De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

10 minuten leestijd

Het is een bekend feit dat de Pinksterbeweging (Pentecostals) een belangrijk deel vormt van de wereldchristenheld. Vooral in Latijns-Amerlka is de invloed, naast die van de R.K.-Kerk, groot. In het lezenswaardige Jaarverslag 1980-1981 van de GZB lezen we over de Pinkstergemeenten in Peru, waar de GZB één van zijn werkterreinen heeft, het volgende:

'In 1919 kwamen de eerste zendelingen van de Assemblies of God, de grootste Pinkstergemeente in de Verenigde Staten van Amerika, naar Peru. Zij begonnen hun werk in het gebied rondom Huaras, waar nog geen zendingswerk door Protestanten werd verricht. De oppositie was niet gering. Bij de eerste doopdienst in de rivier van Huaras werden de zendelingen met stenen bekogeld en gewond. Toch hield men vol. Bijzondere gebeurtenissen vonden plaats: men kon in andere talen spreken. De één sprak ineens Engels zonder tevoren een woord Engeld gekend te hebben. Eén zendeling, zojuist aangekomen op het zendingsveld, prees God in het Quechua. De Peruanen waren verwonderd hem in hun eigen taal te horen. Opmerkelijke uitstortingen van de Heilige Geest vonden er plaats.

Spoedig kwamen er overal in Peru Pinkstergemeenten. De evangelisatie-ijver was groot Ook al waren er telkens onderlinge afscheidingen - Peru kent zes denominaties van Pinksterkerken — de beweging blééf groeien. Juist door de voortdurende afscheidingen wordt de vorming van een superkerk vermeden en blijven de kerken overzichtelijk en de verhoudingen persoonlijk.'

De Pinkstergemeenten vormen één van de grootste Evangelische kerkgenootschappen van Peru. Van alle protestanten behoort 25 % bij één van de Pinkstergroepen. De Asambleas de Dies, zijn de grootste Pinksterdenominatie met 8000 leden, 300 kerken en 250 voorgangers.

Het geheim van het "succes" van de Pinksterbeweging kan in verschillende factoren worden gezocht. L Schuurman zegt: "Men kan zeer zeker stellen, dat de Pinkstergroepen er duidelijk in geslaagd zijn aansluiting te vinden bij de lagere klassen van de maatschappij, iets wat over het algemeen de andere groepen niet gelukt is". Elders voegt hij eraan toe: "Juist de wijze van gemeentezijn, die de Pinkstergroepen kenmerkt, leidt er toe dat de Latijns-Amerikaan voor het eerst in zijn leven het gevoel heeft dat hij een onvervangbaar individu is in deze gemeenschap en daarom heeft opgehouden een anoniem element van de grauwe massa's te zijn: het nadruk legen op verschillende gaven van de Geest en het inschakelen van de gelovigen in bepaalde verantwoordelijkheden zouden daarvan de verklaring vormen". J. Tennekes benadrukt vooral, dat bij de pinkster­mensen het nieuwe leven zichtbaar wordt: problemen als dronkenschap, slechte huwelijksen gezinsverhoudingen e.d. worden werkelijk opgelost. Er is de totale nieuwe levensmogelijkheid die radicaal afwijkt van al het voorgaande. De stelling, dat het Evangelie een kracht Gods is tot behoud voor een ieder die gelooft, wordt als het ware door de feiten bewezen. Als positieve elementen kunnen ook genoemd worden: het steeds meer oog krijgen voor de noodzaak van theologische vorming bij leiders van de Pinksterbeweging. Op het ogenblik studeren vele jonge "Pentecostales" aan het Seminarie Evangélico de Lima. Onderwijs krijgt een zwaar accent. Ook krijgen de Pentecostales steeds meer oog voor de maatschappelijke problemen.

Toch zijn er ook kritische vragen te stellen aan het adres van de Pinkstergemeente. Enkele van deze vragen zijn:

Is de voorganger in de Pinkstergemeente niet te eer een "caudillo-figuur"? De "caudillo" is de autoritaire leider zowel in de oorspronkelijke Indiaane godsdiensten als in het tijdperk van de kolonisatie. Het verwijt van "caudillismo" komt er op neer, dat de plaats van de Inka-priester of de Spaanse rootgrondbezitter thans wordt ingenomen door e charismatische persoonlijkheid van de pinkterpredikant, die door de uitstraling van zijn gezag iets anders doet dan de persoonlijkheid van het gemeentelid te pletter slaan. Blijft zo niet de pasieve, fatalistische instelling van de Latijns-Amerip kaanse mens gehandhaafd?

Is er bij de Pinkstergroepen niet een te gemakkelijke aansluiting bij de bestaande volksreligie? Bepaalde extatische dansen, vormen van profetie, wonderen van genezing en uitredding kwamen al voor in de oude godsdiensten van de Indianen. Men kan zeggen, dat de Pinkstergroepen te gretig de "natuur" van de Latijns-Amerikaanse mens aangrijpen als receptaculum voor de genade, daarmee het Evangelie snijdend op de maat van bepaalde behoeften.

