Belijden en de wereld
Predikantenconferentie 1983
De predikantenconferentie, die traditiegetrouw in de eerste week van januari op Woudschoten (Zeist) gehouden wordt, ligt weer achter ons. De opkomst was beide dagen bijzonder goed, terwijl - méér dan in vorige jaren - bericht van verhindering werd gegeven, vanwege griep, die de laatste weken toesloeg, of vanwege de méér en méér inburgerende gewoonte, dat predikanten, direct na de tiendaagse veldtocht van eind december, er begin januari enkele dagen tussen uit gaan. Het aantal predikanten, dat dan echter toch op Woudschoten inspannende ontspanning zoekt is - blijkens het grote aantal, dat ook nu weer aanwezig was - van dien aard, dat het hoofdbestuur toch maar graag aan de eerste week van januari als vaste week vasthoudt.
De referaten van beide dagen sloten op elkaar aan. De eerste dag sprak ds. C. den Boer over het thema 'Woord en Wereld', naar aanleiding van de theologie van prof. dr. K. H. Miskotte. Dit vanwege het feit, dat deze theologie ter sprake kwam rondom het 75-jarig bestaan van de Gereformeerde Bond, hetgeen ook discussie opleverde in eigen kring (in de Waagschaal, De Waarheidsvriend).
Op de tweede dag refereerde ondergetekende over 'Apostolaat en Belijden', de koers van de Nederlandse Hervormde Kerk na de Tweede Wereldoorlog. Met name de invoering van de Nieuwe Kerkorde in 1951 en de ontwikkeling daarna kregen aandacht.
In het hiervolgende een korte impressie van het geheel. Het is niet mogelijk de uitgebreide referaten zó samen te vatten, dat aan het geheel recht wordt gedaan. Daarom volstaan we met enkele aspecten.
Ontmoeting
Allereerst zou ik de nadruk willen leggen op het element van de ontmoeting. In het dankgebed aan het slot van de conferentie benadrukte dr. H. Bout dat treffend. Immers, wanneer dienaren des Woords zich samen buigen, bij het licht der Schriften, over soms moeilijke vragen, die aan de orde zijn, dan voltrekt de ontmoeting, ook als er van verschillend inzicht sprake is, zich Coram Deo, voor Gods Aangezicht. Het doet beseffen dat al óns kennen ten dele is. Voor Gods Aangezicht kan de ontmoeting eerlijk, open, ook kritisch-open en dan ook vruchtbaar zijn. Het geeft de ontmoeting zó een dimensie méér dan een louter werelds discussiëren. Het gaat immers telkens weer om zaken, die het hart van kerk en gemeente raken. Discussiëren is dan geen spel, maar hoge ernst vanwege hoogst ernstige zaken. Dat bleek ook op deze conferentie.
K. H. Miskotte
Van het referaat van ds. C. den Boer gaf het Nederlands Dagblad de volgende samenvatting, onder de titel 'Distantie van Miskotte bij Gereformeerde Bond.'
'De theoloog K. H. Miskotte heeft de Gereformeerde Bond zeker wat te zeggen. Met Miskotte hebben wij te staan op de Areopagus van deze wereld en daar komt bij ons weinig van terecht. Toch is de context van Miskottes theologie voor ons onaanvaardbaar. (...)
Ds. Den Boer reageerde met zijn referaat op opmerkingen van scribenten van het links-theologische tijdschrift "In de Waagschaal" die dezen hadden gemaakt ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van de Gereformeerde Bond anderhalfjaar geleden. Deze scribenten hadden Miskotte ter sprake gebracht om met hem de Geref. Bond te bestrijden, daarmee enige verwarring zaaiend. Miskotte heeft fundamenteel leiding gegeven aan het hervormd kerkelijk leven, aldus ds. Den Boer. Ook vanwege dat feit vond hij het goed zich te bezinnen op Miskottes theologische en kerkelijke positie in vergelijking met die van de Gereformeerde Bond.
Tot het goede van Miskotte wilde Den Boer rekenen diens benadrukken van het profetisch-kritisch karakter van het Woord (de bijbel geen papieren paus), evenals zijn aandacht voor de wereld (cultuur, maatschappij, politiek). "Wie heeft als Miskotte de verderfelijke theologie van het nationaalsocialisme ontzenuwd? "
Maar tegelijkertijd moet worden gewezen op de barthiaanse, actualistische kijk van Miskotte op Gods openbaring. Ook wil Miskotte niet van een antithese tussen christenen en niet-christenen horen. Kerk-zijn is bij Miskotte een "open gebeuren". De hervormde kerkorde van 1951 ademt dezelfde geest, aldus ds. Den Boer. "Miskottes actualisme verhindert hem over de kerk te spreken zoals de Ned. Geloofsbelijdenis dat doet in de artikelen 27-29. (...)
