De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Geen kerk zonder jongeren

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geen kerk zonder jongeren

12 minuten leestijd

Al enige tijd liggen een aantal vragen op mijn tafel, die handelen over de verhouding van jongeren tot de kerk.

Al enige tijd liggen een aantal vragen op mijn tafel, die handelen over de verhouding van jongeren tot de kerk. Toen ik hierover wilde gaan schrijven verscheen juist in de pers een beschouwing over een nota, die vorig jaar op de hervormde synode werd aangenomen onder de titel 'Gemeente met of zonder jongeren'. In een begeleidende brief bij deze nota, die aan alle hervormde gemeenten werd gezonden, schrijft het hervormd moderamen: 'Een kerk die geen aandacht heeft voor haar jongeren, schrijft zichzelf ten dode op.' Daarom is de gemeente een gemeente-met-jongeren of zij is niet. De gemeente zonder jongeren is geen gemeente, althans geen gemeente van Christus'.

Dit klinkt wel heel anders dan wat jaren geleden in een nogal pessimistisch opgesteld vijfjaarlijks visitatierapport werd gesteld, namelijk dat Christus ook zónder de jongeren zijn Kerk bouwen kan. Hoewel ook dit waar zal zijn, omdat de Heere zelfs uit stenen Abraham kinderen kan verwekken, is het toch zo dat de gemeente niet compleet is wanneer de jongeren (gaan) ontbreken. Of het nu weer zó is - als andere uiterste - dat een gemeente zonder jongeren geen gemeente van Christus is? Dan denk ik even aan verschillende mini-gemeenten in Oost-Europa, waar nog slechts enkele oude(re)n de kerkdiensten bezochten. Géén jongeren meer! En toch - zoals in één geval - opeens voegt zich bij een gemeente een man, voorheen verstokt atheïst, maar gegrepen door het Evangelie van vrije genade. Hoe en wanneer de Heere werkt of nog werkt staat niet aan ons ter beoordeling. Maar feit is dat een gemeente zonder jongeren zeker op weg kan zijn om te verdwijnen. En als zodanig signaleert de nota - en dat zal ons een zorg zijn - dat steeds minder jongeren zich bij de kerk betrokken voelen. Of het waar is dat dit voor de mééste gemeenten geldt is een tweede. Met dankbaarheid mag worden geconstateerd, dat ook vandaag nog vele gemeenten een gezonde leeftijdsopbouw hebben, er sprake is van telkens weer jongeren die de plaatsen van ouderen over nemen. Gelukkig is er ook vandaag een jongere generatie, die zich nog bijeenbrengen laat onder het Woord. Een jongerenzendingsdag met 2700 jongeren, zoals die op zaterdag 8 januari in Barneveld gehouden werd, mag een teken van hoop genoemd worden. Ze zijn er nog, - in de ene gemeente meer in de andere minder - de jongeren, die de catechisatie trouw bezoeken, nog belijdenis des geloofs afleggen, in bijbel en studiekringen samenkomen, deelnemen aan activiteiten in de gemeente en naar buiten. En, wat belangrijker, wat het belangrijkste is, ook vandaag werkt de Heilige Geest onder jongeren, zodat zij zelf gaan horen wat de Geest tot de gemeente zegt.

