De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Licht in de duisternis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Licht in de duisternis

8 minuten leestijd

Het geloofsleven kan alleen bloeien en geuren aan heerlijkheid, als het geloof werkzaam is met de beloften des Heeren en wij het getuigenis van de Heilige Geest in ons hart ontvangen.

Het geloofsleven kan alleen bloeien en geuren aan heerlijkheid, als het geloof werkzaam is met de beloften des Heeren en wij het getuigenis van de Heilige Geest in ons hart ontvangen. Wij weten ons dan vastgehouden door de eeuwige trouw van onze God. Deze zal ons zeker voor een definitieve afval bewaren. Deze trouw van God dringt ons tevens om niet naar het vlees, maar naar de Geest te wandelen en daardoor onze zekerheid voor ons eigen besef nog vaster te maken. Is daarmee nu ook gezegd, dat wij door deze innerlijke overtuiging de kroon van het leven eenmaal te zullen ontvangen boven alle wankelingen in het geloof verheven zijn? Men zou dit op het eerste horen haast menen. Maar de werkelijkheid is evenwel anders. Er komen in de Heilige Schrift tal van heiligen voor, die volkomen van hun verlossing verzekerd waren, en desniettegenstaande nu en dan heftig geschokt werden. En ook bij de gelovigen van onze tijd zien wij gedurig hetzelfde verschijnsel. Ja, het onderzoek van ons eigen hart, zo het oprecht voor de Heere is, kan alleen maar tot het resultaat leiden, dat in twee woorden samen te vatten is: verzekerd. . . en toch nog geslingerd.

Deze twee weerspreken elkaar slechts schijnbaar. De zware, massieve bomen in het bos liggen met hun machtige wortelgestel diep in de bodem verankerd, zij staan werkelijk vast. En toch kunnen zij in hun kruin, soms zelfs tot in de stam toe, bij noodweer zwiepen en kraken, dat het een aard heeft, en men dikwijls het ergste moet vrezen. De sterke eikebomen der gerechtigheid in het koninkrijk der hemelen ondergaan hetzelfde lot. Hun levensgrond, waarin zij hun diepste wortelen uitgeslagen hebben - neen, daaruit kunnen zij door de zwaarste stormen niet losgerukt worden, maar hogerop voelen zij zich soms toch fel bewogen en geschud, zodat de angst hen om het hart slaat en zij zelfs kunnen vrezen toch nog verloren te zullen gaan. Het genadeleven is niet eenvoudig, maar ingewikkeld. Het is rust en bewogenheid tegelijk. Licht, maar ook enigszins duisternis. Het maakt ons zeer zeker tot meer-dan-overwinnaars door Hem, die ons heeft liefgehad, maar tevens tot onvermoeide strijders, die geen ogenblik, uit de wapenrusting kunnen gaan; tot geweldenaars, die het koninkrijk der hemelen dagelijks opnieuw moeten nemen met geweld.

Waaruit zijn deze slingeringen te verklaren? Allereerst uit de zwakheid van de mens. Het geloof is naar zijn aard volkomen zekerheid en in zijn wezen onaantastbaar voor elke twijfel. Nochtans kan het door onheilige machten fel bestreden worden, zo fel, dat wij het duidelijke gevoel der verzekerdheid bijna geheel verliezen, ofschoon de wortel ervan nog steeds aanwezig is. Men hoort vaak spreken over klein geloof, zwak geloof, beginnend geloof, geschokt geloof, maar ook van een helder en welverzekerd geloof. Er is dus graadverschil. En dit verschil wordt bepaald door de geestelijke gesteldheid van de ziel van de mens. Natuurlijk is het geloof op zichzelf altijd een onwankelbaar vertrouwen en tevens ook een zeker weten. En wanneer het toch onderscheiden trappen kan doorlopen, is dit aan onszelf te wijten: de toestand waarin wij momenteel verkeren, , maakt het geloof niet in werkelijkheid, maar wel door ons eigen bewustzijn minder zeker; wij doojleven dan uren of dagen van twijfel; de beloften Gods schuilen voor ons besef in het duister weg en de heerlijkste waarheden, die vroeger vaster dan de bergen stonden, schijnen dan als zwiepende bomen heen en weer te zwaaien. De mens, ook de gelovige mens, is in zeker opzicht een dubbelwezen. De oude natuur, die de Schrift het vlees noemt, wordt bij de bekering niet met één forse slag van hem afgekapt, hij sterft integendeel geleidelijk wég, naarmate de nieuwe mens, die uit de Geest geboren is, rijker gestalte in hem verkrijgt. Heeft de Geest op een gegeven ogenblik nu de overhand in ons zieleleven, dan zullen wij de volle geloofsverzekerdheid genieten. Is het vlees evenwel op een ander ogenblik overheersend, dan zal voor ons eigen gevoel het geloof inzinken en door twijfelingen overwoekerd worden. Wij kunnen dat zien aan Abraham; hij heeft ook de twijfel gekend, toen hij Hagar tot vrouw nam om langs die weg de zoon der belofte te verkrijgen, al is het dan ook dat hij op dit punt voor Sara' s aandrang is bezweken. Zie het ook aan David, die toch het woord van twijfel uit zijn lippen laat gaan: één dezer dagen zal ik door de hand van Saul omkomen. Denk ook maar eens aan Johannes de Doper, die wel de Christus aanwees als het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt, maar later ontsnapte hem de vraag: zijt Gij degene, die komen zou of verwachten wij een ander?

