Boekbespreking
J. van Bruggen, Het Leven is de moeite waard. (Pastorale handreiking voor verplegenden), 36 blz., 2e herziene druk, uitg. de Vuurbaak - Groningen, ƒ 5, 90 (voor Vrienden van de Vuurbaak ƒ 4, 50).
Een kleine, maar inhoudsrijke brochure. In de eerste plaats van belang voor verpleegkundigen, vanwege de fijnzinnige en concrete wijze waarop de nieuw-testamenticus uit Kampen ingaat op de problemen die zich in hun dagelijks werk voordoen - maar ook op de kansen en mogelijkheden die God hen daarin biedt. Maar ook voor breder kring is dit geschrift van betekenis. 'Het leven is de moeite waard' - niet op grond van bepaalde eigenschappen (zoals een bepaalde mate van gezondheid, mogelijkheden tot communicatie) - maar als door God gegeven leven. Terecht wordt het een ontsporing genoemd, wanneer geleerd wordt dat de dood al met de schepping gegeven zou zijn - de dood is voor de mensen door de zonde binnengekomen. Het zesde gebod is niet een uitdrukkingsloze regel, een soort dranghek om het leven. Het legt getuigenis af van Gods boodschap dat er hoop is voor het leven - juist omdat de Heere de God van het leven is. Verhelderend is wat de auteur schrijft over het onderscheid tussen de wil van het besluit en de wil van het bevel in verband met de euthanasieproblematiek. Een zwaar gehandicapt geboren babytje mag niet gezien worden als 'een vergissing van de natuur'. Wanneer God iemand laat leven, dan heeft dat gegeven feit ons iets te zeggen. We hebben dan zorg te dragen voor dat levep hoe het er ook aan' toe is. 'De wil van het besluit bepaalt hier wel degelijk de uitvoering van de wil van het bevel, omdat het leven behoort tot de directie werken van God.' Dat er een euthanasie-probleem kon ontstaan met zo grote afmetingen gaat ten diepste niet terug op de veranderde situatie in medisch opzicht (zo J. H. van den Berg), maar op het toenemend ongeloof. 'Ongeloof leert moorden met-handschoenen aan en met fluwelen stem.'
J. Hoek
Geloof en wetenschap, cahier voor het christelijk onderwijs. Prof. dr. J. van der Hoeven, prof. dr.
B. Goudzwaard, prof. dr. J. R. v. d. Fliert, prof. dr. L. Strengholt en dr. J. Davidse. Onder redactie van drs. K. de Jong Ozn., 77 blz. Uitg. J. H. Kok - Kampen. ƒ 12, 90.
Het vooral uit het Amerikaanse fundamentalisme voortgekomen herlevend diluvianisme kunnen we wetenschappelijk niet serieus nemen. Het verdient slechts het predicaat pseudo-wetenschap.
Toch wil professor Van de Fliert enige opmerkingen over de opvattingen van deze fundamentalistische creationisten maken vanwege de overtuiging waarmee het wordt gebracht en de invloed, die deze vermeende zekerheid ook via de modernste communicatiemedia, op grote groepen ernstige, echte gelovige, maar vaak ook goed-gelovige, mensen uitoefent.
Het komt me voor, dat dit niet de juiste toonzetting is om eigen standpunten ten aanzien van de .verhouding geloof en wetenschap naar voren te brengen en vanuit opvattingen over geleide evolutie oppositie te kiezen tegen het hedendaagse springlevende creationisme. Al zijn er veel overeenkomsten en gemeenschappelijke uitgangspunten namelijk de Bijbel als Woord van God, toch blijken er grote verschillen te bestaan vooral ten aanzien van de inspiratieleer van de Bijbel.
Van de Fliert benadrukt het menselijk karakter van de Bijbel. Daarin ligt de sleutel tot een goed verstaan van de Bijbel. Dit impliceert, dat we zeer zorgvuldig met de Bijbel moeten omgaan en voorzichtig moeten zijn met citaten omdat de Bijbelschrijvers vanuit een andere historische situatie en in een andere historische context schreven, dan waarin wij vandaag staan. Van de Fliert gaat nader in op de verschillende zienswijzen in de loop der geschiedenis rond de Noachitische zondvloed. Hij rondt dit af met de opmerking: 'Tegen het einde van de negentiende eeuw speelt de zondvloed in het grote geologische wereldbeeld geen enkele rol meer. Als basis voor geloof in betrouwbaarheid van de Schrift blijkt deze Wetenschap niet meer te zijn dan een rietstaf die de hand doorboort (Jes. 36 '6)'.
Dan komt Van de Fliert tot een bespreking van het herleefde protestantse fundamentalisme. Hij geeft toe, dat haar invloed sterk is toegenomen. Maar, voegt hij eraan toe, haar manier van wetenschapbeoefening is simplistisch. Liever spreekt hij nog van pseudo-wetenschap. Met drie voorbeelden licht hij dit toe. Jammer dat hij daarbij aan de essentiële kritiek vanuit het creationisnie voorbij gaat en slechts bijzaken aandraagt. Wel spreekt hij over ingewaaid stof met stuifmeel van 'jonge' planten in spleten van 'oude' aardlagen, hetgeen creationisten overigens niet willen ontkennen, maar gaat voorbij aan de fundamentele kritiek op de (geschapen) evolutie, waarbij we denken aan dendrolieten (rechtopstaande boomstammen) in verschillende steenkooUagen.
We zien de bijdrage van prof. Van de Fliert in de bundel van School en Evangelie als een bekritiseren van de zienswijze van de fundamentalistische creationisten in Nederland. De daarbij gehanteerde termen als 'pseudo-wetenschap' en 'simplistisch' doen daarbij hooghartig aan.
Hij weet toch ook wel, dat vooral in Amerika door creationisten op Universitair niveau uitgebreide studies worden verricht over de vragen rond schepping en zondvloed?
De stellingen die Van de Fliert zijn betoog meegeeft, onderschrijven we niet. Integendeel. We noemen stelling 8: 'Resultaten van geologische wetenschap hebben ogen geopend voor verkeerd traditionalistische voorstellingen omtrent het Bijbels getuigenis, met name in de eerste hoofdstukken van Genesis, en daarmee een beter verstaan daarvan mede mogelijk gemaakt'.
Resultaten kunnen echter tot totaal verschillende interpretaties en conclusies leiden. Met de geologische bijdrage in deze bundel is het CHristelijk onderwijs helaas niet gediend. Naast de genoemde bijdrage vinden we nog uiteenzettingen van andere auteurs, die allen aan de Vrije Universiteit in Amsterdam verbonden zijn.
Met dit cahier wil de Unie uiting geven aan haar verbondenheid met deze instelling voor Christelijk wetenschappelijk Onderwijs. Veel in dit cahier verdient waardering, maar de bijdragen van prof. Van de Fliert betreuren wij. Zijn Schriftbeschouwing delen we niet. Wil de Unie ook de verbondenheid met het christelijk onderwijs in al haar schakeringen verstevigen, zoals ze ongetwijfeld beoogt, dan dient ze in een vervolgcahier de fundamentalistische creationisten aan het woord te laten.
J. S
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 januari 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 januari 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's