De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

11 minuten leestijd

De discussies rondom Samen op weg en met name de positie van de Gereformeerde Bond daarin lijlcen nu pas goed op gang te komen. Ik herinner aan het artikel van ir. v. d. Graaf, onze redacteur in Trouw enkele weken geleden en de cornmentaren daarop, aan een bijdrage van dr. Spijkerboer in Evangelisch Commentaar van 14 jan. De punten van discussie zijn steeds weer de vraag naar de binding aan de geref. belijdenis, de beleving van dit belijden, de ontwikkeling van de Geref. Kerken tot een plurale kerkgemeenschap alsmede de verworteling in het hart van de Reformatie.

Samen op weg met G.B.?

Nu doet zich het feit voor dat niet alleen onzerzijds gevraagd wordt: Kunnen we samen op weg met de Geref. Kerken? , ook omgekeerd is er de vraagstelling. In Evangelisch Commentaar van 28 jan. stelt de Kamper pastoraal-theoloog, dr. G. Heitink die vraag. Hij spreekt over een gevoel van vervreemding, dat zich van hem meester maakt als hij kerkdiensten van de G.B. bijwoont, of hun bladen leest. 'De wereld van de gereformeerde kerken en de gereformeerde bond liggen, ondanks dat beide aanspraak maken op het woord gereformeerd, mijlenver uit elkaar', zegt hij. Maar dan neemt het betoog, dat zeer kritisch is ten aanzien van sfeer en mentaliteit in de G.B., een wending:

'En toch... Gelukkig is hiermee niet alles gezegd. Soms ben ik jaloers op de Bonders. Wanneer het gesprek met bevindelijke mensen verder komt dan deze buitenkant, treft mij steeds een diepe spiritualiteit. Een heilig ontzag voor de majesteit van God en een diep doordrongen zijn van eigen menselijke nietigheid. Mij treft een bezig zijn met vragen van wedergeboorte en bekering, omdat we echt andere mensen moeten worden, wil er van de toekomst van de mensheid iets terecht komen. Op een bepaalde manier voel ik me er door aangesproken. De diepe tonen van oordeel en bekering raken ergens een heel andere kritiek op de samenleving, waarmee ik me verwant voel. Ze horen bij een kritische distantie ten opzichte van de wereld waartoe het evangelie ons oproept. En als er ergens iets is overgbleven van een reformatorische mystiek, dan is het in deze kringen. Worden we hier als gereformeerden niet bepaald bij veel wat ons ontvallen is?

Natuurlijk valt hier vervolgens een heleboel op af te dingen. Dit geloof helpt depressieve mensen vaak nog dieper in de put. Bij de bekering staat vaak het eigen heil meer centraal dan de dienst aan de naaste. Ik weet het. Maar in de spiritualiteit van de Nadere Reformatie zit ook een groot tegoed. Dan laat zich misschien ook verstaan, waarom bonders niet staan te trappelen om met gereformeerden onder één kerkdak te kruipen. Dat is niet alleen omdat wij gezangen zingen en zondags wat gemakkelijker aanschuiven op een caféterras. Het is denk ik vooral om het gemis aan spiritualiteit in onze kringen.

Gereformeerden, die zelf wortelen in de Afscheiding, althans de ouderen onder hen, kennen nog wel iets van wat we noemen de verborgen omgang met God. Die diepe persoonlijke vroomheid van de binnenkamer, maar met de ramen open naar de wereld.

De Doleantie heeft bij jullie veel stuk gemaakt, zei iemand uit bondskringen eens tegen mij. Jullie dachten dat je het allemaal zelf moest doen. Hij doelde hiermee op het activisme van Kuyper, om alle terreinen des levens onder calvinistisch beheer te krijgen. Rentmeesterschap heette dat. Die breedte ging ten koste van de diepte. Ze bracht ons in een wereldse competidementaliteit en dikwijls in een strijd om de macht. Daar doelde de spreker op.

Ook nog op iets anders trouwens. Op het rationele karakter van het gereformeerde geloof. Een geloof dat zich samenbalde in een vuist van leerstellingen, met als gevolg dat elke afwijking van de leer uidiep op een kerkscheuring. Maar die nadruk op de geloofsleer ging ten koste van de geloofservaring.

In de kringen van de Bond'ziet men het zo, dat met het verdwijnen van deze ervaring het moderne levensgevoel in gereformeerde kring steeds meer vrij spel kreeg. Het schriftrapport "God met ons" en de rapporten over sexuele relaties ademen - ik zeg het in eigen woorden - de geest van verlichte moderne mensen uit de middenklasse. In grote lijnen deel ik deze kritiek niet. Toch geven bepaalde signalen me te denken. Dat zou op z'n minst kunnen betekenen, dat wij als gereformeerden een groot belang hebben bij een dieper gesprek met de Gereformeerde Bond.'