Miskottes theologie is zó beweeglijk en open, meende ds. Den Boer, dat het niet hoeft te verbazen dat theologen zoals Ter Schegget en Zuurmond in hem hun voortrekker zien. Zijn "geestelijk chiliasme" en "politieke doorbraak" (naar het socialisme) geven hem voldoende aanleiding daartoe. Niettemin schreeuwt Miskottes theologie in tegen iedere vorm van ideologisering. Dat moesten zijn volgelingen ook eens bedenken, zo besloot ds. Den Boer.'
Bevinding
Uit wat in de discussie op dit referaat naar voren kwam noem ik vooral het element van de bevinding in theologie en prediking bij Miskotte. Geloof is 'bevonden Waarheid' had ds. Den Boer gezegd, al is dat iets anders dan gronden maken van kenmerken in ons. Bij Miskotte lag dat anders. Den Boer zei dat bij Miskotte geloven niet 'iets substantieels maar slechts iets relationeels' is. Vrij vertaald: de mens hééft het geloof niet maar 'hij staat tussen het Woord van Christus en de schande van de menselijke werkelijkheid'.
'Uit dien hoofde kan Miskotte ook spreken over het geloof als over iets, dat Christus plaatsvervangend voor ons doet. Hij doet dat o.a. in zijn bekende preek over Luk. 22 : 31, 32, getiteld "Geloof bij de gratie Gods''. Deze preek heeft (aldus Miskotte's zwager H. C. Touw in "Woorden Wereld") voor velen een bevrijding van methodisme en moralisme betekend. Miskotte slaat hier alle gronden buiten Christus onder de voeten weg. Maar tegelijk wordt de genade beroofd van haar daad-werkelijk, doortastend en heiligend karakter. Daarom is die genade toch goedkoop. Kohlbrugge houdt dan ook geen halt, waar Miskotte halt houdt. In een preek over Markus 9 : 24 zegt Kohlbrugge: nu zijn er die beweren: Ik hoef niet tegeloven, want ik kan het toch niet, maar de Heere Jezus heeft voor mij geloofd". Dezulken verstaan de apostolische woorden "Het geloof van Jezus Christus", d.i. "in Jezus Christus" zeer slecht en dat brengt hun de dood. Niet Christus, niet de Heiige Geest gelooft in ons maar de mens gelooft en moet geloven. Vanwaar bekomen wij het? De Heilige Geest verlicht het verstand en buigt de wil en trekt de mens van al het zichbare af om hem op Gods Woord te laten neerzinken...
Wij zullen niet uit vrees voor een verkeerde wedergeboortetheologie de noodzaak van wedergeboorte en de heerlijke realiteit daarvan, uit onze prediking schrappen.'
Verschil in beoordeling
In de beoordeling van het 'bevindelijke' trad tijdens de bespreking een verschil aan de dag. Nu is bevinding één van de moeilijkst definieerbare noties. Bevinding heeft, om zo te zeggen, geen plaats in de dogmatiek, in de leer. Wat voor de één bevindelijke prediking is, is het voor de ander niet. En wat voor die ander bevindelijke prediking is, is het voor wéér een ander niet. In ieder geval typeerde prof. dr. C. Graafland het (theologisch) werk van K. H. Miskotte als 'uiterst bevindelijk'. Ds. C. den Boer beaamde wel, dat b.v. de preek over Lucas 22 bevindelijk was, maar had bezwaren. De discussie spitste zich hierbij toe op het Woord van Jezus: 'Ik heb voor u gebeden dat uw geloof niet ophoude'. Had Petrus daar - hóe dan ook - geloof, of had hij op dat moment niets en was zijn geloof 'bij Jezus bewaard' (drs. A. de Reuver)?
De tijd was te kort om het alles grondig door te spreken. Spreken vanuit wedergeboorte of rechtvaardiging was hierbij ook in het geding. En de vraag hoe bevindelijk het is als de mens in zijn totale ontreddering geheel buiten zichzelf (op de objectieve grond van behoud) geworpen wordt, zoals Miskotte's preek over Petrus doet. Verder speelt ook mee de vraag óf en in hoeverre 'bevindelijk' genoemd moet worden in de gebruikelijke zin he.t lijden aan wereld en cultuur, dat in Miskotte's werk zo'n belangrijke plaats heeft.
