De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Onbegonnen werk? (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Onbegonnen werk? (1)

Handreiking voor de ouderling

10 minuten leestijd

Hoewel ook voor het werk van de ouderling mag gelden dat het met vreugde wordt gedaan, is nu gekozen voor de titel: 'Onbegonnen werk?'

In de serie 'Pastorale handreiking ten dienste van predikant en kerkeraad' is een tweede deeltje verschenen. Werd in het eerste deel 'Met vreugde' de hand gereikt aan de predikant, in dit deel komt het werk van de ouderling aan de orde. Hoewel ook voor het werk van de ouderling mag gelden dat het met vreugde wordt gedaan, is nu gekozen voor de titel: 'Onbegonnen werk?' Deze vraag wordt wordt in het boek zowel bevestigend als ontkennend beantwoord. Dat zal ook blijken uit de beknopte weergave van de inhoud hieronder.

De Schrift

Na een 'Woord vooraf' vervolgt ds. C. den Boer in hoofdstuk 1 met: 'Wettig van Gods gemeente en mitsdien van God zelf tot deze heilige dienst beroepen'.

Komt de ouderling uit het Nieuwe Testament vandaan, of is hij alleen maar een uitvinding van het Calvinisme en daarom vandaag de dag beter in te ruilen voor het mondige en vooral deskundige gemeentelid? Met deze vraagstelling opent ds. Den Boer zijn 'Bijbelse verkenning' in dit hoofdstuk (blz. 14, 15). In een mondige gemeente zijn zulke gezagsdragers overbodig en dus ongewenst, zo wordt wel beweerd (blz. 15). Ze staan het functioneren van de moderne gemeente eerder in de weg dan dat zij die bevorderen. Hoe spreekt het Nieuwe Testament hierover? Hoewel het Nieuwe Testament geen pasklare Kerkorde geeft, zijn de hoofdlijnen voor de ordening van het kerkelijk leven er zeker uit af te lezen (blz. 15). Die hoofdlijnen (weer eens) te zien is niet overbodig. Denk je als ouderling in een meer of minder moderne wijk soms ook niet: Misschien hebben ze wel gelijk, al die kritische mensen die zeggen dat ik uit de tijd ben. Dat wil zeggen, dat mijn ambt als ouderling zijn tijd gehad heeft.

Ds. Den Boer wijst erop, dat niet alleen in de jongere geschriften van het Nieuwe Testament (zoals de Pastorale brieven), maar ook in de oudere over de ouderling gesproken wordt (blz. 17). Bijvoorbeeld in de aanhef van de brief aan de Filippenzen. Ook in Handelingen lezen we telkens dat met handopsteken ouderlingen verkozen worden. Naast de vele charismatische bedieningen in de eerste christelijke gemeente, is ook de ouderling er vanaf het begin geweest. De veelheid van geestesgaven in de eerste gemeenten is eerder een gevolg van een trouwe ambtelijke bediening door de ouderlingen, dan dat zij die ambtelijke bediening overbodig zouden maken (blz. 18). Intussen is de ouderling (of oudste) ook geen uitvinding van Paulus of van de andere apostelen. Ook hierin hebben zij gehandeld in opdracht van hun grote Zender. Met het verkiezen van ouderlingen werd ook de lijn uit het Oude Testament en het Jodendom doorgetrokken (blz. 19). Uit de gegevens in de brieven van Paulus aan Timotheus en Titus blijkt, dat we twee soorten ouderlingen moeten onderscheiden: leerouderlingen (de latere dienaren des Woords) en regeerouderlingen (blz. 20). Waarbij het, aldus ds. Den Boer, gezien de Bijbelse gegevens onjuist is om de laatsten te zien als hulpjes voor de eersten (de predikanten). Gezien die zelfde Bijbelse gegevens lijkt het mij eigenlijk ook niet juist als predikanten spreken over 'hun ouderlingen'. Natuurlijk is dat goed bedoeld en het klinkt ook wel gezellig. Maar het blijft waar, dat de ouderlingen van de gemeente zijn en mitsdien van Christus.