Met opzet heb ik een groot deel uit dit artikel geciteerd. Ik meen dat hier inderdaad wezenlijke zaken aan de orde komen. Niet alleen de vraag naar het functioneren van de belijdenis van de kerk is aan de orde, ook wat we plegen aan te duiden als de religie van de belijdenis. Men zou kunnen zeggen: het motief van de Nadere Reformatie en de prediking van Kohlbrugge zijn zaken die veelal in de kringen van de Geref. Kerken nauwelijks aan bod komen. Waarbij aangetekend moet worden dat er een verschil bestaat tussen de vroomheid van de vaders van de Afscheiding en de Kuyperiaanse visie op belijden en beleven. De eerlijkheid gebiedt wel te zeggen dat wanneer we de Geref. Kerken op de hierboven genoemde zaken aanspreken, we ook de hand in eigen boezem hebben te steken. Niet alleen dreigt onder ons wel eens een stuk verstarring ten aanzien van die dingen die bepaald niet het centrum van het belijden uitmaken en zullen we er voor hebben te zorgen dat we - op die punten niet nodeloos blokkades opwerpen. Laat ik gemakshalve zeggen: het culturele aspect van het leven, de relatie tussen Evangelie en cultuur, is onder ons vaak nogal verwaarloosd. Maar vooral dienen we ons eerlijk af te vragen of wij zelf voluit wortelen in het hart van het Evangelie waarvan b.v. zondag 1 van de Catechismus zo indrukwekkende getuigenis aflegt. Opkomen voor de (veel geprezen) oudvaders is nog wat anders dan een beleefd belijden. En wanneer we - terecht - tegenover de middenorthodoxie en verwante stromingen in de Geref. Kerken oproepen om samen terug te gaan tot hel Woord, zoals dat in de belijdenis der kerk zo diep verstaan is, dan zal deze oproep pas diepgang krijgen als we er ook zelf ernst mee maken.

De binnenkamer en de buitenwereld

Terecht wijst Heitink erop dat geloofservaring en aandacht voor de wereld elkaar niet mogen uitsluiten. Maar het is wel zaak dat de verbinding juist gelegd wordt. Ik herinner me ^at jaren geleden prof. Severijn op een predikantenvergadering in Woudschot en, toen het ging over het apostolaat van de kerk, opmerkte: Juist de bevindelijke christen is evangelisatorisch ingesteld, want leven van genade doet ook uitgaan tot de ander. En alweer, we zullen ook hier eerlijk moeten erkennen, dat we soms uiteengerukt hebben wat naar de Schrift bijeenhoort. Vreemdeling zijn in deze wereld - de-distantie! - is geen kluizenaarsbestaan. Hoe hebben juist de Reformatoren geworsteld om vanuit de verborgen omgang met God de samenleving te beïnvloeden met het Evangelie. Maar, zo zal de lezer vragen, als die verbinding er is, waarom dan toch die vervreem-.ding ten aanzien van de Geref. Kerken, of althans een deel ervan. Waarom hebben we onder ons dan altijd wat gezeten met het activisme van Kuyper? Al moet er wel meteen bijgezegd worden dat het niet zo lang geleden is dat 'Bonders' en leden van de Geref. kerken in het verband van de politieke partij en de christelijk organisatie elkaar uitnemend vonden. Waarom dan toch die vervreemding? Het zou een diepgaande analyse vergen waar een persoverzicht niet de plaats voor is. Ik verwijs haar een gedeelte uit een gesprek over 'Wat is Gereformeerd nu (nou) nog', onder leiding van prof. Harteveld tussen prof. De Gaay - Fortman, ds. Kwast, ds. Manenschijn, dr. Bendriks en ds. IJzerman in het Centraal Weekblad van 26 januari. Onder meer komt daarin ter sprake de relatie tussen Evangelie en samenleving. In dit gesprek merkt De Gaay Fortman onder andere op:

'We zijn wel bang geworden-ook in de prediking - om ergens "nee" tegen te zeggen. Dat de synode het rapport' 'In liefde trouw", over samenlevingsvormen, zo maar aanvaardt - ik begrijp dat niet. Ik vind het heel iets anders datje aanvaardt dat mensen menen op een bepaalde manier samen te kunnen leven. Maar dat is heel iets anders dan wanneer je zegt dat getrouwd zijn of niet getrouwd'samenleven hetzelfde is. We zijn doodsbenauwd geworden dat we ergens "nee" tegen zeggen.

Je krijgt, zo voel ik het, te weinig vanuit de prediking en dan niet in de zin van het opleggen van vroeger, maar als aanwijzing. Ik wil zelf mijn beslissingen nemen, maar ik wil wel vanuit de kerk iets van aanwijzingen hebben, aanduiding van factoren waarmee ik rekening moet houden.'