Zelfonderzoek

Toch is er alle reden tot zelfonderzoek, ook daar waar op het eerste gezicht de kerk de jongeren nog bereikt of onder bereik heeft. De nota roept daartoe op. Nog niet zolang geleden plaatsten we kritische noties bij de benadering van de jongeren, zoals die door de Hervormde Jeugdraad, waaruit genoemde nota voortkomt, wordt gepraktiseerd. Te weinig vinden we daar het besef, dat het ook voor jongeren vandaag nodig is dat ze komen tot geloof en bekering willen ze hun echte bestemming in het leven vinden. Wil er van echte gemeenteopbouw, ook naar jongeren toe, sprake zijn dan zal het Woord in alle facetten open moeten gaan, zodat ook jongeren verstaan dat zij van nature zonder God en zonder hoop in de wereld leven en dat ze nodig hebben de Verzoening door het bloed van Christus. Maar ook waar dit laatste wordt beseft is zelfonderzoek ook altijd weer geboden. Helaas komt het bijvoorbeeld nog voor, dat het zicht op de jongeren niet verder gaat dan de constatering dat elke zondag de deuren van de kerk óók voor hen open staan. Of dat gedacht wordt: het is altijd al goed gekomen, het zal vandaag ook wel weer goed komen. Ouderen denken dan aan de tijd dat zij jong waren. Ondanks het feit dat men zich niet zo echt druk maakte om de kerk is men er later toch bewust(er) bij gekomen en gaan meeleven. Zo zal het vandaag ook wel gaan, denkt men dan. Alsof onze tijd te vergelijken is met die van twintig dertig of veertig jaar geleden. De gemeenten liggen veel opener naar de wereld toe, de verleidingen zijn groter, de aanvechtingen van binnenuit en van buiten af zijn sterker. En - niet te vergeten - waar een gemeente krimpt daar krimpt ze vaak zienderogen, omdat er zo weinig stimulans meer van uit gaat. Jongeren, die dan nog echt mee willen leven, hebben dan extra stimulansen nodig. En meelevende gemeenten, die zich verheffen boven gemeenten waar het, om welke oorzaak dan ook, minder rooskleurig is, kunnen zelf in één generatie ook aan lager wal raken.

Daarom, een gemeente die geen zorg heeft om en geen oog heeft op haar jongeren, zal vroeg of laat de rekening gepresenteerd krijgen. En als dan gezegd wordt, dat de deuren van de kerk 's zondags toch open staan, dan blijft ook de vraag of er achter die deuren wel werkelijk aandacht is voor de jongeren. Dat brengt me namelijk op een vraag, die van meerdere kanten de afgelopen tijd werd gesteld.

Kerktaal

Ik bedoel het taalgebruik in de kerk. Spreekt het de jongeren aan? Het gaat mij uiteraard niet om een actualistisch taalgebruik, terwijl de eigenlijke boodschap verder oppervlakkig is. Nee, de vraag is of de diepe bijbelse realiteiten en waarheden zó worden gezegd, dat het althans verstandelijk verstaanbaar is. Dat dan nóg de toepassende werking van de Heilige Geest nodig is willen de woorden tot zaken in het hart worden, behoeft nauwelijks gezegd. Maar in een tijd, waarin de jongeren op de scholen met de beste methoden kennis maken om hen de leerstof bij te brengen, mag de kerk zich ook afvragen of zij voldoende het luisterend oor van de jongeren vormt.

Laat ik dan eerst voorop stellen dat kerktaal, liever de taal van het Woord, altijd een andere zal zijn dan de taal van de wereld. Er zijn nu eenmaal woorden en begrippen, die wel uit te leggen maar niet te vertalen zijn. Het zijn de grondwoorden van de Schrift, zoals Openbaring, Schepping, Verlossing, Opstanding, wedergeboorte, geloof, heiliging, rechtvaardiging, wederkomst; te veel om op te noemen. Het is mede de taak van de catechese om deze begrippen aan de jongeren verstaanbaar over te dragen. Me dunkt — en dat is een kritische notie tot zelfonderzoek - dat het een verarming van de catechese is als kennisoverdracht verdrongen wordt door vrijblijvend gesprek. Op de scholen - goede uitzonderingen daargelaten - leren de jongeren bitter weinig meer als het gaat om leerstellige begrippen en woorden. Wanneer in de catechese dan ook het leerelement spaarzamelijk wordt dan móét dat verarmend werken. Discussie gesprek is pas zinvol mogelijk met kennis als basis. En het is toch wel een algemene klacht, dat kennis van de elementaire zaken van de leer des heils onder vele jongeren gering is. Men zou eens een enquête moeten houden onder jongeren, ook uit de Gereformeerde Gezindte, met de vraag 'wat de drie Formulieren van Enigheid' zijn. Het resultaat zou om te schrikken zijn. Waar de kennis van de grondwoorden van de Bijbel echter afneemt gaat de gemeente in de prediking ook de aansluiting op (de) jongeren missen. Ze moeten tenslotte wel weten waarover het gaat.

