De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gods Woord en onze woorden (2)

Bekijk het origineel

Gods Woord en onze woorden (2)

Aannemen

7 minuten leestijd

Het Woord aannemen komt in verschillende betekenissen in de Bijbel voor.

Het Woord aannemen komt in verschillende betekenissen in de Bijbel voor. Het gezicht van iemand aannemen betekent bijvoorbeeld: iemand genade bewijzen. We lezen, dat de Heere in Christus zondaren tot Zijn kinderen aanneemt. Maar het meest wordt het woord gebruikt om de daad van het geloof aan te duiden, waarmee de gelovige het Woord van God en zo Christus Zelf aanneemt. Het Grieks van het Nieuwe Testament kent daarvoor twee werkwoorden, die oorspronkelijk aangeven: het opnemen van iets dat voor de hand ligt of het aannemen van iets dat wordt aangereikt. Ze worden door elkaar gebruikt, waarbij het laatste werkwoord het meest voorkomt. Zo ontmoeten we deze uitdrukking ook in de Heildebergse Catechismus, waar antwoord 60 zegt: Ik ben door het geloof rechtvaardig voor God, omdat God mij de verdienste van Christus schenkt en toerekent, 'in zoverre ik zulke weldaad met een gelovig hart aanneem'. In het Schatboeck van Ursinus wordt daarbij vermeld: 'Het geloof is als een hand, waardoor wij de gerechtigheid van Christus aannemen, ontvangen en ons toe-eigenen'. In de toepassing van de uitleg vermaant de schrijver dan ook: 'laat de hand van uw geloof tot dit doel tot Hem uitgestrekt zijn, opdat ge Hem alzo recht aannemende en aangrijpende door Hem gerechtvaardigd wordt'.

Aktivistisch?

In onze tijd lijkt het werkwoord echter een andere klank gekregen te hebben. Velen vinden het aktivistisch klinken. Het doet denken aan de nadruk waarmee in opwekkingskringen gesproken wordt over het aannemen van Jezus. Het aannemen wordt daar dikwijls zo sterk benadrukt, dat het lijkt alsof bekering een werk van ons mensen is. Is dit niet remonstrants, omdat men uitgaat van een vrije keuze door de mens? Rekent men wel genoeg met de boosheid van ons hart, waarin voor Christus van nature geen plaats is? De vragenstellers missen in deze prediking de diepgang van de zondekennis. Er moet immers kennis van ellende zijn, wil er plaats komen om Jezus aan te nemen. Dadelijk komt dan de tekst boven: 'Een mens kan geen ding aannemen, zo het hem uit de hemel niet gegeven zij'. Het geloof is een gave van God en het ware geloof houdt zich ver van dit aannemen, merken zij op. Men is bevreesd zich te bedriegen voor de eeuwigheid. Niet een gestolen Jezus, maar een geschonken Zaligmaker is nodig. Daarom zien zij niet het aannemen, maar het wachten op de Heere als het echte kenmerk van het geloof.

Samenhang

In beide gevallen haalt men uiteen, wat in de Bijbel samengaat. De Heere schenkt. Hij biedt het heil in Christus aan. Maar Hij doet dat zo, dat een mens erbij kan en het door het geloof aanneemt. Geen wonder dan ook, dat dit woord een grote plaats in het Nieuwe Testa­ment inneemt, wanneer gesproken wordt over het geloof. Daarbij zijn twee hoofdlijnen te ontdekken: Christus aannemen en het Woord aannemen. De laatste uitdrukking komt het meest voor, maar beide horen bijeen. Christus openbaart Zich immers in de prediking van het Woord, dat vol is van Christus. Hij maakt Zich daarin bekend als de Zaligmaker van zondaren. Ja nog meer, de Vader biedt Hem in de prediking van het Woord aan verloren mensen aan. Hij stelt Hem voor als de grote profeet, enige Hogepriester en eeuwige Koning, wanneer Hij uit een open hemel zegt: 'Deze is Mijn geliefde Zoon, in Dewelke Ik al Mijn welbehagen heb, hoort Hem'.

