De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

13 minuten leestijd

Kerk te midden van de polarisatie

Dat is het opschrift boven het uitgebreide jaaroverzicht in het Oudejaarsnummer van Scheps Kerknieuws over het reilen en zeilen van de protestantse kerken in ons land. Daarin wordt de schijnwerper vooral gericht op wat zich heeft afgespeeld in de twee grootste kerken, nl. de Ned. Herv. Kerk en de Geref. Kerken. Veel van dit overzicht is door middel van synode verslagen al onder uw aandacht gebracht. Toch wil ik graag op één passage nader ingaan omdat die wat verder gaat dan het vermelden van feiten. De samensteller van dit jaaroverzicht wijst erop dat in dit jaar twee zaken weer veel aandacht kregen, nl. de kwestie van de kernbewapening en, vooral in de eerste maanden de anti-discriminatie wet. Beide zaken hielden en houden kerken zeer verdeeld.

'Alleen al de strijdpunten van atoombewapening en anti-discriminatiewet leiden er toe, dat de polarisatie in ons land om zich heen grijpt, niet alleen in de kerken, maar ook daarbuiten. (...)

Staat er dan niets tegenover deze verdeeldheid? Hebben de twee grootste reformatorische kerkformaties dan geen plannen om samen-op-weg te gaan? De term "in staat van hereniging'' is al heel bekend geworden en als men over jaartallen als 1834 en 1886 praat, spreekt men niet over de breuk die toen ontstond - en dat was tot heden toe toch gebruikelijk - , maar over de heling ervan. Het is dus niet allemaal onenigheid dat het kerkelijk leven ons bij deze jaarswisseling laat zien. Men vergisse zich niet. Natuurlijk is er tussen de middengroepen in beide kerken niet veel verschil meer en die zullen elkaar wel vinden. De trein rijdt door en niemand moet proberen hem een tijdje op te houden. Wie dat toch doet, heeft het nakijken. Dat heeft de scriba van de hervormde synode dr. R. J. Mooi tijdens de gemeenschappelijke vergadering van de beide synodes in november wel ondervonden. Men kan er hieronder uitvoeriger over lezen. Maar dat dit werkelijk een wezenlijke eenheid tussen de uitersten in beide kerken betekent, kan niemand geloven. De "vleugels" van de Ned. Herv. Kerk hebben niets meer met elkaar gemeen dan dezelfde administratie en met de gereformeerde "vleugels" is dat ook al het geval. Nu kan men daartegen aanvoeren dat dit nu ook in de Ned. Herv. Kerk al zo is en dat een kerkgemeenschap met zoveel middelpuntvliedende krachten dat ze nauwelijks meer een gemeenschap genoemd kan worden, in reformatorisch Nederland niet zo'n zeldzaam verschijnsel is. Dat is waar, maar door een vereniging zou dus de middelpuntvliedende werking wel eens versterkt kunnen worden. Dan zou ondanks een uiterlijke eenheid de ware verdeeldheid alleen maar groter worden. En als dat niet zo is, kleiner wordt ze in ieder geval niet. Je kunt natuurlijk wel met een brok in de keel of met tranen in de ogen staan kijken naar een verzoening tussen zonen en dochteren van hetzelfde huis die in de vorige eeuw in haat en nijd leefden en nu elkaar in de armen vallen, maar zolang al die kinderen uit dat ene gezin voor elkaar de preekstoel nog gesloten houden, kan enige nuchterheid geen kwaad. (...)

In het afgelopen jaar hielden de generale synodes van de Nederlandse Hervormde Kerk en van de Gereformeerde Kerken zich in grote lijnen bezig met dezelfde vragen. Net als vorig jaar kregen vraagstukken van oorlog en vrede in beide kerken grote aandacht. Bij de gereformeerden spitste de discussie zich vooral toe op de vraag of het Interkerkelijk Vredesberaad (IKV) nog wel gezien kon worden als hèt beraad inzake vredesvraagstukken, van de kerken. Er gingen-met succes zoals later in hét jaar zou blijken - stemmen op om ook het Interkerkelijk Comité Tweezijdige Ontwapening in de gedachtenwisseling te betrekken. (...)