Maar - en dat is het tweede dat ik hier zeggen wil - het is altijd ook weer nodig om kritisch na te gaan of er geen nodeloze taalbarrières zijn of worden opgeworpen. Er zijn woorden, die tot een achterhaald stadium van ons taalgebruik behoren en als zodanig niet meer nodig zijn. Te menen dat zulke woorden - en ze worden gemakkelijk termen - meer principieel maken of aan de woorden een bijzonder 'mana' verlenen is een misvatting. Wanneer de bijbelse woorden, de bijbeltaal niet kunnen worden ingebed in hedendaags nederlands dan is er dunkt me iets grondig mis. De apostelen hebben in de tijd van de eerste christengemeente de boodschap in toen eigentijdse taal gebracht. Waar ze weerstanden, vijandschap ondervonden was het vanwege het evangelie zelf, dat niet naar de mens is. Ook vandaag is er vijandschap tegen het Evangelie, vijandschap dan ook tegen de rechte woordbediening. Maar we moeten ook niet te gemakkelijk vijandschap jegens het Evangelie constateren wanneer er sprake is van bezorgdheid om de verpakking van de boodschap, omdat die niet overkomt vanwege vorm of taalgebruik.

Om het maar simpel aan te duiden: een tweede naamvalsuitgang (des of der) is toch niet bepalend voor de inhoud van de boodschap. Toch kan veelvuldig gebruik ervan de prediking een ouderwetse image geven, waardoor mensen worden afgestoten (al is deze uitgang soms onvermijdelijk: denk aan Zoon des Mensen). Het zit dan natuurlijk niet alléén in die uitgang. Het is slechts een voorbeeld, dat met meerdere aan te vullen is. Gewijde taal moet gewijde taal blijven. Er is al teveel taalvervuiling, óók in de prediking. Te veel zijn ook diep bijbelse noties zoek geraakt in een zogenaamd eigentijdse vormgeving, die echter zó eigentijds is, dat de eeuwigheidsdimensie - mét het taalgebruik daaromtrent - er uit is. Maar terugval in een archaïstisch taalgebruik behoeft ook niet.

En verder - dat moet in dit verband óók worden gezegd - als beelden worden gebruikt ter illustratie in de prediking, dan mag ook altijd wel worden gevraagd of die beelden, uit het leven gegrepen zoals dat heet, wel aansluiten bij de leefwereld van de jongeren. Beelden uit een andere wereld zullen niet verhelderend maar versluierend werken.

Voorop gesteld zij bij dit alles intussen dat gepoogd wordt om met diebeeldende toelichting óók de jongeren, wanneer zij door de gastvrije kerkdeuren binnen zijn gegaan, met de boodschap te bereiken.

