De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De kerk in de krijgsmacht (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De kerk in de krijgsmacht (1)

6 minuten leestijd

Wie in het register op onze kerkorde zoekt naar een aanduiding die met de krijgsmacht te maken heeft, moet met heel weinig tevreden zijn.

Wie in het register op onze kerkorde zoekt naar een aanduiding die met de krijgsmacht te maken heeft, moet met heel weinig tevreden zijn. We ontmoeten er slechts 'militairen, sectie geestelijke verzorging van - ', zijnde een sectie van de Raad voor de Herderlijke Zorg. Dit neemt niet weg dat nogal wat predikanten juist temidden van militairen hun werkterrein hebben. De aanduidingen, die daarvoor gehanteerd worden, zijn: buitengewone werkzaamheden, categoriale zielzorg, of wat dies meer zij. Intuïtief voelen we aan dat er met het werk van de legerpredikant (daartoe zal ik mij beperken) iets aparts aan de orde is. Wat dit 'aparte' is, blijkt minder duidelijk te zijn. Op verzoek van de redactie wil ik proberen wat opheldering te geven. Waarom deze eer mij te beurt valt, terwijl er zoveel legerpredikanten zijn met een veel langere ervaring? Omdat ik thans een van de zeer weinigen ben die maar voor een beperkte tijd dit werk doen. Gewoonlijk wordt men door de synode tot legerpredikant beroepen, en als zodanig bevestigd tot predikant voor buitengewone werkzaamheden. Er bestaat echter ook een andere vorm. Volgens ordinantie 13-22-6 'kan het breed moderamen der generale synode een predikant, die tenminste driejaren op zijn huidige standplaats heeft gestaan, na overleg met diens kerkeraad... tijdelijk belasten met de geestelijke verzorging van militairen...'. Op grond hiervan kreeg ik het verzoek om voor een jaar en zes weken als legerpredikant werkzaam te willen zijn. Op deze wijze verleent Hoogblokland een dienst aan de kerk in haar geheel of brengt de gemeente zelfs een offer aan onze samenleving. Inmiddels loopt mijn buitengewone werk alweer bijna ten einde. Van de ervaringen, die ik in de afgelopen tijd heb opgedaan en van de problematieken, die zich daarbij aandienden, wil ik graag wat doorgeven; overigens zonder de pretentie te hebben volledig te zijn. Ervaringen kunnen al verschillen naar de plaats waar men te werk is gesteld. Wel hoop ik dat een paar zaken ten aanzien van het legerpredikantschap verhelderd zullen worden; wellicht kan dit een grotere betrokkenheid bij dit werk tot gevolg hebben.

Situatie

Wie de discussies volgt, die gevoerd worden over de vraagstukken van oorlog en vrede, kernwapens, vredesdemonstraties e.d., zou bijna vergeten dat onze kerk ook predikanten aan de krijgsmacht levert. De kerk laat immers met betrekking tot de kernwapenproblematiek flink van zich horen. Wellicht kunnen we het ons in de gemeente veroorloven deze problemen langs ons heen te laten gaan; het raakt ons niet direct, het gaat om moeilijke onderwerpen waar we toch niet genoeg van afweten? Deze 'luxe' kan de predikant in de krijgsmacht zich niet veroorloven, net zomin als degene die geroepen wordt voor kortere of langere tijd in de krijgsmacht te gaan werken. Direct komt de vraag aan de orde hoe men tegen de krijgsmacht aankijkt. Straks immers vindt er een identificatie plaats: ook de predikant vertegenwoordigt de krijgsmacht. De legerpredikant deelt volledig mee in wat de 'publieke opinie' van militairen denkt en zegt. Ieder weet dat het bestaan van een leger niet meer als een vanzelfsprekendheid wordt beschouwd. Al te vaak wordt daarbij trouwens vergeten dat de krijgsmacht maar niet een hobby van enkelingen is, maar een element in onze samenleving waar politieke keuzen en beslissingen aan ten grondslag liggen. De krijgsmacht wordt (en blijft) zelfs vermeld in onze grondwet. Het zou te ver voeren daar hier breeduit op in te gaan; voor wie er belang in stelt, is er een stroom aan lektuur beschikbaar. Ik moge uitgaan van het gegeven dat onze strijdkrachten een middel van geweld zijn in de handen van de in ons geval bij de NATO aangesloten overheden, met de bedoeling geweld in internationale conflicten te voorkomen.

Ingewikkeld

De uitvinding van de kernwapens heeft het denken en spreken over de krijgsmacht bijna onontwarbaar ingewikkeld gemaakt. Het kernwapenvraagstuk en de veelkleurige discussie daarover bepalen inmiddels in grote mate de manier waarop 'men' tegen de krijgsmacht en de daarin dienende militair aankijkt. Dat er ook nog sprake is van vérgaande versimpeling van de ingewikkeldste vraagstukken, maakt het er niet makkelijker op. Een resultaat van deze versimpeling is de uitspraak: 'Een militair is een beroepsmoordenaar'. Maar wie wil zó aangeduid worden? En klopt zo'n uitspraak? Ik meld een voorval uit de praktijk: een dienstplichtige, nauwelijks de kazerne ingekomen, kreeg gewetensproblemen. Hij vond dat daar niet met mij over gesproken kon worden, want 'als u legerpredikant kunt zijn, dan moet u wel net zo bloeddorstig zijn als de rest hier'. Ligt in het verlengde hiervan niet het verschijnsel dat mensen van hun eigen kerk vervreemd raken? 'Ik ga niet naar de kerk om daar keer op keer te horen dat ik zo'n slecht beroep heb, en daarom ga ik helemaal niet meer', bekende mij een officier. Wat ik hier wat ongenuanceerd doorgeef, is een aanduiding van de problematiek waar de legerpredikant mee te maken heeft; waar nog heel veel aan toe te voegen is. Wat betekent het voor mensen als zij voortdurend werken met materiaal dat hopelijk nooit gebruikt behoeft te worden, gericht op omstandigheden die zich hopelijk nooit zullen voordoen? Werken in een grote organisatie met eigen structuren en regels?

In dit complexe geheel begeeft en beweegt zich de legerpredikant; omdat hij 'van de kerk' is, nu eens argwanend, dan weer met een blik van herkenning bekeken. Of omdat hij 'in het leger' is, nu eens argwanend, dan weer met een blik van herkenning bekeken. Dat er in de krijgsmacht een dienst 'Geestelijke Verzorging' aanwezig is, duidt al aan dat de militair in een bijzondere positie verkeert. Daarmee wil niet gezegd zijn dat mensen elders niet in een bijzondere positie kunnen verkeren; situaties waarin een dienst Geestelijke Verzorging wel eens evenzeer op z'n plaats zou kunnen zijn!

Met deze 'terreinverkenning' hoop ik aangegeven te hebben dat het werk van een legerpredikant verre van eenvoudig is, al zijn eenvoudige aanleidingen soms oorzaak van gesprek over diep-persoonlijke zaken (die lang niet altijd of alleen met kernwapens te maken hebben). Het werk verschilt nogal van wat 'gewoon gemeentewerk' als we het afmeten aan de gemeenschap van mensen onder wie het gebeurt en het terrein waarop gewerkt wordt. In wezen doet ook de predikant voor buitengewone werkzaamheden het werk waartoe hij geroepen is: dienaar van het Woord te zijn.

Een volgende keer kom ik bij de hierboven aangekondigde ervaringen en problematieken terug, met ter afsluiting een paar vragen aan het thuisfront.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 februari 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De kerk in de krijgsmacht (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 februari 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's