Roeping

Na deze 'Bijbelse verkenning' gaat de schrijver in op de roeping tot ambt en bediening. Hij wijst op het bevestigingsformulier, dat over de ambtsdrager zegt dat hij wettig door de gemeente en mitsdien door God Zelf beroepen is. Dat verkiezen door de gemeente is meer dan een stukje democratie (blz. 21). Het gaat er veeleer om dat de gemeente, met de haar door de Heilige Geest geschonken gave van het onderscheid der geesten, mannen verkiest, die door Gods Geest geleid worden. Iemand, die zo tot ambtsdrager gekozen is, mag die roeping niet zonder meer naast zich neerleggen. Maar, zo schrijft ds. Den Boer, 'mag en moet ik de roeping tot het ambt, c.q. het ouderlingschap aanvaarden om de eenvoudige reden, dat de gemeente onder aanroeping van Gods Naam mij daartoe te bekwaam acht? ' (blz. 23). In dit verband wijst de schrijver op een gedeelte uit de Institutie van Calvijn, waar het gaat over de verborgen roeping tot het ambt. Calvijn schrijft dan: 'Zij is het goede getuigenis van het hart (de kerk kan dat niet beoordelen), dat wij het aangeboden ambt aannemen, niet uit eerzucht, noch uit hebzucht, noch uit enige andere begeerte, maar uit een oprechte vreze Gods en uit de kust om de kerk op te bouwen' (blz. 25).

Intussen blijft de vraag, welke van deze twee roepingen - de verborgen roeping in het hart en de openbare roeping door de gemeente van Christus - zwaarder moet wegen bij de te nemen beslissing. Ik bedoel dit niet als een academische kwestie, want ik denk dat verschillenden daarmee kunnen zitten. Wat Calvijn schrijft is tenslotte nog al wat! Is ons hart bij het overwegen van deze dingen, juist van deze dingen, niet arglistig? Ligt, om met Rom. 7 te spreken, als wij het goede willen (c.q. het ambt), het kwade (bijv. onze eigen eer) ons niet nabij? En zal bij twijfel aangaande je (inwendige) roeping je eigen hart je juist niet vaak veroordelen? Geeft dan de objectieve roeping door de gemeente, en mitsdien door God Zelf, niet meer houvast?

Presbyteriale Kerk

In het tweede deel van dit hoofdstuk schrijft ds. Den Boer over: 'De ouderling in een presbyteriale kerk'. Een paar opmerkingen uit dit gedeelte wil ik u graag doorgeven. Na gezegd te hebben dat de Reformatie (m.n. Calvijn)het ambt van ouderling weer in ere heeft hersteld, volgt een profielschets van de ouderling. Met de dienaar van het Woord is hij uitdeler van het heil, om zo zielen te winnen voor het Lam * (blz. 29). Hoe doe je dat? Door van jezelf af te wijzen en heen te wijzen naar Hem, die Leeuw en Lam in één persoon is, die zondenlasten droeg en levenswonden heelt (blz. 29). Intussen betekent dat ook, dat de ouderling de enorme problemen van de mens van deze tijd door en door kent. Wat overigens niet inhoudt, dat hij op alle vragen een antwoord heeft, maar wel, dat hij met hen, die aan zijn zegen zijn toevertrouwd, de weg zoekt naar het bevrijdende antwoord van Gods genade (blz. 29).

Naast 'uitdeler van het heil' is de ouderling ook een 'wachter op Sions muren', die waakt over leer en leven van de leden der gemeente (blz. 31). Zo zit de ouderling op de leer. Hetgeen ook betekent dat hij zorg heeft over de dienaren des Woords. Laat het punt van de prediking op z'n tijd ook agendapunt van de kerkeraadsvergadering zijn (blz. 32).

In de derde plaats is de ouderling vertrouwensman (blz. 34). Een man bij wie je geheimen veilig zijn. Maar dan moet die ouderling ook de tijd krijgen om de mensen meer dan oppervlakkig te leren kennen. Laat daarom de sectie's zo klein mogelijk en dus het aantal ouderlingen zo groot mogelijk zijn (blz. 34). Ik ben blij dat ds. Den Boer dit aspect noemt. Als iets in deze tijd van belang is, dan dit wel: dat de geheimen van de ander veilig bij je zijn, dat je betrouwbaar bent. Een 'lekke' kerkeraad is een ergenis voor de gemeente. In de diepste zin van dat woord: een struikelblok! Het hoofdstuk wordt besloten met een aantal praktische opmerkingen. Bijvoorbeeld deze: Een maximum van twee avonden per week voor het kerkewerk (inclusief vergaderen) is voor elke ambtsdrager genoeg (blz. 36). Er blijft dan ook tijd over voor vorming en toerusting, die onontbeerlijk zijn om geestelijk leiding te kunnen geven (blz. 37). Dit laatste zal wel door geen enkele ouderling ontkend worden. Maar ik denk dat er verschillende onder ons zijn, die niet goed raad weten met de manier waarop zij die 'vorming en toerusting' moeten aanpakken. Temeer daar niet elke ambtsdrager in de gelegenheid is allerlei cursussen op dit gebied te volgen. Daarom een eenvoudige vraag. Zou niet iemand een leesrooster kunnen samenstellen, met behulp waarvan in bijvoorbeeld twee jaar een (beperkt) aantal goede boeken kan worden doorgenomen op het gebied van de geloofsleer, ethiek, kerkgeschiedenis enz.? In zo'n rooster zou dan voor de nodige afwisseling gezorgd moeten worden en bijvoorbeeld per boek en per hoofdstuk een aantal studievragen opgenomen moeten zijn. Kortom: een kleine handleiding voor zelfstudie van de ambtsdragers . Zo' n leesrooster zou opgenomen kunnen worden in de uitgave: 'Het voortreffelijke werk'.