Me dunkt dat er intussen alle reden is om de aangevatte discussie hierover voort te zetten. Als wij er voor staan willen dat prediking bevindelijk van aard dient te zijn, dan moeten we wel weten wat we ermee bedoelen. Ds. Den Boer grendelde af naar kenmerkenprediking enerzijds, maar ook naar een prediking a la Miskotte.
Wanneer men samen buigt voor de Schriften zal ook hier de Waarheid zegevieren. Ook hier is óns kennen intussen ten dele.
Apostolaat en Belijden
In het referaat, dat ondergetekende hield over Apostolaat en Belijden, werd de strijd om kerkherstel in kort bestek doorlicht. Die strijd begon niet bij de oprichting van de Gereformeerde Bond (1906), ook niet bij de oprichting van de Confessionele Vereniging (1864) maar is - al is ze ten diepste zo oud als de kerk oud is, vanwege de gebrokenheid van (ook) het kerkelijke leven - reeds in allerlei adressen aan de synode in de vorige eeuw te vinden (ds. Le Roy, ds. Dirk Moolenaar, ds. B. Morrees, de Zeven Haagse Heren). De strijd heeft zich voortgezet in deze eeuw in de discussies rondom de zo geheten 'reorganisatievoorstellen', waaraan de Tweede Wereldoorlog een voorlopig einde maakte.
In de Nieuwe Kerkorde kreeg de strijd om kerkherstel een zekere afronding, na intensieve discussies over de volgorde van Apostolaat (bezig zijn van de kerk naar buiten, in de wereld) en Belijden (Art. VIII vóór X) en over belijden 'in gemeenschap' of 'in overeenstemming' met de Belijdenis der Vaderen. Met name het Rijk Gods kreeg een sterk accent in de toen gevoerde discussies. Zó sterk, in een bepaalde gerichtheid op de wereld, dat het apostolaire bezig zijn van de kerk per uiterste consequentie een sterke politieke gerichtheid kreeg. Genoemd werden het geschrift 'Fundamenten en Perspectieven van belijden', een belijdend geschrift, waarin de Rijk Gods gedachte domineert, het geschrift 'Christen zijn in de Nederlandse Samenleving', waarin de 'doorbraak' naar het socialisme als wettig voor de christen werd erkend en het geschrift 'Revolutie en Gerechtigheid', een dieptepunt in het spreken van de Hervormde Kerk vanwege de wereldse bepaaldheid van het heil. Tenslotte werden 'De Open Brief (1968) en 'Het Getuigenis' (1971) als onvermijdelijke protesten tegen de verwereldlijkte apostolaatsgedachte genoemd. De conclusie, getrokken in het referaat was de volgende:
Tweepolige situatie
Concluderend zou ik willen zeggen, dat we thans leven in een tweepolige situatie. Een situatie, die als tweesporig begon en zo in de Kerkorde zelf al impliciet aanwezig was, namelijk in de verhouding van apostolaat en belijden.
Het was bijvoorbeeld ds. K. J. v. d. Berg, die bij de behandeling in eerste lezing van de Kerkorde op het gevaar wees van een zelfstandige stichting "Kerk en Wereld", terwijl hij de volgorde apostolaat-belijden overigens niet zo'n kwestie vond, mits maar voldoende duidelijk was wat onder het belijden der Kerk moest worden verstaan. Nu moeten we zeggen: de volgorde was wel terdege belangrijk. Het apostolaat heeft als het ware het belijden opgeslokt, zodat er nog slechts sprake is van ketterij inzake maatschappelijke en politieke vragen. Nu zijn de binnen-tijdelijke en binnenwereldlijke vragen welhaast bepalend voor de "status confessionis" van de Kerk. Men denke aan de kernbewapening en aan visies op bepaalde politieke situades in de wereld. Bezinning op de heilige leer, voor de gemeente levensnoodzakelijk, is vaak naar achteren gedrongen. Ook de gemeenschap met de belijdenis der vaderen wordt vaak al niet meer gevonden.
Apostolaat en belijden mogen intussen niet uit elkaar gehaald worden. In één ardkel er over spreken kan ook niet, maar met één accolade is geboden. Ik onderken het gevaar, dat het apostolaat er in die gemeenten, waar de reformatorische belijdenis hooggehouden wordt, soms maar wat bijbungelt. Is de prediking bijv. van het Koningschap van Christus over machten en wereld, in de samenlevingen en culturen niet vaak stiefmoederlijk bedeeld, in een overaccentuering van de vraag naar het persoonlijke heil? '
Op zich is de hernieuwde bezinning op het Koninkrijk Gods winst, na de Tweede Wereldoorlog, toen het Rijk van de Antichrist, in het Derde Rijk van Hider, triomfen trachtte te behalen over het Rijk Gods. Een zaak waaraan de "Bekennende Kirche" toen zo belijdend geleden en waartegen ze zó profetisch gestreden heeft.
