Boekbespreking
Dr. J. M. Vlijm, Geloofsmanieren, Studies over pluraliteit in de kerk, Kok, Kampen 1981, 391 blz. ing. ƒ 65, - en dr. J. M. Vlijm, Samen erfgenamen - kiezen én delen. Een plurale gemeente? Kok, Kampen 1981, 103 blz. ƒ 17, 50.
Het eerste boek is een bundel, die onder de eindredactie van dr. Vlijm tot stand is gekomen. Het tweede boek is door dr. Vlijm zelf geschreven. Beide boeken gaan over hetzelfde thema, en hebben ook hetzelfde uiterlijk. Het eerste is meer wetenschappelijk, het tweede is meer direct op het kerkvolk gericht. In het eerste boek, dus de bundel, komen wij opstellen tegen van M.E. Brinkman, J. Hendriks, C. Korenhof, H. M. Kuitert, M. M. Meerburg, N. A. Schuman, J. Veenhof, J. M. Vlijm en H. M. Vroom. In het 'Woord vooraf lezen wij: de faculteit der Godgeleerdheid van de Vrije Universiteit te Amsterdam besloot in 1976 een werkgroep te vormen met de opdracht: bestudering van de pluraliteit in de kerk. Bovengenoemde personen zaten in deze werkgroep.
Het zal duidelijk zijn dat een bundel moeilijk te bespreken valt, omdat elk auteur zijn eigen benaderingswijze heeft. En toch loopt er, dunkt mij, een draad door het geheel: een afrekening met wat men noemt het oude waarheidsbegrip. Meer het ethische waarheidsbegrip van Gunning dan het gereformeerde van Bavinck. De auteurs die allen tot de Geref. Kerken behoren haken bewust van hun verleden af. Zij zitten allen bevangen in het dynamische, in het evolutinonistische denken van dez tijd. En dat loopt uit - wat ook geldt voor het boekje van Vlijm - op een pleiddoi voor een plurale gemeente, een plurale kerk, men kan ook zeggen: een richtingenkerk, zoals wij nu al meer dan anderhalve eeuw kennen. Tot een Doleantie, zoals Kuyper organiseerde, een eeuw geleden, zouden deze auteurs heden nimmer kunnen overgaan - maar is dat winst? Wij sympathiseren uiteraard niet met de Doleantie als kerkelijke afscheiding, maar dat ook de zorg die daarachter zat voor het behoud van het gereformeerde karakter van de kerk der vaderen, verloren is gegaan, is bepaald verlies.
Wat mij in het boekje van Vlijm diep trof (maar het zit ook in de bundel) is een afschuwelijke normloosheid. Hier wordt puur individualistisch, niet kerkelijk gedacht. Nergens enig respect voor de belijdenisgeschriften als bindend voor het kerkelijke spreken en handelen. Dan mag dus ieder zelf uitmaken wat hij gelooft of niet, wat hij eventueel uit die belijdenisgeschriften aanvaardt en verwerpt - dat is de ontbinding van de kerk. Die is er al, en die wordt op deze wijze aleen maar bevorderd.
Maar wat wil men ook? Zelfs de Schrift wordt aangetast. Al in de eerste bijdrage in de bundel, door Schuman, maar ook door Vlijm wordt de Bijbel voorgesteld als een huis dat tegen zichzelf verdeeld is. Wat in de Schrift verscheidenheid is, wordt opgeblazen tot tegenstelingen. Geheel in de trant van de oude Schriftcntiek wordt de Bijbel verknipt en dan het ene stukje uitgespeeld tegen het andere. Als wij lezen dat de duivel David aanporde om het volk te tellen (1 Kron. 21, 1) terwijl tevoren gezegd is dat het van de Heere is (1 Sam 24, 1) dan wordt daar een tegenstrijdigheid in gezien. Alsof ooit ergens in de Schrift de duivel wordt voorgesteld als een autonome macht! Dit dualistisch denken kent de Bijbel niet. De duivel is instrument in Gods hand! Dit is nog maar één voorbeeld. En zulke voorbeelden moeten het dan doen om te staven dat er al in de Schrift een basis is gelegd voor de huidige plurale (richtingen-) kerk.
Dat er verscheidenheid in de Schrift is, zal niemand ontkennen, en dat een zekere verscheidenheid in de kerk wettig is, zal ook niet licht ontkend worden, maar dan toch altijd binnen de grenzen van 'één geloof, één Heere', en dat 'geloof' dan niet opgevat als een vaag 'geloven' maar het geloof in zulk een Evangelie als onder andere Paulus verkondigde, die zei: Wie een ander Evangelie brengt, die zij vervloekt! En dat Evangelie nu is vertolkt in de belijdenisgeschriften der kerk. Daarom heeft de kerk grenzen.
Vlijm heeft het wel over grenzen, maar hij wijst ze niet aan. Alleen wanneer iemand persé niet meer erbij wil horen, dan moeten wij hem laten gaan. Ik zou willen zeggen: hoe kan het anders! Dit is geen grensaanduiding. Wie de Schrift ziet als een vat vol tegenstellingen kan natuurlijk uit de aard der zaak aan die Schrift geen gezag meer toekennen. Aan wiens gezag zijn wij dan overgeleverd? Aan dat van de theologen soms? Dan zeg ik met David: Ik val liever in de handen Gods. Een ding troost mij: Het machtige Woord des Heeren zal het langer uithouden dan alle boeken van mensen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 1982
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 1982
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's