Samen op weg: ook met Rome? (1)
Het samen op weg gaan met de Gereformeerde Kerken is slechts een eerste stap op weg naar een veel bredere oecumene, waarbij met name de Rooms-Katholieke Kerk, betrokken zal worden.
Enkele weken geleden verscheen als gezamenlijke uitgave van Boekencentrum en Kok, Kampen het boekje: 'Onze gezamenlijke opdracht in de jaren '80' met als ondertitel: handreiking met het oog op het gesprek en de samenwerking met (leden van) de Rooms-Katholieke Kerk. Dit boekje verscheen als deel 6 in de serie: Handreiking ten dienste van de samenwerking van Hervormde gemeenten en Gereformeerde Kerken. Eerder verschenen o.a.: Samen door één doop (deel 2) en Samen onder één herder (deel 3).
Voor zover ik weet worden deze boekjes, telkens wanneer er een nieuw deeltje verschijnt, toegezonden aan alle predikanten en misschien ook nog wel aan de scriba van de Kerkeraden. Ik althans heb deel 6, evenals de vorige deeltjes, ongevraagd toegezonden gekregen en mijn scriba liet me in 't verleden ook wel eens zo'n boekje zien. Het is natuurlijk de vraag wat er verder met die boekjes gebeurt. Het is nu niet bepaald mijn indruk, dat ze onder ons ijverig gelezen en bestudeerd worden. Dat is ook begrijpelijk. Met het gehele proces van Samen op Weg zijn we niet gelukkig. Boekjes die dit proces verder willen begeleiden en stimuleren zien we daarom misschien net zo lief niet als wel.
Zo dit al van de vorige boekjes gegolden heeft, des te sterker zal dit het geval zijn met het zojuist verschenen deeltje 6. Immers dit boekje kan alleen maar bevestigen waar velen die van meet af aan afwijzend stonden t.o.v. de Samen op Weg beweging, bang voor waren: Het samen op weg gaan met de Gereformeerde Kerken is slechts een eerste stap op weg naar een veel bredere oecumene, waarbij met name de Rooms-Katholieke Kerk, betrokken zal worden. Deze dingen verontrusten velen onder ons en doen pijn met name omdat geen enkele poging ondernomen wordt tot een bredere gereformeerde oecumene. De kerken van de gereformeerde gezindte blijven buiten het gesprek en de gesprekken met Rome worden geïntensieerd.
Bezinning geboden
Toch, hoezeer het bovenstaande waar is, kan dit alles m.i. geen reden zijn 'Onze gezamenlijke opdracht in de jaren '80', maar links te laten liggen en niet tot onderwerp van gesprek te maken. Daar zijn minstens twee redenen om ook dit boekje wél tot onderwerp van gesprek te maken.
1. Het boekje wordt ons als handreiking aangeboden zowel door de synode van de Gereformeerde Kerken als door de synode van onze Nederlandse Hervormde Kerk. Als leden van onze kerk zijn wij het aan onze kerk verplicht deel te nemen aan de bezinning, ook al valt deze bezinning dan nog zo kritisch uit. Juist dan zijn wij deze bezinning des te meer verplicht.
2. Ik denk, dat terecht onder ons de stelling gehuldigd wordt, dat, ondanks alle veranderingen in de Rooms-Katholieke Kerk, in de kern van de zaak nog steeds hetzelfde probleem speelt: dat van de verhouding tussen God en mens. Is deze er één van wederzijdse samenwerking of rust deze in puur genade van Gods kant?
Hoezeer wij echter ook overtuigd mogen zijn van de waarheid van deze stelling, deze stelling mag nooit als blokkade gaan werken voor geloof, hoop en gebed dat het nog eens anders worden kan. De hoop, dat ook in Rome, andere inzichten vanuit de Schrift door zullen breken, moet blijven. En het gebed moet blijven of geboren worden. Maar hoe zul je voor elkaar bidden, wanneer je elkaar niet werkelijk kent en ontmoet? En mocht het dan zo zijn, dat onze hoop ten aanzien van de Rooms-Katholieke Kerk als instituut hier gering is, we mogen niet alle leden van de R.K.-kerk vastprikken op het instituut. Hoevelen hebben daar ook zelf moeite mee. Vandaar denk ik ook, de haakjes in de ondertitel van ons boekje: Handreiking met het oog op het gesprek en de samenwerking met (leden van) de Rooms-Katholieke kerk. Mocht het gesprek met het instituut voorlopig weinig vruchtbaar blijken, dan staat nog altijd de weg open tot gesprek met individuele leden of groepen. Eerlijkheidshalve moet dan wel bedacht worden, dat wanneer onze R.K. gesprekspartners tot andere inzichten komen, ze onherroepelijk weer met het instituut in aanraking zullen komen. Dit laatste werd door een deelneemster aan de studiedag, waarover ik zo dadelijk meer zal vertellen als volgt verwoord: als iemand die een officiële funktie bekleedt in de kerk lees ik dit boekje heel anders dan als mevr. X. Ik voel in mezelf heel duidelijk die spanning. Als mevr. X zeg ik van veel passages: zo zouden we verder moeten. Als functionaris zeg ik: maar dat kan helemaal niet.
