Gods goedheid duurt in eeuwigheid
Maar de goedertierenheid des Heeren is van eeuwigheid en tot eeuwigheid over degenen die Hem vrezen... Psalm 103 : 17a
Bescheiden, maar onherroepelijk wijst de kalender ons erop: dit jaar nadert zijn einde. Nog een enkele dag en we staan samen op het kerkhof van de tijd om daar het jaar 1982 voorgoed achter te laten. Ongewild komen we terecht in de sfeer van het 'uren, dagen, maanden, jaren' en bekruipt ons een weemoedig gevoel. Weemoed om het afscheid dat onherroepelijk is. Omdat we een jaar voorgoed kwijt raken. Die gedachte alleen al valt ons zwaar. Bleef het nu bij dat ene jaar met zijn twaalf maanden. Maar nee, we raken nog veel meer kwijt. We verliezen ook alles wat dit jaar ons gebracht heeft en alles wat wij erin gedaan hebben. We moeten het allemaal los laten en het verdwijnt in de nevelige verten van het verleden, onbereikbaar ver. Dat besef van het voorbijgaand karakter van alle dingen is er vaker, maar op oudejaarsdag dringt het zeker onweerstaanbaar aan ons op. Het jaar sterft. En daarmee verdwijnt er een stuk leven van u en mij. Voorgoed. Want het verleden kan niet overgedaan worden. Netzomin als het verleden ongedaan gemaakt kan worden. Al het heden wordt verleden, schoon het ons toegerekend blijft.
Of is het bij u anders? Sluit u dit jaar met een positief resultaat af, houdt u over? Hemelse rekenkunde, mij bijgebracht door Gods Geest, brengt mij tot de slotsom van een failliet leven, van schuld die hemelhoog is en niets om te betalen. Er is zoveel misdaan, wat niet ongedaan gemaakt kan worden. Ik ben immers niet geweest die ik moest zijn voor Gods aangezicht. Dat is onze nood. En tegelijk onze schuld. Tobt u zo het oude jaar uit en het nieuwe jaar in? Met een onbekeerd hart, dat als het erop aankomt niet bekeerd wil worden? Omdat we zo vast zitten aan de zonde. Omdat er zoveel weerstand in ons huist. En daarbij komt weer de schuld van een heel jaar, gevoegd bij de schuld van uw hele leven die u al meetorst. Al het heden wordt verleden, schoon het ons toegerekend blijft.
Al die gevoelens schijnen op het eerste gezicht vertolkt te zijn in de verzen 15 en 16. Zo breekbaar als een bloem is ons leven en alles wat ermee samenhangt minstens zo teer. Het staat allemaal in het teken van de voorbijgang. Op het waarom ervan geeft vers 14 antwoord: we zijn stof. Paulus zou gezegd hebben: vlees. U weet wat hij daarmee bedoelt. De zonde die in ons huist en ais een doodsmacht ons leven en wat daarmee samenhangt afbreekt. Niet als lot, maar als schuld.