Artikel 37 is het slotartikel van onze belijdenis. Mag, bij handhaving van wat daar beleden wordt, de belijdenis hier een open einde hebben naar de toekomst, waar Christus alles en in allen en Kurius zal blijken te zijn over de machten van duivel en wereld? Zal dat het apostolaat ook niet ontspannen, want vanuit Christus overwinning bezien, mogen doen zijn? Ik sluit aan bij Severijn die het wettig vond dat, met behoud van wat artikel 37 belijdt, de Kerk aanvullend belijdt aangaande het Rijk Gods, dat gekomen is en komt. Maar het gevaar van apostolaat, dat het heil binnen-werelds en binnen-tijdelijk maakt en de gemeente in de woestijn doet dolen, is dé grote schaduw van ons kerkelijk leven van na 1951. Vandaar de tweepoligheid! En af en toe ontladen de vonken. De rangorde had toch te maken met de orde. De orde van het Rijk Gods of de orde van de wereld. Want waar de gemeente niet allereerst woonstede Gods in de Geest is zal ze ook geen instrument des Geestes zijn om de Koningsheerschappij van Christus over mens en wereld uit te zeggen.'
Het Rijk Gods
In de discussie ging het in eerste instantie vooral over genoemde plaats van het Koninkrijk Gods in het belijden der Kerk. Dr. W. Aalders meende, dat de ontsporingen in de geschiedenis terzake (Da Costa tegenover Kohlbrugge, dr. A. Kuyper met zijn 'Pro Rege', en de geschetste apostolaatsbeweging van na de oorlog) ons behoedzaam moeten maken. De Reformatie had hier niet voor niets terughoudendheid betracht. We hebben daarop gereageerd met te zeggen, dat zomin als de geschiedenis te positief gewaardeerd moet worden inzake het (verder) brengen van het heil, (dé grote ontsporing in de huidige Rijksgedachte), de waarschuwingsborden in de geschiedenis ook niet mogen verhinderen het Bijbels zicht op het Rijk Gods, dat de contouren van het individueel menselijke te boven gaat, te blijven houden. Dr. Aalders had immers zelf ook gezegd, dat de notie van het Rijk Gods een bijbelse is. In zijn waardering van de Reformatie blijft intussen - zo hebben we gesteld - Calvijn onderbelicht. De Reformatie is méér dan Luther. Bovendien geeft bijbels zicht op het Rijk Gods (met Christus als Koning) dunkt ons perspectief en weerbaarheid in een tijd, waarin machten zich openbaren (zoals in de Tweede Wereldoorlog).
Prof. dr. C. Graafland benadrukte verder nog dat het winst is dat ook onder ons het zicht op de missionaire gemeente door is gebroken. Daar gaat het om de persoonlijke aspecten en de universele aspecten, die in elkaar grijpen. En intussen om de strijd tussen het Rijk Gods en het rijk der duisternis. De gemeente zal vandaag ook missionair, apostolair moeten worden toegerust. Er is thans een nieuwe ingang om over apostolaat en belijden in één verband te spreken.
Een greep
We gaven in het bovenstaande slechts een greep van wat op de contio de aandacht vroeg. Het is nodig om datgene, wat de Nederlands Hervormde Kerk in de naoorlogse jaren verworven heeft (in positieve en negatieve zin), óók vandaag te doordenken. In het heden ligt het verleden!
Het is nog slechts 30 jaar geleden dat de discussies als hierboven geschetst, aan de orde kwamen. Op zich een korte tijd. Maar een nieuwe generatie is vandaag weer aangetreden, die weten moet waar het toen om ging en vandaag verwerven moet wat voor het Kerkzijn, naar binnen en naar buiten, in de traditie van de Reformatie nodig is.
De contio gaf enige aanzetten voor verdere bezinning in eigen kring, voor het geheel van de kerk. Waar intussen ook onder ons verschillen aan de dag traden inzake punten, waarin ons kennen kennelijk ten dele is, daar zal sprake moeten zijn van het samen, in gehoorzaamheid aan Schrift en Belijdenis, elkaar ontmoeten, om zo elkaar ook op te scherpen, in liefde voor de Kerk en in bewogenheid om haar gestalte in het heden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 januari 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 januari 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's