Een hoofdstuk apart vormde het voorontwerp van de anti-discriminatiewet. Het bracht tongen en pennen in hevige beroering. In januari verklaarde het moderamen van de gereformeerde synode dat het nog geen kennis had kunnen nemen van het voorontwerp. Het vroeg de minister van C.R.M. van der Louw om toezegging van het stuk en om uitstel van de termijn waarvoor gereageerd moest worden. Ongeveer gelijktijdig verklaarde ook het moderamen van de Nederlandse Hervormde Kerk het zeer te betreuren dat het voorontwerp niet aan de kerken was toegezonden. Ook dit moderamen vroeg om uitstel van de sluitingsdatum van 1 februari. Vervolgens kwam overal en in alle geledingen de discussie rondom het voorontwerp op gang. Begin september bepaalden beide moderamina hun standpunt. Beide reacties waren vol lof over het tegengaan van discriminatie op grond van geslacht, sexuele voorkeur of huwelijkse staat. Zowel hervormden als gereformeerden waarschuwden echter tegen het in het geding komen van de elementaire grondrechten, zoals vrijheid van godsdienst, onderwijs en vereniging en vergadering. In het voorontwerp worden uitzonderingen gemaakt voor voorzieningen en activiteiten van godsdienstige aard, omdat de overheid zich niet bemoeit met de interne zaken van kerkgemeenschappen. Onder deze uitzonderingen vallen echter niet activiteiten die met belijden geen of slechts verwijderd verband tonen. Het breed moderamen van de hervormde kerk schreef in zijn reactie dat zo'n onderscheid princiëel onmogelijk aanvaard kan worden.''Het belijden van een geloof kan niet worden afgezonderd van de uitwerking van dit belijden van een de uitwerking van dit belijden in het dagelijks leven." De gereformeerden kwamen tot het voorstel dat er in plaats van een wet wellicht ruimte moet komen voor een proces van meningsvorming waarmee discriminatie word.t uitgebannen. De argumentatie daarvoor was dat het veranderen van een visie van mensen op elkaar slechts zou kunnen geschieden in een open omgang met elkaar en niet door wetgeving.

En dan was ook Samen op Weg er nog. In de gecombineerde synodezitting die half november gehouden werd, spraken hervormden en gereformeerden zich uit voor een hereniging van beide kerken in 1986 - honderd jaar na de Doleantie. Voor de herdenking hiervan was overigens in het begin van 1982 al een gezamelijke commissie in het leven geroepen, die de viering hiervan zou moeten voorbereiden. Er was veel dat beide kerken samenbracht in het afgelopen jaar. Er was echter ook verwijdering te bespeuren. En dan vooral binnen de beide kerken zelf. De vleugels van beide kerken lijken steeds meer van elkaar weg te fladderen.

Allerlei compromis-besluiten konden dat in het afgelopen jaar niet verhullen. Integendeel - ze leken dit vermoeden eerder te bevestigen.'

Ik geef dit aan u door zonder al te veel commentaar mijnerzijds. Te vrezen is helaas dat wat hier gesteld is niet onjuist is. Men kan een hereniging niet per datum vaststellen, op zijn hoogst krijgt men dan een fusie. Dat neemt niet weg dat juist allen die de gereformeerde belijdenis liefhebben er niettemin op hebben toe te zien welke bijdrage zij kunnen leveren in deze zo gepolariseerde kerk. Wij zijn niet klaar met aan de kant te staan en te constateren dat het mis gaat. Wij staan voor de opdracht om steeds weer te laten, zien wat dit gereformeerde belijden aan actualiteit heeft ook met het oog op de grote vragen van onze tijd. Soms heb ik het gevoel dat ook wij daar nauwelijks aan toe komen, omdat we of ons kruit verschieten aan zaken die weinig te maken hebben met de wezenlijke vragen van leer en leven, en omdat men soms een zeker gebrek aan interesse bespeurt. Of misschien is het ook een zekere vermoeidheid. Dat is jammer. Juist als we het geheel van de kerk begeren te dienen, zijn we er niet met een negatieve constatering. De vraag waar we voor staan is: Wat is dan positief de weg die we hebben te gaan? En hoe kunnen we wervend en winnend midden in de kerk staan en onbijbelse polarisatie voorkomen. Want het lijkt me niet goed dat verschilpunten in ethisch opzicht, b.v. ten aanzien van een zo ingewikkelde zaak als het vredesvraagstuk splitsend werken. Wanneer wij het spreken over 'de ethische ketter' afwijzen, zullen we er ook zelf op hebben toe te zien, dat we op dit punt niet bij voorbaat zonder serieus geluisterd te hebben de ander, die inzake een zo ingewikkelde materie een andere mening koestert, bij voorbaat veroordelen. Polarisatie kan nodig zijn als waarheid en leugen tegenover elkaar staan. Maar als het gaat om zaken die men niet regelrecht uit de Schrift kan afleiden en waarbij het Schriftberoep niet zo eenvoudig is, is wijsheid, voorzichtigheid en terughoudendheid vereist. Kerk zijn temidden van polarisatie. Het is vurig te hopen dat het niet bij die constatering blijft, maar dat het echt mag komen tot een eerlijk, broederlijk gesprek rondom de geopende Bijbel, in het spanningsveld van waarheid en liefde (Ef. 4 : 15-16).

