Verwachting van de komst van Christus
Apocalyptiek is een oosterse uitdrukkingswijze, die zoekt te onthullen en inzicht te geven aangaande verleden, heden en toekomst.
Een van de Schriftlezingen, die vanouds in de adventstijd in de christelijke eredienst werden gedaan, vinden wij in Mattheus 24 : 32-42. Het is een gedeelte van Jezus' rede over wat worden genoemd, 'de laatste dingen'. Deze betreffen het heilswerk Gods voor mens én wereld, en hoe dit door de wereldtijden heen tot zijn vervulling komt. Deze rede behoort tot de zgn. apocalyptische stukken in de evangeliën (Matth. 24).
Gods spreken in beelden en tekens
Apocalyptiek is een oosterse uitdrukkingswijze, die zoekt te onthullen en inzicht te geven aangaande verleden, heden en toekomst. Zij gebruikt daarbij op ruime schaal beelden en tekens. Apocalyptiek is geen specifieke toekomstvoorspelling. Wat zij wil zeggen geldt voor alle tijden. Ook de Heere Jezus heeft in Zijn verkondiging wel op deze wijze gesproken. Hij doet dit in ons schriftgedeelte tijdens Zijn verblijf in Jeruzalem voorafgaande aan Zijn kruisdood. Hij is daar dagelijks in de tempel, waar Hij Zijn onderwijs geeft. En nu is Hij met Zijn leerlingen gezeten op de Olijfberg. In antwoord op hun vragen spreekt Jezus tot hen over Zijn komen tot de wereld en hoe deze tot haar voleinding zal worden gebracht. Daarbij waarschuwt Hij hen zich niet te laten verleiden door valse christenen, die zullen komen onder Zijn Naam.
Ook in Jezus' tijd is de verwachting aangaande de komst van een verlosser voor Israël een oorzaak dat pseudo-verlossers zich aandienen. Maar het te verwachten heil brengen zij niet.
Christus' komen tot de wereld
Jezus zet uiteen, dat God op Zijn tijd en op Zijn wijze, in Hem, de wereld tot haar bestemming zal voeren. Toen de discipelen Hem wezen op de fraaie tempelgebouwen, had Hij hen gezegd, dat dit alles zou vergaan. En nu in Zijn rede ziet Jezus de verwoesting van deze tempel en de ondergang van de Joodse natie, die haar tijd, naar Gods raad, heeft volgemaakt, in het perspectief van de laatste dingen. Als die zich voltrekken, zullen de mokerslagen van het oordeel Gods het geschapene uit de beklemming van boze macht en zonde bevrijden. Dan zullen, zegt Jezus, de lichten van deze aardse bedeling verduisterd worden, en zal de Zoon des mensen verschijnen. En door allen kenbaar wordt Zijn teken aan de hemel gezien. En engelen zullen, hen, die Hem toebehoren verzamelen.
Op weg van Schepping naar Herschepping
In deze onthullende woorden trekt de Heere Jezus de weg van Schepping en Verlossing, waarin God komt tot de wereld, door tot het einde als Hij komt in de Herschepping. In deze weg van het geschapene heeft de Heere God, op Zijn tijd - die wordt genoemd volheid des tijds - doen komen Jezus Christus, de Beloofde vanuit het mensengeslacht. Ook dit komen is in Jezus' rede begrepen.
Christus' komen in Zijn menswording
Jezus' komst wordt door de Heere God zelf, gesteld onder de condities van het natuurlijk bestaan. Hij, van Gods Geest verwekt, wordt mens als wij. Het gebeurt in de stilte van het onopvallende, die er om het leven van Maria is. Zij, de begenadigde, geeft zich over aan het Woord des Heeren en zij bewaart wat hemelse stemmen over de geboren Heiland zeggen in haar hart. Het komt niet in de publiciteit. Dit komen van de Heere Jezus tot de wereld, wel genoemd Zijn 'eerste komst', is even onverwacht als Zijn komen als Zoon des mensen, in de herschepping. Zijn geboorte valt binnen de omramingen die door staat en cultus worden gesteld. De volkstelling in het Romeinse rijk is bepalend voor de omstandigheden waaronder Hij geboren wordt. In de tempel is het een dag als andere dagen wanneer de besnijdenisen reinigingsriten worden vervuld volgens de gewoonte van de Wet.
