De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

12 minuten leestijd

In Kerknieuws van Scheps werd overgenomen de kanselafkondiging, die de (toen geheten) Algemene Synode der Nederlandse Hervormde Kerk op 21 december 1942 als kerstboodschap in die donkere dagen deed voorlezen. We laten de tekst hier geheel volgen.

‘De Algemeene Synode der Nederlandsche Hervormde Kerk acht het haar roeping, zich op dezen Kerstdag tot u te richten. Nooit hebben wij het feest van Christus' geboorte onder zoo groote benauwenis gevierd. De schrik-rondom, door den Profeet aangezegd, gaat in volle lengte, breedte en diepte in vervulling.

Uit de ontwrichte gezinnen, uit gewonde harten en ontwortelde levens klinkt duizendvoudig noodgeschrei omhoog. In den vloed van onuitsprekelijk leed dreigen tallozen onder te gaan. Vergeefs turen hun oogen in de duisternis; vergeefs zoeken zij antwoord op de van zoovele kanten opstuwende vraag: waar is uw God? Het is de roeping der Vaderlandse Kerk, van dezen nood te getuigen overal en aan allen. Geen lid van het groote geheel zoeke zich te onttrekken aan het met de anderen mede-lijden, mee doorleven en doorworstelen in Gods kracht van zoveel smart en beproeving "Gedenkt der gevangenen alsof gij mede-gevangen waart, en dergenen die kwalijk behandeld worden, alsof gij ook zelve in het lichaam kwalijk behandeld waart!" (Hebr. 13}.

Zoo zij ons hart wijd geopend voor de nood dichtbij en veraf, van Israël en de volken (Rom. 9.)

Even zoo dringend en blijder is de taak, om boven den wereldstorm uit, te getuigen van den Heiland, die geboren is.

Alle ontzetting ten spijt, geldt met vol gewicht het Apostolische woord: "Zie nu is het de welaangename tijd, zie nu is het de dag der zaligheid" (2 Cor. 6). Heenschouwend over eeuwen, waarin de nood der kerk dien van thans op overtroffen heeft, mag het geloofsoog rusten op het Kindeke in de kribbe. In den geboren Zaligmaker weet de Gemeente van verzoening en behoud, vrede en heil, immers: Immanuël. God met ons! Zoo groote dingen heeft 's-Heeren hand aan ons gedaan, en gaat zij voort te doen. Tot dien Zaligmaker mogen wij komen, mogen wij noodigen. In Hem is de Weg door het moeras, de Waarheid te midden van dwaling en leugen, het Leven dat dood en duivel overwint.

Door geloofsverbondenheid aan dien Heiland hebben onze voorgeslachten Gods gunst genoten en Gods wonderen ervaren. Zwaarder beproeving, dan óns nog treft, hebben zij in Christus' gemeenschap gedragen, méér dan overwinnaars door Hem. Onvervaard hebben zij getuigd van Gods recht en van Zijn liefde. Zelfs met den brandstapel voor oogen, hebben zij geweten van troost-rondom door den blik op den Heiland, door de zekerheid van Zijn komende Rijk. Zij hebben diep gebogen onder 's-Heeren hand, in al hun nood zijn verdiende straf erkend, in oprechte schuldbelijdenis Zijn aangezicht gezocht. In de ondoorgrondelijkheid van 's-Heeren weg hebben zij vol vertrouwen zich geschikt, wachtende op Zijn uitkomsten, op Zijn tijd. Door alles heen hebben zij vastgehouden aan de onwankelbare belijdenis der hoop, en zijn niet beschaamd geworden.

Tot dat geloof der Vaderen wordt de Gemeente opnieuw geroepen in dit stormgetij, dat aan hun dagen herinnert. Zwak en hulpeloos in onszelf, mogen wij onze sterkte vinden in Hem, Wiens naam is Sterke God. Geloof, hoop en liefde, in de volheid die de Kerk vanouds gekend heeft, zullen de gaven des Geestes zijn aan een biddende Kerk, ook thans. Daartoe te komen, daarin te staan, daartoe te noodigen, is, Gemeente des Heeren, uw roeping. Van 's-Heeren wege komt deze dag van Christus' geboorte het u zeggen. Zie dan toe dat gij Hem, Die spreekt niet verwerpt! Schik u, met de Kerk van alle landen en volken, om den Heiland der wereld te ontmoeten (Amos 4).'