***

Antisemitisme in Rusland

Daarover trof ik enkele gegevens aan in het Centraal Weekblad van 15 december. Het is een uittreksel uit het rapport 'Theorie en praktijk van anti-joodse propaganda in de USSR in 1981:

'Wat zijn de konkrete feiten van de bestaande praktijken van anti Joodse en anti Israëlische propaganda in de USSR? Er is een poging gedaan om de steeds terugkomende publikaties over Israel, joden en de situatie in het Midden Oosten, belicht door de Russische pers, te analyseren. Er zijn in 1981 2.814 maal onderwerpen die betrekking hebben op Israel, joden en het Midden Oosten door de Russisch-talige Sovjet pers gepubliceerd. Dit betekent ca. 8 maal per dag. Een analyse uit deze publikaties over joden en Israel geven de volgende conclusies:

1. De grote hoeveelheid informatie toont een weloverwogen plan nl. het opzetten van een anti joodse propagandacampagne.

2. Het aantal negatieve publikaties over joden en Israel is in verhouding met de negatieve publikaties over onderwerpen als Zuid-Oost-Azië, de Iran/Irak-oorlog, Polen, Afganistan, Angola, Namibië, San Salvador ect. onevenredig groot.

3. Door voortdurend op een overdreven wijze de veiligheidsmaatregelen van de Israeli's te benadrukken, geven de Russische massamedia de lezer de indruk, dat Israeli's en joden agressieve en gevaarlijke mensen zijn. Dit beeld wordt versterkt, doordat men voortdurend inspeelt op de pacifistische gevoelens waaraan elke Sovjet burger zou moeten voldoen.

4. Wanneer men een aantal anti joods-Israelische publikaties met elkaar vergelijkt, ziet men verschillende getallen wat betreft het percentage van het defensiebudget t.o.v. de totale uitgaven. Deze getallen variëren van 30 % tot 60 %. In een krant werden 2 artikelen over de bezette gebieden geschreven. In het ene artikel werd gesteld, dat de bezette gebieden een grote last voor Israel zouden zijn. In het andere artikel werd exact het tegenovergestelde beweerd nl. dat deze gebieden Israel een enorme rijkdom geven. Andere voorbeelden zijn publikaties over het jodendam. Eerst wordt gesteld dat joden geen volk zijn; uitsluitend de Israeli's zijn een volk. Even later wordt geschreven dat joden die in de USSR leven, wel tot een volk behoren. Tenslotte wordt gesteld, dat de joodse religie geen universele godsdienst is en ook geen nationale religie, omdat joden niet als volk worden gezien, maar simpelweg als joden. In geen enkel artikel wordt melding gemaakt van het leven en de cultuur van de joden in de USSR of in het buitenland. Het bovenstaande maakt duidelijk dat de Sovjet pers nog steeds bijdraagt aan de anti joodse resp. anti Israëlische propagandacampagne, die in de USSR gaande is.'

Het is goed dat we op de hoogte blijven juist ten aanzien van verschijselen als racisme en antisemitisme. Want beide zaken duiken dan hier, dan daar telkens weer op.