Zo blijft het handelen Gos onherkend onder de oppervlakte van het dagelijks gebeuren. Alleen Gods bijzonder openbaring en de verlichting met Zijn Heilige Geest, maken dat mensen Zijn komen tot ons in Christus Jezus, gaan herkennen. Zo hebben Simeon en Anna, door de Geest des Heeren geleid naar de tempel. God geloofd om het heil, dat Hij in het Kind Jezus bereiden zal.
Wanneer en hoe is Christus' komst?
De leerlingen vragen in dit Schriftgedeelte naar de tijd en de voortekenen van het grote, door hen te verwachten gebeuren van het komen Gods in de eindfase van het bestaan. Maar Jezus spreekt met hen niet over het tijdstip daarvan en evenmin over menselijke-en dus bedriegelijk ingeschatte vermoedens daarover. Hij spreekt over het oordeel, dat met Zijn komen tot ons samenhangt.De Heere Jezus, die Zelf het evangelie is, dat Hij predikt, is ook Zelf het teken van Zijn komst. Het teken zal worden herkend waar Hij tot mensen komt om bij hen inwoning te maken.
Het zal gebeuren, zegt Jezus, als bij de vijgeboom. Week hout en uitspruitsels kondigen de zomer aan. Let zo op de tekenen in je eigen leven, en weest bereid, om als de zon van Gods gerechtigheid haar stralen daarin wil werpen, om dan de weg Gods te gaan. Maar van het uur van het komen Gods, zegt Jezus, weet niemand, ook niet de Zoon, maar de Vader alleen.
Hier wijst de Heere Jezus op wat gebeurde met Noach in de dagen voor de zondvloed. Het leven verliep ongestoord. De mensen waren, 'etende en drinkende, huwende en ten huwelijk gevende'. En als Noach op Gods Woord de weg tot behoud inslaat bemerken zij niets van het komen van God ten oordeel, en de watervloed doet hen vergaan. Zo, zegt Jezus, zal het zijn met de komst van de Zoon des mensen. Zijn komen is onverwacht, en Hij verschijnt in het leven van alledag: Twee zijn er voor hun werk in het veld, en twee vrouwen malen het dagelijks nodige meel. Maar als Christus, aan wie als Zoon des mensen het oordeel toevalt, met Zijn Geest tot mensenharten doorbreekt, blijkt dat de één aangenomen wordt en de ander achtergelaten.
Zó belangrijk is de betekenis van dit komen van de Heere Jezus tot ons. En wat betreft de tijd van Zijn komst wordt gezegd: Weest waakzaam, want uw Heere komt als gij Hem niet verwacht; weest bereid!
De Kerk viert Christus' komst
Het is dit komen van de Heere God, in de openbaring van Zijn Zoon Jezus Christus, onze Zaligmaker, (2 Tim. 1 : 10), dat de kerk op het Kerstfeest gedenkt. Vanouds is de gemeente zich bewust geweest, dat dit feest niet is het vieren van een geboortedatum, maar het gedenken van de komst van Hem, die de dood heeft te niet gedaan en de onverderfelijkheid aan het licht gebracht (2 Tim. 1 : 10). Hij is het, die ons de voorsmaak brengt van wat God met Zijn Schepping bedoelt.
De oude christelijke gemeenten, vierden dit komen van Christus op de dag van het feest van de onoverwonnen zon, de sol invictus, een feest, dat bovendien in Rome verband hield met de keizercultus. Zoals de zon, op die dag in haar laagste stand, niet in het dodelijk duister ondergaat, maar opnieuw aan de hemel opstijgt, zo is voor de gemeente Christus de Heere opgegaan als de Zon der Gerechtigheid, die het ware leven aan het licht brengt (Mal. 4:2). Het feest van de keizercultus op 25 december, wordt voor haar het feest voor de komst van Christus, de overste van de koningen der aarde (Openb. 1:5).
Advent is wachten op Gods tijd
Als voorbereiding op dit Kerstfeest vieren wij met de Kerk vanaf oude tijden Advent. Deze viering van het komen van de Heere, begint op de vierde zondag voor 25 december. De kerkelijke verkondiging is gedurende die tijd, behalve op de historische komst van Christus ook gericht op Zijn komen in óns leven, én op Zijn Wederkomst.