***

‘Uit de schat der prediking', is de titel van een artikeltje van ds. M. A. van den Berg in het hervormd kerkblad Voetius (Altena en Heusden). Hij schrijft over kerst als 'Gods genadige toewending tot ons' en zegt dat de kracht van de toepassing ligt in woorden als 'voor u' en 'voor ons'. In dit verband citeert hij uit een kerstpreek van Luther over Jes. 9 : 5 ('Want een kind is bij ons geboren, een Zoon is ons gegeven') het volgende, daarbij telkens het woord 'ons' onderstrepende.

‘U hebt gisteren al gehoord hoe dit Kind ons eigen is, en hoe wij Hem moeten ontvangen, opdat wij deze zin recht verstaan: "Ontvangen van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria". We moeten namelijk steeds toevoegen: voor ons. Voor wie is Hij ontvangen en geboren, voor wie heeft hij geleden en de dood op Zich genomen? Voor ons, ons, ons! "Ons" dat moeten wij er steeds weer bijzetten. Daarom hebben de vaderen in de geloofsbelijdenis zo treffend het woord er tussen gezet: "En in Jezus Christus, onze Heere". Dit woord moeten wij op alle afzonderlijke zinnen betrekken: voor ons ontvangen en voor ons geleden en voor ons opgestaan, voor ons opgevaren en voor ons nu zittend aan de rechterhand Gods. Want deze woorden: "Ik geloof in God, de Vader, de Almachtige, Schepper des hemels en der aarde", vinden niet voor niets hun voortzetting in de andere: "en in Jezus Christus, de Eniggeboren Zoon Gods, onze Heere". Daarmee hebben wij Hem op ons willen betrekken, dat Hij onze Heere, ons familiehoofd en Vader is. Alles wat in de geloofsbelijdenis staat hoort binnen het "voor ons" (...). Al deze woorden moeten dus niet zomaar daar staan, opdat wij er niet maar koud over heen lezen alsof het niets met ons te maken had. Het gaat ons veel meer alles aan. Christus had deze werken niet nodig. Hij zou toch wel geheel en al een Heere gebleven zijn. Ons komt echter Zijn ontvangenis toe, Zijn geboorte, Zijn lijden en sterven, Zijn hemelvaart en zitten aan de rechterhand des Vaders. Dat is ons eigendom. Let daar toch goed op! Daarom zegt Jesaja: "Ons is een kind geboren, en een Zoon is ons gegeven". Het is net zoals de vrouwen bij een wieg, gewend zijn te vragen: Wat is het, deze Kleine? En ik antwoord met Jesaja: "Een Zoon, en Hij is van óns!". Een wonderlijke manier van spreken dat wij allen de moeder zijn zullen van Hem, Die wij niet in onze schoot gedragen hebben! Hij is ons gegeven, als ware Hij onze Zoon. Groot is de trots en de roem, dat Hij onze Zoon zal zijn, dat Hij ons toebehoort. Maar het is niet genoeg dat Hij onsgeboren is. Hij is ons ook "gegeven". Wat betekent dan "geven? " Dat is: Hij wil Gaven en Geschenk aan ons zijn. Ik hoef daarvoor niets te geven noch te betalen. Wee de goddeloze en ondankbare wereld die dit geschenk veracht! Een bijbelplaats zegt: "een maagd zal een Zoon baren"; en Die zal mijn zijn, dat Hij mij zo zeker is als tien gulden die mij gegeven zijn, en wij zouden het niet geloven, wat de profeten toch zo zeker van te voren al betuigen? En wij hebben het zelfs, en geloven het niet? Foei! Wij zijn niet waard ook maar een woord over Hem te horen! Kijk toch eens goed naar deze beide woorden: "geboren" en "gegeven!" Een geschonken Zoon, een geboren Kind.'