Studiedag
De stimulans om in dit en één of twee volgende artikelen iets over het boven vermelde boekje te schrijven, ontving ik op een studiedag, die speciaal was belegd ter gelegenheid van de verschijning van het boekje. De uitnodiging kwam van het Hervormd Beraad over de verhouding tot de Rooms-Katholieke Kerk (secretaris C. P. v. Andel). De deelnemers vormden een zeer bont gezelschap: leden van het Hervormd Romeberaad, leden van de Taakgroep Reformatie-Rome der Gereformeerde Kerken, Rooms-Katholieke gasten, vertegenwoordigers van de Evangelisch Lutherse Kerk en de Remonstrantse Broederschap plus dan nog een aantal Hervormde predikanten, van wie dr. v. Andel aannam, dat ze belangstelling zouden hebben en die daarom een uitnodiging ontvingen. Uit onze afdeling van de kerk waren dat dr. W. Balke en ondergetekende, van wie de eerste overigens verhinderd was. Dr. v. Andel zei, dat hij nog wel meer predikanten uit onze gelederen had uitgenodigd, maar dat het in het algemeen moeilijk was onze predikanten voor dit soort bijeenkomsten warm te krijgen. De oorzaak is niet moeilijk te raden. We hebben er hierboven al het een en ander van gezegd. Persoonlijk moet ik zeggen, dat ik ook met heel veel aarzeling aan de uitnodiging gehoor heb gegeven. Vragen komen bij je boven als: Kun je in zo'n bont gezelschap wel jezelf zijn? Krijg je de gelegenheid en heb je de vrijmoedigheid om je inbreng te geven? Heerst in zo'n gezelschap misschien een dermate enthousiaste oecumenische sfeer, dat elk ander geluid als een hinderlijke dissonant ervaren zou worden? Achteraf ben ik blij er geweest te zijn, en kan ik alleen maar zeggen tegen collega's: opnieuw is mij gebleken, dat wij vaak te bang zijn om ons bloot te geven in een gezelschap dat voor ons gevoel ver van ons afstaat. Wij zouden meer onszelf moeten durven geven in alle bescheidenheid, eerlijkheid en beslistheid.
Inleider op de studiedag was prof. dr. Luchesius Smit uit Tilburg. In het volgende artikel wil ik graag iets over zijn referaat vertellen, toegespitst op de thematiek van openbaring en ervaring.
Inhoud
Aan het slot van dit artikel een overzicht van de inhoud van het boekje en een vraag bij de inleiding en de hele teneur van het boekje. Na de Inleiding volgt een tweede hoofdstuk getiteld: De kerk in de jaren '80. Dit hoofdstuk bevat een situatieschets, waarbij vooral de gezamenlijke opdracht ten overstaan van de toenemende secularisatie aandacht krijgt. Hoofdstuk 3 is het meest uitvoerige: Het gesprek over geloofsvragen. Aan de orde komen de volgende punten: Israël en de gemeente, de kerk, openbaring en ervaring, gemeente en ambt, doop en avondmaal én Islam: onze gemeenschappelijke uitdaging. Het vierde hoofdstuk: 'Onze gezamenlijke verantwoordelijkheid' , is meer praktisch gericht. Het gaat o.a. over de problematiek van gemengd ge huwden en het maatschappelijk engagement. Het boekje sluit af met een zeer instructieve literatuuropgave.
Op weg naar welke kerk?
Op de genoemde studiedag stelde iemand in de gesprekgroepen de vraag aan de orde: Welke kerk van de toekomst hebben de schrijvers van dit boekje nu eigenlijk voor ogen? Krijg je de mensen warm om aktief bezig te zijn met de kerk van de toekomst, wanneer onduidelijk is waar precies op afgekoerst wordt? Ik denk, dat deze vraag ter zake is. Wanneer ik het bbekje echter goed begrijp, wordt daar deze vraag niet terzake gevonden. Het boekje spreekt in dit verband over de leiding van de Heilige Geest, gebed en liturgie die ons verder voeren dan theoretische en ideologische overwegingen en de toekomst, die aan de Heer toebehoort (pag. 10). Met andere woorden: we moeten in vertrouwen op de leiding van de Geest samen op weg gaan, wetend dat niet wij de kerk van de toekomst kunnen ontwerpen naar ons bestek, maar dat we dit aan de Geest over mogen laten, die de Geest is van de Komende Christus.
Nu zijn dit alles diep-bijbelse en spirituele noties. Alleen, ze mogen nooit als dekmantel gaan fungeren om het belijden van de kerk van de toekomst op enkele kernpunten na verder open te laten. En dat gebeurt, meen ik, in dit boekje vrij sterk. Maar de Geest, op wie men zich beroept, is toch ook de Geest van de Schrift en van de Kerk van het verleden met haar dogma's en belijdenissen? En Hij die komt is toch ook Hij die is en die was! Helemaal akkoord, dat wij open zullen staan voor wat de Geest ons in de toekomst nog leren zal. Maar de Geest kennende, weten we toch zeker, dat Hij niet Zichzelf tegenspreken zal, zodat Schrift en belijdenis van het allergrootste gewicht blijven.
Loenen aan de Vecht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 december 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 december 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's