Zo wordt Christus aangenomen, door te horen naar Zijn stem. Dat gaat door het oor naar het hart en vervult het leven. De Heilige Geest werkt daarin door en vernieuwt ons hart en leven. Hij brengt ze bijeen: zondaren die de Zaligmaker nodig hebben en Christus, Die hen in Zijn Woord tegemoet komt. De Vader Zelf biedt Christus aan als een verzoening voor onze zonden. In die aanbieding ligt de grond voor het aannemen. Het begin van alles ligt in de Heere, in Zijn vrijmachtig welbehagen. Dat bewaart voor geestelijke hoogmoed na ontvangen genade. Het werd immers geschonken om niet. In het aannemen zit niets van verdienste, evenmin als een kind het verdient om elke dag te eten te krijgen. Het is de liefde van de Vader, die daarin vooral tot uiting komt en ervaren wordt. Zo trekt dit Woord van de Heere door de Heilige Geest zondaarsharten tot Christus. Hoewel ze dikwijls door veel twijfels heengaan, kunnen ze het toch niet laten Christus aan te nemen. Die Zich in Zijn Woord openbaart. Waar die beide kanten van de zaak bijeen gehouden worden, breekt het Woord in de kracht van de Geest door onze ja-maars heen. Daar worden ook geen nodeloze twijfels opgewekt, die de kleinen in het geloof dikwijls in het donker brengen. In het licht van Gods Woord kan ik daarom niet uit de weg met de uitdrukking: een gestolen Christus. Wanneer de Vader Hem aanbiedt om niet, kan Hij niet meer gestolen worden. De Heere laat Zich Zijn onuitsprekelijke gave door geen mens ontnemen. Wel lezen we de dringende oproep om Hem niet te verachten. Die tot ons spreekt.

Overgave

Het Woord aannemen betekent ook, dat we onszelf er aan moeten overgeven. Het is Gods oordeel bijvallen, maar ook Christus door het geloof omhelzen. Calvijn heeft de band tussen het aannemen van Christus en het Woord duidelijk aangewezen. In zijn Institutie (III-2-16) zegt hij: 'Dit is dus de ware kennis van Christus, wanneer wij Hem aannemen zoals Hij door de Vader wordt aangeboden, namelijk met Zijn evangelie bekleed; want gelijk Hij bestemd is tot het doel van ons geloof, zo zullen wij slechts wanneer het evangelie ons voorgaat recht op Hem afgaan'.

In zijn Redelijke Godsdienst wijst Brakel er terecht op, dat dit aannemen 'niet zonder horten en stoten toegaat'. Maar de Heilige Geest werkt al meer door in ons hart, leert de zonde loslaten om Christus aan te nemen. De grond voor dit aannemen ligt alleen in de aanbieding door de Heere. Christus verkondigt ons vrede door zijn evangelie. Daar kunnen we niet omheen. De prediking is dus nooit vrijblijvend. Integendeel, 'wie het niet als een vaste waarheid aanneemt, onteert God verschrikkelijk. Het ware, zaligmakende geloof rust dus op deze goddelijke openbaringen'. Zo kan Brakel zeggen: 'Dewijl in Jezus al de volheid is, en die volheid u in het bijzonder aangeboden wordt van de goede Jezus; zo neemt het met een volwaardig en gewillig moed aan tot uw Jezus en geeft u hartelijk aan Hem over en vertrouwt uw ziel Hem geheel toe om door Hem deelachtig te worden al de goederen van het Verbond. 'Nadruk valt hier ook op het verbondskarakter van de belofte. De belovende God is de eerste. Alleen op grond van Zijn genadige aanbieding kan van aanneming door het geloof sprake zijn. Maar dat is juist de enige grond waar het geloof op rusten kan. Wie in zichzelf een grond van vertrouwen zoekt om tot de aanneming te komen, zal in het donker blijven. Hij begint bij zichzelf. Maar de verschillende gestalten van het geloof: verbrijzeling, hongeren en dorsten naar de gerechtigheid enz., zijn geen voorwaarden om tot de aanneming te komen, zij prikkelen de gelovigen alleen om tot Jezus uit te gaan. Brakel zegt: 'Treedt maar toe op de aanbieding en blijft op de genoemde bedenking (heb ik wel de rechte gestalte om tot Jezus te gaan) niet staan, zo zult gij vaster gangen maken'. Het aannemen van Christus door het geloof maakt tot deelgenoot van al Zijn weldaden. De Heere rekent ze al de Zijnen toe, zodat we leren: Wij dan gerechtvaardigd zijnde door het geloof hebben vrede met God. Het Woord zet in de vrijheid van de kinderen Gods en wekt op tot en leven in Zijn dienst.

Wanneer we dit alles overwegen, wordt duidelijk welke grote waarde dit bijbelwoord heeft. Wie het reduceert tot een menselijke daad of het eenvoudig voorbij leeft, lijdt geestelijk schade. 'Maar zovelen Hem hebben aangenomen, die heeft Hij macht gegeven kinderen Gods genaamd te worden, namelijk die in Hem geloven.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Gods Woord en onze woorden (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's