***

‘Alcoholisme in VS een groot probleem'. Dit staat boven een verontrustend bericht in het Nederlands Dagblad. Het alcoholisme is niet alleen een Amerikaans probleem. Ook ons land wordt erdoor geteisterd. Hier volgt het bericht.

‘Eén op de drie gezinnen in de Verenigde Staten kent het probleem van het drankmisbruik en meer dan 80 procent der Amerikanen beschouwt het als een probleem van nationale omvang. Dat is het resultaat van een opiniepeiling door het instituut Gallup.

De opiniepeiling werd telefonisch uitgevoerd onder 1566 doornsee Amerikanen. Er blijkt uit dat de Verenigde Staten een hoog alcoholniveau hebben, hoewel de bevolking als geheel tegen alcoholmisbruik is.

De helft van de ondervraagden sprak zich uit tegen overmatig gebruik, drie op de tien is voor onthouding en een op zes wil de drooglegging terug. Volgens dokter Joseph Purch, lid van de commissie voor alcoholisme van president Reagan, staat vast dat "minstens 50 procent" der Amerikanen betrokken is bij drankmisbruik: Twaalf miljoen Amerikanen zijn alcoholist en de anderen zijn de gezins-en familieleden die er de gevolgen van ondervinden.'

***

Het volgende citaat van Lenin was en is in allerlei boeken en artikelen aan te treffen. Ook ondergetekende heeft het wel gebruikt.

‘Eerst zullen wij Oost-Europa in handen zien te krijgen, dan de massa's van Azië en tenslotte zullen wij de Verenigde Staten insluiten, die het laatste bastion van het kapitalisme zullen vormen. Wij zullen er niet voor hoeven te vechten, want het zal ons als een overrijpe vrucht in handen vallen. Wij moeten ons verzekeren van de medewerking van onderwijzers en leraren in de scholen en aan de universiteiten, van luchthartige predikanten, pacifisten en wereldhervormers, om zo een bepaalde geestesgesteldheid in de gedachtengang van de kapitalistische jeugd op te roepen, die hen er voor altijd van zal weerhouden deel te nemen aan een bloedig conflict met de zaak van het communisme.'

Nu heeft Hervormd Nederland in een artikel, waarin 'de rechtse frontvorming tegen het IKV' aan de orde wordt gesteld, dit citaat 'het niet bestaande citaat' genoemd. Nasporing bij een heel circuit van personen, die naar elkaar (naar anderen) verwezen (drs. J. A. E. Vermaat van de E.O., dr M. Broekmeyer van het Oost-Europa instituut van de universiteit van Amsterdan, prof. dr. ir. J. Voorhoeve, voorzitter van de Stichting Vredespolitiek) leverde geen bron op waaruit dit citaat op te diepen was.

Persoonlijk hebben we navraag gedaan bij het zeer gedocumenteerde instituut 'Glauben in der Zweiten Welt' in Zurich. Dr. Eugen Voss, directeur van het Instituut, kende het citaat niet. Hij had het in geen enkel land eerder horen citeren. Het is dus kennelijk een vondst in Nederland.

Voorlopig houden we het er op dat het citaat niet bestaat. Eerlijk is eerlijk. Tenzij zich alsnog iemand meldt die de bron echt kent.

***

Het Interkerkelijk Contact Israël (101), een interkerkelijke bundeling van mensen, die zich bezig houden met de verhouding Joden-Christenen, waarin negen kerkelijke gemeenschappen en groeperingen samenwerken, geeft vouwfolders (in 8 kolommen), uit onder de titel 'Wat ieder van het Jodendom moet weten', (verkrijgbaar bij ICI, Postbus 202, 3800 AE, Leusden, giro 2157382, ƒ 0, 20 per vouwbald).

