Honger is onrecht?
Honger is onrecht, is het motto waarmee de gezamenlijke werelddiakonaten van de kerken al geruimte tijd werken om aandacht te vragen voor één bepaalde nood in deze wereld.
In dit nummer van ons blad treffen de lezers een advertentie met dezelfde woorden als boven dit artikel staan. Evenwel zónder het vraagteken. Honger is onrecht, is het motto waarmee de gezamenlijke werelddiakonaten van de kerken al geruimte tijd werken om aandacht te vragen voor één bepaalde nood in deze wereld. Waar zo'n motto opeens geboren is, is vaak niet duidelijk, óók niet voor hen, die bestuurlijk bij de zaken van het Werelddiakonaat betrokken zijn; al is het wél zo, dat voortaan motto's als deze eerst breder overleg zullen krijgen. Honger is onrecht! Waarom vallen deze woorden bij ons, en ik bedoel daarmee een bepaald deel van de kerk(en), intuïtief zo hard en fout op het trommelvlies? Daarvan wil ik me in het hiervolgende, uit positieve betrokkenheid jegens bij wat vanuit ook onze kerk ten aanzien van de leniging van de nood in de wereld gebeurt, iets zeggen.
Geen rechten
We hebben wat moeite met de uitdrukking recht, in de zin van recht, dat wij mensen hebben. Het is een diep in het bijbels-gereformeerde leven verankerde notie, dat wij mensen géén rechten hebben, dat wij rechteloze mensen zijn. Wij hebben vanwege de schuld van ons bestaan tegenover God alle rechten verspeeld. God kan ons, om zo te zeggen, geen onrecht meer (aan)doen.
'Doet dan God de mens geen onrecht, dat Hij in Zijn wet van Hem eist, wat hij niet doen kan? ', vraagt zondag 4 van de Heildelbergse Catechismus. Het antwoord is, ondubbelzinnig: nee! Want de mens, hoewel goed geschapen, heeft zich 'door moedwillige ongehoorzaamheid' van Gods gaven beroofd. En, God is wel barmhartig, maar Hij is ook rechtvaardig. Maar - en dat is het wonder van de genade, waarop de belijdenis van de Catechismus uitloopt - onze Heere Jezus Christus, de Middelaar, is ons door God geschonken 'tot wijsheid, rechtvaardigheid, heiligmaking en tot een volkomen Verlossing' (Zondag 6).
Wij hebben geen rechten maar we mógen leven van de genade, vanwege de Middelaar. Ons brood is zelfs genadebrood, óók vanwege de Middelaar. Door Zijn kruis en opstanding verworven en ons gegeven. Zonder Hem zou geen leven mogelijk zijn, geestelijk niet en stoffelijk niet.
Omkeren?
Als 'Honger is onrecht' eigenlijk zó niet gezegd kan worden dan geldt dat zeker óók zo voor het omgekeerde: welvaart, leefbaarheid is recht. Het is alles genade. Dit te beseffen maakt afhankelijk, wekt ook de rechte dankbaarheid jegens Hem, die de Schepper en Onderhouder van ons leven is. Er is het bekend tafelgebed:
'O Heere, wij danken u van harte voor nooddruft en voor overvloed. Daar menig mens eet brood der smarte, hebt gij ons mild en welgevoed. Maar geef dat onze ziele niet aan dit vergankelijk leven kleeft Maar alles doe wat gij gebiedt en eindlijk eeuwig bij u leef. Amen.'
Kort geleden belde mij een bejaarde dame op met de suggestie om over elk van deze regels maar eens een kort artikeltje te schrijven. Ze zei dat omdat ze - terwijl ze dit gebed al zo vaak gebeden had - zo duideljk bij het treffende ervan bepaald werd toen ze een bejaardentehuis had betrokken, waar ze in een nieuwe fase van haar leven, een goed onderkomen had gekregen.
Een predikant vertelde me, dat hij in zijn studententijd zich eens mateloos had geërgerd aan een stukje van een inmiddels overleden predikant, die op dit gebed nogal afdong. Hij legde het uit in dié zin, dat God gedankt werd voor de gaven, omdat anderen het toch maar veel minder breed hadden.
