Samen op Weg: ook met Rome? (2)
"Het gaat vandaag in het gesprek niet meer om typisch protestantskatholieke tegenstellingen, maar het gaat veeleer om verschillende levens- en wereldbeschouwingen"
In het vorige artikel vertelde ik van de verschijning van het boekje: Onze gezamenlijke opdracht in de jaren '80 handreiking met het oog op het gesprek en de samenwerking, met (leden van) de Rooms-Katholieke kerk, en de studiedag, die naar aanleiding van de verschijning van dit boekje werd belegd door het Hervormd Beraad over de verhouding tot de Rooms-Katholieke Kerk.
Deze keer wil ik een korte samenvatting geven van de lezing die prof. dr. Luchesius Smit uit Tilburg op deze studiedag voor ons hield met enkele vragen zijnerzijds.
Polarisatie
Prof. Smit was gevraagd als Rooms-Katholiek zijn visie te geven op de poging tot gesprek met de R.K. Kerk, zoals in bovengenoemd boekje verwoord. Hij ging echter weinig in op het boekje, maar kwam met een heel eigen verhaal, waarbij hij zijn uitgangspunt nam in de huidige polarisatie, die dwars door alle kerken heenloopt. Kort samengevat komt Smit's visie hier op neer: Het gaat vandaag in het gesprek niet meer om typisch protestantskatholieke tegenstellingen, maar het gaat veeleer om verschillende levens- en wereldbeschouwingen, die door alle kerken heenlopen en die de achtergrond vormen van enerzijds binnen eigen kerk elkaar soms nauwelijks meer verstaan, anderzijds blijde herkenning over kerkmuren en oude tegenstellingen heen. Een uitweg voor de polarisatie is
a. het onderkennen van de levens- en wereldbeschouwing, die achter iemands spreken schuilgaat;
b. erkennen de religieuze gedrevenheid, die zijn vorm vindt binnen deze bepaalde wereldbeschouwing, die misschien de mijne niet is, maar in de wortel (de religiositeit, het door God aangesproken zijn) zijn we dan toch één. Dus de belevingswereld verschilt, al naar gelang de fase van de cultuur, waarin ik mij bevind, maar er is een heel belangrijke verbindende factor: de religie als het aangesproken zijn door God.
Fasen in de cultuur
Volgens prof. Smit lopen momenteel in één kerk mensen rond met totaal verschillende levens-en wereldbeschouwingen. Of anders gezegd: met een totaal verschillende kijk open ervaring van de hen omringende werkelijkheid. Hoe komt dit? Wel, omdat we in onze tijd een zeer snelle opeenvolging van wereldbeschouwingen hebben meegemaakt, ongeëvenaard in de geschiedenis van onze West-Europese cultuur.
Smit onderscheidt de volgende vier levens-en wereldbeschouwingen, die elkaar opgevolgd zijn, maar ook grotendeels - vanwege de snelle opvolging - nu door elkaar heenlopen.
1. Demetafysiche levensbeschouwing. Dit is, zegt hij, de wereldbeschouwing, waarin de meesten van ons opgevoed zijn en die eeuwenlang in onze West-Europese cultuur overheersend is geweest. Het metafysisch wereldbeeld gaat uit van een strikte scheiding tussen hier (de wereld) en daar (de hemel), tussen het hiernumaals en het hiernamaals. Dit leven is slechts voorbereiding op de eeuwigheid. De gelovige mens beleeft zichzelf als vreemdeling in deze wereld. Zijn vaderland is elders. De realiteit van deze andere werkelijkheid is een bijna direkte ervaringswerkelijkheid. Dat hemel en hel ruimtelijke begrippen zijn, daaraan twijfelt niemand.