Ook hier dus de kritische vraag of niet de samenlevingsvragen de verkondiging dicteert. Kwast wijst op het gevaar van het activisme:

'Ik ken een jonge collega, een uitermate fijne knul, die met heel veel idealen in de gemeente is gekomen. Prachtig! Maar hij is zo'n rasechte geref. activist, als ons in de Doleantie is bijgebracht. Maar hij is het dan op de moderne manier. Dus hij komt met Amnesty International, met het IKV enz. Hij kwam geschokt bij me, want er had een meisje van zeventien jaar op catechisatie hem gevraagd: wanneer begint u eens over Jezus? Hij was vreselijk geschokt, want hij had het toch altijd over Jezus gehad? Dat had ze niet herkend. Zij had in al die activiteiten niet anders herkend dan: wij moeten doen en wij moeten doen en dit en dat en nog wat... Maar wat zij miste, was het vaste punt waar dat allemaal vandaan kwam. Bij al dat activisme herkennen de mensen niet op welke grond dat gebeurt, welke innerlijke rust en vrede er achter ligt. Want als die er niet is, dan kun je met al die activiteiten wel ophouden. Je kunt geen enkel activisme in het leven houden, als er niet een bepaald piëtisme achter zit.'

Manenschijn is van oordeel dat de activisten vergeten dat het in de kerk om godsdienst gaat en niet om politiek.

'Vroeger zag men heel goed in de verkondiging dat het evangelie politieke implicaties heeft. Dat heeft de hele geref. theologie, van Calvijn tot en met Kuyper, beheerst. Het is glashelder en het zat ook goed in elkaar.

Maar ik vergeleek het dus met voor de oorlog. Toen waren de vragen, naar de geref. dachten, overzichtelijk en oplosbaar op de manier die ze toen samen gekozen hadden. Nu hebben ze ontdekt dat die methode niet meer werkt en dat de vragen ook niet meer oplosbaar zijn. Ik zie het activisme als een vorm: je doet iets, terwijl je niets doet. Want hoe de kernwapens de wereld uit komen, wordt niet beslist door een synode-uitspraak. Dat men daar zoveel van verwacht, is mij een raadsel. Het gebeurt tenslotte toch om de onderhandelingstafel. Dat hadden de gereformeerden van vroeger heel goed door. Ik denk dat de verkondiging, de godsdienst, inspiratie geeft om telkens de goede keuze te doen. Maar dat dat plaatsvervangend kan zijn voor het politieke bedrijf, is een misverstand van deze tijd. En, om aan te sluiten bij ds. Kwast, de vraag ' 'ik wil in de kerk eens horen hoe het zit met God", wordt stelselmatig in onze kerken vermeden.'

Samen terug

U ziet: Er worden in deze discussie uitermate belangrijke zaken aangesneden. Niet alleen voor de Geref. Kerken, ook voor ons. Wellicht zou het goed zijn als deze thematiek stof tot bezinning zou vormen voor een gesprek met de Geref. Kerken. Om het wat toegespitst te zeggen: Wellicht zou het een zegen zijn als Kuyper en Kohlbrugge elkaar werkelijk opnieuw ontmoeten zouden. In het nummer in het Centraal Weekblad blijf ik toch zitten met de vraag of men niet teveel offert op het altaar van het activisme, ondanks de kritische kanttekeningen van Kwast en Manenschijn, die merkwaardiger wijze het toch ook weer als een positief punt schijnt te beschouwen dat de Geref. Kerken nooit piëtistisch geweest zijn. Natuurlijk, ontsporingen kunnen optreden. De geschiedenis van piëtistische stromingen laat het zien. Maar de echte aktiviteit bloeit op uit de praktijk der Godzaligheid, de verborgen omgang met God. Inzet en activiteit is m.i. wat anders dan activisme. En tenslotte: Wanneer het belijden in gehoorzaamheid aan de Schriften in verbondenheid met de vaderen een beleefd lijden is, waarin binnenkamer en buitenwereld tot hun recht komen en vooral niet vergeten wordt dat wij onderweg zijn als burgers van een rijk in de hemelen, dan kan het niet anders of we worden behoed voor een krampachtige verstarring die pas op de plaats maakt en geen oog heeft voor nieuwe vragen. Samen op weg? U zult begrepen hebben dat ik geen heil zie in een fusie, waarbij de wezenlijke vragen onuitgesproken blijven. Ik blijf nog wel hopen op een broederlijk gesprek waarin we luisterend naar de Schriften, en in verbondenheid met de belijdenis die we gemeenschappelijk hebben (nog altijd) samen de weg terug gaan tot Hem Die ons stelt onder de tucht van Zijn beloften en geboden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 februari 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 februari 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's