Reaktie op artikel in 'De Waarheidsvriend' over Internationale Christelijke Universiteit
De plannen om te komen tot een Internationale Christelijke Universiteit nemen vastere vormen aan. Het is een goede zaak dat dit intiatief in brede kring belangstelling krijgt en in discussie komt. Het artikel in 'De Waarheidsvriend' van 6 januari jl. vormt een waardevolle bijdrage om het vóór en tegen van een nieuwe Internadonale Christelijke Universiteit boven tafel te krijgen. Een uitputtend artikel was het niet. Deze (gevraagde) reaktie heeft die pretentie evenmin.
Is een Christelijke Universiteit in Nederland noodzakelijk en wenselijk? Het ligt in de lijn van de verwachting om vanuit de inmiddels zeer gewaardeerde arbeid binnen de Evangelische Hogeschool te werken in de richting van een dito universiteit. Vanuit de ervaringen met de E.H. en het gegeven, dat vele jongeren uit christelijke gezinnen tijdens hun universitaire studie geestelijk ontsporen, lijkt de noodzaak van een christelijke universiteit aan^ getoond. Maar is daarmee zo'n instelling gewenst en de enige juiste oplossing voor de gesignaleerde problemen?
Jongeren die naar universiteiten gaan, worde^n in vele opzichten als volwassenen aangemerkt. Ze komen op 18-of 19-jarige leeftijd van de middelbare school. Hebben dan een 12-jarige schoolopleiding achter de rug die hen toegang geeft tot het universitair onderwijs. Maar hoe staat het met de geestelijke training, de opvoeding in de vreze des Heren, waarvoor elke (doop)ouder de verantwoording op zich heeft genomen? Mensenkinderen worden tussen hun zesde en achttiende levensjaar op welhaast beslissende wijze geestelijk gevormd. Wat een geweldig verantwoordelijke taak hebben ouders en in hun opdracht de leerkrachten in het lager-en voortgezet onderwijs, alsmede predikanten, ouderlingen en jeugdleiders.
De E.H. is van onschatbare betekenis gebleken voor jongeren in de aanloop naar het universitair onderwijs en de wetenschaps-beoefening. Het zou echter heel bedenkelijk zijn als die E.H. alleen wordt gezien als een geestelijk trainingscentrum waar hiaten in de geestelijke opvoeding in eenjaar tijd nog wat moeten worden weggewerkt voordat de poorten naar de universiteit open gaan.
Is het teveel gevraagd jongeren tussen hun zesde en achttiende levensjaar - om die periode nu maar even aan te houden - geestelijk zo te vormen, dat ze bij de gang naar de universiteit zich persoonlijk het eigendom van Jezus Christus weten en willen zijn om daarmee geestelijk voldoende stevig in de schoenen te staan zodat ze zich niet door allerlei wind van leer laten misleiden? Zou overigens in een sterk geseculariseerde samenleving de risicofaktor om geestelijk te ontsporen op een universiteit aanzienlijk groter zijn dan elders in de maatschappij?
Mede gelet op een niet onaanzienlijk aantal praktische problemen (financiën en wettelijke erkenning) is een christelijke (al dan niet internationale) universiteit geen noodzaak om het geloof te behouden. Bovendien dienen we ons te realiseren, dat het gif al veel eerder en in een veel kritischer fase van het jonge mensenleven wordt gestrooid. Op wat nog wordt genoemd christelijke scholen tijdens politieke prediking, tijdens jeugdbijeenkomsten waar wereldgelijkvormigheid een geaccepteerde zaak is, in gezinnen waar zonder enige vorm van kritiek naar allerlei televisieprogramma' s wordt gekeken (Dallas b. v.) en vul maar aan. Naar mijn mening zal christelijk Nederland, dat de Bijbel als onfeilbaar Woord en richtsnoer voor heel ons leven aanvaardt veel meer aandacht moeten geven aan het christelijk gehalte van de opvoeding van jongere kinderen en het lager-en middelbaar onderwijs. Daarbij zou optimale samenwerking meer dan wenselijk zijn, zodat b. v. Gereformeerde scholen niet exclusief blijven voor leden van de Gereformeerd Vrijgemaakte kerken. Er zou trouwens veel minder onderscheid moeten worden gemaakt tussen Gereformeerde (of Reformatorische) en Evangelische christenen. Wat zijn dat voor verschillen die steeds weer worden verondersteld en naar het schijnt gekoesterd? Ik wil en kan uiteraard verscheidenheid niet ontkennen, maar het zijn geen fundamentele tegeristellingen en ze mogen het ook niet zijn als we van harte de Heere Jezus liefhebben als onze Heiland en Zaligmaker.
Gereformeerde christenen - om die terminologie dan maar even aan te houden - die broeders en zusters uit zogeheten Evangelische kring hebben leren kennen, hebben dat als een verrijking van hun leven ervaren. En andersom! Samen moeten we kunnen zingen en belijden:
Eén in naam van Jezus Eén zin en één gemoed één in 't geloof der Schriften één in 't verzoenend bloed
Moeten we niet vaak constateren, dat we als christenen, die de Bijbel in zijn volle omvang aanvaarden als het onfeilbaar en betrouwbaar Woord van God elkaar onderling zo bekampen, dat de satan ruimschoots baan krijgt om zijn verwoestend werk te doen? We schijnen er behagen in te hebben eerder elkaar als kinderen van God het leven zuur te maken en elkaar vinnig te bekritiseren dan de werken der duisternis met alle kracht te ontmaskeren en te bestrijden.
Eendacht in de volledige aanvaarding van de Schrift als het onfeilbaar Woord van God is geboden, omdat tweedracht tussen kinderen van het Licht is verboden.
Christenen in Nederland hebben nog prachtige kansen. Voor hoe lang nog? Een christelijke universiteit zou moeten worden opgezet als de noodzaak onomstotelijk vaststond. Voor mij is dat nog niet het geval. Ik acht een discussie echter zeer zinvol. Vandaar deze bijdrage.
Vooralsnog hecht ik meer waarde aan echt christelijk basis-en middelbaar onderwijs bouwend op het onderricht, dat de gemeente van Christus aan jonge leden dient te geven. Dat alles stoelend op de geestelijke opvoeding die de ouders voor hun rekening hebben genomen.
Waar er behoefte aan zou zijn, dienen er naast de wekelijkse Woordverkondiging en het gemeentelijk (studie)-jeugdwerk voor hen die universitair onderwijs volgen speciale cursussen of trainingen te worden gehouden om voor wetenschapsbeoefening bij vernieuwing licht op de levensweg te krijgen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 februari 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 februari 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's