In de folder nr. 4 over De Talmoed lezen we het volgende:

‘In het jaar 70 wordt de Tempel voor de tweede keer verwoest. Tot na 135 zal er een grote onrust in het land blijven; vervolging, deportaties en terechtstellingen zijn aan de orde van de dag. Tot nu toe was de mondelinge traditie ook alleen maar mondeling doorgegeven; men schreef niets op. Juist omdat het mondelinge traditie moest blijven, dus vloeiend, plooibaar en inpasbaar. Zodra je wat opschrijft wordt het vast; het gaat "stollen". Er schijnt zelfs een verbod bestaan te hebben om de mondelijke traditie op schrift te stellen en dat is goed denkbaar. "Het staat geschreven" wordt maar al te vlug gebruikt om een einde aan de discussie te maken en men wilde juist met elkaar in gesprek blijven. Zo bleef men bijna 400 jaar met elkaar in gesprek en gaf de "mondelinge Tora" door van leermeester op leerling. Maar als de meesters worden gedood (zoals de grote rabbi Akiba), wie zou dan nog de leerlingen onderwijzen? Ook door deportatie zou het dóórgeven van de mondelinge leer in gevaar komen. Dan zouden alle reeds genomen besluiten en wetsuitleggingen verloren gaan. Dat mocht niet gebeuren. Zo ontstond de Misjna. De Misjna is het verslag van de juridische beslissingen van een rij van wetsgeleerden en rechters, de Tanna'im, of Leraars, gedurende bijna vier honderd jaar. De Tannaperiode valt van 200 vóór onze jaartelling tot 200 erna. Rabbi Juda de Vorst (-voorzitter van het Sanhedrin) voltooide de Misjna.

De Misjna bevat 63 tractaten waarin zo ongeveer alles wat het leven van de Jood raakte werd besproken. Hoewel de Misjna voorgeeft niets anders dan jurisprudentie te zijn, is zij veel meer. Met één zin of uitdrukking kan op een wondere wijze een beeld uit de tijd van de tweede Tempel tot leven komen en beleven wij weer een feestnacht in het Jeruzalem van tweeduizend jaar geleden.

Maar het leven gaat door. Al spoedig merkte men, dat de Misjna op tal van vragen géén, of slechts een onduidelijk of onvolledig antwoord gaf. En zo ging de discussie verder en duurde weer zo'n driehonderd jaar. Ook deze discussie werd opgeschreven en vervat in de Gemara. Maar pas op! Waar de Misjna slechts beslissingen probeert weer te geven is het bij de Gemara alsof men een recorder heeft laten aanstaan die alles heeft opgenomen. Alles wat is gezegd werd opgeschreven. Dus niet alleen de nauwgezette juridische analyse is opgeschreven, maar de gehele discussie die kan uitlopen op verhalen, gedichten, gebeden, persoonlijke geschiedenissen en herinneringen, de historie van het volk, wetenschap en zelfs stukken van tafelgesprekken...dat is de Gemara. Misjna en Gemara vormen samen de Talmoed. (...) Hoe ziet de Talmoed er nu uit? Afhankelijk van de uitgave heeft de Talmoed 13-21 banden. De aparte boeken zijn groot en zwaar, zo zwaar dat je een boek haast automatisch met twee handen vastpakt. Maar ook de inhoud is "zwaar". De Talmoedtext zelf is geschreven in een gedrongen Hebreeuws (de Misjna) en Aramees (de Gemara) zonder kindertekens of leeshulpen. Maar de inhoud is onuitputtelijk. Over één zin uit de Talmoed kan de student een discussie meebeleven welke tien eeuwen en verschillende landen omspant.

Ook zal de lezer steeds op zijn hoede moeten zijn wat hij leest. We zagen al, dat het een stuk wetsuitlegging kan zijn, maar ook een vrome volksvertelling (Agada) of zelfs een stuk satire. We weten dat een dichter zich anders uitdrukt dan een apotheker; welnu, beide komen in de Talmoed aan het woord. Men kan dus nooit zeggen: "De Talmoed zegt!" Door uit onzuivere motieven stukken uit de Talmoed (en dan meestal nog geheel buiten het verband) te citeren en dan te stellen: "Deze onzin geloven de Joden" is al heel wat kwaad geschied. Wie een beetje de Talmoed kent, heeft geen moeite om de kwade bedoelingen van zulk een schrijverij te doorzien'.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 1982

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 1982

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's