Onenigheid

Ik geef hier intussen ook door wat mij de laatste tijd in diverse brieven werd aangereikt. Jongeren begrijpen vaak niets van veel twist onder theologen. Nu zijn het niet alléén de jongeren, die daaraan lijden. Veel theologenstrijd ontgaat de goegemeente ten enenmale. Ook deze zaak heeft twee kanten. Soms is terecht om een simpel (? ) woord gestreden. De grondnoties van de Schrift vragen altijd weer doordenking, zeker ook in de bezinning op eigentijdse vragen. Dan kan het nodig zijn dat de onderste steen boven komt, om de Waarheid aan het licht te brengen. Soms ontgaat de draagwijdte van de discussie de doorsnee gemeenteleden. Terwijl het toch om zaken van groot gewicht, met grote consequenties voor de prediking en het leven der gemeente gaat. Kleine oorzaken hebben soms grote gevolgen. Ik begrijp echter de zorg wel die hier achter zit. Is er achter zakelijk verschil van inzicht altijd wel sprake van persoonlijke verdraagzaamheid? Met andere woorden: is de liefde bij alles de grondtoon? Ik kan mij indenken dat jongeren soms ook moedeloos worden als ze de hardheid zien, waarmee het soms óók in de kerk des Heeren toegaat. We zullen niet mogen onderschatten, dat de wijze waarop de kerkelijke of theologische verschillen worden uitgevochten, van grote invloed kan zijn op mensen, jongeren én ouderen overigens. De gemeente in de brede zin van het Woord is al heel wat mensen kwijt geraakt door kerkelijke twisten: door broedertwisten het méést. Maar, we leren kennelijk weinig van de geschiedenis. Het blijft kraken en scheuren. Maar, juist in een tijd als de onze, waarin de fundamenten onder de kerk vaak worden weggeslagen door de vloedgolven van de moderne tijd, mag het wel een grote zorg zijn hoe we in de gemeente, ook als theologen en voorgangers, met elkaar omgaan. Opdat we niet afstoten maar binden. Opdat de jongeren beseffen dat de liefde, die de wereld niet kent, óók en juist bij hen gevonden wordt, die de liefde (moeten) preken.

Bevinding

Het laatste wat ik wil opmerken heeft te maken met bevinding. Ik vernam van een (forum) discussie, waarin de ernst van de snel toeslaande ontkerstening aan de orde kwam. Zorgelijke geluiden, als zou het allemaal geen twintig jaar meer duren, of de kerk zou zo goed als verdwenen zijn, waren de grondtoon. Ik ben realistisch genoeg om de ernst van de situatie niet te onderschatten maar tegelijk ook bijbels-realistisch genoeg om te weten da God voor Zijn gemeente, ook voor Zijn jonge gemeente, instaat tot de jongste dag. In die discussie zei echter iemand, dat alleen het bevindelijke het uit zal houden. Ik weet het, bevinding is een moeilijk te definiëren term. Maar in een tijd, die vol is van de nadruk op ervaring, in een tijd waarin jongeren, die losgeslagen dreigen te worden, grijpen naar allerlei mystieke religies, zal waar zijn wat óók als waar bevonden wordt. Een prediking van geloof in rationalistische zin, van geloof, dat buiten het hart om schijnt te gaan, een geloof dat bestaat in regels en geboden of in stelsels en redeneringen zal schipbreuk lijden. Het gaat om een prediking, die gericht is op 'stad mensenziel' (Bunyan). Om een prediking, die harten inneemt door wederbarende genade. De vragen, die in het hart leven, óók van jongeren, zullen aan de orde moeten komen willen de hoorders beseffen: het gaat om mijn zaak. De bijbelse bevinding, waaraan ook best een tale Kanaans vast zit, die alleen gekend wordt door die deze leerden, zal ook vandaag jongen mensen aan God binden, met Hem verbonden doen zijn, in de verborgen omgang van Woord en gebed. Bevindelijk preken is dan niet zeggen dat er bevindelijk gepreekt moet worden of waarschuwen dat men 'het' (wat eigenlijk? ) bevindelijk moet leren kennen. Maar prediking, waaruit blijkt dat het hart te luisteren lag aan de mond Gods. Zodat de gemeente verstaat, zonder ook jongeren verstaan, het gaat om onvergankelijke dingen. Ik heb het Zelf uit Zijn mond gehoord! Woorden van eeuwig leven. Woorden om vandaag mee te kunnen leven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 januari 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Geen kerk zonder jongeren

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 januari 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's