Wie dit gebed op de juiste wijze bidt zegt er echter mee verwonderd te zijn over Gods gaven aan onwaardigen. Terwijl er nota bene zoveel ellende, ook honger, in de wereld is! Het is vergelijkbaar met de verwonderde sprake tot God: 'waarom was het op mij gemunt, daar zovelen gaan verloren? '. Waarom ik niet? Waarom krijg ik nog dagelijks mijn brood?
Danken voor de dagelijkse gaven is uitdrukking geven aan de Heere van onze verwonde ring over Zijn onverdiende goedheid. Goedheid overigens tóch verdiend, namelijk door het offer van Christus.
Ons dagelijks brood
Christus leert ons in het Onze Vader overigens allereerst te bidden voor ons dagelijks brood. Geef ons heden! Terwijl het al op tafel staat? Ik heb er toch zelf voor gewerkt? , zegt de mens, die van God niet weten wil, maar slechts eigen prestaties ziet. Een tijd van werkeloosheid leert echter wel anders. Het brood kan ook op de plank staan maar men heeft - door ziekte - de mogelijkheid niet om ervan te eten. De prediker zegt het nóg dieper: Een man, aan wie God gegeven heeft rijkdom, en goederen, en eer en hij heeft voor zijn ziel aan geen ding gebrek, van alles wat hij begeert; en God geeft hem de macht niet om daarvan te eten, maar dat een ander dat opeet. Dat is ook ijdelheid en een kwade smart' (Pred. 6:2). Eerst had de prediker gezegd, dat het een goede gave van God is om te eten en te drinken en om 'de macht te hebben' om van Gods goederen te eten en om zich te verheugen in zijn arbeid (Pred. 5).
Daarom tóch: 'gééf ons heden ons dagelijks brood'. En: 'O Heere, wij danken u van harte'.
Opdracht
Maar dan komt ook onze opdracht. Luther zegt in één van zijn gebeden: 'God, geef ons om der wille van Christus, onze Verlosser, door Zijn Heilige Geest zodanige geestelijke ogen, dat we alle ongeval en ellende anders bezien dan de wereld dat doet, en zodanige troost behouden om aan het eind zalig te worden'.
Het vergankelijke leven is niet het één en al. Maar van dit leven mogen we het goede, dat God geeft, wel genieten. De ellende in de wereld bezien we dan echter óók anders dan de wereld. Hoe zal de wereld, hoe zullen alle mensen in de wereld, van bróód leven? Niet bij brood alléén, maar toch niet zonder brood?
Zijn de beelden, die uit de wereld komen, de noodkreten die opstijgen niet verschrikkelijk? Ik sprak dezer dagen met iemand op jaren, zoals dat heet. Het probleem van de duizenden en miljoenen kinderen, die geboren worden en het allernodigste missen voor het leven waarin ze werden gesteld, kreeg hij niet klein. Waarom Heere? Wat is de zin van zulk leven?
Die nood van de wereld mag de christenheid wel opgebonden zijn. Ook dat is een zaak van bevinding, van hartelijk doorleven en doorlijden. De ellende van de wereld anders bezien dan dat de wereld het doet, zegt Luther. Inderdaad, als wij rechteloze mensen zijn, zijn we het allen. En als het gaat om genadebrood, dan ook voor ons allen. Ik weet wel, dat zondag 10 van de Heidelbergse Catechismus zegt dat vruchtbare en onvruchtbare jaren, rijkdom en armoede ons van Gods vaderlijke hand (beide) toekomen. Dat geeft geloofsmoeilijkheden én geloofsuitzicht. Maar het geeft toch géén vrijbrief om de ander in honger en armoede te laten? Rijken en armen, de Heere heeft ze beiden gemaakt. Dat wil zeggen: beiden zijn schepsel Gods en dus ook voor elkaar verantwoordelijk. God heeft geen rijken gemaakt en God heeft geen armen gemaakt. God heeft ze beiden gemaakt, samen, op elkaar betrokken. Ze ontmoeten elkaar!