Is de betrokkenheid van de Pinksterbeweging bij de maatschappelijke vragen (nog) niet minimaal? Is niet te zeer de aandacht gericht geweest op het heil voor de Individuele mens, nu hier op aarde en straks in de hemel? Is de "wereld" niet vaak louter negatief gezien? Is de ethiek niet vaak beperkt gebleven tot het gedrag van de enkele mens en tot de verhoudingen binnen de gemeenten van Christus?

Heeft een sociale ethiek niet altijd ontbroken? Heeft J. Tennekes niet gelijk, als hij zegt dat de pinkstergelovigen het Evangelie slechts half begrepen hebben? Hij stelt dat eerst wanneer de Pinksterbeweging de maatschappelijke dimensie van de Bijbelse boodschap ontdekt heeft, ze volwassen is geworden:

Eerst dan zijn de pinkstergelovigen mondige christenen.'

***

Ter informatie stuurde de Landelijke Protestants Christelijke Schoolbegeleidingsdienst (bureau: Voorstraat 77c, Katwijk aan Zee) ons een brochure, waaruit we het volgende overnemen, zodat belanghebbenden zich verder naar eigen inzicht kunnen oriënteren.

'Eind 1981 werden de schoolbesturen die zich al of nog niet bij een schoolbegeleidingsdienst hadden aangesloten voor een belangrijke beslissing geplaatst.

In de bekostigingsvoorwaarden-nota die medio 1981 door de Staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen werd verspreid, wordt gesteld dat alle schoolbegeleidingsdiensten voor 1 jan. 1982 van de aangesloten scholen een z.g. begeleidingsovereenkomst in hun bezit dienen te hebben. In artikel 16 van genoemde nota stelt de Staatssecretaris dat het beëindigen van die begeleidingsovereenkomst (die voor vier kalenderjaren wordt aangegaan) eerst kan plaats vinden nadat een geschillencommissie daarover advies heeft uitgebracht.

Het nemen van een beslissing in deze was voor enkele schoolbesturen erg moeilijk, een en ander werd mede beoordeeld tegen de achtergrond van de opgedane ervaring die hier en daar te wensen overliet

Tevens gaf deze beslissing aanleiding tot het opnieuw nadenken over een Christelijke Schoolbegeleidingsdienst, waarover in de bekostigingsnota eveneens wordt gesproken onder het hoofdstuk Landelijke diensten naar richting.

Eén en ander heeft er toe geleid dat er initiatieven werden genomen om te komen tot een Christelijke Schoolbegeleidingsdienst Door vertegenwoordigers van het Christelijk Onderwijs uit de plaatsen Katwijk, Sommelsdijk, Middelharnis, Ridderkerk en Nieuw-Lekkerland werd in februari 1982 de beoogde stichting opgericht. Het bestuur van de Landelijke Prot Christelijke Schoolbegeleidingsdienst is als volgt samengesteld:

Voorzitter: C. Oskam, Katwijk aan Zee; secretaris: W. V. d. Berg, Ridderkerk; penningmeester: M. Peekstok, Sommelsdijk; pi. verv. voorzitter: H. R. de Krey, Middelharnis; pi. verv. secretaris: H. W. Rijksen, Nieuw-Lekkerland; alg. adjunct: R. v. Putten, Dirksland.'

***

Bij elk wetenschappelijk proefschrift behoren stellingen. Verschillende malen namen we ook in deze kolommen stellingen over, die gevoegd waren bij een dissertatie van een 'onzer' promovendi. De voorlichtingsdienst van de Rijks Universiteit van Utrecht publiceerde ter gelegenheid van de jaarwisseling een bloemlezing van promotiestellingen uit de jaren 1981 en 1982. Hier volgen een aantal van deze stellingen, sommige tot lering, andere ter vermaak.

Het heeft er alle schijn van dat de hoeveelheid publikaties sneller toeneemt dan de hoeveelheid wetenschappelijke kennis.

(H. J. B. M. Broeken, 1981)

• De wetenschapper, die door de samenleving in staat wordt gesteld zijn onderzoekingen te verrichten, dient zich niet als een olifant in de maatschappelijke porseleinkast te bewegen, noch zich van de huid van dit dier te voorzien, en evenmin de slagtanden te gebruiken om er een ivoren toren van te bouwen en zich daarin op te sluiten.

(M. A. M. van den Hondel-Franken)

• In bepaalde gevallen wordt de huwelijksmoraal ernstig gefrustreerd door het Nederlandse belastingstelsel.

(H. J. Herwig, 1981)

• De uitspraak van Descartes "ik denk dus ik ben" is niet omgekeerd toepasbaar op universitaire bestuurders.