2. De personalistische levensbeschouwing. In het tweede kwart van de 20e eeuw treedt in de hele West-Europese cultuur een personalisering op. In plaats van een statische, ontologische wereldbeschouwing, treedt een wereldbeschouwing, die alles ziet in relaties. Ter illustratie: de hemel wordt in plaats van ruimtelijk opgevat nu vooral gezien als aanduiding voor volmaakte gemeenschap met God en met elkaar; de hel als aanduiding voor volstrekte eenzaamheid en verlatenheid. Smit ziet dit personalisme als het begin van een totale omwenteling in onze cultuur. Dit personalisme is later wel gecorrigeerd, verbreed, verdiept ect. en ook in de toekomst zullen ongetwijfeld wijzigingen plaatsvinden, maar de zaak is onomkeerbaar: de breuk met het metafysisch wereldbeeld is definitief. Deze culturele onwenteling is basis geworden voor de vernieuwing in alle kerken met name ook in de R.K. Kerk. Met het metafysisch wereldbeeld hing nl. een autoritair denken samen met alle nadruk op een leer, die voor eeuwig en altijd vast ligt. Het personalistisch wereldbeeld stelt de menselijke ervaring in het middelpunt, wat betekent: verzet tegen de autoritaire machtsstructuren binnen de kerk en een kritisch bevragen van de leer op het punt: wat betekent dit vandaag voor ons? Alles waarvan het wezenlijke belang niet kan worden aangetoond, wordt als niet ter zake terzijde geschoven. Duidelijk is, dat deze culturele onwenteling met zijn diep ingrijpende konsekwenties voor kerk en theologie oorzaak geworden is van heftige polarisatie. Dit werd alleen nog maar erger toen de personalistische wereldbeschouwing in de zestiger jaren een wijziging onderging en volgens sommigen zelfs werd achterhaald door:
3. Het maatschappijkritisch wereldbeeld.
Ook in dit wereldbeeld gaat het om een afscheid van het metafysisch denken, maar tegelijk bevat het een belangrijke korrektie op het personalistisch wereldbeeld. Het vindt het personalisme te elitair. Het 'ik' met zijn ervaring is wel belangrijk, maar het personalisme heeft dit 'ik' teveel losgemaakt uit zijn maatschappelijke kontekst. En dit mag niet, want mens-zijn is altijd mens-zijn binnen een bepaalde gemeenschap en maatschappijstruktuur. Ter illustratie: Het begrip hemel, oorspronkelijk een ruimtelijk begrip aan gene zijde van de tijd en boven deze wereld, in het personalisme geworden tot een ervaringsbegrip (gemeenschap met God), wordt nu opnieuw tot een ruimtelijk begrip, maar nu niet aan gene zijde van de tijd, doch in het verlengde van deze tijd en nu niet meer boven deze wereld, doch op deze wereld. Óf de wereldgeschiedenis loopt uit op een hemel: het Koninkrijk Gods op aarde óf op een hel: de totale vernietiging van de mensheid.
De polarisatie, al volop aan de gang door het afzweren van het metafysisch wereldbeeld, wordt nu nog eens verhevigd doordat ook mensen van het personalistisch-en maatschappijkritisch wereldbeeld elkaar onderling te lijf gaan.
4. Tenslotte ziet Smit in de tachtiger jaren nog een nieuw wereldbeeld opkomen: dat van de ecologie. In dit wereldbeeld beleeft de mens zich nog meer op een totaal andere wijze: niet als vreemdeling, niet als in relatie wezen, niet als door maatschappelijke strukturen bepaald persoon, maar als onderdeeltje van een alomvattend ontwikkelingsproces, waarin heel de schepping met al wat zich beweegt en leeft, betrokken is. Het ruisen van mijn bloed is één met het ruisen van de wind en van het water in de beekjes. Ik verzet mij dan ook tegen elke aanslag die gepleegd wordt op de natuur. Wordt er een boom omgekapt, dan wordt er iets van mijzelf gekapt. Deze levens- en wereldbeschouwing die o.a. speelt op de achtergrond van een beweging als de 'Grünen' in Duitsland en veel milieuaktiegroepen in ons eigen land, zal volgens Smit nog belangrijk in betekenis toenemen en moet theologisch nog helemaal verwerkt worden in een theologie van de ecologie of wel een geheel vernieuwde scheppingstheologie.
