn gezin. En dan waren er elke dag veel gasten, vrienden, vereerders, vreemdelingen. Het was een open tafel in zijn huis. Luther nam daar geen blad voor de mond. Hij vertelde b.v. rustig dat hij alleen voor levensmiddelen per jaar 500 gulden nodig had, terwijl zijn hele inkomen als hoogleraar 400 gulden per jaar bedroeg. Als men dan vroeg waarom hij geen geld nam voor zijn boeken en hem voorrekende dat hij gemakkelijk rijk kon worden alleen door zijn pen, terwijl nu de drukkers met de winst gingen strijken, antwoordde hij: "Wat ik om niet gekregen heb, wil ik ook om niet geven; ik mag het evangelie niet verkopen". Erger was, dat hij aan een werkelijk geniale vrijgevigheid leed. Hoe vaak hij ook bedrogen werd, telkens weer hielp hij mensen die het helemaal niet verdienden - vaak met het laatste wat hij bezat.
Gelukkig, dat zijn vrouw zuinig van aard was en van aanpakken wist. Ze spraken vaak samen over de zorgen. Luther wees haar dan op het woord dat hij zelf in zijn Kleine Catechismus had geschreven: "Je moet niet bezorgd zijn, want God zal ons dagelijks geven wat we nodig hebben. Hij is een groot huisvader die alle vogels te eten geeft - dat kost hem meer dan het hele inkomen van de koning van Frankrijk - en wij zijn Hem heel wat meer waard dan die vogeltjes". Maar Kathe wist hem toen het gezin gestadig groeide, toch zover te krijgen dat hij bereid was wat hoger salaris aan te nemen en het geld aan haar in handen te geven. Ze kreeg de touwtjes stevig in handen en wist ze tenslotte ook behoorlijk aan elkaar te knopen. En zo werd op onderscheidene wijze in dit gezin bewaarheid het woord dat Luther onder de rekening in het bovengenoemde huishoudboekje schreef: "In deze wereld is alleen een huisvader werkelijk man en held en alleen een huismoeder in volle zin vrouw en heldin".'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 december 1982
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 december 1982
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's