(G. J. van der Zwaan, 1982)

• De Nederlandse kabinetsformaties zijn internationaalgezien een unicum en kenmerken zich door lange duur, tragiek en komedie.

(F. G. Davelaar, 1981)

• Een deel van de geneesmiddelenverkoop dankt zijn bestaan aan het verschijnsel dat sommige mensen die op het spreekuur van de arts komen ten onrechte vinden dat zij niet serieus genomen worden als ze geen recept meekrijgen.

(F. J. H. Klevant, 1981)

• Ver doorgevoerd pacifisme leidt tot een weerloosheid die gemakkelijk agressie oproept.

(K. J. Dik, 1981)

• Indien de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen zo explosief zou zijn als die van nieuwe kernwapens, dan zou de mensheid 20 maal genezen kunnen worden.

(R. H. A. Sorel, 1982)

***

In 1957 verspreidden jongelui in Amsterdam een kerstboodschap in 50.000 exemplaren, geschreven door dr. A. A. Koolhaas, toen predikant te Amersfoort en voorzitter van de Generale Synode van de Ned. Herv. Kerk. Hoewel we de kerstdagen net achter ons hebben, is wat hij zegt over het koningschap van Christus in die boodschap elke dag belijdenswaardig.

'De vrede op aarde is inderdaad het doel van Christus' komst, maar het middel om deze vrede te verkrijgen is... de oorlog!

Toen de geallieerden in de Tweede Wereldoorlog landden in Normandië, ontbrandde daar een hevige strijd, maar het doel was vrede in Europa. Die landing was voor ons het teken, dat de beslissende strijd ontbrand was.

CHRISTUS KOMT om Gods koningschap op aarde te herstellen. Hij komt in een wereld, waar de duivel, de overste dezer wereld, de mensen tiranniseert.

Hij komt in een wereld, waarde mensen heulen met de overste dezer wereld.

Zijn komst zegt ons dat de beslissende strijd ontbrand is. Maar de mensen waren van die strijd niet gediend.

De herbergier in Bethlehem wilde Hem niet in huis hebben. Koning Herodes, vazal van de overste dezer wereld, ziet z'n troon al wankelen en wil Hem doden.

De mensen accepteren Christus, voor zover Zijn wensen lagen in het verlengde van hun wensen; zij accepteerden die Vreemdeling zolang Hij hun zaakjes opknapte, maar toen Hij onrust bracht en strijd, toen moest Hij weg.

En ja, och, om des lieven vredes wil heeft Pilatus Hem toen maar laten kruisigen. De vrede moest toch gehandhaafd worden! Maar die lieve vrede was een schijnvrede, het voortzetten van een koude oorlog. Het was de handhaving van een lieve vrede, zonder de handhaving van een heilig recht. DE STRIJD, het geschil tussen God en mens komt hij beslechten. Hij komt om mens te zijn voor God, dat is een mens onder het oordeel. Het is namelijk veel erger met ons gesteld dan wij veelal willen weten. Hij gaat in onze plaats in het oordeel en draagt wat wij niet kunnen dragen, de toorn Gods. Wat dat is, dat is niet uit te zeggen. Zo brengt Hij vrede met God, omdat Hij alleen de strijd streed. Zo geeft Hij op een voor ons ondoorgrondelijke wijze de duivel een eerste beslissende slag. Hij werpt boze machten uit, uit het leven der mensen.

Zo brengt Hij de strijd in het leven van mensen, zo geeft Hij in de capitulatie voor Hem vrede, en brengt hen tegelijk in de strijd.

KERSTFEEST herinnert er ons aan, dat de strijd om Gods koningsheerschappij een beslissende fase is ingegaan.

Zoals bij de landing in Normandië, na de beslissende slag bij Caen volgden een opmars en strijd in West-Europa, zo volgt op de doorbraak van Bethlehem en Golgotha een opmars.

De Heilige Geest overwint mensen en stelt hen onder Christus' heerschappij.'

***

Tenslotte twee aardig dingen van de predikantenvergadering vorige week:

Een predikant zocht uit de dikke bossen predikantenjassen aan de kapstokken een tijdlang tevergeefs naar de zijne. Op de vraag hoe de jas er uit zag, was het antwoord: een zwarte...

Bij de voorbereiding van mijn referaat over 'Apostolaat en Belijden' ontdekte ik hoe in de overigens minitieus nauwkeurige, in boekvorm uitgegeven Handelingen van de synode uit de vijftiger jaren, het zetduiveltje op een dubbelzinnige wijze had toegeslagen. Ouderling Van Muickhuyse (Waarder) werd in de mond gelegd, dat we ook vandaag hebben te strijden voor het geloof dat 'de heidenen' is overgeleverd.

Toegegeven, onze eerste vaderen waren heidenen. En als zodanig zit er nog een apostolaire waarheid in ook.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 januari 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 januari 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's