Konklusies
Aan deze beschouwing verbindt Smit de volgende praktische konklusies voor het omgaan met elkaar in de kerken. In de eerste plaats moet ik mij ervan bewust worden in welke culturele voorstellingswereld ikzelf zit en in welke de ander zit. Wanneer dit aan de gesprekspartners niet duidelijk is, zullen ze elkaar van het eerste tot het laatste woord misverstaan. Ontkenning deel te hebben aan een bepaalde culturele voorstellingswereld is het domste wat men doen kan en maakt elk gesprek onmogelijk.
Het gaat erom in het gesprek de geloofsdimensies te ontdekken in en achter elkaars verschillende wereldbelevingen. Dan kan er toch communicatie zijn. Binnen één kerk, maar ook over de kerkmuren heen.
Tot zover heel beknopt, maar hopelijk toch hem rechtdoend de visie van prof. Smit. Ter afsluiting van dit artikel nog een paar opmerkingen mijnerzijds.
Beoordeling
1. Ik vind een uiteenzetting als hierboven ongelooflijk boeiend. Het raakt mij ook diep. Want ik voel: Het gaat ook over mij. Ik kan wel net doen alsof ik geen kind van mijn tijd ben, maar dat is struisvogelpolitiek. Ik geboren in 1950, middenin een enorme culturele veranderingen van de 20e eeuw. En of ik dat nu leuk vind of niet, ik moet daarmee klaar zien te komen. Dat geldt voor mijzelf persoonlijk, maar in dubbele mate geldt dat voor mij als dienaar van het Woord. Stel dat ik er persoonlijk geen behoefte aan zou hebben me bewust te worden van mijn culturele voorstellingswereld, ik kan en mag me er niet van af maken ter wille van de mensen voor wie ik vertolker ben van het Woord Gods en die daar hun problemen mee hebben.
2. Het is mijn stellige overtuiging, dat wij enkele ronden achterliggen, wanneer het gaat om de bezinning op deze zaken. Dit heeft, meen ik, twee oorzaken,
a. Het betrekkelijke isolement, waarin wij, cultureel gezien, tot nu toe verkeerd hebben;
b. De grote nadruk op het Sola Scriptura. De zeer terechte nadruk hierop (die ik van ganser harte onderschrijf; ik kom daar in het volgende artikel op terug), heeft ons te zorgeloos gemaakt ten aanzien van de vraag: In welke werkelijkheid gaat het Woord in? Dit is merkwaardig, aangezien in onze traditie (die van de Nadere Reformatie) de relatie woord-werkelijkheid juist een heel belangrijke rol heeft gespeeld, wanneer het ging om de vragen aan de persoonlijke toeëigening van het heil. Het heil gaat in in de werkelijkheid. En hoe gaat dat dan? Dat is de vraag geweest, waarmee de Nadere Reformatie uitvoerig bezig geweest is en waar we terecht ook nu nog mee bezig zijn, wanneer het gaat om de vragen van het persoonlijk geloofsleven. Maar wie is die 'persoon' eigenlijk? Is die in zijn belevingswereld nog dezelfde als in de 16e eeuw? En als dat niet vanzelfsprekend zo is, maar wanneer het zo is dat die persoon deel heeft aan ingrijpende verschuivingen in de cultuur, hoe gaat het Woord dan in in deze gedeeltelijk nieuwe werkelijkheid?
Dat zijn vragen, die de Roomse professor mij opnieuw indringend voorhield. Ik heb wel veel bezwaren tegen zijn benadering, maar om zelf een goed antwoord te vinden valt nog niet zo mee. Een aanzet daartoe moge te vinden zijn in het volgende en laatste artikel: over de relatie van openbaring en ervaring.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 januari 1983
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 januari 1983
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's