De kinderen Gods ondervinden deze slingeringen als een nare macht. Zij ondervinden ook wel, dat zijzelf de oorzaak ervan zijn. God verlaat zijn kinderen ook wel om enige bijzondere zonden. Hij verlaat ze niet om hun  dagelijkse zwakheden, maar wel om zonden die met opzet tegen de consciëntie gedaan worden en dat tegen veel inwendige waarschuwingen in en die grote ergernis geven. Als men hoogmoedig en trots wordt in de burgerlijke omgang of als men in het geestelijke op zijn gaven gaat roemen of hen die klein zijn in de genade veracht. Intussen - de eerlijkheid gebiedt te zeggen, dat wij in deze dingen wel een helder gezicht moeten hebben. De geestelijke verlating is een inhouding voor lange tijd en onttrekking van de gewone medewerking en de invloeden van de Heilige Geest in de wedergeborenen, waardoor zij duister, zwak in het geloof en krachteloos worden, in de aanvechting onderliggen en in het lichamelijk huis smartelijk en droevig blijven. Het is van de allergrootste noodzaak dat men weet, dat in die verlaten staat het de Heere is die zijn gewone medewerking, invloeiing, verlichting en vertroosting onttrekt. Hij doet dit vaak om de vanzelfsprekendheid der genade van ons weg te nemen. Met andere woorden: God toont ons zijn vrijheid om genade te bewijzen. Als het immer vanzelf ging, dan zou men een inbeelding hebben, dat het ons toekwam. Maar als men het mist, dan leert men de vrijheid van God zien.

Zwaarder nog dan door het eigen vlees wordt het geloof dikwijls bestreden door de aanvechtingen van de Boze. Wij weten al uit de paradijsgeschiedenis, dat hij er steeds op bedacht is twijfel aan Gods Woord in het mensenhart te zaaien. Daarom is het niet te verwonderen, dat hij ook later de kinderen Gods bij voorkeur op deze wijze ten val zoekt te brengen. Bij de mensen, die buiten het Woord om leven, moet de satan uiteraard andere middelen aanwenden. Maar in de gemeente zoekt hij allereerst het vertrouwen op het Woord te schokken en het door twijfel te vervangen. De diepst ingeleide kinderen Gods hebben in dit opzicht het meest van zijn aanvechtingen te lijden. Door hun verkleefdheid aan en hun leven uit het Woord zijn zij 't meest voor het rijk der duisternis te vrezen. En onder deze uitverkorenen richt hij zijn pijlen natuurlijk het eerst op diegenen die sterk naar voren komen en de invloed van het koninkrijk Gods op buitengewone wijze bevorderen. Er zijn nu eenmaal.op heilig terrein ook leidende geesten en volgelingen, die zich laten leiden. Daarom poogt de overste der wereld de leiders het eerst aan het wankelen te brengen, zoals hij dat doet met Job, met Petrus en dan . . . met Christus, het hoofd der gemeente, de vleesgeworden Zoon van God, die verzocht werd, maar door het zwaard van het Woord heen overwon.

Christus heeft niet getwijfeld. De anderen zijn echter wel heen en weer geslingerd, maar zij bezweken niet door de bewarende genade des Heeren. Het is waar, gemakkelijk is het in deze duisternissen niet. Maar wij zijn onder deze beproevingen niet aan de luimen van satan overgeleverd. De Heere regeert. Hij weet welke aanvechting wij nodig hebben. Hij weet ook, hoeveel wij kunnen dragen. Niet alleen wordt de graad der verzoeking door God naar onze draagkracht bepaald, maar de belofte der uitkomst wordt er ons bijgegeven. De Heere ziet als het ware uit de hemel toe, hoever de aanvechting haar werk gedaan en haar doel bereikt heeft en dan grijpt Hij met zijn genade in om ons te redden. De Heere heeft er inderdaad een doel mee. Het zijn doorgaans middelen om ons klein en ootmoedig te houden. Wij moeten weer weten, dat wij op eigen benen niet staande kunnen blijven. Wij worden daardoor geheel afhankelijk van Gods genade, meer dan ooit. Ja, de behoefte aan het gebed en aan de waakzaamheid, die zo licht in de drukte van het leven wordt verzuimd, wordt groter. De wankelingen in het geloof zijn daarom een ware beproeving.

Maar - de aanvechting kan rijke vrucht dragen, wanneer wij er door 's Heeren hand uit verlost worden. Het gebeurt wel meer in de Heilige Schrift, dat de gemeente des Heeren rijk gesterkt en beweldadigd uit de diepten omhoogstijgt. Hoe werd het volk van Israël niet vertroost na de donkere Paasnacht! Hoe ontvingen de discipelen in de verdrukking rond Pasen niet een levende troost! De nachten zijn diep en zwaar. Maar juist door die nachten heen worden wij weer de glans van het Licht gewaar. Het gaat in zekere zin in het geloof altijd door de nacht naar het licht. Het is de nacht van de zelfkennis, de nacht van Golgotha, de Kerstnacht zelfs - en daarop volgt de glans van het sterkende Licht! . . .

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 1982

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Licht in de duisternis

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 1982

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's