Dat het komen van God in Christus een genade is, die alleen op Gods tijd over ons kan komen, krijgt in de Advent, die duurt tot aan het Kerstfeest, een bijzonder accent. Hoopvol en in blijdschap leeft de gemeente naar dit feest van Christus' komst in de wereld toe. Zij is daarbij vol aandacht voor de inhoud van deze adventus: het van Godswege komen tot beslissend heilshandelen van Christus de Heere in wie wij hebben de verlossing door Zijn bloed en de vergeving van de overtredingen. En bij het overdenken van de diepten van dit verlossingsmysterie, en van de Schriftgetuigenissen aangaande de komst des Heeren, werd zij zich bewust van Jezus' oproep tot waakzaam zijn. Immers op Gods tijd kon Hij er plotseling zijn, zowel in hun leven als voor de wereld. Gods verkiezende liefde in Christus zoekt ons.
De inzet daarvan is hoog. Levensbehoud in tijd en in eeuwigheid spreekt het Woord Gods ons toe. Maar dit komt niet over ons volgens tijdbepaling naar mensen maatstaf. Die maakt ons onzeker en onrustig en biedt geen uitzicht. Ook de Adventsgenade van te mogen weten van Gods komen in ons leven is besloten in het raadsbestek van Hem, die in Christus onze Vader wil zijn. En de dagen en de uren van Zijn tijdrekening zijn ingedeeld volgens de geschiedenis, die de Heere God met elk van ons wil gaan.
Wat wij mogen horen wordt bevestigd
Die weg kan door ons herkend worden als wij mogen behoren tot 'het volk, dat het geklank kent' (Ps. 89 : 16). Als wij het Woord dat de Schrift ons toespreekt in vreugde - en dus in vertrouwen - overdenken komt de Heere God tot ons en zegt, dit is nu de tijd, dat gij van Mij zijt.
Jezus zelf leidt ons denken op dit spoor als Hij, in de hier genoemde apocalyptische rede, spreekt over de dagen van Noach. Van hem zegt de Schrift, dat hij wandelde met God, dus: hij hoorde Gods Woord. Noach wilde er voor openstaan en leefde van daaruit, rechtvaardig en oprecht (Gen. 6:9). Gods Woord heeft één klank in Noach, en daarna komt het ook tót hem, en zegt: ga in de ark, en wees behouden! En onze Heere Jezus Christus, die zelf het Woord Gods is, heeft Zich onderschikt aan wat Hij is: hij zoekt in gehoorzaamheid aan het gebod, het Woord Gods bij de leraren in de tempel. En ook, teneinde alle rechtvaardigheid te vervullen, gaat Jezus, die zonder zonde is, samen mét de zondaren, tot de doop tot bekering en vergeving van zonden, waarmee Zijn voorloper Johannes doopt. En eerst daarna, als Jezus, in gehoorzaamheid aan wat Hij later hoorde in het Woord, Zijn leven heeft besteld, dan roept een stem uit de hemeldeur: Deze is Mijn Zoon, mijn geliefde (Matth. 3 : 17).
Het gaat in het koninkrijk der hemelen, volgens Gods tijd en Gods uur, en die zijn anders ingedeeld dan onze klokken.
Wij willen ook in deze Adventstijd verwachten dat Christus tot ons komen wil èn in ons geboren worden. Dat wij dan het Woord van Gods verkiezende liefde, dat tot ons uitgaat in Christus Jezus, mogen horen en dagelijk betrachten. Dan zal de Heere God op Zijn tijd, voor het eerst of bij vernieuwing, deze roeping aan ons bevestigen en mogen wij weten, dat Jezus de Heere Zich in ons wil plaats bereiden.
Ik blijf de Heere verwachten;
Mijn ziel wacht ongestoord;
Ik hoop, in al mijn klachten;
Op Zijn onfeilbaar Woord.
Hij maakt, op hun gebeden.
Gans Israel eens vrij
Van ongerechtigheden;
Zo doet Hij, ook aan mij.
Palm 130, 3 en 4 berijmd
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 januari 1983
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 januari 1983
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's