Een laatste 'praktische' opmerking van ds. Den Boer bestaat uit een citaat van Kohlbrugge: 'Wat met name ouderlingen ongelukkig maakt en wat ook de gemeente verwoest is: eerzucht' (blz. 38). De strijd tegen de eerzucht zal ons als ouderling wel het leven lang bezig houden! En dat is in zekere zin maar goed ook. Je komt dan niet zo gauw toe aan de vermeende eerzucht bij de ander. Het doet je bovendien bidden: 'Wie zal mij verlossen van een hart vol eerzucht? Ik dank God, door Jezus Christus!'

Gebed

In hoofdstuk 2, dat de titel 'Als Aaron en Hur' draagt, is een artikel opgenomen van wijlen ds. R. Bartlema over het kerkeraadsgebed voor en na dienst. De schrijver wijst op allerlei ontsporingen die er soms zijn ((on)verholen kritiek op de prediker; uitgebreide beschrijving van de weg der bekering enz.), maar geeft ook aan hoe het wel kan en mag. Het gebed voor de dienst zij 'te alle tijde (...) een vragen, dat de dienaar zij: "predikende het Koninkrijk Gods, en lerende van de Heere Jezus Christus met alle vrijmoedigheid en onverhinderd" (...). Dat zij het thema, waarop verschillende variaties naar de ingeving des Geestes, mogelijk zijn' (blz. 44). Op deze wijze kan het kerkeraadsgebed zijn als het werk van Aaron en Hur. In dit hoofdstuk vindt u ook een 'Portret van een ouderling' door ds. J. J. Poort. Men leze zelf!

Ambtelijke vergaderingen

In hoofdstuk 3 belicht ds. G. Spilt het werk van de ouderling in de anbtelijke vergaderingen der kerk. De woordspeling in de titel: 'In vergadering bij Eén', is geen vergissing, want: 'omdat Christus het Hoofd is van Zijn kerk, is een ambtelijke vergadering altijd een vergadering bij die Ene, Christus, die als grondpatroon voor die "regering" heeft aangegeven: Een is uw Meester en gij zijt allen broeders' (blz. 51).

Intussen is het vergaderen, dat door ds. Spilt een noodzakelijk goed wordt genoemd, bepaald geen sinecure. Soms denk ik ook wel eens dat bepaalde vergaderingen een niet noodzakelijk kwahd zijn. Laten we in elk geval de zelfdiscipline opbrengen om niet vaker en niet langer te vergaderen dan werkelijk nodig is. Naast het geven van heel wat informatie over de organisatorische opbouw van de Ned. Herv. Kerk, gaat de schrijver ook in op onze houding op de meerdere vergaderingen. Moet die houding gekenmerkt worden door medewerking of door isolement? 'Dan dient, overwogen te worden, waardoor wij onze roeping beter volgen: of door een strakke afwijzende houding, die alles wat ook maar enigszins afwijkt van de eigen overtuiging afwijst; óf door positief mee te werken en meer te verwachten van ons belijdend spreken dan van een onvruchtbaar ons onttrekken' (blz. 59). Maar schrijft hij even verder: 'Onze roeping in de kerk is om op de posten, waar wij gevraagd worden de kerk te dienen, geen verstek te laten gaan, maar deel te nemen aan het beraad in de ambtelijke vergaderingen en hun organen van bijstand en commissies (...). Het komt dan wel aan op openheid en trouw' (blz. 60).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 januari 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Onbegonnen werk? (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 januari 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's