Willen we zo naar het eind van het jaar toeleven en de jaarwisseling beleven? Vergeten we dan niet al te makkelijk dat het Kerstfeest is geweest? Dwars door ons somber gestemde lied, klinkt machtig op dat andere lied, als een lofzang op God; Maar de goedertierenheid des Heeren is van eeuwigheid en tot eeuwigheid over degenen die Hem vrezen. Laat het waar zijn dat wij vergankelijke mensen zijn en dat die vergankelijkheid onze nood en onze schuld is. Dwars daartegenin wordt ons verkondigd: maar Gods goedertierenheid duurt in eeuwigheid. Daaraan mag u zich optrekken tegen alle nood en schuld van uw leven in. U bent wellicht in het bijna voorbije jaar op een heel trieste manier in aanraking gekomen met de vergankelijkheid van het leven, u bracht man of vrouw of kind naar het graf. Of u leerde heel nadrukkelijk zien dat alles wat u aan zorgen en nood treft u overkomt door eigen schuld. Hoe kan dat op het einde van het jaar niet allemaal op je af komen. Maar de prediking van Psalm 103 wil u herinneren aan het pas gevierde Kerstfeest. Mag ik u nog even in gedachten meenemen naar een klein huis in het bergland van Judea, naar het eenvoudige onderkomen van Zacharias en Elisabeth. Van binnenuit dringt een lofzang tot ons door. Een lofzang getoonzet op de toonhoogte van Psalm 103: en Zijn barmhartigheid is van geslacht tot geslacht over degenen die Hem vrezen (Lukas 1 : 50). Het is Maria's lofzang. Door Gods Geest gecomponeerd op de snaren van haar ziel nu Gods goedheid ten top geklommen is. Nu het Kind geboren gaat worden dat over ons leven in doodsschaduw het licht van genade vallen laat. Het lied van de langbeloofde Zaligmaker die redden zal van dood en schuld. Daarin is Gods goedheid ten volle uitgedrukt. Gods goedheid. Dat is het wonder waardoor God ongedaan maakt wat wij in eeuwigheid niet ongedaan kunnen maken. Ik zal nooit meer op u toornen en Ik zal nooit meer op u schelden. Kent u dat wonder? Gods goedheid. Vergeving, niet als een vanzelfsprekende zaak. Zoals de franse filosoof van het ongeloof, Voltaire, ons wilde doen geloven toen hij zei: vergeven, dat is Gods beroep. Vergeving is een onbegrijpelijk wonder, waarvan je niet spreken kunt, alleen maar zingen, zoals hier in Psalm 103 gebeurt. En zoals op het Kerstfeest steeds gebeurt. Bij Maria om te beginnen. Zacharias neemt het lied over. Engelen zingen het verder en herders gaan ermee door.
Want dit Kind brengt licht in onze duisternis. In dit Kind weerspiegelt zich al Gods goedheid, al Gods liefde. Zie het in de ogen en u ziet daarin weerspiegelt het hart van God. Weet u wat u daarin leest? Groter dan de schuld is de genade. Groter dan de nood is de Helper. Voor wie? Voor degenen die Hem vrezen! Gaat nu de deur op een kier? O nee! Draait u de volgorde dan maar om. U weet van schuld die niet meer ongedaan gemaakt kan worden, u staat op de drempel van een nieuw jaar met een verspeeld leven en u vreest met recht; maar u klemt zich desondanks op hoop tegen hoop vast aan God, aan Zijn genadige toezeggingen, o dan mag u weten: Gods goedertierenheid duurt in eeuwigheid. Gods goedertierenheid staat als een regenboog van genade gespannen óver heel uw verzondigde leven. U zegt: de dichter van Psalm 103 heeft goed praten. Hij weet van vergeven schuld en genezen ziekte. Dat is waar. Maar wilt u dan maar verder tobben? Het ene jaar uit en het andere jaar in. Dat is toch geen leven. Terwijl God in Zijn goedheid u juist het leven geven wil. Het volgende jaar. En daarna weer een jaar. Tot in eeuwigheid. Ook al ziet u de regenboog van Gods goedheid niet, hij staat toch wel boven uw leven. Boven uw leven van het afgelopen jaar. Boven uw leven van het jaar dat u tegemoet gaat. Maar klemt u zich dan vast aan deze goedheid Gods, aan Zijn toezeggingen die vast en zeker zijn. En aan Zijn Geest die u levend maken wil. Het einde van het jaar herinnert ons eraan dat ons leven afbrokkelt. Gods Woord predikt het werk van de Heilige Geest die ons leven boven de doodsgeur uittillen wil. Die ons brengen wil tot wat vast is: Gods goedheid voor allen die Hem vrezen. Déze vraag wacht wel op antwoord nog voor het jaar ten einde is: vreest'u de Heere? Niet angstig, maar vertrouwend. Hebt u lust om de Heere te vrezen? Wilt u zich door Hem laten leiden en gezeggen alle 365 dagen van het jaar 1983, alle dagen van uw leven? Dan is er deze heerlijke belofte: 't goed dat nimmermeer vergaat zult u ongestoord beërven. Dan begint een nieuwjaar voor al Gods kinderen waarin ze eeuwig mogen zingen van Gods goedertierenheên.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 december 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 december 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's