Onrecht
Als zondanig mag het best onrecht genoemd worden als wij vanuit onze welvaart ons niet bekreunen om de noden elders in de wereld. Jacobus zegt het vlammend: 'Ziet het loon der werklieden, die uw landen gemaaid hebben, hetwelk van u verkort is, roept: en het geschrei dergenen, die geoogst hebben, is gekomen tot in de oren van de Heere Zebaoth. Gij hebt lekker geleefd op de aarde en wellusten gevolgd; gij hebt uw harten gevoed als in een dag der slachting'. Maar, de Rechter staat voor de deur!
In dat verband mogen we ook spreken over het brood voor de wereld.
Welgelukzalig is hij, die de God van Jacob tot zijn hulp heeft. Die de hemel en de aarde gemaakt heeft. Die de verdrukte recht doet. Die de hongerigen brood geeft (Psalm 146). Omwille van Christus, onze Verlosser, zien we de wereldnoden anders. In het licht van wat de Schrift het rentmeesterschap noemt. En daarom, al doet God ons geen onrecht, al doet Hij ook volken geen onrecht, als er nood is (de Boekrol der geschiedenis is in Zijn hand), dan doen wij nog wel onrecht als wij onrechtmatige dingen, onrechtmatige verhoudingen in stand houden.
Het is een bitter raadsel waarom het zo is, dat wij, met al ons technisch kennen en kunnen, met al onze economische kennis, met al ons wetenschappelijk vernuft er maar niet in slagen om op afstanden, die in één dag te overbruggen zijn met onze moderne verplaatsingsmogelijkheden en in seconden overzien worden met onze 'golven', om tot dezelfde leefbaarheid van het bestaan te komen als hier in ons (over)welvarende westen. Willen we het wel? Als we het niet willen, dan is honger onrecht. Maar dan vanuit ons mensen bezien.
Broodnodig
Een goede, liever een broodnodige zaak mag dan ook niet ondergesneeuwd worden door een ongelukkig gekozen motto. En ook waar we beseffen dat onze hulp niet meer kan betekenen dan een druppel op een gloeiende plaat, daar ontneemt het ons onze opdracht niet. Echt meelijden betekent meedelen. Het is een hoognodige zaak, dat het diakonaat der kerk, óók wat het brood betreft, dat nodig is voor het dagelijks leven, tekenen van hoop geeft in de wereld. In de hoop dat ook in de landen van de derde wereld de aarde voortbrengen zal wat de Schepper er als mogelijkheid ingelegd heeft en waartoe Hij mensen, ook door hun technisch kennen en kunnen, zo toegang heeft gegeven, dat er uitgehaald kan worden wat er in zit. Om uiteindelijk te zeggen met Psalm 8: 'O Heere, onze Heere, hoe heerlijk is Uw Naam op de ganse aarde!'
Het dagelijks brood mag, vanuit de kerk bezien, intussen altijd heenwijzen naar Hem, die het Brood is, dat uit de hemel neerdaalde. Wil de heilbrengende boodschap van Hem ook worden verstaan dan zal het door levende mensen worden verstaan, mensen die dan ook de mogelijkheid hebben óm te leven. Het gaat de Heere om onze ziel en om ons lichaam, om het geestelijke en het stoffelijke. Leven is leven uit genade.
Honger is onrecht? Leven is opdracht! In dienst van God en de naaste.
Het Hervormd Werelddiakonaat vraagt acht en een half miljoen gulden per jaar. Dat is schat ik vier gulden per hervormde, globaal (dus over de hele globe) genomen. Méér dan een tekentje is dat niet.
Toen dit artikel gereed was voegde de dienst des Woords van afgelopen zondag nog een gedachte toe: 'Zalig zijn zij die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid'. Niet naar gerechtigheid, maar naar de gerechtigheid. Alomvattend. Door Christus verworven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 januari 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 januari 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's