***

Zingen en bidden

1982 was het jaar van de toenemende werkloosheid. Een benauwend probleem, schrijnend vooral voor jongeren. Hoe kan de kerk hier pastoraal aanwezig zijn. In Opbouw van 10 december schrijft ds. H. Amelink het volgende:

'In Trouw las ik een bericht, waarboven stond "Werkloze heeft niets aan zingen en bidden''. Als je overtuigd bent dat bidden echt helpt, omdat we een God hebben die leeft en dat zingen voor ieder mens goed is, kijk je een beetje verbaasd en bedroefd naar zulk een kop. Wie in een krant de koppen maakt is meestal niet duidelijk. Soms denk je "die kop is van iemand die niet weet waarover hij het heeft''. Maar in dit geval was het een citaat. De kerken in Valkenswaard hadden meer dan een jaar geleden hun leden eraan herinnerd dat ze een taak hebben in deze wereld. En daarom willen ze, heel sympathiek iets doen aan de werkloosheid. En dan komt het. ''Iemand die werkeloos is heeft niets aan gebeden en liederen. Hij of zij wil graag werken." Natuurlijk wil een werkeloze graag werk hebben. De kerken in Valkenswaard hadden plannen. Na een jaar blijkt nu dat er van die plannen niet veel terecht gekomen is. Geen wonder. Want het is niet de taak van de kerken om werk te verschaffen. Dat kunnen ze niet. Daartoe hebben ze geen opdracht. Daarvoor is meestal ook de bekwaamheid niet in huis. Het is wel te begrijpen dat de kerken in Valkenswaard eindelijk zelf maar iets willen doen. Want de mensen die ervoor geleerd hebben, politici en economen, zien er vrijwel geen mogelijkheden meer voor. Dat de mensen die er niet voor geleerd hebben dan zelf wat willen gaan doen is begrijpelijk en sympathiek. Maar het is niet de taak van de gemeente des Heeren. En het is natuurlijk niet waar dat gebeden en liederen niet helpen. Juist nu de vorsten van de economie ons niet meer weten te helpen, herinneren we ons dat we ook niet op edelen moeten vertrouwen, maar wel op de God van Jacob. Die helpen kan als een almachtig God en helpen wil als een trouw Vader. Werkeloosheid is iets afschuwelijks. Als je gedwongen wordt om geen beroepsarbeid meer te verrichten, dan ga je door een diep dal. Dan ligt de bitterheid om de hoek. Dan komen de slapeloze nachten. Maar dan is het ook voor een werkeloze waar: "Wanneer ik wakend in de nacht, mijn geest bij u, Heer, laat vertoeven, dan mag ik weer uw goedheid proeven. Uw hulp wordt nooit vergeefs verwacht''. In het geloof kun je je vrij zingen van je zorgen. Die blijven er dan wel vaak. Maar de Heere is dan zeer nabij. Dan worden we juist in de werkeloosheid vastgehouden. Werkeloosheid is te erg om er niets aan te doen. Maar de werkeloosheid is ook te erg om hen die erdoor getroffen worden wijs te maken dat bidden en zingen niet zou helpen. Dat moeten we de werklozen niet ontnemen. Dan ontnemen we ze meer dan hun werk.'

Terecht wijst de schrijver op de betekenis van het gebed, 'k Meen dat Berkhof eens gezegd heeft dat de voorbede ons bevrijdt van krampachtigheid, juist daar waar we staan voor onoplosbaarheden. Tegelijk dient gezegd te worden dat het gebed geen alibi mag zijn om aan de daad te ontkomen. Spreuken 28 : 9 verbindt gehoorzaamheid en gebed. Nee, we kunnen als kerk de werkloze niet aan werk helpen. We kunnen wellicht wel meewerken aan een mentaliteits verandering ten aanzien van hen die werkloos zijn, opdat ze niet het voorwerp worden van soms. zure opmerkingen. En wellicht zouden we aan de wereld iets kunnen laten zien wat het betekent mee te tillen aan de noden van hen die aan deze problematiek concreet lijden. Want de gemeente is immers een broederschap, lichaam des Heeren. Het diakonaat van de gemeente zou juist de komende jaren wel eens voor nieuwe uitdagingen kunnen komen staan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 december 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 december 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's